Dag 6: Poolcirkeltje oversteken

Hehe, hier zitten we weer, deze keer in Gallivare. Voldaan van het avondeten en met nog een beetje moed om wat neer te pennen. Laat me je vertellen hoe ik hier geraakt ben.

Allereerst werd ik deze nacht om 3u wakker, ik moest naar het toilet. Ik verbaasde me alweer over de hoeveelheid licht toen ik de deur van het hutje openzwierde.

Gene zever, deze is genomen om 2u57.

Na het toiletbezoek toch maar terug in bed gekropen en na een tijdje terug in slaap gesukkeld. De wekker stond nog altijd ingesteld op 6u30 en maakte me plichtsgetrouw wakker.

Onmiddellijk de koffie opgezet en beginnen inpakken. Eens de koffie naar binnen gelopen was begaf ik me naar het ‘servicehus’ oftewel de sanitaire blok. Tandjes poetsen en opfrissen en nog eens naar het toilet. Eens terug in het hutje heb ik de laatste spullen verzameld en alles weer in, op en aan de motor gehangen. Nu viel me trouwens pas op hoe vuil ie geworden was van de rit van gisteren. Mijn goudkleurige velgen zijn nu zilverkleurig.

De camping gonst intussen van bedrijvigheid, het is half acht en de mensen zijn volop bezig met hun visgerief in te laden, de hond uit te laten of in te pakken. Ik breng de sleutel terug naar de receptie en laadt de eerste route van de dag naar Moskosel en om 8u40 ben ik ribbedebie.

Ik vertrok zoals het weerbericht beloofd had in de zonneschijn.

Rond 9u30 stop ik even aan een benzinestation in Storuman voor een cappucino. Dat is alles, vraagt de cassière. Ja, dit is alles wat ik nodig heb zeg ik. Niet veel verdiend aan die Belg.

Voorlopig gaat de reis voorspoedig maar dat zou nog wel veranderen. Iets buiten Storuman krijg ik de eerste regen te verduren en mag ik ook voor het eerst vol in de ankers gaan voor wat rendieren die ineens de weg opliepen. Ik had ze niet gezien zo tussen het hoge gras aan de kant van de weg. Beter opletten denk ik bij mezelf. De hele tijd aan het scannen van links naar rechts en jawel hoor, vlak voor Sorsele zie ik ze op tijd, rem ik af en steek mijn 4 pinkers aan om achterliggend verkeer te waarschuwen. Zo’n GS kan namelijk niet enkel goed optrekken maar ook zeer stevig afremmen en ik zou niet willen dat er iemand mij aanrijdt.

Af en toe komt intussen het zonnetje erdoor en dat geeft buiten wat warmte ook nog eens leuke beelden.

Eens door Sorsele volg ik de E45 verder naar Arvidsjaur waar na een paar tiental kilometer ineens 3 rendieren de weg opspringen. Ze lijken me nog jong en lopen er wat verdwaasd bij. Een honderdtal meter lopen ze voor mij op en daarna verdwijnen ze weer in de hoge begroeing langs de kant.

Nog wat verder richting Arvidsjaur waren er wegenwerken. Ik sluit aan bij de file die er al staat en kijk langs een vrachtwagen naar het stoplicht dat er staat. Onmiddellijk zit mijn vizier vol met muggen die naar binnen willen. Ik wil ook wat frisse lucht dus spuit ik wat van dat lokaal muggenmiddel rond dat ik een paar dagen eerder heb gekocht en weg zijn ze.

Ik doe mijn vizier open en kijk nog wat langer naar het rode licht. Dju dat duurt lang. Voor mij stapt de chauffeur al uit om te gaan zien hoe het uitziet. Na zo’n tien minuten zie ik een kleine bestelwagen met zwaailichten komen aanrijden met daarachter een ellenlange rij auto’s en vrachtwagens.

Als iedereen gepasseerd is draait de bestelwagen met zwaailichten zich en mogen wij volgen. 5 kilometer verder gaat de bestelwagen aan de kant en zijn de werken voorbij. Iedereen volle gas vooruit tot een kilometer of wat verder. Een kudde rendieren was er een protestactie bezig en zette de weg dicht.

Van horen zeggen heb ik dat ze protesteerden tegen het feit dat ook zij de schuld krijgen van de klimaatopwarming.

Iets verder was het weer van dat, weer zo’n bende werkonwilligen die de weg dichtzetten. Nog niet onder de indruk van de luchthoorn van de vrachtwagen die door wilde rijden. Pas toen de chauffeur tegen hun gat dreigde te rijden begonnen ze aan de kant te gaan. Sindsdien ging de rit buiten wat plensbuien voorspoedig.

