We zijn intussen eind december. Kerst staat voor de deur maar dit stukje moet nog geschreven.
Best veel tijd heb ik er voor nodig gehad, al dat beeldmateriaal doornemen, links en rechts wat herwerken en daarenboven verdorie veel schrijffouten uit mijn blogposts halen. Foutloos zal het nu nog niet zijn maar ik neem er genoegen mee.
Wat een trip is het me geweest. Exact 8399 kilometer van oprit tot oprit. Een dikke 500 liter benzine moet ik verbrand hebben. De motor heeft intussen wel een onderhoudsbeurt gehad maar geen nieuwe banden, die zijn nog altijd helemaal op. Ik heb dus na mijn reis ook niet noemenswaardig veel kilometers meer gereden.
Helemaal niet omdat ik het motorrijden beu ben maar omdat het werk- en privéleven het gewoon even niet toe laten.
Ik moet heel eerlijk toegeven dat met heel mijn eigen verhaal terug te lezen en met het beeldmateriaal bezig te zijn er toch geregeld momenten zijn geweest van: dedju, heb ik dat ook gezien, ben ik daar ook geweest? Het is ook wel heel veel dat je te verwerken krijgt op 27 dagen. Ik ben best wel ambitieus geweest bij het plannen van mijn trip maar heb het tijdens de trip zelden zo ervaren, al waren er dagen bij dat ik dik 12u onderweg geweest ben.
Een fantastische reis was het met weinig ‘slechte’ momenten. Alles is relatief, zo ook de calvarietocht op het einde van de Wildenmansroute of het frequente natte pak. Dat natte pak kwam trouwens evenveel keren van de regen als van het zweten. Ik heb namelijk in Noorwegen de hittegolf van 2025 mogen ervaren. Of hoe het soms toch allemaal afhangt van het toeval. Initieel was de reis namelijk gepland in juni maar omdat ik dan moeilijk tijdig zou terugraken voor zoonlief zijn proclamatie werd het juli. In juni was heel Scandinavië volledig verregend en was het bijlange zo plezant niet geweest.
Ik heb kunnen genieten van afwisselende landschappen, super kwaliteitsvolle wegen maar ook van de minder kwaliteitsvollen wegen. Ik heb bovenal kunnen genieten van magnifieke landschappen. Ik heb vriendelijke locals ontmoet die niet altijd even open waren maar toch altijd heel behulpzaam waren wanneer het nodig was. Ik heb fantastische gesprekken gehad met vooral andere motorrijders die ook de tijd van hun leven beleefden in Scandinavië. Het viel me wel op dat ik gedurende de reis niet zo heel veel Belgen ben tegengekomen ondanks de verwoede pogingen van televisiereclames om ons Belgenvolk naar daar te lokken.
Ik kan het echter iedereen aanraden, Scandinavië bezoeken. Zelfs al blijf je in de zuidelijke delen, je zal er volgens mij van genieten.
Ik heb me intussen wel bedacht dat ik dezelfde trip nooit met de auto zou doen op die tijd. Ik heb het ook dikwijls gedacht terwijl ik de files aan de ferries voorbijstak maar vooral wanneer ik achteraf de verhalen hoorde van reizigers die er soms dik een halve dag mee verloren. Ik ben er ook rotsvast van overtuigd dat je met de wagen ook nooit dezelfde beleving zou hebben als op de motor. De wind voelen, de regen op je helm horen tikken, de zon voelen branden … je zit er echt middenin en de beleving is compleet op de motor.
Waarheen gaat de volgende reis, de vraag die velen me al gesteld hebben. De locaties die ik genoemd heb in de proloog zijn nog altijd een optie maar er is er nog eentje die hoog op het verlanglijstje is komen te staan …
Je komt ongetwijfeld nog te weten wat het geworden is :).
Rest me vooral nog vrouw- en zoonlief te bedanken … zonder hun steun was dit allemaal niet mogelijk geweest.
Doel bereikt, we zijn thuis, de motor en ik. Het is nu 4 uur later dan het moment dat ik thuiskwam en we hebben al met het gezin gezellig thuis gegeten en zijn naar de training van de zoon geweest. Geen dag van interessante stops of leuke gesprekken onderweg maar rijden om thuis te geraken.
Ik sta pas op om 7u10 en dat is de bedoeling. Aangezien het weerbericht de ganse dag regen voorspelt wil ik goed uitgerust aan de rit beginnen. 510 kilometer is er af te leggen en dat valt op zich nog mee want dag 1 heb ik er dik 600 gedaan maar dat was anders. Dat was namelijk de start van de trip vooraleer ik al ettelijke duizenden kilometers op de teller heb gezet.
Ik heb echt heel goed geslapen en dat was broodnodig na wat mindere nachten. Liefst van al zou ik nog wat blijven liggen maar ik moet ergens zijn.
Het is 8u30 wanneer ik klaar ben om te vertrekken en de gastvrouw en gastheer me voor de tweede keer vragen of ik toch niet een tas koffie wil drinken nadat ik een eerste keer beleefd had bedankt daarvoor.
Ik ga nu wel op het aanbod in en we zetten ons gezellig aan de keukentafel waar we, voor ik er erg in heb, nog 40 minuten leuteren. Ik dank hen van harte voor de gastvrijheid en die was eerlijk waar niet min. Ik had een topverblijf met vers fruit op de tafel, leuke gesprekken en mijn motor kreeg een droge en veilige plaats in één van hun hallen. Die hal daar links van de fruitkisten is het.
Die motor stond intussen al even klaar voor de deur om de bagage op te installeren. Het blijft toch een beest he 😉
Na de boel opgeladen te hebben was het 9u15 en ging ik op zoek naar de autosnelweg. Ik moest de A1 hebben naar Bremen en die lag 50 kilometer verder over secundaire wegen doorheen agrarisch landschap. Het is 17°C en het is aangenaam rijden wanneer ik vlak voor de A1 stop om mijn oordoppen in te doen en alles goed toe te ritsen. Er is nog geen regen in zicht, in tegenstelling tot de weerberichten, maar je weet maar nooit.
Alles gaat supervlot tot net voor Bremen, de gps geeft net 4 kilometer aan vertraagd verkeer aan wanneer de remlichten en knipperlichten voor me aangaan. Een Deen die van rechts wil invoegen doet dat wanneer mijn voorwiel zich ter hoogte van zijn achterbumper bevindt. Even hard remmen en nog harder claxonneren.
De gastvrouw had het er deze morgen nog over. Ze ergert zich aan het rijgedrag van Denen, vooral als ze met een caravan onderweg zijn. Die mensen kunnen niet rijden zegt ze. Ik ga haar gelijk moeten geven, gisteren ook al in Denemarken 3 keer vol in de ankers kunnen gaan omdat een Deense tegenligger die aan het voorbijsteken was het niet haalde en ik niet zoals een eland door de voorruit wilde eindigen. Bij nummer 3 haalde ik trouwens uit met mijn vuist naar zijn spiegel maar ik heb gemist :(.
Na mijn geclaxonneer maakt hij zich snel uit de voeten wanneer het vertraagd verkeer weer op gang komt. Laat gaan denk ik, thuis raken, dat is belangrijk.
Van het weer heb ik totnogtoe geen klagen. Geen regen, alleen geregeld donkere wolken. Het is een spelletje geworden van zonnevizier naar beneden, zonnevizier naar boven en weer naar beneden en weer naar boven.
Alles gaat vlot en buiten een plaspauze hou ik geen halt tot de middag. Dan ga ik in Ladbergen eraf en ga een stukje van de autosnelweg tanken. Mij heb je niet meer denk ik, de vorige keer dat ik in zo’n tankstation vlak naast de autosnelweg ging tanken heb ik ver over de 2 euro per liter betaald. Nu, in een tankstation van dezelfde keten 1 euro 67 cent. Met het bespaarde geld kan er wel een kebabke vanaf denk ik en ik rij het centrum in en vind er een grillroom en bestel er een Doner Tasche en een cola.
Ik geef het toe, die van Aydin in Hasselt zijn veel beter maar voor 10 euro had ik gegeten en gedronken. Mijn winst van het tanken was goed besteed.
Wanneer ik wil vertrekken begint het net te regenen maar tegen wanneer ik terug op de motor zit is het alweer gedaan. Weeral ontsnapt denk ik maar helaas, wat verder op de autosnelweg heb ik prijs. Een goede bui waarbij de vrachtwagens zoveel water opwerpen dat het zicht echt slecht wordt.
Ik heb deze morgen nog mijn bandenslijtage gecontroleerd en de indicator van de achterband zat op een fractie van een millimeter van het loopvlak. Hij zal nog wel genoeg water kunnen afvoeren maar liever voorzichtig denk ik. Ik hou me aan de rechterkant aan een lagere snelheid.
Het regent af en aan tot ik mag afdraaien richting Venlo. Geen echt spannende voorvallen meer buiten een bestelwagen met oververhitte motor waar een wolk damp uitkwam om u tegen te zeggen, stukken klapband van een vrachtwagen die wat verderop op de pechstrook stond en een file van 15 kilometer lang omdat er iemand met zijn bestelwagen in panne was gevallen op de linkse rijstrook. Die laatste gelukkig niet in mijn rijrichting.
In Venlo is het een tijdje aanschuiven om op de ringweg te geraken maar daar eens voorbij is het een vlotte maar natte rit tot Houthalen.
Ik dacht dat ik zonder al te veel lawaai de oprit was opgedraaid en vrouw en kind kon verrassen met mijn thuiskomst. Ze hadden me echter gehoord en stonden al snel op de oprit om me terug te verwelkomen.
Ik heb me de hele reis niet eenzaam of alleen gevoeld maar de knuffels deden wel ferm deugd.
Een stukje nostalgie opzoeken en voorbij Hamburg geraken, dat waren de doelen vandaag. Ben ik daarin geslaagd ?
Weeral een slechte nacht achter de rug wanneer de wekker gaat om 6u. Te dikwijls moeten opstaan. Om een mug te vangen, om naar het toilet te gaan, om de verwarming af te zetten omdat het te warm was geworden, om mijn hoofdkussen te zoeken dat op de grond was gevallen, omwille van een steek in mijn schouder. Ik denk dat ik alle redenen gehad heb. Maar … 1 van mijn onderbroeken is tenminste droog. De laatste keer dat ik geluk heb gehad met was doen en drogen op een camping moet wel van op die camping op de Lofoten geleden zijn denk ik.
Wasmachine en droogkast zijn dikwijls een dag van tevoren vast te leggen of je kan McGyver spelen om een proper onderbroekske aan te kunnen doen. Ik had er natuurlijk ook wat nieuwe kunnen gaan kopen maar dan had ik weinig te vertellen daarover he. Gisterenavond ook weer wat gewassen en te drogen gehangen. Dat drogen ging weer niet vooruit buiten, dus een constructie met 2 (bezem)stelen boven een radiatortje moest de boel helpen drogen.
Ik zwaai de deur van mijn hut open om weer naar het toilet te gaan en het regent. Ik had gehoopt na de stortbui van gisterenavond dat alles eruit gevallen was maar dat was dik tegen mijn tjip.
Gelukkig heb ik een afdakje boven het terrasje van mijn hutje en kan ik mijn hebben en houden daar op kwijt zodat ik methodisch kan inpakken want in de hut lijkt een bom ontploft. Alles weer methodisch ingepakt, het is haast een automatisme na bijna 4 weken. Wel zien dat ik die fles Aquavit die ik op de ferry vanuit Noorwegen gekocht heb goed tussen de kleren en handdoeken steek zodat ze wat beschermd zit. Ik rits nog snel de waterdichte lagen in broek en jas want het weerbericht belooft de hele dag regen.
Kuisen, doosje en sleutel terugbrengen en starten maar. Het is nog maar half acht en dan nog eens zondag, het spijt me lieve campingcollega’s maar de deze gaat in de regen plensen. Mijn eerste stop is een opwarmertje en ligt op de route naar Esbjerg waar mijn eerste echte stukje nostalgie terug te vinden is. In Varde hebben ze echter precies nogal veel wandelzones een éénrichtingsstraten gecreëerd waar mijn gps nog niet van op de hoogte is. Wat uitzoomen en op het zicht naar het symbooltje van de kerk rijden. Nog niet veel volk in die wandelzones zo vroeg … gelukkig.
Ohja, die regen heb ik na 10 kilometer achter me kunnen laten en dat de hele dag door, goed hè.
Van hieruit in één trek door naar Esbjerg op haast lege wegen, wat een zaligheid. Ik moet wel nog altijd oppassen voor grind en gravel op kruispunten en in bochten, ik kan er nog altijd niet bij hoe dat systematisch op die plekken lijkt uitgestrooid te zijn.
Om 8u40 draai ik de parking op van het visserij- en zeevaartmuseum in Esbjerg. Hier komt het nostalgisch momentje. Jaren geleden zijn we hier met het gezin geweest tijdens een vakantie in Jutland, Denemarken. Het is hier nog niks veranderd zie ik. Open doen ze pas om 10u en daar kan ik niet op wachten. Ik herinner me nog dat je binnen in grote ronde aquarium vissen kon aaien, dat je buiten ook door een vissersboot kon wandelen en de zeehondenshow was ook erg leuk toen. Vanuit mijn ooghoek zie ik de 4 mannen die naar de zee kijken, een kunstwerk wat verderop.
