Uitgewaaid, dat vat nog het beste samen hoe ik me voel. Uitgewaaid als in: een kaars die wordt uitgewaaid. De ganse dag, zowel in Noorwegen als het kleine stukje Denemarken, hebben de motor en ik tegen de wind gevochten. Zelfs nu ik hier in mijn hutje zit te schrijven bij een dampende kop koffie loeit de wind nog ongenadig hard. Ik heb medelijden met de Noors-Australische motorrijder in zijn tent hier 10 meter verder. Ik heb niet zoveel kilometers gereden vandaag, maar ben toch helemaal op. Als zowel de Noorse als de Deense vlaggen de ganse dag strak gestaan hebben, de maïs en het gras bijna plat tegen de grond lagen en het stemmetje van de gpsdame de hele dag onverstaanbaar was … dan heeft het hard gewaaid.
Ik word wakker gepiept door de wekker. Het is 6u50. Vandaag staat er niet zoveel op het programma, de ferry halen en onderweg nog 2 plaatsjes bezoeken. Mijn slaapplaats in Denemarken is ook maar 50 kilometer rijden vanaf de ferrykaai. Buiten is het reeds 19°C maar het is wel mistig en alles is klam.



Ik veeg de druppels van het motorzadel af en ga inpakken. Tegen dat ik klaar ben met poetsen is het 8u30 en ziet het er al veel beter uit. In het dal waar de camping gelegen is, is nog geen zuchtje wind te bespeuren.

Ik had ervoor kunnen kiezen nog wat langer te slapen en de snelste weg naar de ferry te nemen maar ik wilde het laatste er nog uitpitsen.

Ik rij uit het dal omhoog en voel em al aanzetten, de vijand van vandaag, de wind. Wat tunnels later mag ik weer van die winderige weg af en duik ik weer naar beneden en rij ik richting Nordberg. In Nordberg ligt een gelijknamig fort dat deel uitmaakte van de Atlantische muur van de Duitsers in WWII. De weg ernaartoe is mooi en het asfalt is haast perfect, zoals heel dikwijls in Noorwegen. Alleen is die verdomde wind me gevolgd naar dat haast perfecte asfalt en is het bikkelen om mijn rijlijn te behouden. Ik kom er rond 9u30 aan.






Eigenlijk opent de site pas vanaf 10u maar dat is niet erg, ik heb toch geen tijd om lang te talmen als ik nog dat andere plekje wil bezoeken en ten laatste een uur voor afvaart, zoals dat hoort, ingecheckt aan de ferrykaai wil staan.
Dat andere plekje heet Lista en daar staat een vuurtoren, weer een volwaardige vuurtoren zoals ik ze graag heb. Ik ben er snel vanuit Nordberg omdat ik voorbijsteek wie te traag naar mijn zin rijdt. En vandaag is dat zowat iedereen.
Van ver zie ik al dat op de parking aan de vuurtoren van Lista nog geen leven te bespeuren valt. Ook deze bezienswaardigheid opent pas om 10u de deuren. Op de weg ernaar toe wel een eenzame fietser die kromgebogen over z’n stuur tegen de wind zichzelf een weg baant… . Gelukkig was er geen poort of deur te bespeuren en kon ik zo de plaats betreden.






Op weg terug naar de motor zie ik een paar medewerkers het café openen en de stoelen buiten zetten. Het is dan 9u45 en 21°C volgens de thermometer al voelt het niet zo. Ik rits mijn jas goed dicht en start de motor. Ik heb nu nog 100 kilometer te gaan waarvan zo’n 30 kilometer via kleine weggetjes.

Na Lyngdal volg ik de E39 die pas luttele kilometers voor Kristiansand verandert in een tweevaks autosnelweg waar je 110 km/u mag rijden. Het hele stuk ervoor was het haast de hele tijd noodgedwongen in de rij meerijden, behalve wanneer de stroom tegenliggers eventjes onderbroken werd en ik een versnelling naar beneden kon stampen om zo op toeren wat minder vlotte medeweggebruikers achter me te laten. Op die manier belandde ik rond 11u40 in Kristiansand aan de ferryterminal. Natuurlijk werden deze laatste 100 kilometers ook boksend tegen de wind afgelegd, ik was echt blij dat ik er was.
Mijn reservering voor de ferry moest nog omgezet worden in een ticket. Ik was per abuis naar het gebouw gereden waar de passagiers zonder voertuig moesten inchecken. Men verwees me door naar de weg 200 meter terug in de richting waar ik van kwam.
Die weg stond tot haast aan de hoofdweg vol met wachtenden. Het was intussen 28°C en puffen geblazen. Ik zie dat er echter nog een strook is waar niet opstaat dat ik er niet op mag rijden. Ik schuif op en kom in een mum van tijd heel wat korter aan de check-in. Iets later gaat een medewerker van Fjordline mensen in die hele lange rij aansporen om ook die vrije laan te gebruiken.
Ik mag aanschuiven in baan 22 zegt de vriendelijke medewerkster van de check-in. Ik kan langs andere reeds ver gevulde rijen tot redelijk vooraan rijden, tot net achter wat andere motorrijders.



