Dag 26: nostalgie

Een stukje nostalgie opzoeken en voorbij Hamburg geraken, dat waren de doelen vandaag. Ben ik daarin geslaagd ?


Weeral een slechte nacht achter de rug wanneer de wekker gaat om 6u. Te dikwijls moeten opstaan. Om een mug te vangen, om naar het toilet te gaan, om de verwarming af te zetten omdat het te warm was geworden, om mijn hoofdkussen te zoeken dat op de grond was gevallen, omwille van een steek in mijn schouder. Ik denk dat ik alle redenen gehad heb. Maar … 1 van mijn onderbroeken is tenminste droog. De laatste keer dat ik geluk heb gehad met was doen en drogen op een camping moet wel van op die camping op de Lofoten geleden zijn denk ik.

Wasmachine en droogkast zijn dikwijls een dag van tevoren vast te leggen of je kan McGyver spelen om een proper onderbroekske aan te kunnen doen. Ik had er natuurlijk ook wat nieuwe kunnen gaan kopen maar dan had ik weinig te vertellen daarover he. Gisterenavond ook weer wat gewassen en te drogen gehangen. Dat drogen ging weer niet vooruit buiten, dus een constructie met 2 (bezem)stelen boven een radiatortje moest de boel helpen drogen.

Ik zwaai de deur van mijn hut open om weer naar het toilet te gaan en het regent. Ik had gehoopt na de stortbui van gisterenavond dat alles eruit gevallen was maar dat was dik tegen mijn tjip.

alt

Gelukkig heb ik een afdakje boven het terrasje van mijn hutje en kan ik mijn hebben en houden daar op kwijt zodat ik methodisch kan inpakken want in de hut lijkt een bom ontploft. Alles weer methodisch ingepakt, het is haast een automatisme na bijna 4 weken. Wel zien dat ik die fles Aquavit die ik op de ferry vanuit Noorwegen gekocht heb goed tussen de kleren en handdoeken steek zodat ze wat beschermd zit. Ik rits nog snel de waterdichte lagen in broek en jas want het weerbericht belooft de hele dag regen.

Kuisen, doosje en sleutel terugbrengen en starten maar. Het is nog maar half acht en dan nog eens zondag, het spijt me lieve campingcollega’s maar de deze gaat in de regen plensen. Mijn eerste stop is een opwarmertje en ligt op de route naar Esbjerg waar mijn eerste echte stukje nostalgie terug te vinden is. In Varde hebben ze echter precies nogal veel wandelzones een éénrichtingsstraten gecreëerd waar mijn gps nog niet van op de hoogte is. Wat uitzoomen en op het zicht naar het symbooltje van de kerk rijden. Nog niet veel volk in die wandelzones zo vroeg … gelukkig.

Ohja, die regen heb ik na 10 kilometer achter me kunnen laten en dat de hele dag door, goed hè.

Van hieruit in één trek door naar Esbjerg op haast lege wegen, wat een zaligheid. Ik moet wel nog altijd oppassen voor grind en gravel op kruispunten en in bochten, ik kan er nog altijd niet bij hoe dat systematisch op die plekken lijkt uitgestrooid te zijn.

Om 8u40 draai ik de parking op van het visserij- en zeevaartmuseum in Esbjerg. Hier komt het nostalgisch momentje. Jaren geleden zijn we hier met het gezin geweest tijdens een vakantie in Jutland, Denemarken. Het is hier nog niks veranderd zie ik. Open doen ze pas om 10u en daar kan ik niet op wachten. Ik herinner me nog dat je binnen in grote ronde aquarium vissen kon aaien, dat je buiten ook door een vissersboot kon wandelen en de zeehondenshow was ook erg leuk toen. Vanuit mijn ooghoek zie ik de 4 mannen die naar de zee kijken, een kunstwerk wat verderop.

Man, dat was een leuke vakantie, we zijn toen ook naar Billund geweest, naar het Legopark. En ook naar waar ik nu naartoe vertrek.

Onderweg naar het tweede nostalisch plekje stop ik even aan de Circle K. Ik heb deze morgen om snel weg te zijn maar geen koffie gedronken en ook nog niets geknabbeld. Een cappucino en croissant gevuld met jam later ben ik er weer vandoor.

Ribe is mijn bestemming en wel meer bepaald het Vikingcenter. Het is het Bokrijk van Denemarken of toch het gedeelte openluchtmuseum. Hier beeldt men uit hoe de Vikingen vroeger leefden en handelden. Hun gewelddadigheden zijn hier niet te zien, het moet nog een beetje kindvriendelijk blijven, nietwaar?

Om 9u45 kom ik aan en er staan al een paar gezinnen te wachten tot ze de deuren opendoen om 10u. Toen we hier een aantal jaar geleden waren was het laat op het seizoen en waren de figuranten die het Vikingleven uitbeeldden weer naar huis. Ik zie in de verte iemand in een tenue lopen die je vandaag de dag niet in het straatbeeld ziet en ik gok dat ze er nu wel nog zijn, de figuranten. Ik kan het me timingsgewijs wel permitteren om hier heel even te blijven.

