Dag 19: Trollstigen … of niet ?

Manman, wat een dag. Stikkapot ben ik weer na een dag van haarspeldbochten inkappen en stof happen. Ik heb net gegeten en gedoucht. De zon is zonet achter de bergen verdwenen en de temperatuur zakt tot een draaglijk niveau. Vandaag reeg ik de Geiranger-Trollstigen en de Gamle-Strynefjellsvegen aan elkaar. Met de nodige verbindingsstukken tussen de routes natuurlijk. Hoe dat allemaal verliep lees je hieronder.


Om 3u wakker om naar het toilet te gaan. Het servicegebouw ligt vlak naast mijn hut dus ver hoef ik niet te gaan. De zon is wel onder maar het is toch licht buiten, net niet genoeg onder dacht ik bij mezelf. Het blijft toch een dingetje voor je geest: licht = opstaan. Ik kruip terug in bed maar raak niet meer in slaap. Om iets voor 5 heb ik er genoeg van en beslis te vertrekken. Als ik wat doordoe heb ik de ferry van 5u50 nog wel, zo staat ie gepland op de website van de ferrymaatschappij. Buiten baadt alles intussen in de ochtendzon. Het is nog maar 16°C maar ik beslis om de voering van de jas niet terug te steken, het zal rap genoeg veel warmer worden. Na de inlaadroutine sjees ik de stijle heuvel op die naar de receptie leidt. Ik vermoed dat daar wel iets staat om de sleutel in te droppen. En ja hoor, daar is ie. Je moest wel eerst het dekseltje opendoen om zeker te zijn.

Het lijken ook drukke tijden want hier hangt al een papiertje op, het zal niet de enige melding zijn die ik vandaag zie dat een camping uitverkocht is. De andere meldingen zijn meestal wel correct geschreven.

Iets later op de 64 naar Solsness stop ik en kijk nog eens naar het Fraenfjord waar de camping op uitkeek.

Het is maar 25 kilometer tot de ferry, er is niemand op de baan en oom agent heb ik ook al lang niet meer gezien. Oeps, iets verder staat oom agent, om 5u30 al, daarmee dat ik die mannen bijna nooit zie. Ik kom ruim op tijd aan voor de ferry van 5u50 die op zondag blijkbaar niet vaart. Dat zijn ze wel even vergeten op hun website te zetten maar de ambulanciers die ook al stonden te wachten wisten me dat te vertellen. Op het bord stond 6u30 als eerste vertrekuur.

Dan rij ik maar even terug naar die kerk die ik onderweg gespot heb denk ik. Wat moet een mens anders als er toch geen koffie te krijgen is aan de ferryterminal.

Ook aan deze ferryterminal weer een laadzuil voor de ferry, jawel, weeral een elektrische ferry. Geen gebonk onderweg, zalig.

In Afarnes aangekomen mag ik er als eerste af. De ambulanciers zitten echter al rap in mijn gat te porren terwijl ik ook al te snel rij, ik wuif ze voorbij en zie ze in verte verdwijnen. Geen lichten of sirene, gewoon sjezen omdat het kan.

Het is zo’n 50 kilometer tot aan mijn eerste attractie, de Trollstigen. Een adembenemende bergweg met 11 haarspeldbochten zou het moeten zijn. Gisteren alweer een paar uur gesloten omwille van vallende rotsblokken maar vandaag volgens de nationale wegendienst gewoon open.

De wegen liggen er goed bij en het gaat vooruit, in geen tijd sta ik in Andalsnes waar ik ga tanken en de bandendruk terug op peil zet, een vijfde van een bar ben ik kwijtgeraakt op een kleine 3 weken, dat valt nog goed mee gezien de omstandigheden. Ik hoop ook een koffie te scoren maar het is nog maar 7u20 en de tent gaat pas om 8u open. Binnen maken ze onverstoorbaar broodjes en doen ze alsof ze me niet zien staan wuiven.

Onderweg naar de start van de trollenroute staan ook mensen van de Noorse verkeer- en wegendienst die bussen tegenhouden die te lang zijn. Waarschijnlijk om zo’n fratsen zoals in Geiranger een paar dagen geleden te vermijden waar ze de boel een aantal uren hebben kunnen dichtdoen door een buschauffeur die zich vast had gereden. Ik kom langs wat campings door waar de eerste motorrijders zich al klaar maken voor hun passage op de Trollstigen.

Het zal dan wel na mij moeten vrees ik, tenzij ik met deze foto te maken te veel tijd verloren heb.

Ik kom aan de start en kan nog snel een fotootje maken van het eerste deel. En jawel, onderweg krijg je wat nevel van die waterval over je, lekker verfrissend.

Ik heb niet alle geluk onderweg want er hangen een camper en een auto met aanhangwagen voor mij die het nodig vinden om in het midden van de weg of een brug te stoppen om foto’s te nemen. Ik duw net zolang op mijn claxon als nodig is om de boel weer op gang te brengen. Als ze dat lappen terwijl ik in een bocht sta met een hellingspercentage van 10% ben ik mooi gezien.