Ze groeperen ons weer en dat is een goed teken, dan mogen we eerst oprijden weet ik al. Ineens roepen ze de motorrijders naar voren terwijl de ferry er nog niet is. We mogen vlak voor het oprijvlak gaan wachten. De motorjas frommel ik bijeen en maak ik vast op mijn reistas op de duozit, dat scheelt zo dadelijk al wat ‘gehampfel’ denk ik. Niet veel later legt de ferry aan en na het ontschepen van de voertuigen mogen de motoren inderdaad eerst aan boord. Strak tegen elkaar parkeren en vastmaken met spanriemen is de opdracht die we krijgen van een van de crewleden.



Wat een beest is dit zeg, 110 meter lang en 31 meter breed lees ik later aan boord. Er kunnen een dikke 400 voertuigen mee aan boord en zo’n 1200 passagiers. En aan die passagiers wordt gedacht, er staan meer dan genoeg comfortabele zetels en er zijn 2 ‘afhaalrestaurants’. Je bestelt en betaalt aan een kiosk en na een tijdje roepen ze je nummer en haal je je bestelling af. Er zijn ook 2 zonnedekken voorzien voor wie buiten wil uitwaaien en er zijn ook speciale voorzieningen voor meegereisde honden.


Ik ga eens kijken op het zonnedek maar het waait er me te hard en de zon brandt.


Er is aan boord ook een tax-free winkel die opengaat wanneer we op volle zee zitten waar ik ook nog even doorwandel en de bestelling van het thuisfront zoek. Tijdens die wandeling laat de kapitein weten dat ze al de hele dag kampen met een vertraging van een 40-tal minuten en dat we daardoor wat later als voorzien op de bestemming zullen aankomen.

Wanneer ik me nog eens aan een zonnedek waag kijk ik naar beneden en zie ik met welke kracht de catamaran door het water klieft. Bijna 51500 paarden zijn hier aan het werk.

Ik eet iets kleins en ga in een van de comfortabele zetels zitten die ook nog wat achterover kunnen. Ik doe zelfs een klein dutje tot ik de kapitein ineens hoor zeggen dat we over 20 minuten aankomen in Hirtshals. Wanneer we op 5 minuten van aankomst zijn wordt iedereen verzocht naar zijn/haar voertuig te gaan. Ik zie dat alles nog staat zoals we het achtergelaten hebben. Ze hebben alleen de laatste vrije meters tussenin nog volgestoempt. Als eerste op het schip betekent zeker niet als eerste eraf ;).

We zijn wat later aangekomen dan voorzien, dat is niet zo erg. De wind die ik in Noorwegen heb moeten bevechten is blijkbaar mee overgestoken en is zelfs nog straffere kadé geworden. Ik heb wat stops voorzien voor de laatste 50 kilometer van de dag maar begin meer en meer te voelen om zo snel mogelijk binnen te rijden en de dag af te sluiten. Ik maak een compromis met mezelf en doe de helft van de stops die ik heb opgeschreven. Van die helft heb ik er dan eentje nog niet eens gevonden maar ik heb wel van het uitzicht genoten.




Eigenlijk moet ik ook dringend gaan tanken, ik heb dat uitgesteld omdat ik hoop dat de benzine wat goedkoper is in Denemarken dan in Noorwegen. Echter na mijn bezoek aan het warenhuis dacht ik, ik doe het morgen wel zo snel als ik een benzinestation tegenkom. Zo gaar ben ik intussen.
Terwijl ik met het thuisfront bel ben ik al geïnstalleerd in mijn hutteke en staan de patatjes al op. Wat later kan ik aan mijn eerste avondmaal in Denemarken beginnen. Het is entrecote met groene asperges en patatjes geworden. Dat smaakte na zo’n dag gebikkel.



De camping waar ik vandaag verblijf ligt in Lokken en heet de Gronhoj Strand camping hoewel ze toch een stukje wandelen van het strand ligt. Het is een gigantisch terrein maar wel met de grootste, beste en properste voorzieningen die ik al ben tegengekomen op een camping deze trip. Moesten campings mijn ding geworden zijn, ik kwam hier terug. Ik heb ook even een foto getrokken van het kaartje dat ik kreeg bij aankomst om mijn weg te vinden hier. Hutje nummer 10, met het cirkeltje rond, is het mijne.




Zo, nu ga ik proberen het geloei van de wind te verdringen en wat te slapen maar ik heb zo het gevoel dat dat goed gaat lukken.