Man, dat was een leuke vakantie, we zijn toen ook naar Billund geweest, naar het Legopark. En ook naar waar ik nu naartoe vertrek.
Onderweg naar het tweede nostalisch plekje stop ik even aan de Circle K. Ik heb deze morgen om snel weg te zijn maar geen koffie gedronken en ook nog niets geknabbeld. Een cappucino en croissant gevuld met jam later ben ik er weer vandoor.
Ribe is mijn bestemming en wel meer bepaald het Vikingcenter. Het is het Bokrijk van Denemarken of toch het gedeelte openluchtmuseum. Hier beeldt men uit hoe de Vikingen vroeger leefden en handelden. Hun gewelddadigheden zijn hier niet te zien, het moet nog een beetje kindvriendelijk blijven, nietwaar?
Om 9u45 kom ik aan en er staan al een paar gezinnen te wachten tot ze de deuren opendoen om 10u. Toen we hier een aantal jaar geleden waren was het laat op het seizoen en waren de figuranten die het Vikingleven uitbeeldden weer naar huis. Ik zie in de verte iemand in een tenue lopen die je vandaag de dag niet in het straatbeeld ziet en ik gok dat ze er nu wel nog zijn, de figuranten. Ik kan het me timingsgewijs wel permitteren om hier heel even te blijven.
De deuren gaan open en ik koop een ticketje en loop doorheen het domein. Niet alle Vikingen zijn precies even wakker, er lopen er nog met een smartphone in de hand rond :). Wanneer ze zien dat de kijklustigen eraan komen vallen ze helemaal in hun rol. Ze gaan hout klieven, ontbijt maken op traditionele wijze of hun ambacht uitoefenen. Ik zie een pottenbakker, wever, juwelier, houtsnijder en zoveel meer. Een kok in een veldkeuken staat er ook maar die is nog niet teveel aan het verrichten. Ik doe geregeld een praatje en het blijken mensen te zijn die uit verschillende landen komen, Denen natuurlijk maar ook Nederlanders, Fransen, Duitsers, … komen hier figurant spelen tijdens hun verlof.
In de ambachtswoningen en in de koninghal is het veelal donker. Verlichten gebeurt middels kaarsen en her en der brandt een klein open vuur. Alleen de kerk is redelijk goed verlicht en heel kleurrijk versierd. De figuranten lijken in traditionele tenten te slapen maar hebben, gelukkig voor hen, wel modern sanitair ter beschikking dat in een ambachtswoning is verstopt.
Ik spot tijdens mijn wandeling hier links en rechts wat leuks en neem er een foto van. Ik merk blij op dat de boot waar ze jaren geleden nog aan werkten nu wel af is geraakt. Ze hebben dit zonder moderne hulpmiddelen klaargekregen, knap.
Ik verlaat het terrein en voel me opgelaten, heel leuk om terug te zien en zeker om eens het totaalplaatje te krijgen dankzij de figuranten.
Het is nu tijd om doel nummer 2 te verwezenlijken en dat kan maar op 1 manier, door gas te geven. Ik sta 50 kilometer later niet ver van de Duitse grens om de volgende etappe in de gps te laden. Aangezien het middag is ga ik ook even de winkel aan het benzinestation binnen en kom weer buiten met deze buit in handen. Tanken doe ik er niet, ik raak nog makkelijk in Duitsland waar de benzine toch een stukje goedkoper is dan hier.
Ik had gelijk ne felle gezegd, doe die worst met Jalapeno maar. Was ik blij dat er die bevroren Fanta bij had genomen om mijn gehemelte terug af te koelen.
Niet lang na dat culinair hoogstandje was het tijd om de motor zijn dorst te lessen, in Duitsland natuurlijk.
In Duitsland had ik nog 1 stop te doen. Friedrichstadt, ook wel Klein-Amsterdam genoemd omwille van zijn grachten. Daar toegekomen was er een parkeer- en verkeersinfarct nog erger dan die aan de Latefossen zeg ik u. Ik krijg de motor toch gestald en neem een parkeerticketje, de eerste keer op deze reis. Heel lang kan ik niet blijven en ik ga gezwind door de hoofdstraat om uit te komen op het grote plein waar een soort volksfeest/kermis/foodtruckfestival aan de gang is. Er heerst wel een heel leuke sfeer en het is er reuze gezellig. Hieronder vind je 10 minuten Friedrichstadt in 10 foto’s (tijd om van parking naar centrum te wandelen en terug niet meegerekend :p ).
Terug op de parking ben ik juist op tijd om een Duitser de velg van zijn BMW 520i te zien ‘schammeseren’ aan de stoeprand in een poging toch maar een parkeerplekje te bemachtigen. Zijn madam is duidelijk not amused. Ikke schrik, ikke rap weg.
Ik moet al een tijdje plassen en ik kom maar geen openbaar toilet of andere geschikte buitenruimte tegen. Onderweg naar Hamburg stop ik dan maar even op een parking en ga achter de struiken. Wanneer ik, na het plassen natuurlijk, op de gps kijk om te zien hoe lang ik nog moet rijden vertelt ie me dat er in Hamburg 50 minuten vertraging te verwachten is. Op een zondagnamiddag! Nu, elke Duitser die ik gesproken heb tijdens deze trip is er kwaad over. Dat duurt nu al jaren zeggen ze en er gebeurt niks aan. Ik was dus verwittigd en had al een reserveplan klaar. Ik zou de ferry over de Elbe nemen in Glückstadt en zo niet meer Hamburg moeten doorrijden om ten westen van Hamburg naar mijn overnachtingsplek te rijden.
20 kilometer nadat de autoweg van 1 rijvak veranderd was naar 2 rijvakken en dus een volwaardige ‘Autobahn’ geworden was zonder snelheidslimiet moest ik er weer vanaf. Ik kon nog wel even genieten van het schouwspel waarbij een Skoda met zijn lichten plimpte om de Porsche voor hem aan 200km/u aan te manen even plaats voor hem te maken. Zotte Duitsers toch.
Via wat slingerwegjes en dorpskernen kom ik aan de ferry. Of toch de rij die staat aan te schuiven voor de ferry want de gps zegt dat ik nog 1 kilometer moet rijden. Dat is pas een wachtrij hè ? Ik sluit achteraan in de rij omdat ik niet zo goed weet of het hier wel ok is om met de motor naar voor te rijden. Een paar seconden later stoppen 2 motorrijders langs mij, Duitsers zijn het, en ze zeggen van mee te komen naar voor.
Al wachtend op de ferry praten we wat. Zij vertellen me over hun paar dagen op de Trans European Trail in de buurt en ik zo bondig mogelijk over mijn haast 4 weken durende trip die morgen een einde kent.
De ferry komt al snel vind ik, ik dacht dat ik er pas een had zien vertrekken. Jaja zegt een van de mannen, er varen continu 4 ferries tussen Glückstadt en Wischhafen. Kan ook niet anders als er zoveel volk de oversteek wil maken natuurlijk. We varen de Elbe over en ik ben deftig onder de indruk. Wat is me dat een brede rivier.
Eens aangemeerd murwen de mannen zich tussen het busje dat vooraan staat en de scheepswand door en ik volg. Het past net. We kruisen een rij wachtenden van ook zeker een kilometer lang, geschift gewoon. Ze moeten een stukje dezelfde kant op als ik en als ze rechtsaf slaan zwaait de achterste met zijn hand. Tschüss.
De 50 kilometer die me resten gaan niet zo vlot. Vele dorpskernen worden aaneengeregen en bijgevolg rij ik kilometers aan een stuk 50 km/u. Wanneer je dan toch even richting 100 km/u aan het optrekken bent dient de volgende dorpskern zich weer aan. Ik mag op het laatste toch nog een beetje gas wanneer ik 5 kilometer Autobahn mag doen. Wat ? Nu al voorbij die 5 kilometer ? Blij dat mijn bagage goed vasthing :).
Ik rij naar Guderhandviertel, naar de familie Stechmann. In hun boerderijwoning heb ik een apartementje gehuurd. Ik bel aan en de man des huizes, Holger, begroet me. Ferme boerderij zeg ik. Ja zegt hij, doe ik nu 20 jaar. Voorheen zat ik in de energiesector. Allez zeg ik, dat is toevallig. Ik werk bij een distributienetbedrijf (in Deutsch mit Haare drauf sage ich das). Zijn vrouw komt ook buiten en zegt aiaiai, nu ben je over iets begonnen, jij bent nog niet klaar. Jama zeg ik, ik moet ook nog eten. Ze raden me aan naar de camping iets terug op de weg te rijden en te zeggen dat zij me gestuurd hebben. Normaal mogen alleen campinggasten daar eten maar voor mij maken ze wel een uitzondering als ik zeg dat de Stechmann’s me gestuurd hebben.
We spreken nog af waar ik de motor mag zetten straks en ik ben weg naar de camping. Ik ga binnen en meld dat de Stechmann’s me gestuurd hebben. Eten kan maar pas om 18u, eerder beginnen we er niet aan zegt de gastvrouw. Ik vraag dan maar een grote Cola en zet me op het terras. Stipt om 18u komt de bazin van de camping me vragen of ik nog iets wil eten. Jazeker zeg ik, wat heeft u? Alvast geen keuzestress vandaag, niks te kiezen, 1 gerecht maar wel in 2 varianten. Aardappelsalade met weinig of met veel vlees. Mit viel Fleisch bitte.
De andere groente kan je moeilijk zien, het was namelijk de ui in de aardappelsalade. Sappig lekker vlees, dat wel maar wat groen had er niet tussen misstaan. Soit, ik heb gegeten en kan dus terug naar de boerderij.
Afladen, de motor stallen en dan dringend naar het toilet want ik heb uiteindelijk 2 van die halve liters Cola gedronken. Nog een klapke met de heer des huizes waarin hij vraagt van welke regio ik ben in België. Limburg zeg ik en hij glundert. Dat kent hij zegt hij, ze gaan er geregeld naar een vestiging van Center Parcs. Hun vaste uitstap is dan het Jenevermuseum in Hasselt om twee kartons van de jenever te kopen die in geen andere winkel, noch online, te krijgen is. Of ik er ene wil proeven? Nee dank je zeg ik, niet als ik met de motor onderweg ben, ook niet ‘s avonds. Onze biertjes lust hij ook wel zegt hij maar daarvoor gaat hij graag naar een echt café, bij Center parcs hebben ze enkel schijtbier zegt hij. Heineken dus.
Ik raak uiteindelijk toch in mijn appartementje en kan me douchen en die ene droge onderbroek aantrekken. De andere twee heb ik opgehangen en zijn nu ook haast droog. Ik vind trouwens nog een leuke attentie op de tafel in de woonruimte. Een kom kersen, abrikozen en nectarines. Blijkbaar allemaal van eigen kweek. Ik heb ze mij laten smaken.
Zo, morgen het laatste stuk naar huis. Ze voorspellen weer een ganse dag regen maar hopelijk heb ik evenveel geluk als vandaag en weet ik ook morgen de dans te ontspringen.
Pats, die bloeddorstige mug in mijn hutje is dood en ik kan beginnen schrijven. Zonet maar snel naar binnen gekomen toen het begon te gieten. De koffers van de motor en de zijtas snel eerst dichtgedaan. Anders kon ik morgen al wat van die zalmen erin zetten waarvoor de regio zo gekend is.
7u tuutuut, water opzetten, beginnen inpakken … enfin, je kent het al na zoveel dagen.
Het is 19°C en de wind blaast zachtjes, de Australische Noor of Noorse Australiër komt voorbij gesloft en zeg stilletjes goedemorgen. Het is zaterdag en de rest van de camping ligt nog te maffen. Ik wens hem een goede reis en hij sloft verder naar zijn tent waar ie in zijn campingstoeletje ploft. Zo eentje dat je in elkaar steekt met 27 stokken. Klein op te bergen, dat wel. Maar of het ook zo makkelijk zit weet ik niet.
Ik neem mijn koffie erbij en zoek de weersvoorspelling op. Men belooft me dat het vandaag droog zal zijn maar ook dat het winderig zal worden. Niks nieuws onder de zon dus.
Ik heb zo’n 280 kilometer gepland vandaag en maar een handvol stops. De volgende twee dagen zullen andere koek zijn maar dat zijn zorgen voor later denk ik bij mezelf. Gewoon vroeg genoeg opstaan en zo snel mogelijk eraan beginnen.
Misschien heb je het al gemerkt maar voor mij is het stilletjes aan mooi geweest. Een hele leuke tijd gehad maar de heimat roept. Niet gek na haast 4 weken, toch?
Wanneer het huisje weer blinkt vanbinnen start ik de motor en breng ik de sleutel en de keycard terug. De receptionist wenst me een prettige reis en ik wens hem een prettige dag.
Onderweg naar Blokhus trekt de wind weer aan, bijlange na niet zo fel als gisteren gelukkig. Net voor ik het centrum van Blokhus binnenrijd kom ik achtereenvolgens langs een street-art museum, een beeldenmuseum en een papierkunstmuseum en rij aan alledrie stijf voorbij. Om 9u kom ik aan in het centrum van Blokhus, een gezellig stadje met veel winkeltjes en restaurantjes. Die zijn allemaal nog dicht, bij de bakkers staan echter lange rijen aan te schuiven voor vers gebakken lekkers.
