Het is 22u10 en ik ben net terug van water halen met mijn fluitketeltje. Gelijk ne echte over de camping geparadeerd met mijn keteltje alsof ik al jaren niets anders doe. Dat fluitketeltje staat nu op het vuurtje in mijn hut, zo dadelijk nog een koffietje drinken bij het schrijven.
Ik ga eerlijk zijn, ik had al stilletjes het hoofdstuk Noorwegen afgesloten. Er zou toch niets spectaculairs op mijn route komen en vandaag had ik maar een goede 150 kilometer gepland. Dat kwam beter uit om de ferry te nemen naar Denemarken morgen. Anders waren het er een kleine 300 geweest die ik op een voormiddag moest rijden en je kan altijd tegenslag hebben. Anders is het geen avontuur …
Een gekende spreuk van mij is: tussen verwachting en realiteit ligt een wereld van teleurstelling. Ik gebruik die nogal eens in de werksfeer. Vandaag zeg ik: tussen verwachting en realiteit liggen soms al eens verrassingen op de loer.
Ik word wakker om 7u30 met de hulp van de wekker. Niet te vroeg gezet om de reden die je in de inleiding kan lezen.
Ik heb goed geslapen, enkel een paar keer wakker geworden als ik me van de muur wilde wegdraaien. Dat krijg je als je planken van een dikke 90 centimeter lang in een lattenbodem forceert die maar 80 centimeter breed is. De bolling was hierdoor zo groot dat telkens ik me draaide het leek of ik uit bed zou rollen.
Niemand anders op het erf is wakker. Ik neem rustig de tijd om in te pakken en nog eens rustig een koffie te drinken in een van de comfortabele rieten zetels die voor mijn hutje staan. De kussens heb ik er terug ingelegd nadat ik ze gisteren had binnengelegd omwille van de regen. Zo attent ben ik … soms.
Ik ben bijna klaar met uithuizen en er komt wat leven op het erf. De werkmakkers van de eigenaar die hem komen ophalen zo blijkt. De eigenaar ligt echter precies nog te snurken. Zijn werkmakkers maken wat herrie en iets later staat de eigenaar erbij.
Ik bedank hem voor het gastvrije onthaal en de leuke ervaring en rij zijn licht hellend grasperk over tot aan het paadje naar de straat. Nog even achterom kijken of ik zijne gazon niet te fel ‘verruïneerd’ heb, dat valt nogal mee. En weg ben ik.

Het weerbericht had me verteld dat het vandaag rond de middag zou beginnen regenen. Het was 9u toen ik vertrok dus had ik nog 3 uur om mijn waterdichte laag terug in te ritsen. Het was echter zeer grauw en een beetje mistig.

Ik rij eerst naar een stop die ik gisteren had overgeslagen. Of dat dacht ik toch. Ik moest bij Refnesstranda zijn maar had blijkbaar een straatje te laat ingeslaan. Ik kwam toe op een mistroostige parking waar men precies ook nog eens geld voor durfde vragen. Ik had van bovenaf al gezien dat aan het strand toch niets te zien zou zijn dus hield het erbij.


Op de terugweg zag ik wel het bordje voor Refnesstranda staan en draaide in. Ik kwam op een al wat properder parking uit maar naar het strand gaan had mijn inziens nog altijd geen zin vanwege het weer. Rondje op de parking en weer weg.

Nu was ik echt op weg naar mijn eerste geplande stop van vandaag, Obrestad lighthouse. Je herinnert je ongetwijfeld wel mijn kromme opmerking over vuurtorens in Noorwegen. Dat, in tegenstelling tot Schotland, het hier maar stompjes zijn. Vandaag werd het tegendeel bewezen. Zoals het hoort was de vuurtoren van Obrestad een volwaardige vuurtoren met wachtershuis en nog wat andere gebouwen.




