Dag 13: Idyllische Lofoten?

Ik heb lang naar deze dag uitgekeken. De Lofoten moet zowat de meest gehypete eilandengroep zijn van Noorwegen. Senja en de Vesteralen waren al wondermooi vond ik dus dit moest het summum zijn. Alleen had ik de laatste dagen onheilsberichten gelezen over hoe gecongesteerd de wegen op de Lofoten waren door de vele toeristen en hun vervoersmiddelen zoals auto’s (met en zonder caravan), campers, fietsen, autocars en jawel motoren. Was het echt zo erg ? Ontdek het samen met mij hieronder.


De wekker stond ingesteld op 7u maar om 6u30 was ik al wakker nadat ik me al eens had omgedraaid. Koffie zetten en inpakken is routine geworden. Halverwege dat proces ga ik naar het toilet en zie ik dat zowat alles toegetrokken is met mist.

Het weerbericht is echter gunstig en na het toiletbezoek zet ik me op het bankje op het terrasje met mijn koffie. De Duitser langs me waar ik gisteren kort mee gepraat hebt steekt zijn hoofd ook buiten. Ah, Caffe Zeit, zegt ie en zet zich ook op zijn terras met een koffie. Komt goed, zegt ie, is zo weer weggetrokken die mist. Ik bel intussen de vrouw om haar een fijne huwelijksverjaardag te wensen, zo zonder mij, voor het eerst. Voelt wel wat gek eerlijk gezegd maar het was kiezen, ofwel tijdens de proclamatie van de zoon weg zijn ofwel nu. Het is wat het is. Tegen 8u30 begint het wat op te trekken en is het 14°C, ik tast alles op en in de motor en breng de sleutel van de hut terug en start kort na 9u de motor. De eerste 10 kilometer van de camping naar de hoofdweg, de E10, verlopen voorspoedig. Het is diezelfde E10 die het leeuwendeel van de scenic route Lofoten voor zijn rekening neemt. Ook op die E10 valt het voorlopig mee en ik kom snel aan mijn eerste halte, Austnesfjorden. De parking staat vol overnachters die ofwel nog in hun bed liggen ofwel aan het ontbijten zijn.

Ik klim terug op de motorfiets, vandaag iets moeizamer vanwege een pijnlijke knie. Vermoedelijk van het vele op en af de motor stappen met de knie in een moeilijke hoek gewrongen om tussen de tank en de bagagetas door te gaan ma soit. De volgende 30 kilometer naar Henningsvaer verlopen ook weer zeer voorspoedig en zijn voorzien van prachtige vergezichten op fjorden, bergen en vele watermassa’s.

Ik kom ook nog deze kerk tegen onderweg en hou een korte stop.

Henningsvaer is bekend van de luchtfoto’s waar je op een eilandje voornamelijk een voetbalplein ziet. Ik kom er aan rond 10u en het is er heel druk, 2 brugjes met verkeerslichten die beurt om beurt de mensen van de ene kant naar de andere kant toelaten later, sta ik aan het voetbalplein. Aangezien drones niet zo welkom zijn in Noorwegen en omwille van de drukte laat ik de mijne diep in de zijkoffer zitten en probeer op een andere manier beeldmateriaal te maken wat hogerop.

Direct het fotootje doorgestuurd naar de zoon die er als voetbalfanaat blij mee was :).

In de buurt stonden ook legio stokvisdroogrekken, iets waarmee het Noorse landschap bezaaid is. Onderweg zie ik er momenteel vooral wildkampeerders hun was op drogen. Dat lukt wel met de wind en 24°C.

Volgende stop en passage, de brug over de Gimsoy zeestraat. Maar niet voordat ik, net zoals de Duitsers op een GS die ik zoëven aan het voetbalplein heb ontmoet, op het laatste moment een bordje spot met de veelbelovende term landschapskunst. We lachen als we mekaar weer op de parking zien. Zouden we mekaar nog tegenkomen vandaag gekken we, wetende dat de kans zeer groot is.

Zonder verder gezever, desbetreffende landschapskunst. Best knap gedaan.

Van hieraf zien we ook de Gimsoystraumen brug en vooral vrachtwagens die er zeer traag over lijken te gaan, zou het zo hard waaien daar? De wind was onderweg namelijk goed komen opzetten. We draaien ons om als we ineens vlakbij een vrachtwagen horen claxoneren maar zien niet goed waarom, de volgende doet hetzelfde en nog één. Ineens zien we 3 jonge hikers die met zoveel overtuiging het toetergebaar maken dat de chauffeurs eraan toegeven en hun luchthoorn laten schallen.

Deze moesten we dus nog over, de zeestraat van Gimsoy.