Ik wilde in Blokhus het kanon zien. Dat vuren ze tussen 24 juni en 9 augustus iedere avond af, behalve op donderdagen om de een of andere reden. Met het afvuren van het kanon schieten ze zogezegd de zon neer. Ik dacht dat zo’n kanon om de zon af te vuren wel heel groot moest zijn maar dat viel tegen. Gelukkig was er wel een stuk strand waar je met gemotoriseerd verkeer op mocht rijden. En dat was heel plezant :).
Na wat gespeel is het tijd om de kerk van Lerup op te zoeken. Een typisch Deense kerk met witte muren en rode pannen op een zadeldak. Onderweg zie ik talloze andere kerken, ze lijken allemaal hetzelfde dus waarom die van Lerup? Awel, omdat het plezante wegen zijn die je ernaar toe brengen. Om 9u40 ben ik er al na zo’n 30 km vanuit Blokhus gereden te hebben.
Totnogtoe is het Deense landschap dat ik te zien krijg nog altijd even troosteloos vlak als dat ik me herinner van onze gezinsvakantie in West-Jutland jaren geleden. Het is, in vergelijking met Noorwegen, een dramaloos landschap. Het enige drama wat je hier als motorrijder krijgt zijn talloze plekken met grind en kiezel op de kruispunten en in het midden van de bochten.
Na weeral een goede 30 kilometer sta ik op de parking aan de Wurzburger Riese en dat is geen gigantische hamburger zoals je zou kunnen denken. Het zijn de restanten van een Duits radarstation uit de tweede wereldoorlog. Van dat radarstation is niet meer veel te merken maar de natuur errond en het uitzicht op de zee zijn prachtig.
Ik eet op de parking nog even mijn koek op die ik eerder bij een bakkerijtje onderweg had uitgehaald en ga weer op weg. Rond 11u30 sta ik aan de Hanstholm Batterie II, een groot complex dat de Duitsers daar indertijd gebouwd hadden om de relatief smalle doorgang tussen Noorwegen en Denemarken te kunnen bewaken. Met het grootste 380mm kanon konden ze blijkbaar granaten van 800kg tot 55 kilometer ver knallen. Er staan legio bunkers en gebouwen en zelfs een museum waarvoor een rij staat aan te schuiven. Ik neem even wat foto’s buiten en ben weer onderweg naar de parking.
Ik rij verder naar de vuurtoren van Hanstholm en zie onderweg dat alle vlaggen halfstok hangen, wanneer ik aankom aan de vuurtoren komt de rouwstoet net aan de nabijgelegen kerk aan.
Aan de vuurtoren blokkeert een bus de toegang, die lost een lading jongeren die een gids met een rode ballon volgen. Een rustig kiekje maken zit er even niet in.
Langs de kustlijn rij ik nu verder naar de ferrykaai in Agger doorheen het nationale park Thy. Het is intussen 22°C en dat zal de rest van de dag niet veranderen. Aan de ferrykaai staat weer een ellenlange rij wachtenden die ik zoals gewoonlijk voorbijsteek. Ik neem aan de ticketautomaat mijn kaartje en wacht geduldig af. Normaal gezien komt de ferry elke 40 minuten langs maar dat kan ook al eens niet het geval zijn heb ik ergens gelezen. Tijd om wat rond te gapen dus.
Een kwartiertje later was de ferry er al. Ik zie dat intussen nog 2 motorrijders zijn aangekomen maar die steken de rij niet voorbij … zou dat in Denemarken dan misschien not done zijn om met de motor vanvoor te gaan staan?
Er wordt een camper uit de rij geplukt die als eerste de ferry op mag, daarna mag ik. Ik word door de wereldkampioen Tetris tot op de centimeter begeleid tot ik voor hem goed sta. Daarna volgt de rest. Zo kort als hier alles op elkaar staat heb ik op nog geen enkele ferry meegemaakt. Helaas zijn er nog genoeg anderen, waaronder die 2 motorrijders, die niet meekunnen.
Een stukje na het afrijden van de ferry in Thyboron steek ik boos de camper die voor mij eraf mocht voorbij. De lulhannes aan het stuur zat met de gsm in de hand te bellen en was helemaal niet met het verkeer of de snelheidslimiet bezig.
Ik ben op weg naar Bovbjerg om een vuurtoren te gaan bekijken. Ik twijfel eerst om deze over te slaan maar volg de route toch. Voordat ik aan de vuurtoren ben word ik al afgeleid door wat anders. Er zijn paragliders aan het werk die ik achter de duinen zie verdwijnen om dan weer ineens sterk te stijgen, echt indrukwekkend.
Ik zie vanop de parking dat de vuurtoren er een is zoals dertien in een dozijn en draai terug naar de hoofdweg. Van hieruit gaat het in strak tempo naar het strandingsmuseum in Ulfborg. Ook daar is het weer retedruk. Mijn schema liet mij niet toe een uur of langer in een museum te gaan ronddralen maar iets fris had ik toch graag op het terrasje gedronken.
Dan niet denk ik en ik ga richting Skjern. Onderweg stop ik aan een supermarkt in Sonder Nissum. Op de parking is er een groepje samengekomen dat met oldtimer brommers een ritje gaat maken. Met een stuk of 15 zijn ze op hun 50cc, dat is gecombineerd nog altijd een stuk minder als de blok die onder deze ezel zijn gat ligt :). Ik kan nog net de laatste 3 op beeld vangen.
Intussen heb ik het wel gehad met die kustweg. Veel van hetzelfde enkel onderbroken door bebouwde kom. Ik kies ervoor om een andere route te nemen die directer naar Skjern gaat en die meer het binnenland intrekt voor de laatste 50 kilometer. Ik merk snel dat het weinige verkeer dat op mijn nieuwe route rijdt zich niet zoveel aantrekt van de 80 km/u beperking en eerder richting de 100 km/u aanhoudt. Wie ben ik dan om niet mee te doen ? De resterende 50 kilometer draaien er vlot door. Ik stop wel nog even om een foto te nemen van een indrukwekkend windmolenpark. Ik zie ze al de hele dag die windmolens, ze zijn echter niet zo hoog als in België en daar zal die aanhoudende wind ook wel voor iets tussenzitten denk ik dan. Er zijn ook veel kleine windmolens die snel ronddraaien en bij een boerderij of een woning staan. Hier haal je er wel rendement mee lijkt het.
Om 16u30 stop ik al op de camping. Bij de receptie krijg ik mijn sleutel en een doosje met afwas- en poetsgerief. Zo weet je ook al onmiddellijk wat er verwacht wordt. Nog een kleine tekening met waar mijn hut is en waar ik het sanitair kan vinden. Had me ook wel gelukt zonder denk ik want het is hier factor 100 kleiner dan de camping waar ik deze morgen vertrokken ben. Aan entertainment is ook gedacht want aan de overkant van de receptie hangt een dartbord dat al duidelijk zijn beste tijd gehad heeft. Aan het sanitair hangt ook een bordje dat je je elektrische wagen niet mag insteken. Lijkt me ook wel verstandig om de waterslang er niet in te hangen. een stekker waar dat bordje op moet duiden is precies al weggehaald, nu dat bordje nog.
Weeral een klein hutje dus ik moet selectief zijn in hetgeen ik naar binnen breng.
Op het menu vanavond stond trouwens scampi diabolique met verse linguini (of dat stond toch zo op dat pak linguini). ‘Neit schlecht’ zeggen ze bij ons in de geburen daartegen.
Uitgewaaid, dat vat nog het beste samen hoe ik me voel. Uitgewaaid als in: een kaars die wordt uitgewaaid. De ganse dag, zowel in Noorwegen als het kleine stukje Denemarken, hebben de motor en ik tegen de wind gevochten. Zelfs nu ik hier in mijn hutje zit te schrijven bij een dampende kop koffie loeit de wind nog ongenadig hard. Ik heb medelijden met de Noors-Australische motorrijder in zijn tent hier 10 meter verder. Ik heb niet zoveel kilometers gereden vandaag, maar ben toch helemaal op. Als zowel de Noorse als de Deense vlaggen de ganse dag strak gestaan hebben, de maïs en het gras bijna plat tegen de grond lagen en het stemmetje van de gpsdame de hele dag onverstaanbaar was … dan heeft het hard gewaaid.
Ik word wakker gepiept door de wekker. Het is 6u50. Vandaag staat er niet zoveel op het programma, de ferry halen en onderweg nog 2 plaatsjes bezoeken. Mijn slaapplaats in Denemarken is ook maar 50 kilometer rijden vanaf de ferrykaai. Buiten is het reeds 19°C maar het is wel mistig en alles is klam.
Ik veeg de druppels van het motorzadel af en ga inpakken. Tegen dat ik klaar ben met poetsen is het 8u30 en ziet het er al veel beter uit. In het dal waar de camping gelegen is, is nog geen zuchtje wind te bespeuren.
Ik had ervoor kunnen kiezen nog wat langer te slapen en de snelste weg naar de ferry te nemen maar ik wilde het laatste er nog uitpitsen.
Ik rij uit het dal omhoog en voel em al aanzetten, de vijand van vandaag, de wind. Wat tunnels later mag ik weer van die winderige weg af en duik ik weer naar beneden en rij ik richting Nordberg. In Nordberg ligt een gelijknamig fort dat deel uitmaakte van de Atlantische muur van de Duitsers in WWII. De weg ernaartoe is mooi en het asfalt is haast perfect, zoals heel dikwijls in Noorwegen. Alleen is die verdomde wind me gevolgd naar dat haast perfecte asfalt en is het bikkelen om mijn rijlijn te behouden. Ik kom er rond 9u30 aan.
Eigenlijk opent de site pas vanaf 10u maar dat is niet erg, ik heb toch geen tijd om lang te talmen als ik nog dat andere plekje wil bezoeken en ten laatste een uur voor afvaart, zoals dat hoort, ingecheckt aan de ferrykaai wil staan.
Dat andere plekje heet Lista en daar staat een vuurtoren, weer een volwaardige vuurtoren zoals ik ze graag heb. Ik ben er snel vanuit Nordberg omdat ik voorbijsteek wie te traag naar mijn zin rijdt. En vandaag is dat zowat iedereen.
Van ver zie ik al dat op de parking aan de vuurtoren van Lista nog geen leven te bespeuren valt. Ook deze bezienswaardigheid opent pas om 10u de deuren. Op de weg ernaar toe wel een eenzame fietser die kromgebogen over z’n stuur tegen de wind zichzelf een weg baant… . Gelukkig was er geen poort of deur te bespeuren en kon ik zo de plaats betreden.
Op weg terug naar de motor zie ik een paar medewerkers het café openen en de stoelen buiten zetten. Het is dan 9u45 en 21°C volgens de thermometer al voelt het niet zo. Ik rits mijn jas goed dicht en start de motor. Ik heb nu nog 100 kilometer te gaan waarvan zo’n 30 kilometer via kleine weggetjes.
Na Lyngdal volg ik de E39 die pas luttele kilometers voor Kristiansand verandert in een tweevaks autosnelweg waar je 110 km/u mag rijden. Het hele stuk ervoor was het haast de hele tijd noodgedwongen in de rij meerijden, behalve wanneer de stroom tegenliggers eventjes onderbroken werd en ik een versnelling naar beneden kon stampen om zo op toeren wat minder vlotte medeweggebruikers achter me te laten. Op die manier belandde ik rond 11u40 in Kristiansand aan de ferryterminal. Natuurlijk werden deze laatste 100 kilometers ook boksend tegen de wind afgelegd, ik was echt blij dat ik er was.
Mijn reservering voor de ferry moest nog omgezet worden in een ticket. Ik was per abuis naar het gebouw gereden waar de passagiers zonder voertuig moesten inchecken. Men verwees me door naar de weg 200 meter terug in de richting waar ik van kwam.
Die weg stond tot haast aan de hoofdweg vol met wachtenden. Het was intussen 28°C en puffen geblazen. Ik zie dat er echter nog een strook is waar niet opstaat dat ik er niet op mag rijden. Ik schuif op en kom in een mum van tijd heel wat korter aan de check-in. Iets later gaat een medewerker van Fjordline mensen in die hele lange rij aansporen om ook die vrije laan te gebruiken.
Ik mag aanschuiven in baan 22 zegt de vriendelijke medewerkster van de check-in. Ik kan langs andere reeds ver gevulde rijen tot redelijk vooraan rijden, tot net achter wat andere motorrijders.
Ze groeperen ons weer en dat is een goed teken, dan mogen we eerst oprijden weet ik al. Ineens roepen ze de motorrijders naar voren terwijl de ferry er nog niet is. We mogen vlak voor het oprijvlak gaan wachten. De motorjas frommel ik bijeen en maak ik vast op mijn reistas op de duozit, dat scheelt zo dadelijk al wat ‘gehampfel’ denk ik. Niet veel later legt de ferry aan en na het ontschepen van de voertuigen mogen de motoren inderdaad eerst aan boord. Strak tegen elkaar parkeren en vastmaken met spanriemen is de opdracht die we krijgen van een van de crewleden.