Net voor 13 uur in Arvidsjaur aangekomen parkeer ik me aan het Lappstaden Sami dorp, een soort openluchtmuseum over hoe de Sami, een inheems volk van het noordelijk deel van heel Scandinavië, leefden.

Vooraleer ik er binnenga haal ik me in het benzine station vlakbij iets wat even vettig proefde als het eruit zag.

Op het zicht gekozen op de kaart maar dat op de kaart zag er behoorlijk anders uit. Ik denk dat er een kippenworst onderlag en ik ben vrij zeker dat het gele spul een slappe kip curry was. Dan nog eens afgetopt met een soort groene remoulade en saus. Over de bickyuitjes bestaat geen twijfel :).

Terug in het samidorp kijk ik enkel wat rond want het is maandag en de huisjes zijn gesloten omdat er geen gids is. Niet bepaald een item op mijn bucketlist maar toch afgevinkt.

Op naar het volgende spektakelstuk: Artic Circle Jokkmok.

Ik stop in Moskosel omdat ik de tweede etappe op de gps moet laden. Het zonnetje schijnt terug en ik droog weer wat op en dat doet deugd. Halverwege tussen Moskosel en Jokkmok hou ik halt aan een benzinestation. Buiten zit een man en die maant me aan voorzichtig te zijn, iets verderop ligt er een BMW moto in de gracht met politielint rond, kon niks goeds betekenen zei ie. Gelijk had ie, pakweg 3 km verder zag ik de overblijfselen van wat volgens mij niet zo lang geleden een BMW RT geweest moet geweest zijn liggen. Hopelijk is de bestuurder er beter aan toe dan de machine. Met verhoogde voorzichtigheid ging het verder richting Arctic Circle in Jokkmok. Zo’n 20 km voor aankomst gaan de hemelsluizen wagenwijd open en word ik in geen tijd kletsnat. Ik kom aan deze poolcirkel aan en zie er al twee staan schuilen, ook motards die doordrenkt zijn. We praten gezellig onder het afdakje over hun en mijn reis en kijken van tijd tot tijd wat de Zweedse buienradar zegt. Zij zijn Noren en zijn eigenlijk van Oslo en volgen stukken van de Trans European Trail, net als Per van een paar dagen geleden. Op hun KTM’s hebben ze dikke leute laten ze verstaan.

Drie kwartier later stopt het met regenen en gaan we elk onze eigen weg. Ik echter niet voor ik met de hulp van andere toeristen deze heb gemaakt.

En zonder hulp deze.

Verderop in Jokkmok passeer ik nog even langs de kerk maar eigenlijk wil ik zo snel mogelijk naar mijn slaapplek in Gallivare.

Ik passeer nog wat indrukwekkende hoogspanningslijnen en een hydrocentrale maar meer dan vanop een afstand ernaar kijken doe ik niet.

Dan valt het me ineens op dat mijn gps toestel lijkt uitgevallen te zijn, instructies worden wel nog gesproken, straf. Een stopje later is het duidelijk dat de schermhelderheid zich op 0 heeft gezet maar met de zon die er intussen op schijnt is het onmogelijk om je weg in het menu te vinden. Och ja, het is ook nog enkel maar rechtdoor en ik schat zelfs nog maar 40km, ik laat het voor wat het is.

In Gallivare aangekomen zoek ik eerst een winkel om wat proviand voor vanavond in te doen. Een benzinestation kom ik niet tegen en ik besluit eerst de gps te fixen om dan morgen bij vertrek direct te gaan tanken, ik zit namelijk weer met een zo goed als lege tank na deze dag van haast 500km met het nodige oponthoud.

Na het winkelen begeef ik me naar de receptie van deze camping.

Blijkbaar had ik een kamer in het hostel geboekt. Had ik daar ook graag schoonmaak bij of doet mijnheer het zelf ? Doen jullie maar zeg ik, kan ik vlotter vertrekken morgenvroeg want dan gaat het over het laatste stuk Zweden, los door Finland tot in Noorwegen! Zweden was totnogtoe geweldig, alleen het landschap is nogal monotoon, heel veel naaldbomenbossen en heel veel (wel mooie) meren. Buiten het Stekenjokkplateau natuurlijk. Dat was echt apart.

Eenmaal geïnstalleerd in mijn kamer bel ik het thuisfront, klinkt intussen misschien als routine maar ik heb dat contactmomentje graag.

Tijd voor een sober avondeten ditmaal, aspergesoep uit een pakje en wat broodjes met beleg. Smaakte geweldig, mijn batterijtjes beginnen terug wat op te laden en ik kan weer aan het schrijven gaan.

Haja, vanaf hier blijft het nog langer licht, namelijk 24 uur aan een stuk. Ik vrees dat die flauw lamellekes op mijn kamer de boel niet gaan donker houden :).