Dag 15: meer Helgelandskysten

Dag 15 is al om sè. Ik zit hier in de avondzon buiten met een nog lichtwarme wind te genieten en verder af te koelen op een prachtig domein. Nu is het zalig buiten maar overdag heeft het kwik de 32 graden bereikt. Allesbehalve plezant om op de motor onderweg te zijn. Ik ben benieuwd of ik die mooie zonsondergang die de gastvrouw beloofd heeft wel ga halen. Ik vertel je graag hoe ik tot hier gekomen ben.


Tuutuutuut, het is 7u. In tegenstelling tot de vorige nacht heb ik heerlijk geslapen. Toen ik gisteren de hut betrad was het onmenselijk warm binnen maar een paar uurtjes alle ramen en de deur op mekaar openzetten heeft wonderen verricht. Ik zet alvast water op en ga naar de sanitaire blok. Het wordt weer een mooie dag zie ik.

Ik ga terug naar mijn hut en daar zit er al ene op mij te wachten met een blik van ga je mij nog voeren of hoe zit het maar dan met een typisch norse Noorse blik.

Ik deel maar rap een potje leverpaté dat ik heb meegebracht van de AH en hij laat het zich smaken. Intussen kan ik rustig mijn tas koffie opdrinken met zicht op …

Ik kijk op de klok en zie dat het al 8u is, als ik die ferry van 8u40 wil halen zal ik moeten doordoen. Ik kan nog net de eigenares gedag zwaaien wanneer ik vertrek. De sleutel heb ik dan al keurig in de daarvoor bestemde brievenbus gedropped.

Gelukkig is het maar een paar kilometer tot aan de ferry, dat had ik zo uitgekiend, speekselmedaille voor mezelf.

Ik schuif aan achter de Tsjech die 10 minuten voor mij de camping heeft verlaten. Intussen voel ik dat ik aan het bakken ben, kijk maar eens naar mijn reeds rood aangelopen gezicht.

We knopen aan boord eventjes een gesprekje aan maar lang kunnen we niet praten, de kapitein heeft precies haast en we staan snel aan de overkant. Iedereen stuift ervandoor maar ik doe rustig aan. Vandaag staan er nog geen 200 kilometer op de planning. Ik moet wel 3 ferries in totaal nemen en dat kost ook tijd maar gehaast ben ik helemaal niet.

Ik stop wat verder in Tjong om wat van het uitzicht te genieten, dat doe ik veel de laatste weken ;).

Nog wat verder kan ik het ook niet laten om weer even te stoppen.

En nog wat later stop ik weeral, de volgende ferry is er nog lang niet en het is nog maar een 30-tal kilometer.

Hierna rij ik wel ineens door naar de ferrykaai en jawel hoor, daar staat de Tsjech weer. Het is nog een uurtje wachten dus besluiten we een koffietje te gaan drinken, het is nog maar 23°C dus dat kan nog wel :). We praten bijna drie kwartier vol eer het tijd is om terug naar de motoren te gaan want de ferry komt al stilaan binnen.

Op de ferry wordt natuurlijk een heel eind verder geleuterd. De Tsech is auto- en motorgek en heeft van beide vervoersmiddelen al heel wat modellen versleten. Hij is CNC operator en heeft voor deze reis toch wel een tijd moeten sparen geeft ie toe. Slapen doet ie in een tent om de kosten zo fel mogelijk te drukken. Hij doet dat wel liever op een camping dan in het wild omwille van de faciliteiten.

Eens van de ferry gaan we elk onze eigen weg, hij gaat met al de rest mee naar links en ik ga naar rechts. Vanop de ferry had ik namelijk een terras zien liggen tegen een bergflank en de deze lust wel iets. Ik parkeer me na een paar kilometer op een stoffige parking en ga naar binnen. Kan ik iets eten, vraag ik. Helaas niet zegt de man maar ijsjes hebben we wel. Allez dan, ik geef toe. Een Noorse Cornetto en een blikje Cola. De man geeft me ook nog een glas uit de diepvriezer mee, dat is attent. Hij doet zelfs de luifel van het terras voor me naar beneden, dat is nog attenter maar het haalt helaas niets uit. De zon vindt haar weg er toch nog onderdoor. Ik laat het niet aan mijn hart komen en geniet er even van vooraleer ik weer op weg ga.

