Het is nog niet eens 18u en ik ben al aan het schrijven, veel vroeger dan anders. Het is namelijk nog te warm om te eten vind ik. Ik ga voor een keer eerst beginnen mijn verhaal in te tikken om daarna te douchen en te eten wanneer het wat aangenamer is buiten. Intussen klinkt er wel al wat gerammel van eetgerei bij de rest van de campinggasten. Wat ik eet weet je na het lezen van onderstaande.
Om 6u gaat de wekker af, niet per ongeluk maar omdat ik hem zo heb ingesteld. Ik wil namelijk een vroege start pakken en al veel kilometers asfalt achter me hebben liggen voor het echt warm wordt. Ik heb eigenlijk wel best ok geslapen met het venster open in onderstaande kamer.

De moto is kletsnat van de dauw maar het is wel al 17°C buiten. Ik zet de waterkoker aan voor mijn ochtendkoffietje en begin in te pakken. Samen met de eerste bagage die ik buitenbreng pak ik een handdoek mee om mijn zadel droog te wrijven, dat zit net iets lekkerder.
Bij het binnenkomen zie ik nog een detail dat me gisteren precies ontgaan is, iemand heeft fototoestellen verzameld.

Om 7u15 vertrek ik en ga terug richting Trondheim via de weg waar ik gisteren langs gekomen ben om daar de E39 te nemen richting Kristiansund, niet te verwarren met Kristiansand helemaal in het zuiden waar ik de ferry zal nemen naar Denemarken. Ik ben nog niet goed op snelheid of stop al voor wat foto’s, een leuk veld en Trondheim dat onder een deken van mist ligt.



Het gaat lekker op die E39, eigenlijk een autosnelweg waar je maximaal 80 km/u mag rijden maar geregeld wordt losgelaten tot, hou je vast, 90 km/u. Aan elke tunnel staan slagbomen maar voor Orkanger zijn ze aan de andere kant dicht, onze richting mag gewoon door. Heel raar want er is op dat hele stuk niets abnormaals te zien voor de rest.

In Orkanger ga ik eraf want ik wil The Norway Building wel eens zien, een houten kerk die voor de Wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago werd gebouwd en 4 keer verhuisd is voor ze hier een definitieve plek kreeg in 2017. Straffe mannen zijn dat die Noren, ik verschiet er niet van dat ze ook vuurtorentjes zijn gaan roven. Open is ze natuurlijk niet want ik ben veel te vroeg maar het zicht van buitenaf is ook al mooi.

Na dit sterk staaltje bouw- en verhuiskunde zoek ik de E39 weer op en stop, net zoals een Duitser, langs het Gangasmeer.

Iets verderop gaat het de tunnel in en kan de fun echt beginnen. Wijde wegen die lange en korte bochten afwisselen en die je aan maximum 80 km/u mag nemen. Waarom zeg ik dit nu weer van die 80 km/u ? Omdat de vrachtwagenchauffeurs zich er hier precies niet aan moeten houden. In de afdalingen denderen ze aan een rotvaart naar beneden en ik had er net zo eentje achter mij die alsmaar groter en groter in mijn spiegel werd. Ik ben dan ook maar wat sneller gaan rijden maar na een 10-tal kilometer was ik het spelletje beu en stopte ik aan een dammetje waar toevallig ook een Oostenrijks koppel met de motor halt hield. Ze waren heel teleurgesteld blijkbaar, ik hoorde ze nog net zeggen: als het dat maar is zijn we weg. Ik ging wel nog even op verkenning.


Heel veel stelde het niet voor maar ik las wel dat het gebruikt werd om de toevoer van water naar een hydrocentrale mee te regelen. Aan de rechterfoto te zien waren het de zonnepanelen die de laatste tijd de elektriciteit opwekten. Kurkdroog was het aan die kant.

Wat later moet ik stoppen om de volgende etappe in de gps te laden. Het benzinestation waar ik deze stop gepland had is helaas gesloten vandaag maar hun openluchtmuseum kon ik wel inspecteren. Je komt in Noorwegen her en der van die verzamelingen tegen. Ik heb niet de indruk dat men hier veel wegdoet wanneer het versleten is.