Op weg terug naar de parking kom ik het groepje motorrijders tegen dat ik zojuist zag voorbijrijden en opdraaien. Ze hadden mijn nummerplaat gezien en zeiden bonjour/goeiendag. Het bleek een gezelschap te zijn van 4 landgenoten van onder de taalgrens en 1 Fransman. Zij bezoeken de onderste helft van Noorwegen en twijfelen om tot Geiranger te rijden. Ben je er geweest vragen ze ? Zeker zeg ik, en nog wat hoger ook. Ik vertel hen in grote lijnen mijn traject van de laatste weken en ze zijn deftig onder de indruk. Eentje fluit zelfs tussen zijn tanden om zijn bewondering kracht bij te zetten. Of ik nergens last van heb vraag er eentje, eigenlijk niet zeg ik nu ik erover nadenk. Enkel last van banden die beginnen op te raken zeg ik om te lachen. Maar eigenlijk is het niet om te lachen, mijn slijtageindicator van de achterste band begint toch korter en korter bij het loopvlak te komen. Vooraan zit het nog goed, dat wel.
Ik wens hen nog een leuke trip en ben alweer op weg naar de volgende stop. De haven van Madland. Je verwacht iets heel zot als je die naam hoort maar dat is het niet. Het is gewoon een heel klein leuk haventje waar cabins zijn om naar een storm te kijken wanneer die zich voordoet. Er is ook nog een leuk saunaatje vlak aan de parking gelegen, kan je mits een QR code gewoon boeken. Het blijkt ook een plek te zijn waar veel BBQ’s worden gehouden, anders zetten ze m.i. geen specifieke vuilbak voor de kolen in te smijten als je klaar bent. Wanneer ik me klaarmaak om te vertrekken passeert er weer een streetview auto. Ook van deze regio wordt het kaart-en beeldmateriaal weer geupdate zie ik.







En de koeien … die moeten ook hier hun gras maar tussen de rotsen gaan zoeken. Het was me onderweg ook al opgevallen dat alles hier bezaaid is met rotsen. Op sommige plekken gooit men ze op een hoop om er daarna muurtjes mee te maken, ook een beetje zoals in Schotland. Ik zit hier in agrarisch gebied trouwens, dat ruik je de hele weg aan de bemestingsgeur en zie je aan de hand van de modder op de weg. Ik voel me al terug een beetje in België.


Tijd voor een tweede vuurtoren intussen, die van Kvassheim. Ik hang een stukje achter een overlander vrachtwagen. Eigenlijk ne camion met een caravan achterop gebouwd, alleen is deze wel erg knap gemaakt en ligt ie erg hoog. Ik vraag me af of ze die ook wel eens ooit gebruiken waarvoor ie gebouwd is, namelijk naar zeer afgelegen bestemmingen reizen en grotendeels zelfvoorzienend zijn. Maar wie ben ik om te oordelen, ik had mijn reis ook evengoed op een 125cc kunnen doen he.
De overlander draait het weggetje in dat ik ook moet hebben en stopt ook op de parking aan de vuurtoren. Vlakbij ligt weer een klein haventje en grazen de koeien weer het gras vantussen de stenen.




De hemel begint stilletjes aan open te trekken en in de verte ziet het er nog beter uit. Toevallig ook in de richting die ik uitmoet, dat treft.

Wanneer de zon echt komt piepen stop ik voor een koffie en een Noorse KitKat aan Yx benzinestation en schrijf terwijl ik deze nuttig nog wat dingen in mijn notaboekje die ik niet wil vergeten.

Alles terug weggestoken en op weg tot de gps me zegt waar ik mag afdraaien voor het kustfort van Sirevag. Als je de voorgaande posts hebt gelezen weet je dat ik ongeveer evenveel kustforten heb bezocht als overgeslaan. Deze doe ik wel aan en daar ben ik, ondanks het vele zweet dat ik ervoor gelaten heb, heel blij om. Ik volg het padje over de deinende planken tot aan een nogal ongemakkelijke weg naar boven. Het enige makkelijke wat men voorzien heeft is een ketting om je aan vast te houden. Eens boven zie je niets dan rotsen en wanneer je die rotsen overgaat bieden de volgende rotsen zich aan. Zo gaat het verder tot je aan het voormalige commandocentrum van het kustfort komt. Ik klim op de muur en maak wat foto’s van de omgeving. Ik snap wel waarom ze hier precies dat ding hebben gebouwd, wat een zicht zeg.







Ik zwoeg me weer een weg naar beneden en kom op de parking uit. De Duitsers met hun hondje die ik boven was tegengekomen komen via een andere weg terug … onbezweet en fluitend. Blijkbaar was er dus een eenvoudigere weg, onthouden voor de volgende keer …
Ik zet koers naar Egersund, daar stopt etappe 1 op de gps en kan ik aan de kerk etappe 2 inladen. Het is al middag en op weg naar Egersund stop ik bij Kosen, een restaurantje waar ik op het terras in gesprek met 2 Noorse motorrijders en een bijrijder een huisspecialiteit binnenwerk.

Het is niet ver meer tot Egersund en de kerk die ze hier vlakbij het water gebouwd hebben. Onderweg naar de kerk kijk ik me de ogen uit. Het is een mondaine plaats met chique huizen, vele boutiekjes en boothuizen om u tegen te zeggen. Aan de kerk neem ik de obligate foto van het ding en ga ik aan het water kijken. Daar liggen de boothuizen of garages van het ‘gewone’ volk.



