22u25 en ik ben eindelijk klaar om te schrijven. Wat initieel een eenzame avond leek te worden is nog een heel gezellige bedoening geweest.
Het is 7u wanneer de wekker me wakker maakt. Wanneer de wekker me voor is wilt dat al elke keer zeggen dat ik heerlijk geslapen heb. Ook deze nacht was dus zo’n keer. Na het ochtendritueel breng ik zo stil mogelijk mijn bagage de trappen af. Niet evident in een oud huis maar ik doe mijn best voor mijn andere 15 huisgenoten. Het statige huis telt heel wat kamers en op mijn terugtocht naar mijn kamer om wat meer bagage op te halen kijk ik nog wat rond.






De gastvrouw is al druk bezig met het ontbijt voor te bereiden in de keuken. Dat zal wel pas vanaf 8u geserveerd worden en met de ferry die om 8u40 vertrekt zal ik niet te lang mogen talmen. Mijn motorbroek en laarzen zet ik klaar zoals in een brandweerkazerne en de jas en de helm liggen al klaar op de motorfiets om snel te vertrekken. Voor het ontbijt sla ik nog een praatje met een andere gast die me vertelt dat ik de reis in de verkeerde richting doe, van het noorden naar het zuiden wordt het landschap namelijk minder dramatisch. Klopt helemaal maar wat ie niet wist is dat ik er al vele kilometers door Zweden omhoog ben getrokken en dat qua drama in het landschap het nog wel meevalt hier t.o.v daar.
Om 8u stipt zwaait de deur naar de ontbijtzaal open, foto’s nemen kan ik niet want mijn gsm zit al in de tanktas zodat ik niets meer moet inpakken of kan vergeten. Het ontbijt was niet frivool maar wel zeer lekker met verschillende soorten brood, wat confituur, kaas, salami, gerookte zalm en geitenkaas waar je met een kaasschaaf sneetjes van mocht snijden. Op mijn bordje lag al genoeg voor ik wist dat er geitenkaas was, dus deze keer maar laten schieten. Een tas koffie en een glas appelsap neem ik ook nog mee. Binnen de 10 minuten ben ik klaar terwijl ik intussen nog 2 tafelgenotes hun vragen beantwoord. Zij gaan vandaag de Vega stairs doen en vragen me of ik ook de ferry van 11u neem. Ik kan nu beleefd afsluiten met te zeggen dat ik die van 8u40 neem en dat ik dus helaas ervandoor moet. De Vega stairs doe ik ook niet trouwens, geen aanrader in motorkledij die 950 meter trappen enkel, zoek het maar op, het is wel een indrukwekkend iets.
Enkel de brandweerpaal ontbrak maar voor de rest was het een vergelijkbaar verhaal. Short uit, benen in de broek en voeten in de botten, alles omhoog en naar de machine. Niet veel later rij ik een rij wachtenden voorbij en zet me zoals al zoveel keren vooraan in de wachtrij aan de ferry.

Zoals je kan zien is het zeer zonnig, de thermometer geeft 23°C aan en het is nog niet eens 9u, het wordt weer zo’n dag.
Blij dat ik mijn drinkfles en waterzak nog heb mogen vullen in de keuken van het gasthuis met lekker fris water.
Onderweg wissel ik af tussen het buitendek waar geen beschutting is en de binnenruimte waar een airco lekker koele lucht verspreidt.




Een korte overtocht later zit ik op het eiland Vega. Ik kan je nu wel vertellen dat Vega niet op de Helgelandskysten ligt maar waarom ik dit eiland wel aandoe. Toen ik mijn routes aan het maken was waren de ferryschema’s voor één van de ferries die je nodig hebt om dat kleine stukje 17 te volgen niet bekend. Ik vond enkel wat oude schema’s terug en die gaven maar 2 overtochten per dag aan. Ik wilde geen 15 kilometer rijden om dan uren op een ferry te staan wachten. Ik vond de oplossing in de ferry naar Igeroy op Vega vanwaar dan wel frequent ferries me terug naar de 17 konden brengen.
Op Vega draaide mijn voorbereide route helemaal in de soep. De gps wist het blijkbaar niet meer. Ik moet ergens iets fout gedaan hebben bij het maken van deze route want de andere gingen toch (meestal) goed totnogtoe. Ik beslis om dan maar de uiteinden van het eiland telkens op te zoeken en de wegen mij te laten brengen tot waar het gaat.









Rond 11u30 begeef ik me naar de laatste uithoek van het eiland. Ik moet er wel 3 kilometer stof voor happen maar dat had ik er graag voor over.



We hebben ons goed geamuseerd hier op Vega, de motor en ik. Een motor is een beetje zoals een hond, je moet hem geregeld buitenlaten en eens goed mee ravotten. En zijt maar zeker dat we geravot hebben :).

