Dag 3: kalmaan beginnen

Kalmaan beginnen, het is immers vakantie.

Om 7u10 maakt de wekker me wakker, dat bleek toch nodig vandaag na 2 fysiek intense dagen. Ik zet water op voor de koffie en ga aan de was voelen die ik gisterenavond naar binnen heb gehaald om verder te drogen. Nog een uurtje of zo schat ik, dan moet ie helemaal droog zijn.

Ik moet me niet haasten vandaag, denk ik. Er staan maar 320 kilometers op het programma en er zijn maar 2 stops gepland … tijd zat dus.

Ik neem mijn koffie mee naar het terras en geniet nog eens van het uitzicht op het meer. Ik haal binnen de minisandwiches die ik gisteren onderweg gekocht heb en besmeer er een paar met chocopasta en een paar met confituur die ik van thuis heb meegebracht. Normaal gezien ontbijt ik niet, maar ik neem het er maar eens van, zeker met zo’n zicht.

Stilletjesaan alles weer inpakken en naar de moto dragen, ook de was die intussen helemaal droog is.

Ik heb blijkbaar wel heel op het gemak gedaan, want het is intussen 9u gepasseerd. Nog even het vuilnis wegdoen en de sleutel op de afgesproken plaats steken, en dan kan ik de moto weer uit het grind van de parkeerplaats sleuren. Allemaal leuk en wel dat grind, maar er telkens een half ingezakte moto uit moeten duwen zal geen hobby van mij worden.

Mijn wens van gisteren dat het vannacht niet zou regenen is helemaal uitgekomen en met gerust gemoed kan ik de paar kilometer onverharde weg richting hoofdweg zonder slippartijen afleggen.

Vanaf de hoofdweg gaat het richting Sunne en van daaruit naar Torsby maar niet zonder eerst een stopje te doen op het uitzichtspunt van de Tossebergklätten.

Hierna zet ik koers naar Varnasmon om de tank bij te vullen. Eerst van de motor, daarna van mezelf. In het winkeltje van Mac45 koop ik wat frisdrank en beleg om bij de resterende sandwiches te consumeren.

Ik loop er eerst een motard tegen het lijf die met zijn KTM van heel ver kwam, 200 km is blijkbaar een hele afstand om te doen op zo’n KTM, om zijn ouders te bezoeken.

Terwijl ik zit te smikkelen aan een picnicbank zet er zich een andere motard bij. Ik had hem voor ik het winkeltje binnenging zien stoppen met zijn Husqvarna. Hij vroeg me waar ik naartoe ging deze reis en toen ik de Noordkaap zei, vertelde hij me dat hij hoopte er ook te raken. Hij had nog 19 dagen, zei hij, vooraleer hij zijn vrouw moest gaan ophalen op de luchthaven in Stockholm. Ik had al een vermoeden dat hij niet de tarmacwegen volgde, maar de TET, oftewel Trans European Trail. Valt het wat mee, die TET, vroeg ik? In tegenstelling tot mij had hij gisteren de ganse dag door plensbuien moeten doorstaan en had hij ook nog redelijk wat tijd verloren met een boom die over de trail gevallen was, maar voor de rest was de TET dikke fun. Hij moest wel dringend om een nieuwe achterband zo bleek; de noppies hadden hun beste tijd inderdaad gehad. Een half uurtje later namen Per en ik afscheid en wensten we mekaar een veilige reis toe.

Vanuit Varnasmon draai ik richting Malung en zo verder naar Mora (niet die van de frituursnacks).

Ik had het niet voorzien, maar na 30 km achter een sliert auto’s, bestelwagens en vrachtwagens te hangen had ik de achterkant van die grijze camionette wel lang genoeg gezien. Het kwam qua planning niet uit maar blijkbaar is er net voor Mora ook een camping gericht op motorrijders. “Red Wings Mora MC clubb” heet het voor wie het wil wagen. Ik besloot toch even in Mora zelf halt te houden aan het Siljan-meer.

