Dag 12: Vesteralen & kennismaking met de Lofoten

Het is 10u ‘s avonds en de camping waar ik hier verblijf in Lauvik gonst nog van de bedrijvigheid. Mensen komen nog toe, er zijn er hun tent aan het opzetten, anderen beginnen hun potje nog te koken en de kleine die hier voorbijkomt gaat nog vissen aan het water hier vlakbij. Zodra hij de vishaak uit zijn broek krijgt geprutst …

De bedrijvigheid hier staat in schril contrast met hoe de dag begon.


Na een slechte nacht te wijten aan het ‘charmante’ Alma huis van 1851 met houten plafonds en muren en een mirakel slecht bed ben ik al om 6u40 uit de veren. Maak van de nood een deugd denk ik bij mezelf en vertrek vroeg. Zo stil ik kan maak ik me uit de voeten, niet evident als je een paar keer volgeladen achterwaarts een smalle, stijle trap afmoet. Ik ga ook nog even in en rond het huis voor wat sfeerbeelden. Buiten maken de meeuwen een hoop herrie met hun gekrijs, die ene hese meeuw maakt het nog enigszins grappig.

Ik rij nog even richting vuurtoren, niet de actieve minitoren maar deze. Het roestig uitziend geval. Alvast indrukwekkender als die afgezaagde stompjes van vuurtorens.

Buiten wat verloren zielen is er niemand op de been, het is dan ook zondag en nog geeneens 8 uur. Ik prijs me al direct gelukkig dat ik alle binnenlagen uit mijn motorkleding heb gehaald want het is nu al 19°C terwijl het toen ik opstond nog maar 16°C was, als dat zo blijft doorgaan wordt het puffen denk ik. Ik stop even buiten het centrum van Andenes en laad de eerste etappe in de gps en kijk voor me, daar ga ik langs rijden.

Eerste stop, Kleivodden. Vooraleer ik het vergeet… vandaag rijd ik een groot stuk van de Andoya Scenic route en Kleivodden is een rustplaats op die route.

Iets verder dan Kleivodden ligt een volgende stop, je gaat hem echter niet vinden op de ‘nasjonale turistveger’ site, het zandstrand van Bleik. Deze heb ik zelf in de route opgenomen. Ik vertrek richting Bleik en onderweg stop ik nog een aantal keren om wat foto’s te nemen van wat toffe dingen.

In Bleik toegekomen parkeer ik de motor vlak aan het haventje en gaap wat rond.

Wanneer ik terug naar de motor wandel kom ik een bekend gezicht tegen, één van de personen die me gisteren op het Bergsbotn uitkijkpunt gevraagd heeft een foto van hun gezin te nemen. Dat is toeval zegt ze. Misschien ook niet zeg ik want er zijn niet zoveel wegen die je van het noorden naar het zuiden brengen hier. Ook waar zei ze. Zij hadden gisteren pech met de ferry, die van 15u zat vol (mede door mij) en ze moesten wachten tot 19u. Ze geeft me nog de tip dat als de ferry van Moskenes naar Bodo niet moest varen er nog een alternatieve ferry is, moet je wel terug een stuk voor naar boven rijden. Bedankt maar ik hoop echt dat ik die tip niet ga moeten gebruiken. Met ‘we zien mekaar ongetwijfeld nog eens’, nemen we afscheid.

Ikke ribbedebie naar Wa… euhm … Bukkekjerka. Ook weer een rustplaats op de route langs een oude Sami offerplaats.

Het gebouw is zeer strak en men heeft spiegelglas gebruikt. Dat geeft een heel leuk effect vanbuiten maar vanbinnen moet het nog specialer zijn. Binnen is namelijk het openbaar toilet en terwijl je je ding doet kan je dus door het spiegelglas naar buiten kijken. Ik heb het niet kunnen testen, er waren precies wat kampeerders hun Aiki noedels terug uit aan het persen en lang staan wachten ligt niet in mijn aard.

Om het hoekje heb je trouwens ook nog een leuk zicht. Het padje leidt naar alweer een vuurtorentje. Het is wanneer ik deze foto neem dat ik een berichtje krijg van het thuisfront, mijn stiekem geregelde ontbijt is toegekomen. Morgen is het onze huwelijksverjaardag maar ik had zo het idee dat zo’n ontbijt beter verorberd kan worden op een zondag, wanneer je er ruim de tijd voor kan nemen. Het werd alvast gesmaakt :).

De Andoya Scenic route brengt me nog verder door Bjornskinn waar je als je niet oppast knal de kerk inrijdt. Aan kerken trouwens geen gebrek hier, ik vraag me af hoeveel ze er op zondag nog volkrijgen en wie die diensten allemaal leidt.

Iets verder dan het kerkje stop ik weer even om dit zicht in me op te nemen.

Ik rij verder naar het zuiden en neem de brug over de Sortlandsundet.

Deze straat scheidt de eilanden Hinnoya, waar ik totnogtoe op zat, en Langoya. Op die brug waait het, net zoals de hele dag al, enorm hard. Ze maken die bruggen ook nog eens gigantisch hoog zodat je echt vol in de wind zit. Dat moet blijkbaar om dergelijke giganten er onderdoor te kunnen laten varen.

