Man man, hier zit ik weer. Het is 21u48 en ik ben stikkapot. Nu ben ik pas klaar om wat te schrijven.
De wildemansroute was hetgeen ik het meest naar uitkeek in Zweden. Ik kan je nu al zeggen, ik ga hem niet rap opnieuw doen. Of toch niet op 1 dag…
Het is 6u30 wanneer de wekker gaat (en de backupwekker). Ik ga naar het servicegebouw dat bij het domein hoort en zet alvast water op voor koffie, terwijl dat aan het koken gaat poets ik mijn tanden en verfris ik mijn gezicht.
Ik laat de koffie doorlopen en pak mijn tas mee naar de hut. Alles weer netjes inladen en optuigen en intussen af en toe van de hete koffie sippen. Ondanks dat ik goed geslapen heb, heb ik het nodig, dat zwarte goud. De vensters van de kamer konden goed verduisterd worden, enkel dat raampje van de deur niet. Om half één ‘s nachts leek het of iemand daar een schijnwerper had opgezet. Ik zit inmiddels zo hoog in Zweden dat de zon haast niet meer onder de horizon zakt. Het is thans nog een klein stukje tot de poolcirkel maar het effect van midzomernachten is hier dus ook merkbaar. Het heeft dus even geduurd eer ik in slaap viel.
Ik kijk nog eens naar de weersvoorspelling en er is nog niets veranderd ten opzichte van gisteren, regen, regen en nog eens regen. Gelukkig bleek het achteraf goed mee te vallen met die voorspelde regen.
Nog niemand wakker in de buurt, de eigenaars niet, de buren niet en ook Benny de Deen niet. Het zal mij spijten maar ik ga vertrekken. Stipt om 7u30 roffelt de motor in gang en ga ik het onverhard op, terug naar de hoofdweg. Ik moet al snel meermaals stoppen voor mooie uitzichten.


Vrijwel onmiddellijk begint het te miezeren maar ik zit op koers voor de eerste stop, Hallingsafalet. De eigenares had me er gisteren op gewezen dat ik niet helemaal naar Gaddede moest rijden om dan een stukje langs de andere kant van het water terug te rijden maar dat ik een heel eind eerder ook al richting waterval kon draaien. Echter toen ik de genoemde afslag tegenkwam vond ik de kwaliteit van de weg er maar belabberd uitzien en koos ik ervoor om mijn originele route te volgen in de hoop beter af te zijn. Helaas pindakaas.
Mijn originele route ging over 25km onverhard richting waterval. Eigenlijk best nog een ok weg maar de miezer hield aan en veel miezer is ook relatief veel water. Ik kwam gelukkig niet te veel tegenliggers tegen en buiten een eenzame wandelaar en wat spelende kinderen aan de rand van de weg was er niemand te zien.

Eenmaal aangekomen stap ik af en onmiddellijk nadat ik mijn helm afzet word ik aangevallen door honderden muggen.
Later op de dag ontmoette ik trouwens iemand en vertelde hem over die ellendige muggen. Zijn antwoord ? That’s why they will never invade Sweden, because of the mosquitos.
Volgespoten met afweermiddel en ingepakt gelijk een bankovervaller ga ik het pad af richting waterval.


Best wel spectaculair vind ik en ik neem wat foto’s.