Totnogtoe qua weer een topdag gehad, vertrokken bij 14°C nadat ik de voering terug in mijn jas gestoken had en intussen de 19°C al aangetikt. Voor mij hoeft het niet meer te zijn, dacht ik, maar wacht even, daarachter ziet het zo grijs en ik moet mijn geplande bezienswaardigheden nog doen …

Vlak na Mora krijg ik een korte plensbui over me, niks ergs zolang het maar niet te lang duurt. Mijn eerste bezienswaardigheid ligt namelijk niet langs de verharde weg. Je moet er via onverharde wegen naartoe die wel eens in glijbanen durven veranderen als het te lang regent.

Ik kom aan de afslag voor Storstupet, of toch volgens mijn gps, en ga het onverhard op. De eerste plassen duiken op en ik manoeuvreer me er behendig langs, je weet niet wat eronder ligt, dus maar beter voorzichtig. Gelukkig bleef het verderop droog en kon ik zonder al te veel moeite de “parking” van Storstupet bereiken. Meer dan een open plek tussen de bomen was het niet.

Een afdalinkje later stond ik eraan, Storstupet, de eerste waterval van velen die ik op deze reis ga bezichtigen.

Na de drone terug opgeborgen te hebben was het tijd voor de laatste 70km tot mijn slaapplaats in Hamra.

Een 25km voor Hamra ging ik ook nog even kijken aan de Noppikoski-waterval.

Hier in Noppikoski lag trouwens het enige benzinestation/restaurant/winkel dat ik in dik 100km ben tegengekomen. Ik wilde me deze avond een risotto met champignons maken, maar ik denk niet dat ze hier parmezaan noch champignons verkopen, bedacht ik me. En gelijk had ik. Binnen was er een scheefgezakt schap met droge voeding, een schap met wasproducten, een frigo met drank en een frigo met boter, worsten en plakjes kaas. Ik wist met zekerheid dat er tussen Noppikoski en Hamra geen winkels meer op de route lagen, dus nam ik de plakjes kaas en de worsten maar mee, tezamen met een fles Fanta.

Door naar Hamra dan maar. Gelukkig was de kampplaats goed aangeduid met wegwijzers, anders zoef je er zomaar voorbij. Ik had onderweg al instructies gekregen over de cabin en reed er dan ook maar onmiddellijk naartoe.

Eerst alles afgeladen om dan een telefoontje naar het thuisfront te plegen, nu ik sinds lang terug een balkje ontvangst had. Tijd om te beginnen aan mijn geïmproviseerde risotto. De risottorijst had ik als ‘basisingrediënt’ van thuis meegebracht. De plakjes kaas snijden tot kleine blokjes die makkelijk wegsmelten, bouillon opzetten en de worst in plakjes opbakken.

Samen met de rijst die ik in mijn bagage heb zitten tot een resultaat gekomen dat er misschien niet uitziet, maar dankzij adequate kruiding best te pruimen was :D. Een mens wordt in de juiste omstandigheden veel minder kritisch, zo blijkt.

De rit van vandaag was een mooie, de hele tijd tussen naaldbossen vertoefd, geregeld door grote en kleine meren vergezeld. Een paar mooie stops gedaan en vooral goed kunnen doorrijden. Het mag dan hoogseizoen zijn hier, maar zowel in de steden als daarbuiten is daar weinig van te merken. Gelukkig maar, want het laatste wat je als motorrijder wil, is achter een resem campers en autobussen hangen die de schwung uit de rit halen. Op momenten werd ik, die al met de maximumsnelheid flirtte, voorbijgestoken door wat locals leken te zijn. Die hadden zo’n haast dat ik me de bedenking maakte dat die misschien wat vroeg het blauwe pilletje achter de kiezen hadden gestoken en em nog stijf thuis wilden krijgen. En thuiskomen kan hier wel even duren, zo lijkt het; alles ligt hier zo ver uit mekaar. Je bent dat als Belg die altijd van dorpskern naar dorpskern rijdt niet gewend. Het is wennen, maar tegelijk is het ook een magnifiek gegeven, die ongereptheid. Ik vond dat al geweldig aan Schotland maar hier geeft het me evenzeer kriebels.

Zo, tijd om te rusten voor de volgende etappe … slaapwel.