De klim verloopt verder voorspoedig en ik kom boven aan. Net op tijd om wat toerbussen en campers te zien stoppen aan de souvenirshop vooraleer ze de afdaling aanvatten. Daar ben ik mooi aan ontsnapt denk ik bij mezelf. Ze hebben er boven wel wat leuks van gemaakt met uitzichtpunten, een café dat niet open was en een waterpartij die overgaat in een waterval die langs de berg neerkletst.

Ik vertrek maar weer terug want het wordt me hier te druk. De rit verder bevat ook een aantal haarspeldbochten maar is misschien nog indrukwekkender door het landschap. Onderweg kan ik niet stoppen maar ik neem wat foto’s met de camera die op de motor gemonteerd staat.

Mijn volgende stop is Gudbrandsjuvet, ook een uitkijkpunt dat ik evenwel niet durf te gaan bezien en dat komt zo. Ik sta netjes geparkeerd op een parkeerterrein dat niet veel opties heeft om motoren niet te laten omkletsen door de hellingsgraad. Ik ben net weg aan het wandelen van mijn motor die ietsjes voor een andere auto staat wanneer er een Pool me tegenhoudt. Of ik even mijn motor 2 meter naar achter kan duwen, dan kan hij er met zijn camper staan. Achteraan zijn nog genoeg vrije plekken voor campers maar dat wil meneer blijkbaar niet. Ik zeg hem dat 300 kg achterwaarts een heuvel opduwen niet gaat tenzij hij wil helpen duwen. Hij begint wat kwaad te roepen en ik roep kwader en harder terug en hij druipt af om bij zijn vrienden wat te gaan staan mokken. Ik vertrouw het allemaal niet, hij moest maar eens in zijn krollen krijgen om de motor te verzetten ofzo en ik ga maar zover als ik kan zonder de motor uit het oog te verliezen.

Het uitzichtpunt zelf niet betreden maar wel de waterval kunnen spotten. Van ver ;).

Ik ga terug naar de motor en intussen hebben de Pool en zijn vrienden campermannen zich op de busparkeerstroken gezet. De buschauffeur die net met zijn klanten wilde opdraaien was er niet mee opgezet. Het schiet me nu ineens te binnen, het waren dezelfde Polen die ik 10 kilometer voor het uitzichtspunt ben voorbijgeknald omdat ze langzaam aan het rijden waren om met hun gsm uit het venster te kunnen filmen. Paljassen.

Verderop neem ik de ferry in Linge en raak aan de praat met 2 Noren die in deze streek een 5-daagse rondrit doen. En jij, vragen ze, hoelang ben jij al bezig? Bwa, een kleine 3 weken met nog een week te gaan zeg ik. Ik bespeurde precies wat afgunst. Toffe mannen waren het die ik later nog wel een paar keer onderweg zou tegenkomen.

De ferry brengt ons naar Eidsdal waar de Geiranger route hervat wordt. De route brengt me eerst naar Ornesvingen viewpoint vanwaar je een prachtig zicht hebt op Geiranger en het Geirangerfjord. Parkeren is er wel geen evidentie, retedruk is het er.

Ik hervat mijn weg maar word al snel opgehouden door een van die mannen die met veel te groot gerief onderweg is navenant zijn kunnen. Aan 10 per uur de helling af naar Geiranger in het midden van de weg en voor elke bocht eerst stoppend om dan zijn wielen in de juiste richting te draaien. Ik kan er toch langs op een moment maar ik denk dat em zich ferm verschrokken heeft :). In Geiranger centrum ruikt het heerlijk naar allerlei eten. Het is nog net geen middag en ik wil nog eerst een uitzichtpunt doen. Flydalsjuvet is aan de beurt. Wederom met een uitzicht over het Geirangerfjord maar dan van de andere kant.

Wanneer een bus luid toeterend de campers van zijn parkeerplek wegjaagt en 50 Aziatische toeristen lost maak ik dat ik weg ben. Ik rij naar de Dalsnibba Geiranger skywalk. Wederom een uitkijkplatform over het Geiranger fjord en omstreken.

Je moet beneden aan de berg aanschuiven om inkom te betalen. Hier wordt wat getalmd en voor ik het weet sta ik midden in een haarspeldbocht mezelf recht te houden. Gelukkig springt de hill assist aan en kan ik em in neutraal zetten om zo mijn hand wat te ontspannen. Haast 5 minuten zo moeten staan vooraleer het weer begon te moven. Die vooraan in de rij wou blijkbaar over de prijs discuteren. Dat doen ze hier niet, voor een motorfiets was het 19 euro, niet goedkoop maar je krijgt er een prachtige rit omhoog tot een hoogte van 1500 meter voor in de plaats en geweldige zichten.