Eens de zeestraat over zette ik koers naar Gardsvatnet, een vogelspotsite. Niet met de intentie er te stoppen maar om es te loeren of het er wat interessant uitzag, niet dus. Het werd intussen 11u30 en het gebrek aan ontbijt had me hongerig gemaakt. Wat verder stop ik aan FURU, een heel tof hostel en café waar ze ook wat kleins te eten serveren. Ik neem een kaneelrol en een ciabatta met gerookte zalm en kruidenkaas. Ik zet me op het terras en met zicht op de bergen smikkel ik alles smakelijk op. De gerookte zalm is hier trouwens lang niet zo vettig als die wat je bij ons koopt valt me op maar is wel superlekker.

Ik vervolg mijn route en komt bij Torvdalshalsen uit waar je kan uitkijken over het Torvsdalsvatnet meer. Hier zie ik het Duitse koppel voor de laatste keer, waarschijnlijk omdat ik hen het plaatsje waar ik net heb gegeten aanraad. Dat is zo’n 10 kilometer terug en ze geven aan ernaartoe te gaan. Ook hier zijn weer bezoekers aan de suggel met het manoeuvreren van camper of caravan. De Duitse man zegt tegen me: er zijn er toch veel op pad met veel te groot gerief voor hun kunnen hè. Ik kan het alleen maar bevestigen want dat is iets wat me de hele dag zal opvallen. Veel van de toeristen hier vliegen in en huren dan zo’n camper. Iets van grote afmetingen waar ze waarschijnlijk nog niet veel ervaring mee hebben. Ze moeten er dan onmiddellijk in vrij uitdagende omstandigheden mee aan de slag. Ze nemen de hele baan in beslag en parkeren duurt een eeuwigheid bij die vedetten. Gelukkig staan ze vandaag meer aan de kant van de weg dan erop. Ma soit, hieronder het meer.

En de bankjes waar je al chillend of met je picnick van het uitzicht kan genieten…

Intussen is het haast 13u en ik zit nog maar aan een derde van mijn stops, ik ga mogen doordoen. Totnogtoe is het drama op de weg uitgebleven. Geen ellenlange slierten blikken op wielen maar vooral genieten van de mooie slingerwegen zonder al te veel oponthoud, zo moet dat. Ik geef goed gas en kom aan Eggum, een vissersdorpje zoals er velen zijn in Noorwegen. Het is echter voorbij het vissersdorp dat het te doen is. Bij de ruïnes van een oude radarinstallatie waarvan je een deel van het draaimechanisme nog kan zien, hebben ze een amphitheatertje gebouwd om voorstellingen te geven. Wat verder is ook een kunstwerk maar dat laat ik omwille van de langere wandeling aan me voorbij gaan.

Vanuit Eggum is het niet zo ver naar het Vikingmuseum en de kerk van Borge. De parking van het Vikingmuseum staat stampensvol en met de blakende zon heb ik niet veel zin om te gaan aanschuiven in mijn motorpak. Ik laat het museum links liggen en rij er achter door naar de kerk. Ik betaal graag de inkom om ook gebruik te kunnen maken van het toilet :). Inbegrepen in de 5 euro inkom is ook het branden van 1 kaars inbegrepen, dat doe ik dan ook maar en ‘bid’ voor een behouden thuiskomst. Dat vergezicht is trouwens het vikingmuseum in de vorm van een typisch langhus.

Hierna volgt weer wat E10 maar het wordt extra mooi wanneer de scenic route een afslag neemt richting strand van Viks. Baantjes die rond de rotsen kronkelen, waar maar 1 auto gelijk doorkan en haast zonder verkeer. Ik ben in mijn nopjes en de motor precies ook. Gaat lekker zo.

Het strand is … een strand. De omgeving is wel indrukwekkend zoals overal op de Lofoten eigenlijk. Heel veel bezoekers met dit prachtige weer. Overal geparkeerd waar het mag en waar het niet zou mogen. Een beetje de rode draad van de dag. Alle stranden zijn drukbezocht, dat verklaart waarschijnlijk waarom ik zo lekker kan doorrijden.

Van Viks gaat het die lekkere kronkelige weg terug naar de E10. Een Audi RS6 voor me kan ik nog net voorbij maar de Deen in de camper ervoor ziet me precies niet en houdt de hele baan toe. Een paar kilometer verder gaat ie plots wel aan de kant en zwaait me voorbij, ik zwaai dag & bedankt. Voor wie graag een stukje meerijdt heb ik onderstaand filmpje gemaakt waar je zelf de camerahoek kan kiezen.

Een lekker stukje weg verder kom ik aan in Skreda alwaar je beloond wordt met dit uitzicht.