De deuren gaan open en ik koop een ticketje en loop doorheen het domein. Niet alle Vikingen zijn precies even wakker, er lopen er nog met een smartphone in de hand rond :). Wanneer ze zien dat de kijklustigen eraan komen vallen ze helemaal in hun rol. Ze gaan hout klieven, ontbijt maken op traditionele wijze of hun ambacht uitoefenen. Ik zie een pottenbakker, wever, juwelier, houtsnijder en zoveel meer. Een kok in een veldkeuken staat er ook maar die is nog niet teveel aan het verrichten. Ik doe geregeld een praatje en het blijken mensen te zijn die uit verschillende landen komen, Denen natuurlijk maar ook Nederlanders, Fransen, Duitsers, … komen hier figurant spelen tijdens hun verlof.

In de ambachtswoningen en in de koninghal is het veelal donker. Verlichten gebeurt middels kaarsen en her en der brandt een klein open vuur. Alleen de kerk is redelijk goed verlicht en heel kleurrijk versierd. De figuranten lijken in traditionele tenten te slapen maar hebben, gelukkig voor hen, wel modern sanitair ter beschikking dat in een ambachtswoning is verstopt.

Ik spot tijdens mijn wandeling hier links en rechts wat leuks en neem er een foto van. Ik merk blij op dat de boot waar ze jaren geleden nog aan werkten nu wel af is geraakt. Ze hebben dit zonder moderne hulpmiddelen klaargekregen, knap.

Ik verlaat het terrein en voel me opgelaten, heel leuk om terug te zien en zeker om eens het totaalplaatje te krijgen dankzij de figuranten.

Het is nu tijd om doel nummer 2 te verwezenlijken en dat kan maar op 1 manier, door gas te geven. Ik sta 50 kilometer later niet ver van de Duitse grens om de volgende etappe in de gps te laden. Aangezien het middag is ga ik ook even de winkel aan het benzinestation binnen en kom weer buiten met deze buit in handen. Tanken doe ik er niet, ik raak nog makkelijk in Duitsland waar de benzine toch een stukje goedkoper is dan hier.

Ik had gelijk ne felle gezegd, doe die worst met Jalapeno maar. Was ik blij dat er die bevroren Fanta bij had genomen om mijn gehemelte terug af te koelen.

Niet lang na dat culinair hoogstandje was het tijd om de motor zijn dorst te lessen, in Duitsland natuurlijk.

In Duitsland had ik nog 1 stop te doen. Friedrichstadt, ook wel Klein-Amsterdam genoemd omwille van zijn grachten. Daar toegekomen was er een parkeer- en verkeersinfarct nog erger dan die aan de Latefossen zeg ik u. Ik krijg de motor toch gestald en neem een parkeerticketje, de eerste keer op deze reis. Heel lang kan ik niet blijven en ik ga gezwind door de hoofdstraat om uit te komen op het grote plein waar een soort volksfeest/kermis/foodtruckfestival aan de gang is. Er heerst wel een heel leuke sfeer en het is er reuze gezellig. Hieronder vind je 10 minuten Friedrichstadt in 10 foto’s (tijd om van parking naar centrum te wandelen en terug niet meegerekend :p ).

Terug op de parking ben ik juist op tijd om een Duitser de velg van zijn BMW 520i te zien ‘schammeseren’ aan de stoeprand in een poging toch maar een parkeerplekje te bemachtigen. Zijn madam is duidelijk not amused. Ikke schrik, ikke rap weg.

Ik moet al een tijdje plassen en ik kom maar geen openbaar toilet of andere geschikte buitenruimte tegen. Onderweg naar Hamburg stop ik dan maar even op een parking en ga achter de struiken. Wanneer ik, na het plassen natuurlijk, op de gps kijk om te zien hoe lang ik nog moet rijden vertelt ie me dat er in Hamburg 50 minuten vertraging te verwachten is. Op een zondagnamiddag! Nu, elke Duitser die ik gesproken heb tijdens deze trip is er kwaad over. Dat duurt nu al jaren zeggen ze en er gebeurt niks aan. Ik was dus verwittigd en had al een reserveplan klaar. Ik zou de ferry over de Elbe nemen in Glückstadt en zo niet meer Hamburg moeten doorrijden om ten westen van Hamburg naar mijn overnachtingsplek te rijden.

20 kilometer nadat de autoweg van 1 rijvak veranderd was naar 2 rijvakken en dus een volwaardige ‘Autobahn’ geworden was zonder snelheidslimiet moest ik er weer vanaf. Ik kon nog wel even genieten van het schouwspel waarbij een Skoda met zijn lichten plimpte om de Porsche voor hem aan 200km/u aan te manen even plaats voor hem te maken. Zotte Duitsers toch.