Wat een beest is dit zeg, 110 meter lang en 31 meter breed lees ik later aan boord. Er kunnen een dikke 400 voertuigen mee aan boord en zo’n 1200 passagiers. En aan die passagiers wordt gedacht, er staan meer dan genoeg comfortabele zetels en er zijn 2 ‘afhaalrestaurants’. Je bestelt en betaalt aan een kiosk en na een tijdje roepen ze je nummer en haal je je bestelling af. Er zijn ook 2 zonnedekken voorzien voor wie buiten wil uitwaaien en er zijn ook speciale voorzieningen voor meegereisde honden.
Ik ga eens kijken op het zonnedek maar het waait er me te hard en de zon brandt.
Er is aan boord ook een tax-free winkel die opengaat wanneer we op volle zee zitten waar ik ook nog even doorwandel en de bestelling van het thuisfront zoek. Tijdens die wandeling laat de kapitein weten dat ze al de hele dag kampen met een vertraging van een 40-tal minuten en dat we daardoor wat later als voorzien op de bestemming zullen aankomen.
Wanneer ik me nog eens aan een zonnedek waag kijk ik naar beneden en zie ik met welke kracht de catamaran door het water klieft. Bijna 51500 paarden zijn hier aan het werk.
Ik eet iets kleins en ga in een van de comfortabele zetels zitten die ook nog wat achterover kunnen. Ik doe zelfs een klein dutje tot ik de kapitein ineens hoor zeggen dat we over 20 minuten aankomen in Hirtshals. Wanneer we op 5 minuten van aankomst zijn wordt iedereen verzocht naar zijn/haar voertuig te gaan. Ik zie dat alles nog staat zoals we het achtergelaten hebben. Ze hebben alleen de laatste vrije meters tussenin nog volgestoempt. Als eerste op het schip betekent zeker niet als eerste eraf ;).
We zijn wat later aangekomen dan voorzien, dat is niet zo erg. De wind die ik in Noorwegen heb moeten bevechten is blijkbaar mee overgestoken en is zelfs nog straffere kadé geworden. Ik heb wat stops voorzien voor de laatste 50 kilometer van de dag maar begin meer en meer te voelen om zo snel mogelijk binnen te rijden en de dag af te sluiten. Ik maak een compromis met mezelf en doe de helft van de stops die ik heb opgeschreven. Van die helft heb ik er dan eentje nog niet eens gevonden maar ik heb wel van het uitzicht genoten.
Eigenlijk moet ik ook dringend gaan tanken, ik heb dat uitgesteld omdat ik hoop dat de benzine wat goedkoper is in Denemarken dan in Noorwegen. Echter na mijn bezoek aan het warenhuis dacht ik, ik doe het morgen wel zo snel als ik een benzinestation tegenkom. Zo gaar ben ik intussen.
Terwijl ik met het thuisfront bel ben ik al geïnstalleerd in mijn hutteke en staan de patatjes al op. Wat later kan ik aan mijn eerste avondmaal in Denemarken beginnen. Het is entrecote met groene asperges en patatjes geworden. Dat smaakte na zo’n dag gebikkel.
De camping waar ik vandaag verblijf ligt in Lokken en heet de Gronhoj Strand camping hoewel ze toch een stukje wandelen van het strand ligt. Het is een gigantisch terrein maar wel met de grootste, beste en properste voorzieningen die ik al ben tegengekomen op een camping deze trip. Moesten campings mijn ding geworden zijn, ik kwam hier terug. Ik heb ook even een foto getrokken van het kaartje dat ik kreeg bij aankomst om mijn weg te vinden hier. Hutje nummer 10, met het cirkeltje rond, is het mijne.
Zo, nu ga ik proberen het geloei van de wind te verdringen en wat te slapen maar ik heb zo het gevoel dat dat goed gaat lukken.
Het is 22u10 en ik ben net terug van water halen met mijn fluitketeltje. Gelijk ne echte over de camping geparadeerd met mijn keteltje alsof ik al jaren niets anders doe. Dat fluitketeltje staat nu op het vuurtje in mijn hut, zo dadelijk nog een koffietje drinken bij het schrijven.
Ik ga eerlijk zijn, ik had al stilletjes het hoofdstuk Noorwegen afgesloten. Er zou toch niets spectaculairs op mijn route komen en vandaag had ik maar een goede 150 kilometer gepland. Dat kwam beter uit om de ferry te nemen naar Denemarken morgen. Anders waren het er een kleine 300 geweest die ik op een voormiddag moest rijden en je kan altijd tegenslag hebben. Anders is het geen avontuur …
Een gekende spreuk van mij is: tussen verwachting en realiteit ligt een wereld van teleurstelling. Ik gebruik die nogal eens in de werksfeer. Vandaag zeg ik: tussen verwachting en realiteit liggen soms al eens verrassingen op de loer.
Ik word wakker om 7u30 met de hulp van de wekker. Niet te vroeg gezet om de reden die je in de inleiding kan lezen.
Ik heb goed geslapen, enkel een paar keer wakker geworden als ik me van de muur wilde wegdraaien. Dat krijg je als je planken van een dikke 90 centimeter lang in een lattenbodem forceert die maar 80 centimeter breed is. De bolling was hierdoor zo groot dat telkens ik me draaide het leek of ik uit bed zou rollen.
Niemand anders op het erf is wakker. Ik neem rustig de tijd om in te pakken en nog eens rustig een koffie te drinken in een van de comfortabele rieten zetels die voor mijn hutje staan. De kussens heb ik er terug ingelegd nadat ik ze gisteren had binnengelegd omwille van de regen. Zo attent ben ik … soms.
Ik ben bijna klaar met uithuizen en er komt wat leven op het erf. De werkmakkers van de eigenaar die hem komen ophalen zo blijkt. De eigenaar ligt echter precies nog te snurken. Zijn werkmakkers maken wat herrie en iets later staat de eigenaar erbij.
Ik bedank hem voor het gastvrije onthaal en de leuke ervaring en rij zijn licht hellend grasperk over tot aan het paadje naar de straat. Nog even achterom kijken of ik zijne gazon niet te fel ‘verruïneerd’ heb, dat valt nogal mee. En weg ben ik.
Het weerbericht had me verteld dat het vandaag rond de middag zou beginnen regenen. Het was 9u toen ik vertrok dus had ik nog 3 uur om mijn waterdichte laag terug in te ritsen. Het was echter zeer grauw en een beetje mistig.
Ik rij eerst naar een stop die ik gisteren had overgeslagen. Of dat dacht ik toch. Ik moest bij Refnesstranda zijn maar had blijkbaar een straatje te laat ingeslaan. Ik kwam toe op een mistroostige parking waar men precies ook nog eens geld voor durfde vragen. Ik had van bovenaf al gezien dat aan het strand toch niets te zien zou zijn dus hield het erbij.
Op de terugweg zag ik wel het bordje voor Refnesstranda staan en draaide in. Ik kwam op een al wat properder parking uit maar naar het strand gaan had mijn inziens nog altijd geen zin vanwege het weer. Rondje op de parking en weer weg.
Nu was ik echt op weg naar mijn eerste geplande stop van vandaag, Obrestad lighthouse. Je herinnert je ongetwijfeld wel mijn kromme opmerking over vuurtorens in Noorwegen. Dat, in tegenstelling tot Schotland, het hier maar stompjes zijn. Vandaag werd het tegendeel bewezen. Zoals het hoort was de vuurtoren van Obrestad een volwaardige vuurtoren met wachtershuis en nog wat andere gebouwen.
Op weg terug naar de parking kom ik het groepje motorrijders tegen dat ik zojuist zag voorbijrijden en opdraaien. Ze hadden mijn nummerplaat gezien en zeiden bonjour/goeiendag. Het bleek een gezelschap te zijn van 4 landgenoten van onder de taalgrens en 1 Fransman. Zij bezoeken de onderste helft van Noorwegen en twijfelen om tot Geiranger te rijden. Ben je er geweest vragen ze ? Zeker zeg ik, en nog wat hoger ook. Ik vertel hen in grote lijnen mijn traject van de laatste weken en ze zijn deftig onder de indruk. Eentje fluit zelfs tussen zijn tanden om zijn bewondering kracht bij te zetten. Of ik nergens last van heb vraag er eentje, eigenlijk niet zeg ik nu ik erover nadenk. Enkel last van banden die beginnen op te raken zeg ik om te lachen. Maar eigenlijk is het niet om te lachen, mijn slijtageindicator van de achterste band begint toch korter en korter bij het loopvlak te komen. Vooraan zit het nog goed, dat wel.
Ik wens hen nog een leuke trip en ben alweer op weg naar de volgende stop. De haven van Madland. Je verwacht iets heel zot als je die naam hoort maar dat is het niet. Het is gewoon een heel klein leuk haventje waar cabins zijn om naar een storm te kijken wanneer die zich voordoet. Er is ook nog een leuk saunaatje vlak aan de parking gelegen, kan je mits een QR code gewoon boeken. Het blijkt ook een plek te zijn waar veel BBQ’s worden gehouden, anders zetten ze m.i. geen specifieke vuilbak voor de kolen in te smijten als je klaar bent. Wanneer ik me klaarmaak om te vertrekken passeert er weer een streetview auto. Ook van deze regio wordt het kaart-en beeldmateriaal weer geupdate zie ik.
En de koeien … die moeten ook hier hun gras maar tussen de rotsen gaan zoeken. Het was me onderweg ook al opgevallen dat alles hier bezaaid is met rotsen. Op sommige plekken gooit men ze op een hoop om er daarna muurtjes mee te maken, ook een beetje zoals in Schotland. Ik zit hier in agrarisch gebied trouwens, dat ruik je de hele weg aan de bemestingsgeur en zie je aan de hand van de modder op de weg. Ik voel me al terug een beetje in België.
Tijd voor een tweede vuurtoren intussen, die van Kvassheim. Ik hang een stukje achter een overlander vrachtwagen. Eigenlijk ne camion met een caravan achterop gebouwd, alleen is deze wel erg knap gemaakt en ligt ie erg hoog. Ik vraag me af of ze die ook wel eens ooit gebruiken waarvoor ie gebouwd is, namelijk naar zeer afgelegen bestemmingen reizen en grotendeels zelfvoorzienend zijn. Maar wie ben ik om te oordelen, ik had mijn reis ook evengoed op een 125cc kunnen doen he.
De overlander draait het weggetje in dat ik ook moet hebben en stopt ook op de parking aan de vuurtoren. Vlakbij ligt weer een klein haventje en grazen de koeien weer het gras vantussen de stenen.
De hemel begint stilletjes aan open te trekken en in de verte ziet het er nog beter uit. Toevallig ook in de richting die ik uitmoet, dat treft.
Wanneer de zon echt komt piepen stop ik voor een koffie en een Noorse KitKat aan Yx benzinestation en schrijf terwijl ik deze nuttig nog wat dingen in mijn notaboekje die ik niet wil vergeten.
Alles terug weggestoken en op weg tot de gps me zegt waar ik mag afdraaien voor het kustfort van Sirevag. Als je de voorgaande posts hebt gelezen weet je dat ik ongeveer evenveel kustforten heb bezocht als overgeslaan. Deze doe ik wel aan en daar ben ik, ondanks het vele zweet dat ik ervoor gelaten heb, heel blij om. Ik volg het padje over de deinende planken tot aan een nogal ongemakkelijke weg naar boven. Het enige makkelijke wat men voorzien heeft is een ketting om je aan vast te houden. Eens boven zie je niets dan rotsen en wanneer je die rotsen overgaat bieden de volgende rotsen zich aan. Zo gaat het verder tot je aan het voormalige commandocentrum van het kustfort komt. Ik klim op de muur en maak wat foto’s van de omgeving. Ik snap wel waarom ze hier precies dat ding hebben gebouwd, wat een zicht zeg.
Ik zwoeg me weer een weg naar beneden en kom op de parking uit. De Duitsers met hun hondje die ik boven was tegengekomen komen via een andere weg terug … onbezweet en fluitend. Blijkbaar was er dus een eenvoudigere weg, onthouden voor de volgende keer …
Ik zet koers naar Egersund, daar stopt etappe 1 op de gps en kan ik aan de kerk etappe 2 inladen. Het is al middag en op weg naar Egersund stop ik bij Kosen, een restaurantje waar ik op het terras in gesprek met 2 Noorse motorrijders en een bijrijder een huisspecialiteit binnenwerk.
Het is niet ver meer tot Egersund en de kerk die ze hier vlakbij het water gebouwd hebben. Onderweg naar de kerk kijk ik me de ogen uit. Het is een mondaine plaats met chique huizen, vele boutiekjes en boothuizen om u tegen te zeggen. Aan de kerk neem ik de obligate foto van het ding en ga ik aan het water kijken. Daar liggen de boothuizen of garages van het ‘gewone’ volk.
De route is ingeladen en brengt me naar het kustfort van Stapnes, of dat is toch de bedoeling. De ingang blijkt te goed verstopt voor mij. Het is intussen ook al 25°C en de vorige zweetpartij in gedachten denk ik van, het is goed zo. Deze zal het vorige fort toch niet kunnen overtreffen prent ik me als excuus in.