Een korte stop aan het lokale benzinestation voor een broodje, maar een veel te lange babbel met een Duitser die de verjaardag van zijn zoon kwam vieren, later kon ik weer vertrekken naar de volgende bezienswaardigheid, de kerk van Hadsel. Niet dat deze zo speciaal bleek bij mijn reisplanning maar dan had ik een excuus om naar Langoya te hoppen. Onderweg naar Hadsel volg ik de kustlijn met enige ergernis omwille van de continue beperkingen tot 50 en 60 km/u. Ik moet wederom een hoge brug over, maar wel een chique vind ik zelf. De brug naar Stokmarknes.

Niet veel verder kom ik in Hadsel en dus ook aan de kerk. Er zijn blijkbaar geen andere geïnteresseerden, niet zo interessant dus.

Dezelfde weg weer terug en weer de hele hoge brug naar Hinnoya over om dan Sigerfjord beach te bezien maar niet zonder ook eerst ne ‘krem’ te gaan lekken want het is intussen toch al 24 graden geworden. Overigens ook niet zo speciaal dat strand, wel retedruk. De hele parking staat vol maar je kent het intussen al, een motorfiets gaat er altijd bij.

Eigenlijk zou ik volgens de geplande route nu weer dezelfde kustweg als toenstraks moeten volgen maar ik heb echt geen zin in het langzame traject en beslis van een alternatieve route te nemen, tussen de bergen.

Awel, ik heb er echt van genoten. Hier en daar wel wegenwerken maar al bij al viel dat nog mee. Vlot kunnen rijden en vele bochten kunnen pikken, daar doen we het voor. De tunnels brachten de nodige verkoeling. Buiten de tunnels 24°C, erin nog maar 12°C, soms toch gebibberd en goed achter mijn windscherm weggekropen.

Al dat moois bracht me naar Holdoya maar niet voordat ik de Raftsundbrug was overgestoken en daarmee ook al officieel op de Lofoten terecht was gekomen.

Dit uitzichtspunt op Holdoya leek trouwens een beetje op een miniatuur Côte d’Azur :).

Op de parking blijf ik even staan leuteren met een Fins koppel op een een wat oudere BMW, intussen vaalgeel in plaats van banaangeel, maar wel toffe mensen. Ze hadden vanuit Finland een heel stuk met de trein gedaan om dan in het mooie Noorwegen met de motor, die ook met de trein was meegekomen, te toeren.

Na een tiental minuten ga ik weer op weg en weet nog net voor een horde caravans in te schieten die ik de berg zie afkomen. Tevergeefs, zo blijkt, want 2 kilometer verder hang ik achter een andere horde caravans. Ik heb de laatste dagen wel al redelijk wat berichten zien voorbijkomen dat het niet meer leuk is op de Lofoten omwille van de drukte. Nergens kan je nog normaal rijden en overal is het aanschuiven, dat belooft. Ik zie wat verderop mijn kans en schiet rechts een klein weggetje op. Dat weggetje brengt me op een veel plezantere manier aan de Grunfor Cyclist hut. Het cyclist stuk slaat blijkbaar op het feit dat er een fietsenstalling is. Wel een toffe locatie nadat je over het onverhard bent gehobbeld.

In die hut heb je trouwens een 360° zicht op de omgeving.

Nu is het de laatste rechte lijn, wel met heel veel bochten, naar de camping toe waar ik verblijf. Op 4 kilometer ervan laat ik me verrassen. Ik zie een groepje mensen in de kant van de weg zitten en zoek of ik geen kinderen zie die onverwachte dingen kunnen doen. De verrassing zit blijkbaar veel korter bij en ineens komen er vlak voor mij een paar schapen de weg opgesuggeld vanuit het hoge gras. Niet gezien door op die mensen te letten natuurlijk. Zij schrikken gelukkig even hard als ik en gaan weer aan de kant terwijl ik wel bijna stilgeraakt was.

Na 4km met een verhoogde hartslag draai ik de camping op en stal de motor aan het ontvangstgebouw/winkel/restaurant en ik meld me aan. For one? vraagt de receptioniste. Ikke: yes yes. De receptionistis is precies een beetje verwonderd. Ze geeft me hut 9. Tiens, ik had in een mail gezien dat ik hut 12 zou krijgen maar soit. Ik koop nog wat douchejetons en wasmuntjes en ga uitpakken.

Hut 12 is blijkbaar een 4-persoonshut, 6 keer ruimer als de kamer die ik afgelopen nacht had. Vandaar haar verwondering denk ik toen ik zei dat ik alleen was. Ik heb thans maar 52,5 euro betaald, net nog nagekeken. Mij hoor je niet klagen.

Na het uitpakken ga ik eerst wat eten in het restaurant, ik ben geen winkels tegengekomen onderweg en het bij navraag bleken er ook geen in de buurt open te zijn vandaag. Het is de visgratin geworden en die smaakte 10 keer beter dan de spareribs van gisteren trouwens. Echt lekker.

Bij het buitenkomen zie ik dat hier een volledige koelcontainer van een ijsjesfabrikant staat, die moeten hier nogal wat verkopen op een seizoen als dat al nodig is.

Na het eten doe ik de was en ga me douchen. Ook het vizier van de helm, windscherm en koplamp krijgen een kleine poetsbeurt, dat is broodnodig.

Terwijl de was in de droogtrommel aan het zwieren is placeer ik me op mijn terras voor de hut en babbel nog wat met de Duitse buurman. Na een tijdje zijn we uitgepraat en maak ik nog een wandelingetje over de kampeersite. De droge was haal ik onderweg ook maar uit. Bomvol staat het hier maar het is er wel leuk.

Zo, nu nog even mijn planning van morgen bestuderen en dan hopelijk terug een goede nachtrust. Slaapwel.