En nog wat verder was er een tof kerkje.

Ik geef weer van katoen maar kan me niet veel verder weer niet inhouden om bij het volgende zicht te stoppen. Het moet iets ferm zwaar geweest zijn wat ie probeerde te slepen want de achterkant ging dieper en dieper in het water.

Ze zijn ferm aan het werk aan die E39 en er liggen mooie nieuwe stukken klaar om af te werken. Soms mag je ze al gebruiken aan een lagere snelheid.

Na heel lang op de E39 mijn banden te hebben versleten en de kustlijn van Trondelag gevolgd te hebben ga ik ter hoogte van Henna eraf. Het landschap is zo mooi dat ik het vanaf het niveau van het water wil zien. Ik hoop trouwens ook stiekem ergens een koek te scoren. Ik rij weg van waar de gps wil dat ik naartoe ga en kom aan een ferrykaai uit. De ferry komt er net aan en er staan een handvol mensen te wachten. Helaas geen koek.

Aan de ferry is een bordje dat niet mis te verstaan is, fietsers moeten afstappen oftewel: ga af sukkels. Ja, ik ken al een aardig mondje Noors intussen.

Ik draai me terug in de richting waar ik volgens de gps hoor heen te gaan en neem een heel klein weggetje dat lekker langs de bergflank meekronkelt en vanwaar je af en toe een zicht krijgt op de kustlijn.

Ik neem mijn tijd en doe het rustig aan. Ik was eigenlijk vergeten dat ik de ferry in Halsa naar Kanestraum moest nemen en zie van ver dat de aankomende bezoekers bijna allemaal het schip verlaten hebben.
Ik wring me tussen een auto en de stoeprand door en sluit aan bij een groep Italiaanse motorrijders die als eersten het schip op mogen. Ik roep ook maar ‘Grazie’ naar de ferrymedewerker alsof ik erbij hoor. Eens aan boord heb ik spijt dat ik toch niet vanachter ben blijven staan. Die Italianen hebben meer lawaai bij dan die meeuwen die me op de Lofoten hebben wakker gehouden. Nie normaal als die mannen beginnen kwetteren.
Mijn nummerplaat wordt gescand door een medewerker die daarna teken doet naar de andere motoren om te vragen of die ook ferrypay hebben. Weet ik niet zeg ik, ik hoor niet bij die mannen. Veel geluk met die te stekken te krijgen dacht ik, ze waren immers helemaal verspreid over het schip intussen. De overtocht duurt maar 20 minuten en eer dat ge die sjarels bijeen hebt gekregen zijn we allang aangekomen. Gelukkig voor hem komt een van zijn collega’s hem helpen en zijn ze net voor aankomst klaar.

We verlaten de ferry en de Italiaan die voor het boarden daarstraks ook al aan het talmen was en met zijn gsm in de hand reed is nu ook weer aan het suggelen. Ik ga hem voorbij en zit ineens midden in de groep Italianen. Ik wuif de achterliggers voorbij en zie hen in de verte verdwijnen terwijl ze het bestaan van strepen op de weg compleet ontkennen en rijden aan snelheden waar die 3 Fransen in de week hun rijbewijs mee kwijt gespeeld zijn. 3 minuten later komt ook Luïgi GSM voorbij geknald met zijn madam achterop om de rest bij te halen.
Ik ben intussen goed op weg naar het summum van de dag, de Atlantic scenic route. Onderweg zijn er echter nog wat leuke dingen te bespeuren. Zo is er de Gjennessund hangbrug met een totale lengte van 1257 meter.