En voor de fans van het bewegende beeld heb ik deze nog:
Eenmaal op terugweg over dezelfde onverharde weg als ik gekomen ben begint het oppervlak toch een blinkende schijn te krijgen. Ik laat mijn voet even slepen en voel dat het inderdaad nat & glad is. Ik hou me zoveel mogelijk over de stroken ingereden kiezel en kom weer op de hoofdweg. Toch even lichtjes de billen dichtgeknepen tijdens die rit.
Ik heb me op het volgende stuk richting Stora Blasjon oftewel het blauwe meer bedacht of ik nog wel onverhard zou doen vandaag als het zo bleef miezeren. Gek genoeg was het vanaf toen gedaan met miezeren.
Ik rij een stukje rond het meer maar stop niet aan de supermarkt zoals ik me eerst had voorgenomen. Er stond namelijk een horde campers die hun voorraad aan het inslaan waren en ik pak het risico niet dat er weer zo’n oud dametje voor mij staat dat heel haar kleingeld op de band uitgooit en zegt, pak maar, tegen de cassière.
In het filmpje hieronder kan je een stukje met me meerijden. Door in het beeld te slepen met je vinger of muiswijzer kan je in elke richting kijken.
Iets verder draai ik af richting de kapel van Ankarede. Op zich niet veel speciaals en binnen kon je ook al niet gaan kijken maar in het café ertegenover kon je wel een heel lekker belegd brood krijgen en een tas koffie die je zoveel mocht bijvullen als je wou. Op het terras spreekt een man me aan, blijkt een natuurfotograaf te zijn die helemaal opging in AI. Hij gebruikte het vooral om zijn foto’s na te bewerken en de juiste foto’s te selecteren voor de wedstrijden waar hij aan meedeed. Ik wou niet onbeleefd zijn maar ben toch niet heel lang gebleven, de weg riep op mij.




Iets verder stop ik omdat ik vergeten ben mijn oordopjes in te doen. Een gelukje, zo blijkt, want vanaf de parking hoor ik gebulder van een waterval. Ik kan echter niet goed zien waar ik naartoe moet om er te raken en kies voor de makkelijke oplossing :D.

Terwijl ik wat sta te vliegen komt zowaar Benny de Deen voorbij op zijn Harley Davidson Road King, ik zwaai maar hij lijkt me niet te zien. Drone naar beneden laten en weer inpakken, hij zal allang weg zijn, zo blijkt.
Waar ik op de weg tot aan Stora Blasjon nog dikwijls bordjes zag die me verzochten 100km/u te rijden bleken ze deze ineens helemaal vergeten te zijn op het volgende stuk. Ik ben dan maar zo vriendelijk geweest ze er zelf bij te denken.
Het kan hier in Zweden op secundaire wegen, lekker vlot rijden. Maar als er bordjes met 70, 60, 50 of 40 staan heeft dat altijd een reden en hoewel je ze niet dikwijls ziet zijn ze er wel, de ‘Polis’.
Nog iets geleerd vandaag, je komt hier de hele tijd bordjes tegen met ‘loppis’ op. Ik dacht eerst dat de een of andere dyslecticus me wilde waarschuwen voor de ‘Polis’ maar blijkt dat loppis aangeeft dat er tweedehandsspulletjes te koop zijn op die plek.
Maar ik wijk af, terug naar de route. Ik kom intussen aan bij Gaustafallet, weer een waterval en een indrukwekkende vind ik zelf. Vooral het geraas en gebulder van het water valt op. Zeker in een land waar het op vele plaatsen gewoon muisstil is.

En voor de fans van bewegende plaatjes…
Ik maak snel plaats op de overvolle parkeerstrook voor de volgende bezoekers en sjees richting Stekenjokk bergplateau. De weg ernaartoe wordt maar in juni sneeuwvrij gemaakt. Ik heb foto’s gezien waar je tussen sneeuwmuren van een paar meters hoog rijdt.
Beneden aan de voet van het Stekenjokk plateau spot ik de hekken waarmee ze de weg afsluiten buiten het seizoen, voor wie er toch moet zijn dan is de sneeuwmobiel de enige optie.
Ik vind het niet zo erg maar de dooi heeft goed zijn werk gedaan en van die meters hoge sneeuwmuren schiet niks meer over. Links en rechts wat plakken sneeuw, meer niet. Mooi, dan kan het ook niet te koud zijn denk ik.
Ik geniet van de uitzichten die ongekend wijds zijn, voor mij toch, en stop op de hoofdparkeerplaats. Dat ligt aan een meer dat zich gevormd heeft na het stoppen van mijnactiviteiten. Hier werd vroeger namelijk koper gewonnen.
Het uitzicht vind ik spectaculair.


