Man man, wat een dag …
Dit laatste stuk voor de Wildemansroute had een ontspannen rit moeten worden maar helaas besliste het weer er anders over. Na mijn avondeten zit ik hier te schrijven en ik moet toegeven: ik ben choco.
De wekker (en backupwekker) ging stipt om 6u30 af. Een blik naar de buitenlucht vanuit mijn gezellig hutje voorspelde al niet veel goeds; grijs en grauw zag het. Ik nam het weerbericht erbij en men voorspelde regen, veel regen. De thermometer tikte ook maar net 10°C aan dus pakte ik al de binnenlagen van motorbroek en -jas en ritste ze terug op hun plaats, dat zou zeer nodig blijken.
Tijd voor koffie en nog een toiletbezoek voordat ik de boel terug opzadel. Het vuilnis nog wegdoen en de sleutel terughangen om dan om 8u weer tarmac onder me door beginnen te jagen.

Het begon allemaal droog, dus begon ik al te hopen op een beetje geluk, maar na een klein uur mocht ik al noodgedwongen stoppen om de op de motor gemonteerde camera veilig weg te bergen vooraleer ie verzoop. Het begon met tiktiktik op de helm en voor ik het wist was het een continue stroom van water.
Wanneer ik in Ytterhogdal passeer, is het eventjes gestopt met regenen en stop ik ook maar voor een foto.

Ik maak vervolgens een stop in Ratan, niet om de motor te tanken, maar om koffie te zoeken. De shop is helaas gesloten en gaat pas over een uur open, balen. Er stopt ook een busje met jongeren die aan de deur gaan rammelen. Eentje ervan kent het hier blijkbaar en die pakt zijn telefoon en begint een hele uitleg te doen. 2 minuten later zwiert de deur open. De bende gaat binnen en ik denk: dat is mijn kans. De deur bleek echter weer gesloten achter hen. Een tikje op het raam trekt de aandacht van de eigenares en jawel, ik mag koffie kopen :). Naast de koffie pak ik nog een snack mee van rendiervlees. Ik ben benieuwd hoe dat gaat smaken.

Ik zet koers richting Orrviken, waar de Moose Garden ligt aan het Storsjön meer.
Onderweg stop ik eerst nog even in Sanne om volgende plaatje te schieten van het Storsjön meer.

Aangekomen op de parking van Moose Garden zie ik een koppel langer dan normaal naar mijn nummerplaat kijken … Ik kan het al raden en vraag: nog Belgen? Jawel hoor, Ronald en Hilde van het Pajottenland zijn onderweg voor een 5-weekse vakantie. Ze zijn beiden gepensioneerd, dus het kan wel. Samen wandelen we naar het café van de Moose Garden. We horen dat er net een tour geweest is en dat we binnen een uur, om 13u dus, aan de volgende kunnen deelnemen. Even getwijfeld, maar ondanks alle beloften die de waarschuwingsborden langs de weg me deden, had ik nog geen eland gezien. Een uurtje wachten vond ik dus wel kunnen. Zeker met een koffie, kaneelbol en het gezelschap van Ronald en Hilde.





Stipt om 13u was iedereen buiten verzameld en begonnen we eraan. De gids vertelde o.a. dat een eland’s gewei tussen de 2 en 3 cm per dag kan groeien en daarmee het snelst groeiend gewei ter wereld is. Ook wist ie te zeggen dat kaas gemaakt van elandmelk wel 750 euro per kilo kan kosten en dat elandpoep steriel is, maar dat we het maar niet moesten testen.

Ze hadden ook een 3 weken oud elandkalfje dat ze naar ons toelokten met een fles melk. Koddig om te zien.

De grote hieronder heette John en at ettelijke kilo’s aardappelen per dag. Niet een eland’s normale dieet maar John was al wat ouder en werd verwend.

