Aiai, het is alweer 22u30. Onvoorzien nog een lange babbel met de eigenaar gehad. Weer heel veel bijgeleerd over het huisje en de streek hier, dat wel. Zoals het water dat hier zo goed smaakt. Komt niet van de Noorse Pidpa of Watergroep maar van een meertje hierboven, wordt dan gefiltreerd en met UV bestraald. Ook geleerd dat men hier blijkbaar met plezier naar Undercover heeft gekeken, een geweldige reeks vond hij dat. Ik heb weer een heel rustiek huisje gevonden maar daarover later meer.
Het is 5u50 wanneer ik opsta en mijn hebben en houden naar de motor breng. In heel onze woonblok is nog geen leven te bespeuren. Ik had toch nog graag afscheid genomen van Haribold denk ik bij mezelf. Net wanneer ik het laatste in de koffers duw hoor ik zijn rolluiken omhooggaan en steekt hij zijn hoofd buiten. Hij doet teken dat ik stil moet zijn en voor zijn raam moet kijken. Vooraleer ik mijn gsm kan nemen schiet deze haas er al vandoor om even verderop weer te blijven zitten.

Haribold moet er smakelijk om lachen. Ik neem afscheid en vertrek naar de ferry. De andere gasten die gisterenavond laat zijn aangekomen en deze plek als refuge hebben gekozen omdat ze de laatste ferry gemist hadden of omdat ze pas van de laatste ferry kwamen zijn precies ook niet van plan vroeg te vertrekken. Ik wel. Ik neem nog even foto’s van de ‘gezelligste’ woonblok van Noorwegen en van de VRS versie van de wagen die thuis ook op de inrit staat.


Let op die verblindingslampen vooraan. Zowat elke wagen in Zweden, Finland en Noorwegen heeft deze. Er is namelijk haast geen openbare verlichting buiten de centra, en zelfs erbinnen soms niet. Maar goed, den deze vertrekt om 6u50 voor de ferry van 7u10, ook alleen maar mogelijk omdat die 100 meter van de uitrit van de camping ligt.
De ferry legt aan en er valt me iets op, links gaat een luik open en een grote blok schuift erin. Pas dan valt de tekst me op…

Jawel, ik ga zo dadelijk voor het eerst aan boord van een elektrische ferry.
We rijden het dek op en de motor vastsjorren heeft geen zin, zegt de dame. Korte vaart en super kalm verduidelijkt ze. Het is ook nog ‘maar’ 21°C op dit moment maar het kwik zal snel omhoogschieten.
Ik ga naar het passagiersdek met de Duitse motard die ik net ontmoet heb en we keuvelen wat. Intussen zie ik ook dat men hier precies business seats heeft, zowel binnen als buiten.


Hoe zot is dat voor een vaart van nog geen 20 minuten. Nu, die ferryschepen veranderen nog al eens van route blijkbaar. Deze lijkt van een veel drukkere route te komen, tussen Vennesund en Holm reist niet zoveel volk per overzet als je op dit schip zou kwijt kunnen. Ongetwijfeld ook dankzij het vroege uur maar ruimte is er genoeg in de buik van het schip.

Onderweg ook nog wat rondgapen natuurlijk en genieten van de vaart, in tegenstelling tot de andere ferries hoor je bijna niets, enkel wat propulsiegeluid en geen ronkende motor en al helemaal geen gestamp van die motor. Wat een zaligheid zeg.






We gaan van de ferry en ik zet me aan de kant, cameraatje op de motor, handschoenen terug aan en weer weg. De thermometer geeft intussen 23°C aan, dat gaat ook snel omhoog vandaag. Op naar de eerste stop, Bindal viewpoint. Nooit gevonden maar wel de volgende plekjes ontdekt onderweg :).




Intussen ben ik van de Helgelandskysten af, die hield al op luttele kilometers na de ferry in Holm, vandaar de titel ‘de laatste meters’.
Ik kan ermee leven en volg nu de E6 richting Steinkjer en Trondheim. In de verte zie ik een brug maar schiet een parking voorbij die er een mooi zicht op geeft, ik gooi de motor om en sjees terug.