Weer wat verder dan Skreda mag ik weer de E10 af voor een lekker kronkelweggetje, alleen heeft iemand een kronkel precies niet zo goed verteerd, zijn collega’s staan er al bij dus komt wel goed denk ik, ik zou alleen niet weten hoe zonder grote kraan of de Hamse sleepdienst.

Aan het eind van het slecht verteerbare kronkelwegje ligt Nusfjord. Lijkt gezellig ware het niet voor de verkeers- en parkeerellende, ja ook voor motorrijders deze keer. Ik neem genoegen met het zicht van bovenaf en spaar me de inkom om op de promenade te mogen wandelen uit. Ah ja, ook hier weer ne sjarel met compensatiedrang met een Amerikaanse pickup die zich in 27 keer moest draaien op een parking waar een Fiat 500 al niet in 1 keer rond kan. Ik blijf erbij, die dingen hebben geen plek in Europa. Bijeenpersen voor oud ijzer of terugsturen is het enige juiste dat je ermee kan doen.

Ik rij dezelfde weg terug naar de E10 waar zatte Ivar zijn collega’s nog in hun haar staan te krabben over hoe ze de aanhanger gaan rechttrekken.

Van hieruit gaat het naar, hoop ik, de meest teleurstellende waterval van deze reis, Molneva. Als je een emmer water uitgooit op een steile straat heb je hetzelfde effect in mijn ogen.

Wat verder op de E10 pak ik een zijstraat om aan de kerk van Flakstad uit te komen waar ik een korte stop hou om mijn dorst te lessen.

De volgende punten die ik passeer zijn Brunstranda en Ramberg, beiden bekend van hun grote strand en het is er aan te zien. Weer massa’s mensen en auto’s die te pas en te onpas zijn neergeplant. Ik rij er snel aan door en ga in Ramberg centrum de motor zijn dorst lessen. Weeral maar 1 balkje over en ik moet toch niet zoveel kilometers meer, kan ie goed gevuld aan de dag beginnen morgen.

Op weg naar Akkarvikodden mag ik weer een winderige brug over. De windmeter geeft 12 m/s aan, dat is ongeveer windkracht 6. Valt nog wel mee zei ik tegen mezelf leunend tegen de wind in.

In Akkarvikodden hebben ze weer een niet alledaags ‘toaletthus’ neergepoot langs het point de vue.

Ik heb nu eigenlijk nog maar 2 stops te doen vooraleer ik bij mijn gastheer Roy aankom, een winkel en Reine. In de winkel onderweg koop ik brood en beleg. Na een hete dag op de motor heb ik echt geen zin in warm eten ‘s avonds. In Reine draai ik het centrum binnen en direct weer buiten. Ik heb namelijk ook geen zin in aan 2 km/u tussen volwassenen en joelende of jankende kinderen doorlaveren, er hangt al genoeg bloed aan de moto. Het enige wat ik er leuk vind zijn de huisjes. Het zijn de zogenaamde Rorbuer (enkelvoud: Rorbu), vroeger de seizoenshuisjes van de vissers, tegenwoordig erg gegeerde verblijven voor toeristen.

Ik passeer dit bord en weet dat het niet meer ver is tot bij Roy, mijn gastheer van vanavond. Je spreekt het trouwens ongeveer uit als een ‘o’.

Ik draai Roy’s inrit op en na een druk op de bel verschijnt een vriendelijke man die me de nodige uitleg geeft en weer verdwijnt. Zo gaat het eigenlijk in heel Scandinavië totnogtoe, vriendelijk maar ze geven je ruimte. En dan heb ik het niet over de grootte van de kamer :). Na een verkwikkende douche en een deugddoende maaltijd doe ik nog een rondje in het dorp in de hoop een koffie te scoren maar helaas, 18u is lang voorbij en iedereen is naar zijn hjemme.

Het is hier vergeven van de meeuwen en hun gekrijs. Horen we niet meer, zegt Roy. Tof, ik thans wel hoor. Er slapen hier nog 3 andere motorrijders en 1 boze bijrijder. 2 ervan zijn jonge Duitsers op Kawasaki’s en de andere 2 zijn een Spaans koppel en de vrouw is boos omdat ze de Lofoten zijn moeten doorknallen zonder ergens te stoppen. Ze zijn namelijk in 2 dagen van de Noordkaap naar hier gekomen. Dat is inderdaad enkel maar rijden dan.

Dat was het weer voor vandaag. Nu nog snel alles inpakken zodat ik morgen rond 5u30 kan opstaan en rap vertrekken. Ik moet de ferry van 7u hebben en je moet je 45 minuten van tevoren aanmelden.

Goede (korte) nacht!