En voor wie zelf eens wil ronddraaien op deze magische locatie:
Natuurlijk volgt er ook weer een babbel met een man die geïnteresseerd is in mijn reisplannen en hij vraagt of ik verder richting noorden ga vandaag. Wanneer ik dat bevestig verwittigt hij me voor 20km aan wegenwerken die ‘brutaal’ zijn. Veel grote stenen en heel veel stof, het loopt ook serieus af aan de kant van de weg. Pas maar op, drukt hij me op het hart. Ik geloof hem wel maar denk tegelijkertijd: deze morgen heb ik 50km onverhard gefret, het zal nog wel meevallen.
Ik maak me klaar en vertrek weer naar de volgende stop: Fatmomakke. Hier ligt een kerkje dat je kan bereiken na twee bruggetjes over het water, te voet. Een kleine helling op en je bent er. Allez, ik met de tong op de grond want ik had mijn volledig motorpak nog aan. Het zag er namelijk uit of het kon gaan regenen … niet dus.




Op naar mijn laatste stop, Trappstegsforsen. Zoals de naam al doet vermoeden een trap van watervallen, dat klinkt veelbelovend. Een mooie afsluiter denk ik. Van de 7 watervallen op deze route heb ik er dan toch 3 gezien. Het gas er weer stevig op en ik draai na een half uurtje de parking van Trappstegsforsen op. Deze staat al goed vol met campers en auto’s. Ik placeer me tussen twee campers in, het enige plekje waar de motorfiets vlak genoeg kan staan en niet bij het minste omvalt. Spijtig voor de camper die hier had kunnen staan denk ik.
Wederom zeer indrukwekkend deze waterval, ik neem wat foto’s en laat de drone op en maak wat beelden.