Het valt me intussen al enige tijd op dat het landschap er totaal anders uitziet dan alles wat ik al gezien heb in Noorwegen. Ik zit hier namelijk rond te knallen in het Magma Geopark, door UNESCO erkend omwille van de geologie die van internationaal belang is blijkbaar.
Het gesteente hier heet Anorthosiet, eenzelfde steensoort als op de maan te vinden is, en de vele steengroeves hier delven en vermalen dat voor diverse doeleinden zoals voor gebruik in de bouw, in verven of om aluminium uit te winnen.
Er liggen hier dan ook vele steengroeves.
Rond 14u stop ik aan Sogndalstrand, waar men op de havenmuur stenen mensachtige figuren heeft neergezet. Kunst ? Ik weet het niet, wel speciaal. Het plaatsje is ook gekend om zijn huisjes langs de rivier die naar de zee vloeit.
Ik heb nog een 50 kilometer te gaan nu en ineens wordt het landschap terug dramatischer. Ik zit nog altijd in het Magma Geopark dat zich zeer ver uitstrekt en kom aan het viewpoint over het Jossingfjord. Niet gepland, wel voor gestopt. Ik vond het alvast waanzinnig mooi.
Op weg naar beneden kom ik weer een bordje tegen, Helleren. Terwijl ik nadenk over wat me dat zegt schiet ik de afslag voorbij en keren is onmogelijk. Wat verderop vlak voor de tunnel stop ik op een veilige plaats, kijk achterom en het schiet me weer te binnen. Helleren is de naam van de de plaats waar men 2 huisjes onder een overhangende rots heeft gebouwd. Een lekkend dak is daar wel het minste van je zorgen.
Goed op dreef kom in in no time aan het Flekkefjord maar ik zie dat er zich donkere wolken boven vormen en dat er bliksemschichten naar beneden schieten. Niet het moment om te stoppen denk ik terwijl de eerste druppels op mijn vizier vallen. Ik rij snel door naar de gelijknamige stad en ga een winkelcentrum binnen om mijn avondeten te zoeken. Ik parkeer me op de parking naast de leden van motorbende ‘Polini & Malossi’. Wat de vangst is in de winkel hoor je zo dadelijk.
Terug op de parking regent het al wat heviger en ik schuil onder de oversteek van het restaurant waar ik voor geparkeerd sta. Tussen de druppels door springend laad ik mijn boodschappen in en wanneer ik vind dat het niet meer te fel regent vertrek ik voor de laatste 10 kilometer langs bergen en door tunnels naar mijn slaapplek. Aangekomen op Svindland camping meld ik me aan de receptie die aan de andere kant van de weg ligt. Ik koop er ook wat douchejetons en krijg de tip om te gaan vissen op het meer aan de camping, zit vol forel blijkbaar. Vislijnen verhuren ze echter niet en ik heb ook geen gerief bij. Misschien een volgende keer.
De hut is wel leuk, er staat een fornuisje en een frigo. Bestek of dergelijke is er echter niet maar dat is geen probleem, heb ik allemaal zelf bij. Mijn gasvuurtje moet ik dus niet gebruiken en dat is goed want ik denk dat de gas bijna op is.
De sanitaire blok en keuken zijn redelijk ok maar veel te klein voor het aantal mensen dat hier verblijft. Gelukkig zijn er geen rijen wachtenden wanneer ik mijn afwas moet doen of me ga douchen. En afwas heb ik veel gemaakt tijdens mijn laatste kooksessie in Noorwegen van deze reis. In de Spar in Flekkefjord was een aanbieding die ik niet kon weerstaan, krabbepoten voor 12,5 euro per kilo. De inhoud van die krabbepoten tesamen met de resterende risottorijst, champignons en een goed stuk kabeljauw werd mijn laatste avondmaal in Noorwegen. De presentatie in een bordje van krap 15 centimeter diameter daargelaten was het een fantastisch smakelijk gerecht.
Wist je dat:
op Svindland camping de bliksem is ingeslagen op de wifi-antenne en dat de noodoplossing het ook behoorlijk doet
op Svindland camping je niet je broek kan laten zakken op het toilet zonder dat deze in de modder ligt van de wandelaars die te mottig zijn hun schoenen af te vegen
de mentaal gehandicapte van hut 6 pas om 22u30 zijn Noorse countrymuziek heeft afgezet
er ook om 22u30 nog altijd mensen een kampeerplek aan het zoeken zijn
Niet zoveel te vertellen vandaag. Varen, rijden, klaar. Geen dag van geplande stops aaneenrijgen maar simpelweg genieten.
Het is 7u wanneer de wekker me wakker maakt. Wat heb ik er zin in. Vandaag vaar ik het Lysefjord over waarna een prachtige klim me naar boven zal leiden. Ik heb er al menigmaal over gelezen en misschien zelfs nog meer over gedroomd.
Buiten is het miezerig maar mijn motorkledij voelt droog. Enkel de handschoenen zijn nog wat nat. Niet erg, daarvoor heb je een tweede paar handschoenen bij. Het is wel al 19°C en het weerbericht belooft opklaringen. De droge kleren heb ik gisterenavond al in de tas gestoken om tijd te besparen.
Uit het raam kan ik nu ook de Ijslandse paarden zien die de eigenaar kweekt, die mochten precies terug buiten deze morgen. Geen tijd om een wandelingetje naar de weide te maken dus neem ik maar een foto vanuit de vensteropening.
De ferry vertrekt dan wel om 8u40 volgens het schema maar ik heb de laatste weken sms’en en mails gehad om ten laatste 20 minuten voor afvaart daar te zijn of je kan je plaats wel eens kwijtraken stelt men. Voor ik vertrek rits ik de waterdichte laag in de jas en zeg ik de eigenaar vaarwel en bedank hem nogmaals voor het drogen van mijn was.
Onderweg naar de ferry begint het wat feller te regenen maar dat deert niet, ik zit droog nu. Lang moet ik er niet in rijden want ik had mijn slaapplaats wederom op luttele kilometers van de ferrykaai geboekt. Ik rij zoals altijd de rij wachtenden voorbij, krijg deze keer wat vuile blikken maar trekt het me niet te hard aan en ik stel me vanvoor in de rij op. Als ge ook een voorkeursbehandeling wilt moet ge het er ook maar voor over hebben om af en toe strontnat te worden zonder dak boven uw hoofd, niet? Ze hebben daar in Forsand trouwens iets tofs voorzien om te wachten of om gewoon gezellig in te gaan zitten. Later zie ik nog zo’n modelletje waar ze een sauna van hebben gemaakt.
Geen minuut nadat ik die foto heb gemaakt is er al een medewerker van de ferrymaatschappij die me om mijn reservatie vraagt. Heb ik lekker vanboven in mijn tanktas gestoken zodat ik hem in één vlotte beweging kan uithalen en laten scannen. Ga maar aan boord zegt ie. Das snel denk ik, het is nog maar 8u10.
Aan boord vraag ik een medewerker of ik de motor moet verankeren. Als je wil mag het, is het antwoord. Daar hangt touw zegt ie en wijst naar een flauwe koord. Dat wordt em niet, denk ik. Aangezien ankerpunten op het dek ontbreken hang ik de motor met een eigen spanband vast aan de zijkant van het schip. Eerst in eerste versnelling gezet en dan naar achter laten lopen en de spanband ook naar achteren getrokken zodat ie niet meer wegkan. Je leest het, ik heb intussen al wat ervaring met dingen vastmaken.
Ineens gaat de oprijplaat omhoog en zie ik twee medewerkers over de rand kijken. Na een paar weken in Noorwegen te vertoeven versta ik ook al wat Noors en kan ik het volgende gesprek ontwaren. Hey Olav, hebt gij een plons gehoord in het water ? Neen, hebt ge uwe gsm misschien weer laten vallen Arthur?
Het is 8u30 wanneer we vertrekken en de ferry staat nog maar halfvol. Dat is proper denk ik maar wat later pikken we op nog een paar punten passagiers en voertuigen op. Die capaciteit hadden ze daarvoor nog nodig.
Voor de eerste tussenstop, 10 minuutjes varen verder, vind ik een plaatsje op het dek aan een picknickbank. Ik geniet van het uitzicht en neem wat foto’s. Na die tussenstop staan er wat mensen te kijken naar de lege plekken aan de bank. Ik wijs ze aan en gebaar dat ze vrij zijn en dat ze kunnen gaan zitten.
Het blijkt een Engels koppel te zijn met hun kleinzoon, die na zijn voetbaltornooi in Denemarken de rest van Scandinavië wilde bezoeken. Ze zijn beiden ultralopers en hebben vandaag ook een sportieve challenge op de planning staan in tegenstelling tot mezelf.
Het Lysebotnmeer dat we overvaren is krap 30 kilometer lang en we gaan er een 3-tal uren over doen om die afstand af te leggen. Mede door tussenstops aan andere ferrykaaien maar ook omdat de kapitein bij een aantal bezienswaardigheden vertraagt en er enthousiast wat uitleg bij geeft. In perfect Noors nota bene, zijn Engels daarentegen is onverstaanbaar.
De eerste keer dat ie enthousiast wordt is wanneer we Preikestolen voorbij varen. De Preikestolen of preekstoel is een klif op een dikke 600 meter hoogte van waaraf je een spectaculair zicht op de omgeving moet hebben. Jaarlijks zijn er honderdduizenden mensen die de 8 kilometer lange wandeling en klim er voor over hebben. Mijn schema liet het niet toe dus kon ik hem enkel langs onderen bewonderen.
We varen verder en ik ga het schip eens rond en ontdek nog wat leuke dingen, zowel binnen als buiten.
Intussen komen we aan in Florli, enkel per schip of te voet te bereiken want er gaan geen wegen naartoe. In Florli gaan de Engelsen die bij me aan de bank zaten van de ferry af. Hier gaan zij hun sportieve uitdaging aan. Zij gaan de 4444 treden omhoog die langs de rails en de aanvoerpijpen van de hydrocentrale liggen. Ik maak nog een grapje tegen de man door te zeggen dat ze op zijn minst met het karretje over rails terug naar beneden kunnen komen. Ik denk het niet was zijn repliek. Allez, good luck.
We varen rustig verder en komen links en rechts nog wat natuurschoon tegen.
Ineens begint de kapitein weer door de schelle hoornluidsprekers te roepen en blijkt het tijd om de hoofden naar rechts te draaien om Kjerag rock te aanschouwen.
Nu ja, aanschouwen, echt turen is het en zoeken naar een rotsblokje dat tussen 2 bergwanden geklemd zit. Een populaire plek om naartoe te hiken en je dan te laten fotograferen op deze gevaarlijke plek.
Aangezien een gigantische telelens op de motor meesleuren niet handig is, is dit het beste wat ik er van kon maken. Volg nu de beschrijving goed…
Je ziet Batman ondersteboven hangen met zijn rug naar je toe. Zijn rechtercapehelft is opengevallen en in zijn rechtervleermuisoor zie je een steentje. Dat steentje is Kjerag rock. En dat allemaal op dik 1000 meter hoogte.
We zijn niet meer zo ver van onze eindbestemming en zien onderweg nog een Fjorden cruiseschip vooraleer we aankomen in Lysebotn waar ik nog snel een worst tussen een sandwich eet uit het lokale winkeltje. Ja, droog want de sauzen zag ik pas staan toen ik het afval ging wegdoen.
Wanneer je Lysebotn wilt verlaten krijg je deze voor de banden gegooid. Waarbij die Lysetunnelen een zotte 180 graden bocht maakt om je aan de haarspeldbochtenestafette te brengen.
Ik heb me er wel geamuseerd. Ik vond deze klim technisch wat lastiger als de Trollstigen maar ze had een hogere funfactor. Of de Noor, die zich niet bewust van verkeer rond hem en daardoor lustig in het midden van een smalle weg rijdend, het ook zo’n hoge funfactor vond hebben weet ik niet. Ik denk dat ie wakker geschoten is toen ik hem voorbijstak met mijn bagagekoffer van 25 centimeter breed als enige buffer tussen zijn open venster en de schreeuwende uitlaat.
Het ging niet anders, hij liet mij niet meer plaats. Het zijn van die paljassen die zo liggen te suggelen in haardspeldbochten dat je als motorrijder moet stoppen in het midden van zo’n bocht en een grote kans hebt om om te vallen.
Ik ga je verder besparen van plaatsnamen en andere toestanden. Ik heb het me ook niet aangetrokken. Ik heb de hele namiddag gereden en genoten. Genoten van de zo goed als perfecte wegen, van de wollige schaapjes in de berm en op de weg, van een ijsjessmaak die ik nog nooit geproefd had (watermeloen/peer) maar vooral van die geweldige landschappen waar je naar kan blijven gapen. Ik vat de namiddag liever samen in beelden.
Je ziet dat ik buiten dat beetje regen ‘s morgens weer prachtig weer heb gehad. 22°C als ik een beetje op hoogte aan het rijden was, 27°C in de valleien.
Hieronder kan je nog meegenieten van een stukje rijden doorheen Byrkjedal.