Intussen is het tijd om naar de ferrykaai terug te keren, toch als ik de ferry van 12u40 wil halen. Ik stop onderweg nog aan het enige winkeltje dat ik op het eiland gezien heb en koop me een broodje en wat te drinken, op naar de ferrykaai denk ik om dat broodje nog voor vertrek binnen te spelen. Onderweg dachten nog 3 mobilhomes ons een beetje op te houden maar dat feest ging niet door, we hebben ze opgegeten zeg ik u.
Aan de ferrykaai aangekomen zie ik dat er al auto’s aan boord gaan. Dat is straf denk ik bij mezelf en rij snel naar voren en vraag of het de ferry naar Horn is. Yes yes zegt den andere, ga maar aan boord doet ie teken. Bij het oprijden van de ferry vraag ik het nog eens voor de zekerheid en jawel hoor, ik zit juist. Heb ik me dan zo miskeken op het schema ? Ik neem 1 van de straps uit mijn bakken en hang de motor vast. Of je em vasthangt of niet is je eigen verantwoordelijkheid hier, ook al is de zee kalm. Een vrouwelijk crewlid komt naar me toe en zegt dat het de eerste keer is dat ze een motorrijder zijn eigen straps ziet bijhebben. Ik wijs lachend naar de koffers en zeg, plaats genoeg he ;).
Bij het opsmullen van mijn broodje kijk ik het ferryschema er nog eens op na en zie ik dat de ferry waar ik nu op zit een extra ingelegde ferry is omwille van de drukte. Die stond er deze morgen zelfs nog niet eens op en op een paar uur tijd krijgen ze hier voor mekaar dat er een heel schip wordt bijgetrokken om wat meer volk van en naar het eiland te krijgen. Eat that, NMBS en De Lijn.


Na het verlaten van de ferry stop ik wat verderop om de camera terug op de motor te monteren, handschoenen aan te doen maar vooral om even uit de zon te gaan zitten en wat te drinken in een bushokje. Het kwik had inmiddels de 30° lijn overschreden. Eens gehydrateerd zet ik koers naar Torghatten. Een enorme berg met een gat in het midden waar je door kan wandelen.
Je kan al raden dat met deze temperaturen ik genoegen nam met de berg op een afstandje te zien en mijn drinkfles bij te vullen. De moedigen die wel naar boven gingen hadden heel weinig kleren aan en blinkten van het zweet zal ik nog meegeven. Daar zo ergens ietsje links van het midden van de foto moet dat berucht gat zijn. Als het je genoeg intereseert zoek je maar een foto met het gat :).

Onderweg naar de Traelvikosen kom ik door Bronnoysund waar het rootsfestival bezig is. Door het centrum kan je enkel stapvoets rijden door de drukte, om letterlijk en figuurlijk van om te vallen.
De Traelvikosen is wederom een landschapskunstwerk en wel knap gevonden vind ik. Bij vloed zouden onderstaande stapstenen net onder water moeten staan maar wel nog zichtbaar zijn. Denk er zelf maar Walk on water bij van Milk Inc.

Ver is het niet meer naar mijn slaapplaats maar 1 stop moet ik nog doen. Sundshopen, en die zie je hieronder met hoe kan het ook anders weer een specialleke van een openbaar toilet.




Ik kan op de parking nog net voor een camper vertrekken en kan dus zelf het eerste stof maken op het weggetje dat terug naar de 17 gaat. Niet veel later kom ik aan de camping aan die maar 100 meter van de ferrykaai verwijderd is. Self-service zie ik hangen. Ja tarara denk ik, ik heb geen instructies gehad via mijn boekingbevestiging. Ik begin net door mijn mails te gaan om te zien of ik iets gemist heb wanneer een man vanuit zijn wagen toeroept om naar het rode gebouw langs de straat te gaan. Daar staat een medewerker die me vraagt hem te volgen. Hij vertrekt in zijn auto en ik schiet achter hem aan. We gaan talloze mooie hutten voorbij en draaien een braak liggend stuk grond op waar vele hobunits naast mekaar staan op een staketsel. Ik heb niet teveel betaald en ben stikkapot van de hitte. Het interesseert me niet meer waar ik slaap denk ik. Ik ga de hobunit binnen. Het is er klein maar functioneel en proper. Het is goed zo denk ik. Ik doe eerst snel mijn was in de gootsteen want het is hoog tijd. Ik haal wat paracord uit mijn koffers en hang de was op en ga even op bed liggen om te bekomen. Ramen en deur staan op mekaar open en er komt een lekker briesje door de unit gewaaid.


Terwijl ik op bed lig komt een andere gast onder begeleiding toe. Ik zie hem iets later weer wanneer hij zijn bagage erbij sleurt. Zo, zegt hij, nu iets te eten zoeken in mijn koffers. Ik zeg hem dat ik boodschappen ben gaan doen en dat de verpakkingen hier niet voorzien zijn op 1 persoon. Als hij wil kunnen we gerust wat samen eten. Hij heeft ook nog Rosti bij die op moet, zegt em, maar hij gaat graag in op mijn aanbod. Zo zitten we wat later gezellig aan een picnicktafel buiten grillworsten, gebakken ui en Rosti te eten. We sleuren er wat alcoholvrije biertjes bij en bespreken problemen van wereldse orde en veel kleinere problemen maar we lachen vooral veel. Haribold komt uit Beieren en is al lang gepensioneerd. Zijn vrouw reist niet meer graag. Krijgt ze stress van, zegt hij. De halve wereld hebben ze al gezien, ofwel met de motor ofwel met de mobilhome. Is goed, zeg ik tegen hem, zolang ge maar niet voor mij rijdt met uwe mobilhome. Hij zegt dat hij het allang niet meer erg vindt dat zijn oorspronkelijk geboekte cabin een dubbele boeking had en dat ze hem in een hobunit gestoken hebben. Ik heb nog wat afwas te doen en een stukje te schrijven dus neem ik afscheid en wens hem nog een mooie reis. Hij gaat verder naar het noorden en wil ook nog een stukje wildernessroute meepikken. Ik heb hem aangeraden het noordelijke stuk met de 20 km ruwe stenen te vermijden.
Zo is het weer 23u30 en ga ik moe maar voldaan naar bed. In tegenstelling tot de laatste dagen mag ik morgen weer volop aan de bak om kilometers te vreten. De ferries gaan het deze keer niet voor mij doen, buiten die van morgenvroeg dan een klein beetje.