Ik kijk naar de resterende route op de gps en zie dat ik zou aankomen omstreeks 16u30. Da’s mooi denk ik, dan heb ik nog een rustig avondje om wat te relaxen en te schrijven.
Maar dat was buiten de waard gerekend en die waard is toevallig ook de Zweedse wegenwerker.
Sinds Fatmomakke waren er km’s wegdek afgeschraapt en reed ik op een onderdek met lange groeven erin. Je hebt er hetzelfde gevoel op als het stuk autostrade in Lummen waar de één of andere oetlul beslist heeft om lengtegroeven in het dek te maken omwille van de verminderde geluidsoverlast. Met de moto heb ik daar het gevoel dat je de hele tijd een lijn aan het zoeken bent maar dat dat niet lukt en dat je dan lichtjes zwalpt. Awel, hier hetzelfde maar iets beter.
Ik dacht de hele tijd, amai, als dat die werken zijn waar de meneer op het Stekenjokkplateau het over had dan valt dat nogal mee.
Nee, ik had die werken dus nog niet voor de kiezen gekregen. Die begonnen 50km voor mijn eindbestemming, Vilhelmina.
Ineens staat er een camper met Nederlandse nummerplaat stil in het midden van de weg en ik maak me klaar om hem voorbij te gaan maar zie dan dat de weg ophoudt. Wat er ligt in de plaats is een scene uit de hel. Ik weet dat ik heel goed kan overdrijven maar deze keer moet je me maar geloven.
Er zijn dus vedetten van wegenwerkers die over 20km de weg hebben weggehaald, de boel wat hebben opgehoogd en dan van plan waren daar uit de kluiten gewassen kiezels in te walsen. Alleen zijn ze aan dat laatste precies nog niet toegekomen. Die oversized kiezel lag uitgesmeerd, soms in dikke lagen, soms in dunne lagen, of niet.
Dus ik in eerste instantie voorgenoemde Nederlander gelijk ne grote voorbij, zoals ik een aantal jaar geleden op de cursus gravel rijden gezien had. Recht op de voetsteunen, lichtjes door de knieën en gat wat naar achter zodat het gewicht voornamelijk op het achterwiel zit en je de voorband zijn weg laat zoeken. Allemaal goed en wel totdat die voorband ineens zegt, ik weet het ook niet meer, ik doe maar wat. Wat volgde kan ik het best omschrijven als een sessie ‘Rodeorijden op een zatte slang op de schaatsbaan’. De cursus gravelrijden ging over steentjes die 15 keer kleiner waren dan de krengen die ze hier lukraak hadden rondgestrooid. Waar ik deze morgen met licht dichtgeknepen billen op het onverhard in de miezer had gereden, awel, je kon er nu walnoten tussen kraken.
Op een bepaald moment moet ik gas lossen terwijl ik zo’n 50km/u reed en dan krijg je terug gewicht op het voorwiel. Deze had dan toch een spoor gevonden dat me aan de andere kant van de weg bracht. Gelukkig was de tegenligger nog ver genoeg af en kon ik veilig tot stilstand komen. Intussen steekt de Nederlander met de camper me weer voorbij en denk ik: fuck it, ik blijf even staan en eet me wat van die rendiersnacks die ik eerder kocht. Ik raap mijn moed bij mekaar, suggel weer naar de juiste kant van de weg en hou nu een snelheid tussen de 20 en 30 km/u aan. Nog altijd een rodeo maar eerder op de zatte slang zonder ijsbaan.
Na wat oneindig lang leek kwam ik weer wat auto’s tegen op een heel kort stukje weg dat de Zweedse vedetten vergeten waren af te graven en waar dus nog gewoon goede asfalt lag. Ik moest even wachten tot het stof weggetrokken was want de een of andere ‘idieut’ vond het nodig om met zijn Amerikaanse pick-up eens te laten zien hoe snel hij wel kon rijden. Gevolg: een stofwolk die pas na 5 minuten genoeg weggetrokken was om wat van de weg te kunnen zien. Noteer het: voor mij is iedereen die met zo’n Amerikaanse prul rondrijdt iemand die iets heeft te compenseren, vul zelf maar in wat.



Met een pak vol angstzweet kom ik aan het eind van de helleweg en krijg ik weer asfalt onder me. Nog zo’n 30km tot Vilhelmina, goed zo want ik trek het niet meer. In Vilhelmina doe ik nog boodschappen en ga ik de bak weer voldoen want enkel het laatste balkje is nog opgelicht en de boordcomputer maant me al enige tijd aan om aan het eerstkomende benzinestation te stoppen.

Ik meld me een dik uur later dan voorzien aan bij de receptie van de camping en krijg hut 3 toegewezen. Mag ik er ook de schoonmaak nog bij afnemen vraag ik, ik zie het namelijk echt niet meer zitten om morgen meer te doen dan strikt nodig om weer te kunnen vertrekken.



Ik pak uit en bel naar het thuisfront, die hebben frietjes gegeten. Ach ja, het is zondag, frietjesdag. Ik ben hier helemaal niet zo met de dagen van de week bezig. Ik heb rijdagen, geen kalenderdagen.
Ik heb wel zin om te ontspannen en koken is ontspannen voor mij. Ik heb me in de winkel spek gekocht dat ik ga combineren met pannenkoeken. Ik heb namelijk een zakje pannenkoekensnelmix van thuis meegesmokkeld, enkel melk bijdoen. Niks hoogstaand maar gewoon het proces van het koken geeft me rust. Lekker smikkelen en dan het zweet en het stof van me af douchen.

Nu weet je dus waarom het 21u48 was eer ik begon met schrijven. Ik ben blij dat ik het kan, 50 km terug had ik het namelijk niet verwacht. Het is nu trouwens 23u23, tijd voor rust. Slaapwel.