Via wat slingerwegjes en dorpskernen kom ik aan de ferry. Of toch de rij die staat aan te schuiven voor de ferry want de gps zegt dat ik nog 1 kilometer moet rijden. Dat is pas een wachtrij hè ? Ik sluit achteraan in de rij omdat ik niet zo goed weet of het hier wel ok is om met de motor naar voor te rijden. Een paar seconden later stoppen 2 motorrijders langs mij, Duitsers zijn het, en ze zeggen van mee te komen naar voor.

Al wachtend op de ferry praten we wat. Zij vertellen me over hun paar dagen op de Trans European Trail in de buurt en ik zo bondig mogelijk over mijn haast 4 weken durende trip die morgen een einde kent.

De ferry komt al snel vind ik, ik dacht dat ik er pas een had zien vertrekken. Jaja zegt een van de mannen, er varen continu 4 ferries tussen Glückstadt en Wischhafen. Kan ook niet anders als er zoveel volk de oversteek wil maken natuurlijk. We varen de Elbe over en ik ben deftig onder de indruk. Wat is me dat een brede rivier.

Eens aangemeerd murwen de mannen zich tussen het busje dat vooraan staat en de scheepswand door en ik volg. Het past net. We kruisen een rij wachtenden van ook zeker een kilometer lang, geschift gewoon. Ze moeten een stukje dezelfde kant op als ik en als ze rechtsaf slaan zwaait de achterste met zijn hand. Tschüss.

De 50 kilometer die me resten gaan niet zo vlot. Vele dorpskernen worden aaneengeregen en bijgevolg rij ik kilometers aan een stuk 50 km/u. Wanneer je dan toch even richting 100 km/u aan het optrekken bent dient de volgende dorpskern zich weer aan. Ik mag op het laatste toch nog een beetje gas wanneer ik 5 kilometer Autobahn mag doen. Wat ? Nu al voorbij die 5 kilometer ? Blij dat mijn bagage goed vasthing :).

Ik rij naar Guderhandviertel, naar de familie Stechmann. In hun boerderijwoning heb ik een apartementje gehuurd. Ik bel aan en de man des huizes, Holger, begroet me. Ferme boerderij zeg ik. Ja zegt hij, doe ik nu 20 jaar. Voorheen zat ik in de energiesector. Allez zeg ik, dat is toevallig. Ik werk bij een distributienetbedrijf (in Deutsch mit Haare drauf sage ich das). Zijn vrouw komt ook buiten en zegt aiaiai, nu ben je over iets begonnen, jij bent nog niet klaar. Jama zeg ik, ik moet ook nog eten. Ze raden me aan naar de camping iets terug op de weg te rijden en te zeggen dat zij me gestuurd hebben. Normaal mogen alleen campinggasten daar eten maar voor mij maken ze wel een uitzondering als ik zeg dat de Stechmann’s me gestuurd hebben.

We spreken nog af waar ik de motor mag zetten straks en ik ben weg naar de camping. Ik ga binnen en meld dat de Stechmann’s me gestuurd hebben. Eten kan maar pas om 18u, eerder beginnen we er niet aan zegt de gastvrouw. Ik vraag dan maar een grote Cola en zet me op het terras. Stipt om 18u komt de bazin van de camping me vragen of ik nog iets wil eten. Jazeker zeg ik, wat heeft u? Alvast geen keuzestress vandaag, niks te kiezen, 1 gerecht maar wel in 2 varianten. Aardappelsalade met weinig of met veel vlees. Mit viel Fleisch bitte.

De andere groente kan je moeilijk zien, het was namelijk de ui in de aardappelsalade. Sappig lekker vlees, dat wel maar wat groen had er niet tussen misstaan. Soit, ik heb gegeten en kan dus terug naar de boerderij.

Afladen, de motor stallen en dan dringend naar het toilet want ik heb uiteindelijk 2 van die halve liters Cola gedronken. Nog een klapke met de heer des huizes waarin hij vraagt van welke regio ik ben in België. Limburg zeg ik en hij glundert. Dat kent hij zegt hij, ze gaan er geregeld naar een vestiging van Center Parcs. Hun vaste uitstap is dan het Jenevermuseum in Hasselt om twee kartons van de jenever te kopen die in geen andere winkel, noch online, te krijgen is. Of ik er ene wil proeven? Nee dank je zeg ik, niet als ik met de motor onderweg ben, ook niet ‘s avonds. Onze biertjes lust hij ook wel zegt hij maar daarvoor gaat hij graag naar een echt café, bij Center parcs hebben ze enkel schijtbier zegt hij. Heineken dus.

Ik raak uiteindelijk toch in mijn appartementje en kan me douchen en die ene droge onderbroek aantrekken. De andere twee heb ik opgehangen en zijn nu ook haast droog. Ik vind trouwens nog een leuke attentie op de tafel in de woonruimte. Een kom kersen, abrikozen en nectarines. Blijkbaar allemaal van eigen kweek. Ik heb ze mij laten smaken.

Zo, morgen het laatste stuk naar huis. Ze voorspellen weer een ganse dag regen maar hopelijk heb ik evenveel geluk als vandaag en weet ik ook morgen de dans te ontspringen.