Niet zo heel ver voor de Atlantic scenic route heb je dan nog de Atlantic Ocean tunnel die belachelijk lang is, namelijk 5,7 kilometer maar die ook nog eens belachelijk diep gaat. 250 meter onder zeeniveau welgeteld, zo diep gaat ie. Hij is ook nog eens koud en bij momenten winderig. Om er uit te raken moet je een tijdlang een stijgingspercentage van 10% aanhouden, een unieke ervaring voor mij. Ik zie een tijdlang niets anders dan wegdek en tunnelplafond.
Eindelijk aangekomen bij de Atlantic scenic route lijkt het initieel nog mee te vallen met de drukte. Dat verandert echter heel snel, zo ongeveer na de eerste brug al. Je ziet van ver de witte campers die de meeste plekken innemen, zucht. Ik probeer het niet aan mijn hart te laten komen en rij de route af, al filmend omdat ik denk dat dat een beter beeld geeft. Ik rij hem nog eens terug en doe links en rechts een viewpoint aan maar kan het niet opbrengen alle viewpoints die ik gepland had te doen. En dan mag ik nog eens terug de route over natuurlijk. De meesten waren intussen geparkeerd en dat maakte dat ik gewoon kon doorrijden, rondkijken en genieten.


In het filmpje hieronder kan je met me meerijden en zelf bepalen welke naar waar je kijkt.
Ik zet koers richting Farstandsanden maar zie al van ver dat het daar ook overvol is. Ik besluit een straatje eerder in te slaan en mijn kiekje van een afstand te nemen.

Weer het gas erop, tot 50 km/u natuurlijk, of wat had je gedacht. Het uitzichtpunt van Askevagen was het volgende doel en daar was gelukkig heel weinig volk.


Zo gaat ie lekker, ik krijg weer moed. Het volgende dat er aan moet geloven is Kjeksa, een rustplaats met een padje naar het strand.


Ik wil nog 2 stops doen en dan zit de dag erop. Ik rij door naar het kustfort van Ergan. Het ligt boven op de heuvel en de trappen zijn niet min. Ik praat mezelf moed in, het is maar 25°C ten slotte, geen 32°C. De kleine voor mij had er echt geen zin in. Moeder wandelde stijf door en de kleine volgde met wat gejank. Zo moet dat, geen complimenten.







Het laatste punt dat ik wil bezoeken is Hustadvika maar eens ik op de plaats aankom blijkt ervoor een bouwwerf te zijn en ne mottige Duits dacht dat dat de ideale plaats was om zijne camper neer te poten zodat ik er zelfs met de motor niet meer langskon. Fijn gedaan Frits.
Dan maar door naar de slaapplaats. Onderweg stop ik voor wat beleg want ik heb nog wat sandwiches over. Tesamen met wat kippensoep uit een pakje gaat dat ferm smaken denk ik.
Aangekomen op de camping is het duidelijk dat je niet zomaar naar beneden mag rijden, eerst aanmelden !

Ik ga naar de ‘resepsjon’ en zeg wie ik ben. De dame achter de toog vindt mijn reservatie en geeft me de sleutel. Ah ja, zegt ze nog, als je wil douchen kan je hier muntjes kopen. 10 kronen voor 5 minuten douchen. Net gemerkt dat ik er verkeerdelijk van uitging dat ze warm douchen bedoelde. Nog al een geluk dat ik de laatste weken van het volleybalseizoen heb kunnen oefenen met douchen onder koud water omdat de boiler in As kuren had.



De camping, hut en sanitaire blok zijn basic maar netjes. Meer moet dat niet zijn voor dat geld. Ik ben hier morgenvroeg toch zo vroeg als het kan weg. Daarstraks heb ik namelijk een berichtje gekregen dat de Trollstigen terug even is dichtgeweest omdat er weer een rotsblok naar beneden gevallen was. Voorlopig is ie terug open maar als dat morgen verandert moet ik een omweg nemen en dan zal de tijd op de weg een stuk langer duren. Voorsprong nemen dus voor het geval dat.
Op mijn route van morgen langs het Geirangerfjord is er deze week ook een vedet in geslaagd zijn bus vast te rijden in een van de haarspeldbochten zoals je mogelijks ergens gelezen hebt. Ze hebben een grote takelwagen met de ferry moeten aanvoeren om dat ding weg te krijgen. 4 uur heeft dat geduurd, eigenlijk nog ferm snel maar ik hoop toch dat die buschauffeur rode wangskes had op dat moment.