Nog een boodschappenrondje in de laatste 10 kilometer op weg naar de airbnb die ik geboekt had en de dag zat er weer op. Ik kwam er aan en heb buiten een kwartiertje kunnen rondgapen vooraleer er iemand kwam aangewandeld om me te ontvangen. Het is wederom iets rustieks en charmants geworden. Het is zo wat bric-à-brac met grotere voorwerpen maar op de één of andere manier werkt het wel en is het hier reuze gezellig.
Ik keuvel wat met de man over motoren en waar ik deze reis geweest ben. Hierna geeft hij me de nodige uitleg over wat ik waar vind op het erf en gaat hij er vervolgens met zijn gezin een paar uur vandoor.
Ik moet nog eten en heb vandaag gekozen om spek met eieren te maken. Ik heb daar al een paar dagen zin in maar ofwel hadden ze geen spek in de winkels die ik aandeed ofwel enkel hele grote kartons eieren, geen kleine verpakkingen. Deze keer dus wel. Het begint echter te donderen in de verte en ik installeer me op het terras met afdak. Een kat komt me vergezellen en probeert wat spek te verschalken. Eerst lief komen fletsen en dan ineens voor de grote prijs gaan, ma gij nie zenne makker. Teleurgesteld druipt ie af maar iets later vind ik em terug in mijn huisje, de stiekemerd. Tss, buiten.
Je ziet de bandiet hieronder nog voor de motor liggen.
Wanneer ik begin te bakken begint het te regenen maar dat deert niet want ik zit lekker droog en geniet.
De afwas en een koffie later is het tijd voor bed en of slapen een succes was lees je morgen.
Het zou geen avontuur zijn als er niets misliep zei een collega me een tijdje geleden. Een uitspraak die vandaag bewaarheid werd. En dan nog, alles is op te lossen. Vooral een kleine tegenslag achteraf bekeken.
6 uur ‘s ochtends, ik heb best ok geslapen ondanks de lattenbodem gemaakt van hetzelfde materiaal als waar ze in België traptreden mee maken en een matras zo stevig als een flensdeken (gelukkig zonder de jeuk).
Ik ga naar het servicegebouw en voel aan de was, nog bijna net zo nat als gisteren. Kan ook moeilijk anders in een niet verwarmde ruimte die even klam aanvoelt als dat het buiten is.
Ik gris een t-shirt van de waslijn en ga ermee naar mijn hut. De verwarming volle bak en de twee kookplaten op 6. In geen tijd is het zo heet als een sauna in de hut. Het t-shirt hang ik aan de gordijnrail boven de verwarming. Mijn planning zegt dat ik om 8u moet vertrekken en ik moet nog opwassen. Rap met de doek erdoor is goed, zei de eigenares gisteren. Ik begin alles in te pakken en zoek ook al het bagagenet onderin een van mijn bakken. In Schotland had ik namelijk ook last van natte was en deze heb ik toen al rijdend kunnen drogen. Hier gaat het echter om meer dan 2 t-shirten. Zowat alles is gewassen maar niet droog. Aan mijn bagagetas zijn lussen, daar rijg ik mijn, niet boven de kookplaat gedroogde, onderbroeken door en ook mijn sokken. Mijn onderlijfjes en t-shirts gaan losjes in het bagagenet dat ik over mijn topkoffer span. In het Engels zeggen ze al eens: the best layed plans of mice and men often go awry. En dat zou blijken.
Het is intussen 7u20 en wat verderop op de camping weerklinkt vrolijk gekir van de enige baby op de camping die aan de dag wil beginnen. Je hebt op menig camping wel een moedig gezin die in een veel te kleine tent of omgebouwde bestelwagen graag de ongemakken van een baby’tje erbij nemen omwille van de romantiek van het kamperen. Bewonderenswaardig maar niks voor mij denk ik.
Ik poets de boel en haal net mijn doel om te vertrekken om 8u, maar niet voor ik de Zweed die gisterenavond laat nog aankwam met de motor vaarwel zeg.
Ik ben op weg naar mijn eerste geplande stop, Latefossen. Nog voor Odda krijg ik al 2 tunnels om u tegen te zeggen voor de kiezen, eentje van 10 kilometer gevolgd door eentje van 11 kilometer lang. Ze zijn allebei zo vochtig als iets. Is niet goed voor de was denk ik maar de weg is nog lang. Als ik maar voor wind zorg door te rijden komt dat goed. Tussen het tunnelrijden door stop ik nog even voor een watervalletje en een mooi spiegelbeeld in het water.
In Odda aangekomen lijkt het daar pas geregend te hebben en vind ik het tijd voor een koffie en een knabbel dus stop ik aan een benzinestation. De koffie drink ik snel uit en de knabbel is voor aan de eerste waterval terwijl ik mij de ogen uitkijk.
Niet ver na Odda zie ik ineens de verkeerschaos waar ik naar op zoek was. Het gevecht om parking aan de waterval. Ik zie mensen uit hun auto springen om een pas vrijgekomen plekje te gaan beschermen met hun lichaam terwijl die uit de andere richting komen druk gesticulerend teken doen dat zij die plek eerder gezien hadden.
Maar … voor een motor is er altijd een plekje. Net als ik me geparkeerd heb rijdt de auto rechts van mij weg. Plaats genoeg voor een andere auto maar niet voor een camper bestuurd door een gepensioneerde zo blijkt. Zijn vrouw stapt uit en vraagt me vriendelijk of ik een beetje kan opschuiven. Dat wil ik wel waarvoor ze mij na het parkeren hartelijk bedankt.
De Latefossen site is zo toeristisch mogelijk uitgemolken als dat er plaats voor is. Tegenover de parking, knal in het zicht op de watervallen is er een souvenirwinkeltje waar men vooral veel verkoopt wat niets met de watervallen te maken heeft ma soit. Ik smikkel in volle bewondering de zoetigheid op die ik niet aan het tankstation heb binnengewerkt.
Het wordt er verkeers- en parkeergewijs alleen maar gekker en ik maak me uit de voeten. Op naar de Flesefossen, eentje die ik als optioneel had aangevinkt omdat je een stukje weg moet rijden van de rest van de Ryfylke route. Ik heb besloten hem toch te doen. De Latefossen was trouwens mijn laatste stop op de Hardanger route die ik gisteren begonnen ben te rijden.
Op weg naar de Flesefossen gaat het vlotjes, weinig verkeer maar wel veel bochten die rond rotswanden kronkelen en waar je dus niet ziet wat er op je afkomt. Opeens haal ik 2 Duitse campers bij. De eerste voor mij ziet mij precies tijdig afkomen en gaat op een passagepunt even aan de kant en geeft met zijn rechterknipperlicht aan dat ik voorbij kan. Een sympathiek gebaar dat ik beantwoord met een omhooggestoken duim. De eigenaar van de camper voor degene die ik net heb ingehaald is eerder van het principe: de weg is van mij, van de eerste tot de laatste centimeter. Na een kilometer of wat zie ik op de gps dat er 100 meter voor de brug na een scherpe rechtse bocht nog een paadje is. Hmmmz, dat ziet er interessant uit. En jawel hoor, blijkbaar hebben ze de oude brug niet weggehaald, enkel de toegang voor 4 wielers onmogelijk gemaakt en er staat geen bordje dat het verboden is voor motorrijders… Zijt maar zeker dat ik erover gevlogen ben en een heel stuk voor die Duitser ben uitgekomen :).
Niet veel verder stop ik aan de Flesefossen, minder indrukwekkend als de vorige maar de parking is wel leuker aangekleed en er is geen chaos.
Een vriendelijke knik naar een Nederlandse motorrijder en ik ben weer op weg. Naar de Allmannajuvet gaat het nu maar daarvoor moet ik de FV520 op. Ten tijde van routeplanning werd er online geopperd dat deze wel eens voor een stuk gesloten zou kunnen zijn en dat je moest omrijden. Die alternatieve route in mijn gps heb ik dus niet nodig gehad.
Ik kan wel begrijpen waarom die eventueel gesloten zou zijn. Het eerst stuk ervan is een van de gevaarlijkste geasfalteerde stukken die ik deze trip al gereden heb. Supersmalle wegen met happen uit, ik moest direct aan het noorden van Schotland denken. Weinig bescherming tegen het in een ravijn rijden en kansen genoeg om het te doen.
Na een tijdje worden zowel de weg als de uitzichten veel beter en doe ik ook wat stops om een en ander vast te leggen. Het afzien meer dan waard vond ik.
Op een van die stops hoor ik veebellen maar ik zie niet direct vanwaar het geluid komt. Na lang turen in de richting vanwaar het geluid lijkt te komen zie ik op onverwachte hoogte schapen grazen. Hieronder is trouwens dezelfde foto als de middelste in de eerste rij van de reeks hierboven, enkel veeeeeeel verder ingezoomd.
Zoals ik al aangaf, de staat van de weg werd beter maar er kwam ook een doorlopende betonnen vangrail en het zicht op de weg voor me werd beter. Er kon weer tempo gemaakt worden en rond 12u kom ik aan op Allmannajuvet, een oude zinkmijn waar ze nu iets educatief, sportief en licht culinair rond verzonnen hebben.
Laat me de chronologie respecteren en eerst het culinaire bespreken. Het aanhorige café is een gebouw in de stijl van de rest van de site, ontworpen door een Zwitserse architect. Er staat niet veel op de kaart maar ik zie dat ze ‘dagen’ serveren. Een dagmenu dus. Vandaag is het een lamsstoofpotje. Doe er mij maar eentje zeg ik. Lang geleden dat ik nog zo’n lekker stoofpotje gegeten heb met zo’n uitzicht.
Vervolgens het educatieve deel. Een rondleiding van meer dan een uur zie ik niet zitten dus ga ik zelf naar het exhibitiegebouw. Veel stelt het vanbinnen niet voor qua inhoud maar het is wel knap neergezet.
En het sportieve, namelijk de hike die vertrekt en aankomt aan deze site, heb ik overgeslagen. Places to go, things to see weet je wel.
De motor en ik, we maken vaart. Genoeg vaart om de was al een klein beetje droger te hebben gemaakt ondanks dat we nog niet veel zonlicht hebben gezien en op Allamannajuvet door de mist zijn gereden. We staan op een wip in Ropeid. Het lijkt erop dat dit vroeger een ferrykaai was waar men nu een leuk plekje van gemaakt heeft gezellig samen te komen, en dat doet men ook.
Na Ropeid is Ostateidn aan de beurt. Eigenlijk niet meer dan een rustplaats waar je met wat moeite een stuk kan zien van het fjord en de brug waar ik erna over moet. Ik kijk even in de app en jawel hoor, alles groen, je mag hier vliegen.
Na de brug gaat het naar Lovra, stijl omhoog. Ik hang al snel achter een Tesla die achter een bandenkraan hangt die met moeite de helling omhoog raakt. De Tesla ben ik snel voorbij en de attente kraanman laat me iets verder ook passeren. Niks spannend tot ik een tunnel induik die halverwege een knik van 90° maakt en waar geen licht is. Reflectoren aan de kant zou ook wel tof geweest zijn maar die waren precies ook op. Balkdonker en de beslissende factor om misschien toch maar te investeren in Denali verstralers.
Het hoogtepunt van het viewpoint was trouwens het plasje dat ik daar heb kunnen doen. Ik zou er niet meer voor omrijden om eerlijk te zijn.
En nu heb je gelijk als je zegt: Maarten, gij se verwend nest. Dat is toch een mooie lokatie. Dat klopt maar na een aantal weken in Noorwegen heb je al heel wat fjorden gezien en ben je nu eenmaal verwend. Het doet me nog wel wat maar ik ben niet zo rap meer onder de indruk merk ik bij mezelf.
Vanaf Lovra rij ik naar de ferry in Nesvik en ik moet eerlijk zijn. Ik heb niet naar het schema gekeken van de ferry vandaag. Onderweg ernaartoe hang ik achter een zwarte ID4 van Volkswagen. Hij rijdt aan een normale snelheid zullen we even zeggen. Wanneer we echter een sliert van auto’s kruisen zet hij aan. Owla denk ik, dat is een sliert die net van de ferry komt. We zitten wel nog op een aantal kilometer van die ferrykaai en als die ons nu al tegemoet komen gaan we royaal te laat zijn.
Als een goede volger trek ik mee aan en volg de ID4. Ik wil hem niet te fel opjagen dus ga ik niet voorbij. We komen stipt om 15u20 aan de ferrykaai aan en er staat nog een rij auto’s maar geen ferry. Ik stop langs de kerel en vraag hem of dit de juiste overzet is en verontschuldig mij voor het geval ik hem nerveus had gemaakt door zo te volgen. Hij geeft toe dat ie goed doorgeduwd had omdat hij dacht dat de ferry om 15u20 ging maar dat zijn vrouw net voordat ze zich in de rij zetten had gezien dat die vandaag pas om 15u40 vertrok. Voor niks gehaast maar het was wel plezant :).
De ferry doet er 15 minuutjes over om ons naar Hjelmeland te brengen.
De was is intussen ver droog en ik geef mezelf, voortijdig, een speekmedaille. Op weg naar Forsand, waar ik overnacht, kom ik langs de tunnel naar Stavanger. Een monster van dik 14 kilometer lang met als diepste punt 293 meter. Ik moet hem niet nemen en ben er ook niet rouwig om. Ik rij door richting Forsand en heb nog 1 stop voorzien, die aan Hollesli viewpoint, die ik nooit zal maken. Ik stop wel nog eerst even voor een flesje drinken bij een tankstation en zie deze partybus staat waar net 5 euforische jongemannen uitklimmen.