Haast de hele tour ging door in de regen en na een uur was ik toch weer blij dat het gedaan was. Na afscheid te nemen van de twee andere Vlamingen ging ik weer over het onverhard richting hoofdweg naar Ostersund met het idee om het Jamtli museum te bezoeken. De vele regen onderweg deden me echter beslissen om niet weer te stoppen, de boel uit te trekken en achter slot en grendel te steken. Deze boer ploegde voort.
Kort na Ostersund zie ik net te laat dat aan een bushalte een motard geknield naast zijn motor zit. Ik kan pas een paar km verder draaien en keer terug. Ik stop bij de onfortuinlijke Oekraïense motard en zie dat hij zijn band aan het stoppen is. Met wijzen en gesticuleren communiceren we want hij spreekt geen Engels. Ik help hem zo goed ik kan en wanneer de lucht van zijn pomp in de band lijkt te blijven nemen we afscheid. Hij kon het wel alleen af maar leek het gebaar wel te appreciëren.
Zo’n 50km verder lijkt het me een perfect moment om te tanken, de weergoden vonden dat ook en wilden me precies helpen door ook nog eens een hele hoop water op de motor te kletsen.
Hoe raar het ook mag klinken en hoe zagerig ik ook overkom, liever dit dan die 38 graden van dag 1. Intussen is het kwik ook gestegen naar 19 graden.
Een stukje voor Stromsund is het tijd om de laatste etappe van de dag te laden, het is dan een uur of vier. In Hammerdal stop ik om de gps in te stellen en nog een koffie aan me in te gieten. Op de parking ontmoet ik een Duits gezin. Man, vrouw en dochter zijn alledrie met de motor onderweg. Een rondje Zweden met de familie, leuk. Ze vragen me waar ik naartoe ga en vertel hun mijn reisplan. Noorwegen willen ze ook nog doen, moet mooi zijn. Ik ga het weten te zeggen binnenkort denk ik. Ik krijg nog een compliment over hoe goed dat mijn Duits is en of ik dat in Zweden geleerd heb. Ik vertel hen dat ik uit België kom en dan snapten ze het wel. Toch lang geleden hoor dat ik nog Duits gehad heb op school. Ze waarschuwen me nog voor het hogere noorden, de rendieren zijn helemaal gek daar, ze lopen zo voor je in beweren ze. Ze hadden een andere Duitser zelfs in de gracht zien liggen omdat ie met de motor moest uitwijken voor zo’n ding. Jawadde, merci voor de verwittiging. Ik wens hen een behouden maar vooral droge tocht verder terwijl ze hun regenpakken aansuggelden.
Verderop in Stromsund nog maar even aan de supermarkt gestopt voor aardappelen, champignons en steak, ne mens moet toch iets stevig eten na zo een verregende dag he.

50 km verder op de route komt de zon piepen en kom ik weer langs een gigantisch meer en zie ik het bordje staan dat me naar mijn slaapplaats wijst. Zoals alles in Zweden, als het de moeite waard is moet je er een gravelweg voor over hebben.


Eens aangekomen komt een man buitenwandelen met een tas koffie die later Benny blijkt te heten, een Deen die hier ook verblijft en met wie ik hier zit te keuvelen en darts te kijken terwijl ik dit aan het schrijven ben.
De man die iets verder met een bosmaaier staat te zwaaien blijkt de eigenaar te zijn en hij stelt zich voor als Willem. Dat is nogal een Nederlands klinkende naam zeg ik. Klopt zegt hij, ik ben ook Nederlander :). Hij roept zijn vrouw erbij die me de nodige uitleg geeft waarna ik mijn intrek neem.


Bellen naar het thuisfront blijkt hier geen evidentie, geregeld valt het signaal weg en vrouwlief stuurt een berichtje met de boodschap morgen maar opnieuw te bellen.
Ik begin aan het avondeten en de obligate afwas waarna ik de drone nog even oplaat en aan het schrijven begin.


Benny is er intussen bij komen zitten en we hebben best een leuke babbel. Hij is een gepensioneerde schrijnwerker die nu de tijd heeft om 40 000 km per jaar met de motor rond te knallen. Hij gaat morgen ook de Wildemansroute doen maar heeft niet zo’n strak schema, ik zie wel waar ik uitkom naargelang het weer toelaat vertelt hij me. Die luxe heb ik niet maar ik kijk er wel enorm naar uit naar die Wildemansroute, benieuwd wat morgen brengt…