Aangezien het al 12u voorbij is eet ik ook maar iets in het mooie cafeetje/souvenirshop. Op de parking zie ik de 2 Noren van eerder op de dag terug. Ik vraag hen of ze dat ook geroken hebben op de klim vanuit Geiranger. Bedoel je de frisse lucht vraagt een van hen. Ik zeg neen, de geur van verbrande koppelingen. Ze kunnen er om lachen en vertellen over de Zweed die voor hen reed en hen in een wolk van verbrande olie had gezet, ook niet zo lekker zeiden ze.

Van hieruit rij ik de Geiranger route uit tot aan het Langvatnetmeer. Wat verder pik ik de Strynefjellsvegen op. Een route van een kleine 30 kilometer waarvan de dikke helft op onverharde, meestal zeer smalle wegen met weinig uitwijkmogelijkheden om tegenliggers te laten passeren. En dat het plezant was :). Gaandeweg krijg ik rechtstaand op de voetsteunen weer wat meer vertrouwen en haal een gezonde snelheid om dat bij tegemoetkomend verkeer heel nerveus uit te kijken naar waar ik ga kunnen stoppen.

Op het onverhard stop ik ook een paar keer waar het kan om wat plaatjes te maken.

Na het onverharde plezier komen verharde wegen waar men, je raadt het nooit, de nodige haarspeldbochten in verwerkt heeft. Ik kom langs een meer waar, terwijl er sneeuw ligt, de mensen aan het baden zijn met een buitentemperatuur van rond de 26°C. Wat de watertemperatuur was ben ik niet gaan voelen.

Via de nodige haarspeldbochten in combinatie met de nodige inhaalmanoeuvres kom ik kort na de vorige stop aan de Videfossen, een deftig watervalleke.

Ik doe voort en maak dat ik aan de volgende waterval sta, de Ovstefossen.

Nog maar 1 stop nu, de Jolbru, een stenen brug. De tarmac die ze er echter in de loop der jaren over gegoten hebben maken dat het nog maar weinig mooi oogt en ik geef gas bij om er snel weg te zijn. Dus ook geen beelden te zien.

Het is nu nog een goede 100 kilometer tot mijn verblijfplaats in Vassenden. Ik krijg echter een klopke en mijn ogen beginnen achter mijn vizier toe te vallen. Ik denk initieel dat het te maken heeft met het weinige slapen en het vroege opstaan maar dan schiet het me te binnen. Ik heb nog maar 1 keer iets gegeten vandaag, die bagel van vanmiddag. Ik vermoed dat ik een energiedip heb en haal wat gedroogd vlees uit mijn koffer en knabbel het op. Gelijk herboren rij ik in 3 stukken naar mijn slaapplaats, ik stop namelijk nog 1 keer hiervoor.

Ik zit nu op 40 kilometer van mijn slaapplaats. Het gaat weer de bergen in en haarspeldbocht na haarspeldbocht dienen zich aan. Een paar keer moet er vol in de ankers gegaan worden voor Noorse runderen, schapen en geiten en 1 keer een noodstop moeten doen voor een Aziatische koe. Zo eentje van het soort dat het nodig vindt een rij auto’s voorbij te steken voor een blinde heuvel en het niet haalt en dan op mij uitkomt. Ze bleef dan nog eens stoïcijns voor zich uitkijken en er kon geen verontschuldigend gebaar van af. Als ik morgen een rode Nissan tegenkom zal die het moeten ontgelden vrees is, maakt niet uit of het de hare is.

Nog 1 keer stop ik om te winkelen. Fishsticks met rijst eet ik vanavond. Vind ik lekker en het is rap klaar. Ik kom namelijk rond 18u binnen op de camping en ben dan dus al meer dan 12 uur onderweg. Veel kokerellen, daar heb ik de fut niet meer voor.

Ik ontmoet de gastheer en gastvrouw van de camping en krijg de nodige uitleg. Sympathieke mensen, ze wonen ook op de camping om alles wat in het oog te houden.

Ik ga naar mijn hutje dat wel ongeveer het kleinste moet zijn waar ik in geslapen heb deze trip, op die kamer in Andenes na.

Ohja, ik lig hier op 10 meter van een snelstromende rivier. Benieuwd hoe dikwijls ik vannacht weer naar het toilet moet.

Waar ik mee wil afsluiten vandaag is hoe geweldig de motor het heeft gedaan. Stabiel op de niet verharde wegen, stabiel en zich gelijk een tractor door een haarspeldbocht trekkend al stapvoets. Ik heb mezelf wel gedwongen de koppeling gerust te laten in zo’n bochten wanneer ik omhoog rijd, mijn vingers ver weg van de hendel want het is wanneer je in een paniekreactie dat ding intrekt dat je stilvalt en omtuimelt. Vooral proberen niet te moeten stoppen in een bocht en als het dan toch moet, de motor naar de hoge kant laten leunen en daar je voet neerzetten. Zeker niet de dieperik in.

En met die les gaan we afsluiten.