Nogal de moeite, niet ? Bij het uitrijden van de parking moet ik 2 motoren laten voorgaan en ik herken ze direct. Het zijn de Duitse dames van een paar dagen geleden. Ze gaan keren op dezelfde plek als ik juist en ik stop langs hen. De vizieren gaan omhoog en we groeten elkaar, zij gaan ook terug om een foto te nemen. We lachen ermee en zeggen ‘de volgende keer ist ene geven he’.
Noodgedwongen doe ik maar een paar stops aan natuurgebieden, want ook Hoylandet viewpoint is zo goed verstopt dat den deze het niet vindt. Wat heb ik toch uitgespookt toen ik die punten op de route plaatste vraag ik mezelf af.



Bij het vertrek aan het laatste natuurpunt, waar een Nederlander zijn kampeerwc ging legen in een openbaar toilet, wat dus helemaal niet mag, komen de dames weer voorbijgesnord. Ik moet wat wagens doorlaten maar kan dan dezelfde richting uitrijden. Ik stop wat later aan een benzinestation om iets te drinken. De dames zijn blijkbaar aan een ander benzinestation gaan tanken en stoppen nu achter mij. Zij hebben een koffiebeker van de keten en mogen hier gratis koffie bijvullen. We gaan naar binnen en nemen koffie, ik betaal de mijne en koop wat krentenbollen die we binnen, in de ruimte met airco opeten terwijl we mekaar briefen over het verloop van onze vorige dagen. Ik geef nog wat tips mee over welke Belgische bieren te proeven en zij zijn eerlijk en zeggen dat Duitse bieren toch allemaal ‘das gleiche’ proeven en ze dus geen tips hebben daarover :).
We vertrekken en gaan elk onze eigen weg, ik volg de E6 naar Trondheim en ik vermoed dat zij de weg aan de andere kant van het water gaan opzoeken die wat kronkeliger is. Ik wou het Steinvikholm slot nog zien dus ik moet die drukke E6 wel volgen. Voorlopig zit ik nog niet in Steinkjer dus de drukte valt nog heel goed mee. Mooi is de route in het begin ook nog, hij volgt tot net voor Steinkjer namelijk een heel stuk het Snasameer.

Op weg naar Steinkjer merk je dat je in grootstedelijk gebied komt. Totnogtoe heb ik sinds Bodo geen grote industrie of dergelijke meer gezien en dat verandert nu wel stilletjes aan. Wegen worden ook breder, hebben soms meerdere rijvakken maar behouden wel de 80km/u beperking :(. In Steinkjer laat ik de Burger King links liggen, dat doe ik nog wel een keertje met de zoon beloof ik mezelf wanneer ik terug thuis ben. Hoewel hij papa’s eten wel weet te smaken gaat zo’n hamburger er bij hem ook wel goed in ;). Ik stop wat verder op een industriepark om de volgende etappe in de gps te laden.


Snel weg hier denk ik, het wordt me te druk. Een twintigtal kilometer later is het tijd om de dorst van de motor en mezelf te lessen. Ik neem een ijskoffie en een magnum, de motor een dikke 20 liter 95. Wat is hij zuinig hier merk ik op. De boordcomputer geeft 4,3 liter per 100 km aan en thuis is dat dik 6 liter. Ik moet meer hier komen rijden kan de enige juiste conclusie zijn, niet ? Ik ben op weg trouwens naar Steinvikholm slot, een forteiland van in de jaren 1500.
Het duurt me echter wat lang op die intussen vrij saaie E6 en ineens spot ik een plaatje dat zegt dat er een kloosterruïne te zien is. Dat is iets voor mij denk ik en ik sla af. Na 4 kilometer kom ik aan een weggetje dat sterk bergaf loopt en precies nog vettig is van de regen van enkele dagen geleden wegens geen asfalt maar zand en grind. Ik ga voorzichtig naar beneden en niet ver van de parking vind ik deze hoop stenen. De dikte van de muren is indrukwekkend.



Er is ook prcies een stevig feestje geweest. De biertafels zijn dan wel weg maar de bankjes liggen er nog op een hoopje.