De route is ingeladen en brengt me naar het kustfort van Stapnes, of dat is toch de bedoeling. De ingang blijkt te goed verstopt voor mij. Het is intussen ook al 25°C en de vorige zweetpartij in gedachten denk ik van, het is goed zo. Deze zal het vorige fort toch niet kunnen overtreffen prent ik me als excuus in.
Het valt me intussen al enige tijd op dat het landschap er totaal anders uitziet dan alles wat ik al gezien heb in Noorwegen. Ik zit hier namelijk rond te knallen in het Magma Geopark, door UNESCO erkend omwille van de geologie die van internationaal belang is blijkbaar.




Het gesteente hier heet Anorthosiet, eenzelfde steensoort als op de maan te vinden is, en de vele steengroeves hier delven en vermalen dat voor diverse doeleinden zoals voor gebruik in de bouw, in verven of om aluminium uit te winnen.
Er liggen hier dan ook vele steengroeves.

Rond 14u stop ik aan Sogndalstrand, waar men op de havenmuur stenen mensachtige figuren heeft neergezet. Kunst ? Ik weet het niet, wel speciaal. Het plaatsje is ook gekend om zijn huisjes langs de rivier die naar de zee vloeit.







Ik heb nog een 50 kilometer te gaan nu en ineens wordt het landschap terug dramatischer. Ik zit nog altijd in het Magma Geopark dat zich zeer ver uitstrekt en kom aan het viewpoint over het Jossingfjord. Niet gepland, wel voor gestopt. Ik vond het alvast waanzinnig mooi.



Op weg naar beneden kom ik weer een bordje tegen, Helleren. Terwijl ik nadenk over wat me dat zegt schiet ik de afslag voorbij en keren is onmogelijk. Wat verderop vlak voor de tunnel stop ik op een veilige plaats, kijk achterom en het schiet me weer te binnen. Helleren is de naam van de de plaats waar men 2 huisjes onder een overhangende rots heeft gebouwd. Een lekkend dak is daar wel het minste van je zorgen.

Goed op dreef kom in in no time aan het Flekkefjord maar ik zie dat er zich donkere wolken boven vormen en dat er bliksemschichten naar beneden schieten. Niet het moment om te stoppen denk ik terwijl de eerste druppels op mijn vizier vallen. Ik rij snel door naar de gelijknamige stad en ga een winkelcentrum binnen om mijn avondeten te zoeken. Ik parkeer me op de parking naast de leden van motorbende ‘Polini & Malossi’. Wat de vangst is in de winkel hoor je zo dadelijk.


Terug op de parking regent het al wat heviger en ik schuil onder de oversteek van het restaurant waar ik voor geparkeerd sta. Tussen de druppels door springend laad ik mijn boodschappen in en wanneer ik vind dat het niet meer te fel regent vertrek ik voor de laatste 10 kilometer langs bergen en door tunnels naar mijn slaapplek. Aangekomen op Svindland camping meld ik me aan de receptie die aan de andere kant van de weg ligt. Ik koop er ook wat douchejetons en krijg de tip om te gaan vissen op het meer aan de camping, zit vol forel blijkbaar. Vislijnen verhuren ze echter niet en ik heb ook geen gerief bij. Misschien een volgende keer.
De hut is wel leuk, er staat een fornuisje en een frigo. Bestek of dergelijke is er echter niet maar dat is geen probleem, heb ik allemaal zelf bij. Mijn gasvuurtje moet ik dus niet gebruiken en dat is goed want ik denk dat de gas bijna op is.


De sanitaire blok en keuken zijn redelijk ok maar veel te klein voor het aantal mensen dat hier verblijft. Gelukkig zijn er geen rijen wachtenden wanneer ik mijn afwas moet doen of me ga douchen. En afwas heb ik veel gemaakt tijdens mijn laatste kooksessie in Noorwegen van deze reis. In de Spar in Flekkefjord was een aanbieding die ik niet kon weerstaan, krabbepoten voor 12,5 euro per kilo. De inhoud van die krabbepoten tesamen met de resterende risottorijst, champignons en een goed stuk kabeljauw werd mijn laatste avondmaal in Noorwegen. De presentatie in een bordje van krap 15 centimeter diameter daargelaten was het een fantastisch smakelijk gerecht.



Wist je dat:
- op Svindland camping de bliksem is ingeslagen op de wifi-antenne en dat de noodoplossing het ook behoorlijk doet
- op Svindland camping je niet je broek kan laten zakken op het toilet zonder dat deze in de modder ligt van de wandelaars die te mottig zijn hun schoenen af te vegen
- de mentaal gehandicapte van hut 6 pas om 22u30 zijn Noorse countrymuziek heeft afgezet
- er ook om 22u30 nog altijd mensen een kampeerplek aan het zoeken zijn
- ik vandaag de Jaeren scenic route gevolgd heb