Onderweg stop ik om 12u45 aan mijn eerst geplande bezichtiging, het kustfort van Gronsvik. De thermometer tikt echter al de 30 graden aan en het is een volledig open site, niks van beschutting te bespeuren. Daarenboven zie ik mensen een vrij stijle helling opsuggelen in de brandende zon. Ik beslis het fort dat den Duits in WWII heeft gebouwd te laten voor wat het is en een kilometer terug te rijden naar een uitzichtspunt dat ik heb gezien, dat van Kleivhalsen. Het geeft een geweldig zicht op de omliggende eilanden. En op mij ;).

Ik rij verder naar de volgende geplande stop, het uitkijkpunt van Hellaga. Ik kom er aan na een mooie stukje asfalt aaneengeregen met lekkere bochten. De GSA en ik, we smaken dit wel.

Ook op Hellaga vinden we weer zo’n speciaal gebouw dat de toiletten herbergt.

Van Hellaga gaat het in vlot tempo met zicht op het prachtige Sjonafjord, door verkoelende tunnels en langs koeien op de weg met als afsluiter een afdaling met haarspeldbochten naar de laatste ferry.

Ik kom aan in Nesna waar de ferry naar Levang vertrekt en wie staat daar vanvoor in de rij? Jawel, de Tsjech van weleer. Hij staat daar al lang te wachten want hij stopt niet veel onderweg. We gaan aan boord van de ferry en babbelen nog wat en besluiten het laatste stuk tot Tjotta samen te rijden. Dat is nog zo’n 70 kilometer waarin ik de kop neem. Ik kijk geregeld in mijn spiegels om te zien of hij nog volgt. Hij reed liever vanachter omdat zijn snelheidsmeter stuk is en dan weet ie hoe hard ie moet rijden :). Na zo’n 20 kilometer stoppen we aan de Helgeland brug, weer een prachtig staaltje Noorse bouwkunde.

De Tsjech vindt het ook wel leuk en hij oppert om een ander zicht op de brug te gaan zoeken. Er loopt een onverhard weggetje weg van de brug en misschien komen we zo wel op iets uit zegt hij. 3 kilometer stof maken verder kreeg hij nog verdekke gelijk ook. Het onverhard liep naar een industrieterrein vanwaar we deze foto konden maken.

Van hieruit gaat het in 1 ruk naar Tjotta. Lekker vlot rijdend en af en toe schapen ontwijkend komen we aan en gaan gelijk tanken kort aan de ferrykaai vanwaar ik morgen naar het eiland Vega vertrek. We gaan ook nog even samen de lokale supermarkt binnen. Hij koopt zijn avondeten en wat fruit, ik enkel een grote fles frisdrank. Ik ben van plan iets te eten in het gasthuis waar ik verblijf. We nemen afscheid maar misschien ook niet, je weet nooit waar we mekaar op weg naar het zuiden nog tegenkomen grappen we.

Ik kom aan in het gasthuis en meld me aan. Vriendelijke mensen hier. Ik krijg een rondleiding en mag de motor voor de deur zetten, andere gasten moeten hun auto wat verderop zetten na het uitladen. Ik heb intussen geleerd om mijn short en schoenen niet in de grote roltas te doen maar in een klein zakje en dat in mijn tofkoffer te steken. Zo kan ik bij aankomst eerst wat lichters aandoen vooraleer ik trappen op en af begin te lopen met de nodige bagage. Weeral een speekselmedaille voor mezelf. Na het uitladen spring ik onmiddellijk een ijskoude douche onder. Dat was hoognodig na zo’n dag afzien in de zon en het stof. Ik bestel me wat te eten en drink er 2 lekkere en vooral frisse, alcoholvrije biertjes bij. Dan is het tijd voor een wandelingetje over het domein. Het blijkt hier een van de grootste herenboerderijen geweest te zijn in in de wijde omstreken en dat is er aan te zien. Momenteel is hier het gastenhuis gelegen en een afdeling van het Noors instituut voor bio economie. Het domein heeft ook een privékerkje van de tijd dat het hier nog een echte herenboerderij was, indrukwekkend.

De zon is nog niet onder maar mijn kaars is wel al uit. Ik ga mijn bed opzoeken, morgen wordt weer zo’n warme dag blijkbaar en ik kan er maar beter uitgerust aan beginnen.


En voor wie nog graag een stukje op de 17 meerijdt …