Ik moet doordoen want in de verte zie ik namelijk al wolken hangen maar er zijn nog geen regenvlagen in zicht. Een paar druppeltjes, meer krijg ik voorlopig niet op mijn vizier. Als het dat maar is hoef ik niet meer te stoppen denk ik. Gaat goed zo, totdat ik de laatste tunnel voor Hollesli en dus Forsand doorrij. Voor de tunnel stopt het gedruppel en ik maak een overwinningsvuist, yes. Ik nader het einde van de tunnel en een gordijn van water komt in beeld, neeeeeee. Stoppen in een tunnel mag niet zomaar en veilig is het ook niet met het busje achter mij dus ik moet erdoor. In geen tijd ben ik nat tot op mijn t-shirt want de waterdichte laag zit netjes opgerold in een zijtas omwille van het warme weer de laatste dagen en het gebrek aan een correcte weersvoorspelling.
Nu ik toch doornat ben kan ik evengoed eerst naar de winkel gaan en ik rij naar de winkel aan de kade waar morgen de ferry vertrekt voor mijn Lysebotncruise. Het meisje van de winkel is net met de kuis bezig en ik maak een verontschuldigend gebaar naar haar, sorry dat ik het weer vuilmaak. Hoe zegt ze? Regent het? Maar een beetje, grap ik.
Ook hier weer geen eieren in een kleine verpakking, net zoals gisteren, enkel per 12/24/48 en ook niet per stuk. Ik leg het spek maar terug dat ik bij een eitje wou bakken en ga op zoek naar wat anders. Ik zie een appetijtelijke entrecote liggen en neem deze mee. Nog wat drinken en chocolade oprapen en afrekenen aan de zelfkassa. Hier hebben ze zelfs helemaal geen bemande kassa meer.
Onderweg naar mijn verblijfplaats besef ik me dat ik vergeten ben een bijgerecht te nemen voor bij die entrecote. Ik verzin wel wat denk ik want terugrijden doe ik niet meer.
Ik draai de inrit op van de paardenfokkerij waar men Ijslanders kweekt, en zoek de eigenaar. Vanonder een half openstaande garagepoort komt veel lawaai en ineens verschijnt er een man. Hij vraagt of ik een kamer zoek. Ja zeg ik maar ik heb al lang geleden gereserveerd. OK, i come back, is het korte antwoord. Hij verdwijnt weer onder zijn garagepoort en komt een minuutje later langs een andere deur buiten. Aan de receptie betaal ik en vraag ik of er een droogkast beschikbaar is aangezien ik niks droogs meer heb. Nee zegt de man, alle kamers met droogkast zijn bezet. Ik vraag of er echt geen andere oplossing is want aan een wasrekje krijg ik mijn kleren niet droog. De man krijgt compassie en zegt, onze eigen droogkast is nog even bezig maar breng me uw kleren en ik steek ze erin. Ik vraag wat het moet kosten maar de man wil er niet van weten. Dat ben ik niet gewend in een land waar ik al geregeld douche-, wasmachine- en droogkastjetons heb moeten kopen. Een paar uur later staat ie met mijn tas met gedroogde kleren aan de deur. Ik dank hem van harte, ik ben nog NOOIT zo blij geweest met droge was.
En wat betreft mijn bijgerecht? Bleek dat ik nog noedels overhad en wel met rundssmaak. Het ziet er niet hoogstaand uit maar na de koude van mij afgedoucht te hebben heeft dit meer dan gesmaakt.
Nu enkel nog de motorkleding droog krijgen maar ik zie het weer helemaal zitten.
Of hoe een tegenslag toch ook weer snel vergeten is.
Nee, niet van het type waar ge uw auto boven zet om inspectie te doen 🙂 maar watervallen. Er staan er een paar op het programma vandaag. Ik zit hier nu te schrijven en heb voor de eerste keer sinds lang weer regen gezien en gevoeld. Beetje jammer dat ik na een dag van temperaturen tussen de 22 en 30 graden net nu die regen moet krijgen terwijl ik een berg was te drogen heb. Dat werkt niet zo goed, vochtige lucht en drogen. Aangezien ik morgen toch graag 1 droog setje ondergoed zou hebben om aan te doen zit ik hier één oog op mijn scherm te houden en het andere op de constructie boven het fornuis die ik gemaakt heb om toch iets droog te krijgen zonder dat ik de boel hier in lichterlaaie zet.
Ik ben deze nacht een paar keer wakker geweest, eens om mijn deken te zoeken en een andere keer om mijn kussen te zoeken. Om 6u30 besluit ik dat ik genoeg geslapen heb. Ik heb ook een kwaliteitsvolle nachtrust achter de rug en voel me uitgeslapen. In de sanitaire blok zie ik echter dat mijn gezicht wel nog heel moe is. Eens klets water erin en het staat weer heel wat strakker.
Er is nog niet veel activiteit op de camping. Een enkeling staat zijn afwas te doen en de Nederlander waar ik gisteren een praatje mee gedaan heb zit te mediteren.
Na het inpakken borstel ik het hutje nog uit en ga er met nat door vooraleer ik de motor van het heuveltje laat achteruitlopen en start. Ik rij onmiddellijk naar de Spar een paar kilometer verder. Ik koop wat ijskoffie en een paar koeken. Met zo’n energiedip als die van gisteren vangen ze mij vandaag niet meer, denk ik.
Onderweg naar mijn eerste stop, de Likholefossen (nie lachen), spot ik een prachtige waterval. Er is echter geen mogelijkheid om er even te stoppen en te gapen. Ik denk bij mezelf dat als ze hier deze waterval al niet de moeite vinden om een parking aan te leggen, dan moet die waar ik naartoe ga wel helemaal top zijn. Hier kon ik wel nog even voor stoppen.
Wat verder kom ik aan op de parking van Likholefossen. Ik parkeer de motor langs een camper zonder Poolse nummerplaat en wandel het paadje af met de koffie en koeken onder de arm. Ik zet me op een steen om even te kijken en te eten. Daarna pas zie ik de brug die naar een wandelpad leidt van wel 13 kilometer lang die je langs de rivier meeneemt.
Ikke niet gedaan, die 13 kilometer, maar dat had je vermoedelijk al geraden. Ik moet namelijk doordoen. Volgende stop is Tornesstolen viewpoint en bronnen. Die bronnen slaat op een kunstwerk in de vorm van een pomp maar dat is me ook te ver wandelen, ik heb nog veel te rijden en te zien.
En rijden, dat heb ik vandaag vooral gedaan. In tegenstelling tot vorige dagen was ik precies alleen onderweg, toch vooral voormiddag. Een heel lang stuk weg bracht me van het water naar de bergen en weer terug. Ik heb dan ook niet zoveel stops gedaan en ervan genoten dat ik de weg bijna voor mij alleen had. En die weg bracht me iets verderop naar Utsikten. Vanaf dit bouwsel had je een mooi uitzicht op de bergen en de vallei. En de slingerwegjes op een van de foto’s hieronder brachten je naar die vallei met geweldige haarspeldbochten.
Een heerlijk stuk asfalt brengt me langs het Svaerafjord naar de eerste ferry van de dag.
Vanop een afstand zie ik de ferry al naar mijn kant varen.
Wanneer ik aankom staan er 2 rijen auto’s met hun snuit naar de andere kant en 2 rijen auto’s met hun snuit naar me toe. Deze ferry doet 2 stops en dan lossen ze dat zo op. Ik mag me draaien op de ferry en ook achterstevoren gaan staan, tenminste toch als ik naar Vangsnes wil, en dat wil ik.
Wat is dat immens groot, dat Svaerafjord waar we over varen, moeilijk voor te stellen. De foto vanop de ferry doet het geen eer aan.
En ook op deze ferry weer een laadstekker die thuis niet past.
Zo elektrisch varen blijft een zaligheid vind ik, haast geruisloos gaan we over het water. Ik zie intussen iets op de bodem van de ferry, mijn handjes jeuken maar ik blijf er toch maar vanaf.
Voor wie het zich afvroeg, ik rij vandaag een stuk van de Hardanger route. Ik doe hem niet helemaal omdat ie alle kanten opgaat en ik wil voornamelijk zuidwaarts. Ik sla her en der ook wat stops over die erop liggen.
Na het verlaten van de ferry reed ik verder door en viel me in Hopperstad iets op in mijn rechterooghoek. Ik draai terug en via wat zijweggetjes kom ik erop uit. Ik heb er al een gezien maar deze is toch ook wel heel mooi vind ik.
Voor wie in het begin van deze post aan het lachen was met mijn onderbroek boven het fornuis. Het is wel al droog intussen he !
Vele kilometers weg van de kerk wordt het 13u30 en is het al 29°C. Het is tijd om wat achter de kiezen te steken en een wat langer pauze te nemen. Dat doe ik ook in de Yx op de route. Ik nuttig wat in de gekoelde zitruimte en kan er weer tegen.
Helemaal opgeladen vertrek ik naar Skjervfossen, weeral een waterval. Het uitzicht vanop het platform doet dat ding geen eer aan vind ik en ik ga een paar haarspeldbochten, wat anders, naar beneden om het vanuit een andere hoek te bewonderen.
Terug op weg en om 15u sta ik op Kvandal viewpoint nadat ik met een Marc Marquez actie op de smalle weggetjes nog een vrachtwagen heb weten verschalken. Het is een leuk parkje met uitzicht op het Fjord bij de ferrykaai.
Een half uurtje later stop ik weeral bij de volgende, Tyrvefjora. Dit is eigenlijk een strandje maar valt weer op door zijn openbare toiletten.
Ik zie daar ook ineens hoe mensen hun lege vuilbakken meenemen die ze langs de hoofdweg plaatsen. De vuilkar rijdt hier niet elke straatje in blijkbaar.
Volgende aan de beurt is Steinstoberget. Een tof uitkijkpunt waar een Nederlander me spontaan aanbiedt om een foto van me te maken.
Ik heb nog één stop te doen en dan zijn ze op voor vandaag. De Steindalsfossen. Super toeristisch, dat zag ik al van ver met hun shops. Er is ook een hoop volk en ze lossen er nog meer per toeristenbus. Snel een foto en dan weer weg.
Het is intussen ferrytijd geworden en ik moet me reppen. Met nog 5 kilometer slingerweg af te leggen zie ik de ferry al klaarliggen aan de kade. Shit denk ik, ik ga hem missen. De weg voor me is leeg en ik kan snelheid maken door de bochten af te snijden en de hele weg te gebruiken, er staan toch geen lijnen. Op 2 kilometer komt de sliert wagens me tegemoet die net van de ferry afgereden zijn. Dat wordt een nipte denk ik bij mezelf maar ik kom net op tijd aan om nog mee te mogen naar Jondal. Oef. Helaas zie ik achter me al letterlijk de bui hangen. De regen komt eraan.
Ik kan toch nog droog de kampplaats bereiken en ga zoals gevraagd aanbellen aan het huis van de eigenaars. Niemand doet open. Ik ga terug naar het service gebouw waar de motor staat om de telefoonnummer van de eigenares te zoeken. Intussen steekt haar man zijn hoofd uit de stal waar hij de koeien aan het melken is en vuurt de enige 3 woorden Engels op me af die hij kent. You, stay en here. Gelukkig komt niet veel later zijn vrouw aangereden en ze helpt me verder. Hut nr 4 is van mij. Een wasmachine heeft ze niet ter beschikking en een droogkast al helemaal niet en zoals je in het begin kon lezen is de lucht dankzij de regen te vochtig om alles aan de waslijn in het servicehuis te drogen.
Om het verhaal compleet te maken,ik heb noedels gegeten wegens geen zin om fel mijn best te doen. Echte campingkost dus. En nu ga ik me eindelijk douchen. Tot morgen !
PS: geen rode Nissan’s tegengekomen dus geen malheuren gedaan.
Manman, wat een dag. Stikkapot ben ik weer na een dag van haarspeldbochten inkappen en stof happen. Ik heb net gegeten en gedoucht. De zon is zonet achter de bergen verdwenen en de temperatuur zakt tot een draaglijk niveau. Vandaag reeg ik de Geiranger-Trollstigen en de Gamle-Strynefjellsvegen aan elkaar. Met de nodige verbindingsstukken tussen de routes natuurlijk. Hoe dat allemaal verliep lees je hieronder.
Om 3u wakker om naar het toilet te gaan. Het servicegebouw ligt vlak naast mijn hut dus ver hoef ik niet te gaan. De zon is wel onder maar het is toch licht buiten, net niet genoeg onder dacht ik bij mezelf. Het blijft toch een dingetje voor je geest: licht = opstaan. Ik kruip terug in bed maar raak niet meer in slaap. Om iets voor 5 heb ik er genoeg van en beslis te vertrekken. Als ik wat doordoe heb ik de ferry van 5u50 nog wel, zo staat ie gepland op de website van de ferrymaatschappij. Buiten baadt alles intussen in de ochtendzon. Het is nog maar 16°C maar ik beslis om de voering van de jas niet terug te steken, het zal rap genoeg veel warmer worden. Na de inlaadroutine sjees ik de stijle heuvel op die naar de receptie leidt. Ik vermoed dat daar wel iets staat om de sleutel in te droppen. En ja hoor, daar is ie. Je moest wel eerst het dekseltje opendoen om zeker te zijn.