Er staan nog wat wegwijzertjes iets verder en ik ga uit curiositeit kijken en volg hetgene dat naar rechts wijst en kom uit op een heel toffe brug.



Echter achter het bruggetje ligt een toegegroeid pad en ik zie er de fun niet van in me door het onkruid een weg te banen. Terug naar de motor dus en naar de vettige weg omhoog.

Ik zet me schrap en rij omhoog door zoveel mogelijk over het grind te rijden dat in het midden ligt. De GSA gedraagt zich voorbeeldig en brengt me terug naar de geasfalteerde wereld.
Een beetje later op de E6 begint de ‘ellende’. Ondanks het geregeld drinken krijg ik verkramping in mijn linkerbeen. Het is een oud zeer bij heet weer en dus bij veel zweten. Ik krijg dat vocht moeilijk aangevuld en dat resulteert in spierkrampen. Het is lang weggeweest maar een aantal dagen 30+ graden is teveel van het goede. Ik ga af en toe rechtstaan op de motor en probeer het eruit te strekken, dat lukt voorlopig. Wanneer ik eraf ga voor de route die ik naar Steinvikholm slot uitgestippeld heb wordt het weer erger en vermits mijn route over privaatweg blijkt te gaan, stop ik in de schaduw van wat boompjes die daar staan. Maar goed ook want er kwam net een zeer boos kijkende bewoonster die weg afgereden :). Ik drink goed door van mijn waterzak en speur intussen naar dat verdomde slot. In de verte zie ik het maar ik zie niet direct hoe ik er moet raken en die Duitse die hier al 3 keer met de camper doorgekomen is precies ook niet. Ik slaag er wel in een fotootje te maken met wat hulp.

Je ziet het niet zo goed he? Ik ook niet dus ik ga weer op weg en terwijl ik speur naar de E6 zie ik het officiële wegwijzertje staan wat me dichterbij brengt en waar ik deze kan maken.

Goed zo, afgevinkt, nu door naar Trondheim, het is niet meer zo ver. Het wordt echter str***druk op de E6 en het is in een lange sliert rijden, je kan nergens voorbijsteken en ik heb er weer zo ene voor mij hangen, een camper. Met een chauffeur van het soort dat denkt, ik zal hier eens bepalen hoe hard iedereen mag rijden en het zal niet de maximumsnelheid zijn. Dat, en het gegeven dat zo’n camper even aerodynamisch is als een brik soep waardoor je hoofd de hele tijd van links naar rechts en terug wordt getrokken als je erachter rijdt, maakt dat ik net zijn achterlicht niet heb stukgesjot toen ie afdraaide. Trondheim bezoeken stond nooit op mijn planning, met de motor kom ik niet zo graag in grootsteden. De Nidaros kathedraal daarentegen wilde ik wel even gaan aanschouwen zolang ik niet te ver van mijn motor moest gaan en hem nog kon zien. En dat is gelukt. Allemaal koper op dat dak trouwens.Ik zou later die avond tegen de eigenaar van mijn hut grappen dat het koper in België er geen week zou op blijven liggen. Ik moest hem wel nog eerst het concept van diefstal uitleggen …

Ik ga terug naar de motor en kan nog net een ‘maaaasjien’ zien voorbijkomen. Op naar een supermarkt nu voor het avondeten.

Een half uurtje na vertrek aan de katedraal kom ik met mijn boodschappen aan bij mijn verblijf. Een charmante hut op een boerderij. De eigenaar geeft me wat uitleg vanuit zijn raam want het is heel warm en hij kan daar niet zo goed tegen. Later deze avond toen ik het wat koeler was hoor ik van hem dat hij een hartkwaal heeft en dat de hitte hem echt geen deugd doet.


Ik spot bij mijn rondgang buiten ook dat de hut op blokken staat.

Aangezien de vleessaus van mijn bord met Kottbullar en aardappelblokjes afliep ben ik er nog rap een bierviltje onder gaan steken zodat alles terug pas staat. Wederom een speekselmedaille verdiend.

Voila sè, de dag weer van me afgeschreven en intussen ook goed wat vloeistoffen binnen. Morgen ga ik wederom vroeg proberen te vertrekken, het wordt zeker en vast druk naar en op de Atlantic route.