Het lijken ook drukke tijden want hier hangt al een papiertje op, het zal niet de enige melding zijn die ik vandaag zie dat een camping uitverkocht is. De andere meldingen zijn meestal wel correct geschreven.
Iets later op de 64 naar Solsness stop ik en kijk nog eens naar het Fraenfjord waar de camping op uitkeek.
Het is maar 25 kilometer tot de ferry, er is niemand op de baan en oom agent heb ik ook al lang niet meer gezien. Oeps, iets verder staat oom agent, om 5u30 al, daarmee dat ik die mannen bijna nooit zie. Ik kom ruim op tijd aan voor de ferry van 5u50 die op zondag blijkbaar niet vaart. Dat zijn ze wel even vergeten op hun website te zetten maar de ambulanciers die ook al stonden te wachten wisten me dat te vertellen. Op het bord stond 6u30 als eerste vertrekuur.
Dan rij ik maar even terug naar die kerk die ik onderweg gespot heb denk ik. Wat moet een mens anders als er toch geen koffie te krijgen is aan de ferryterminal.
Ook aan deze ferryterminal weer een laadzuil voor de ferry, jawel, weeral een elektrische ferry. Geen gebonk onderweg, zalig.
In Afarnes aangekomen mag ik er als eerste af. De ambulanciers zitten echter al rap in mijn gat te porren terwijl ik ook al te snel rij, ik wuif ze voorbij en zie ze in verte verdwijnen. Geen lichten of sirene, gewoon sjezen omdat het kan.
Het is zo’n 50 kilometer tot aan mijn eerste attractie, de Trollstigen. Een adembenemende bergweg met 11 haarspeldbochten zou het moeten zijn. Gisteren alweer een paar uur gesloten omwille van vallende rotsblokken maar vandaag volgens de nationale wegendienst gewoon open.
De wegen liggen er goed bij en het gaat vooruit, in geen tijd sta ik in Andalsnes waar ik ga tanken en de bandendruk terug op peil zet, een vijfde van een bar ben ik kwijtgeraakt op een kleine 3 weken, dat valt nog goed mee gezien de omstandigheden. Ik hoop ook een koffie te scoren maar het is nog maar 7u20 en de tent gaat pas om 8u open. Binnen maken ze onverstoorbaar broodjes en doen ze alsof ze me niet zien staan wuiven.
Onderweg naar de start van de trollenroute staan ook mensen van de Noorse verkeer- en wegendienst die bussen tegenhouden die te lang zijn. Waarschijnlijk om zo’n fratsen zoals in Geiranger een paar dagen geleden te vermijden waar ze de boel een aantal uren hebben kunnen dichtdoen door een buschauffeur die zich vast had gereden. Ik kom langs wat campings door waar de eerste motorrijders zich al klaar maken voor hun passage op de Trollstigen.
Het zal dan wel na mij moeten vrees ik, tenzij ik met deze foto te maken te veel tijd verloren heb.
Ik kom aan de start en kan nog snel een fotootje maken van het eerste deel. En jawel, onderweg krijg je wat nevel van die waterval over je, lekker verfrissend.
Ik heb niet alle geluk onderweg want er hangen een camper en een auto met aanhangwagen voor mij die het nodig vinden om in het midden van de weg of een brug te stoppen om foto’s te nemen. Ik duw net zolang op mijn claxon als nodig is om de boel weer op gang te brengen. Als ze dat lappen terwijl ik in een bocht sta met een hellingspercentage van 10% ben ik mooi gezien.
De klim verloopt verder voorspoedig en ik kom boven aan. Net op tijd om wat toerbussen en campers te zien stoppen aan de souvenirshop vooraleer ze de afdaling aanvatten. Daar ben ik mooi aan ontsnapt denk ik bij mezelf. Ze hebben er boven wel wat leuks van gemaakt met uitzichtpunten, een café dat niet open was en een waterpartij die overgaat in een waterval die langs de berg neerkletst.
Ik vertrek maar weer terug want het wordt me hier te druk. De rit verder bevat ook een aantal haarspeldbochten maar is misschien nog indrukwekkender door het landschap. Onderweg kan ik niet stoppen maar ik neem wat foto’s met de camera die op de motor gemonteerd staat.
Mijn volgende stop is Gudbrandsjuvet, ook een uitkijkpunt dat ik evenwel niet durf te gaan bezien en dat komt zo. Ik sta netjes geparkeerd op een parkeerterrein dat niet veel opties heeft om motoren niet te laten omkletsen door de hellingsgraad. Ik ben net weg aan het wandelen van mijn motor die ietsjes voor een andere auto staat wanneer er een Pool me tegenhoudt. Of ik even mijn motor 2 meter naar achter kan duwen, dan kan hij er met zijn camper staan. Achteraan zijn nog genoeg vrije plekken voor campers maar dat wil meneer blijkbaar niet. Ik zeg hem dat 300 kg achterwaarts een heuvel opduwen niet gaat tenzij hij wil helpen duwen. Hij begint wat kwaad te roepen en ik roep kwader en harder terug en hij druipt af om bij zijn vrienden wat te gaan staan mokken. Ik vertrouw het allemaal niet, hij moest maar eens in zijn krollen krijgen om de motor te verzetten ofzo en ik ga maar zover als ik kan zonder de motor uit het oog te verliezen.
Het uitzichtpunt zelf niet betreden maar wel de waterval kunnen spotten. Van ver ;).
Ik ga terug naar de motor en intussen hebben de Pool en zijn vrienden campermannen zich op de busparkeerstroken gezet. De buschauffeur die net met zijn klanten wilde opdraaien was er niet mee opgezet. Het schiet me nu ineens te binnen, het waren dezelfde Polen die ik 10 kilometer voor het uitzichtspunt ben voorbijgeknald omdat ze langzaam aan het rijden waren om met hun gsm uit het venster te kunnen filmen. Paljassen.
Verderop neem ik de ferry in Linge en raak aan de praat met 2 Noren die in deze streek een 5-daagse rondrit doen. En jij, vragen ze, hoelang ben jij al bezig? Bwa, een kleine 3 weken met nog een week te gaan zeg ik. Ik bespeurde precies wat afgunst. Toffe mannen waren het die ik later nog wel een paar keer onderweg zou tegenkomen.
De ferry brengt ons naar Eidsdal waar de Geiranger route hervat wordt. De route brengt me eerst naar Ornesvingen viewpoint vanwaar je een prachtig zicht hebt op Geiranger en het Geirangerfjord. Parkeren is er wel geen evidentie, retedruk is het er.
Ik hervat mijn weg maar word al snel opgehouden door een van die mannen die met veel te groot gerief onderweg is navenant zijn kunnen. Aan 10 per uur de helling af naar Geiranger in het midden van de weg en voor elke bocht eerst stoppend om dan zijn wielen in de juiste richting te draaien. Ik kan er toch langs op een moment maar ik denk dat em zich ferm verschrokken heeft :). In Geiranger centrum ruikt het heerlijk naar allerlei eten. Het is nog net geen middag en ik wil nog eerst een uitzichtpunt doen. Flydalsjuvet is aan de beurt. Wederom met een uitzicht over het Geirangerfjord maar dan van de andere kant.
Wanneer een bus luid toeterend de campers van zijn parkeerplek wegjaagt en 50 Aziatische toeristen lost maak ik dat ik weg ben. Ik rij naar de Dalsnibba Geiranger skywalk. Wederom een uitkijkplatform over het Geiranger fjord en omstreken.
Je moet beneden aan de berg aanschuiven om inkom te betalen. Hier wordt wat getalmd en voor ik het weet sta ik midden in een haarspeldbocht mezelf recht te houden. Gelukkig springt de hill assist aan en kan ik em in neutraal zetten om zo mijn hand wat te ontspannen. Haast 5 minuten zo moeten staan vooraleer het weer begon te moven. Die vooraan in de rij wou blijkbaar over de prijs discuteren. Dat doen ze hier niet, voor een motorfiets was het 19 euro, niet goedkoop maar je krijgt er een prachtige rit omhoog tot een hoogte van 1500 meter voor in de plaats en geweldige zichten.
Aangezien het al 12u voorbij is eet ik ook maar iets in het mooie cafeetje/souvenirshop. Op de parking zie ik de 2 Noren van eerder op de dag terug. Ik vraag hen of ze dat ook geroken hebben op de klim vanuit Geiranger. Bedoel je de frisse lucht vraagt een van hen. Ik zeg neen, de geur van verbrande koppelingen. Ze kunnen er om lachen en vertellen over de Zweed die voor hen reed en hen in een wolk van verbrande olie had gezet, ook niet zo lekker zeiden ze.
Van hieruit rij ik de Geiranger route uit tot aan het Langvatnetmeer. Wat verder pik ik de Strynefjellsvegen op. Een route van een kleine 30 kilometer waarvan de dikke helft op onverharde, meestal zeer smalle wegen met weinig uitwijkmogelijkheden om tegenliggers te laten passeren. En dat het plezant was :). Gaandeweg krijg ik rechtstaand op de voetsteunen weer wat meer vertrouwen en haal een gezonde snelheid om dat bij tegemoetkomend verkeer heel nerveus uit te kijken naar waar ik ga kunnen stoppen.
Op het onverhard stop ik ook een paar keer waar het kan om wat plaatjes te maken.
Na het onverharde plezier komen verharde wegen waar men, je raadt het nooit, de nodige haarspeldbochten in verwerkt heeft. Ik kom langs een meer waar, terwijl er sneeuw ligt, de mensen aan het baden zijn met een buitentemperatuur van rond de 26°C. Wat de watertemperatuur was ben ik niet gaan voelen.
Via de nodige haarspeldbochten in combinatie met de nodige inhaalmanoeuvres kom ik kort na de vorige stop aan de Videfossen, een deftig watervalleke.
Ik doe voort en maak dat ik aan de volgende waterval sta, de Ovstefossen.
Nog maar 1 stop nu, de Jolbru, een stenen brug. De tarmac die ze er echter in de loop der jaren over gegoten hebben maken dat het nog maar weinig mooi oogt en ik geef gas bij om er snel weg te zijn. Dus ook geen beelden te zien.
Het is nu nog een goede 100 kilometer tot mijn verblijfplaats in Vassenden. Ik krijg echter een klopke en mijn ogen beginnen achter mijn vizier toe te vallen. Ik denk initieel dat het te maken heeft met het weinige slapen en het vroege opstaan maar dan schiet het me te binnen. Ik heb nog maar 1 keer iets gegeten vandaag, die bagel van vanmiddag. Ik vermoed dat ik een energiedip heb en haal wat gedroogd vlees uit mijn koffer en knabbel het op. Gelijk herboren rij ik in 3 stukken naar mijn slaapplaats, ik stop namelijk nog 1 keer hiervoor.
Ik zit nu op 40 kilometer van mijn slaapplaats. Het gaat weer de bergen in en haarspeldbocht na haarspeldbocht dienen zich aan. Een paar keer moet er vol in de ankers gegaan worden voor Noorse runderen, schapen en geiten en 1 keer een noodstop moeten doen voor een Aziatische koe. Zo eentje van het soort dat het nodig vindt een rij auto’s voorbij te steken voor een blinde heuvel en het niet haalt en dan op mij uitkomt. Ze bleef dan nog eens stoïcijns voor zich uitkijken en er kon geen verontschuldigend gebaar van af. Als ik morgen een rode Nissan tegenkom zal die het moeten ontgelden vrees is, maakt niet uit of het de hare is.
Nog 1 keer stop ik om te winkelen. Fishsticks met rijst eet ik vanavond. Vind ik lekker en het is rap klaar. Ik kom namelijk rond 18u binnen op de camping en ben dan dus al meer dan 12 uur onderweg. Veel kokerellen, daar heb ik de fut niet meer voor.
Ik ontmoet de gastheer en gastvrouw van de camping en krijg de nodige uitleg. Sympathieke mensen, ze wonen ook op de camping om alles wat in het oog te houden.
Ik ga naar mijn hutje dat wel ongeveer het kleinste moet zijn waar ik in geslapen heb deze trip, op die kamer in Andenes na.
Ohja, ik lig hier op 10 meter van een snelstromende rivier. Benieuwd hoe dikwijls ik vannacht weer naar het toilet moet.
Waar ik mee wil afsluiten vandaag is hoe geweldig de motor het heeft gedaan. Stabiel op de niet verharde wegen, stabiel en zich gelijk een tractor door een haarspeldbocht trekkend al stapvoets. Ik heb mezelf wel gedwongen de koppeling gerust te laten in zo’n bochten wanneer ik omhoog rijd, mijn vingers ver weg van de hendel want het is wanneer je in een paniekreactie dat ding intrekt dat je stilvalt en omtuimelt. Vooral proberen niet te moeten stoppen in een bocht en als het dan toch moet, de motor naar de hoge kant laten leunen en daar je voet neerzetten. Zeker niet de dieperik in.