Category: Scandinavië 2025

  • Dag 8: bucketlist check ?

    Ik ga het al direct verraden … Ik ben tot op de Noordkaap geraakt. Hoe? Dat lees je hieronder.

    De dagelijkse ochtendroutine ken je al als je mijn vorige posts gelezen hebt, onnodig te herhalen dus.

    Ik draai luttele kilometers na mijn vertrek terug de oude bekende E45 op. Het rustige landschap verandert al snel in ruigere omgeving met hoge rotswanden en kronkelwegjes die me naar Alta zullen brengen. Ik vind het landschap veel meer variëren ten opzichte van Zweden of Finland. Dat belooft…

    Op een kilometer of 20 van Alta stop ik ook nog even aan een rivier om even van het uitzicht te genieten en wat van mijn thee te drinken.

    Ik vervolg mijn route en in Alta kom ik dan via wat wegjes doorheen woonwijken tot aan mijn enige geplande stop daar: de Kathedraal van het Noorderlicht. Een moderne kathedraal die volledig bekleed is met titanium dat het Noorderlicht mooi zou moeten weerkaatsen maar om dat te zien moet ik in een ander seizoen terugkomen.

    Ik ga naar binnen en betaal een 6-tal euro voor een ticketje. Schappelijk, niet ? Ook vanbinnen vind ik het best wel een geslaagd bouwwerk.

    Eens buiten blijkt wat een geweldig gevoel voor timing ik heb, er stopt namelijk net een bus waaruit 50 man stroomt die enthousiast met de smartphone in de lucht voor Jan en alleman doorlopen. Die bende ben ik weer mooi voor geweest.

    Ik vervolg mijn tocht richting Kvalsund. Onderweg volg ik een hele tijd de Goahtemuorjohkarivier, een naam die ik jullie niet wil onthouden.

    Tegen de middag kom in in Kvalsund aan, maar niet vooraleer ik bovenop een plateau nog even een fotootje of 2 maak.

    Ik ga de shop binnen bij een benzinestation en kan iets later smikkelen van een soort hotdog.

    Op de parking praat ik nog even met een Zwitser die net met de motor van de Noordkaap komt en me weet te vertellen dat het er droog maar grauw is. Niet erg denk ik, nog tijd genoeg om beter weer te krijgen daar. Ik laad de route richting Honningsvag, waar ik zal slapen, en ga weer op pad.

    Onderweg doe ik nog het Storberget viewpoint aan wat ook een streling voor het oog is.

    En daarna rij ik nog iets verder offroad naar de Russelvbrug waar ik me toch maar niet aan een oversteek waag.

    Onderweg kom ik hordes motorrijders tegen en moet ik op een moment ook dichtgooien voor eentje die zijn inhaalmanoeuvre verkeerd inschat maar iedereen steekt goedgezind de hand of een duim op. Precies of ze met dat laatste willen zeggen: dik ok waar jij naartoe rijdt.

    Wat ik hier dikwijls tegenkom zijn torentjes stenen, initieel bedoeld om wandelroutes aan te geven. Tegenwoordig worden ze lukraak door Jan en alleman gemaakt en hebben ze hun initiële betekenis wat verloren. Er zitten er echter genoeg die sporen van knappe stapelkunsten vertonen…

    Het valt me op dat afstanden afleggen hier merkelijk langer duurt dan in Zweden. Je komt al wat meer dorpskernen tegen en je mag sowieso al minder snel rijden, voorlopig is dat niet erg want de wegjes zijn op momenten best uitdagend. Niet dat ze heel slecht zijn maar kwalitatief toch veel minder dan in Zweden, veel smaller ook, veel drukker verkeer en ook veel scherpere bochten maken dat het tempo er wat uitgaat. Langs de andere kant krijg je dan ook net iets meer tijd om de omgeving in je op te nemen. Ik hoop dat ik mijn timings haal de rest van de reis :). Vandaag had ik met opzet maar een dikke 300km ingepland om te testen wat het zou geven op Noorse bodem maar er komen nog veel pittiger dagen in Noorwegen.

    Onderweg naar Honningsvag doe ik nog wat sightseeing, praat ik met een Duitser die met de camper onderweg is en mijn trip ‘Supergeil!’ vindt en doe ik ook nog wat tunnels waarvan de langste de Noordkaaptunnel heet en een kleine 7km lang is. Wel speciaal is dat er een lichte mist hing in de tunnel, niet van uitlaatgassen maar echte mist. In de tunnel ging het eerst stijl bergaf en daarna weer bergop. De temperatuur daalde tijdens die afdaling ook nog eens naar 8°C, driewerf hoera voor handvat- en zadelverwarming :).

    Eens aangekomen in Honningsvag rijd ik onmiddellijk naar mijn slaapplek, ik moet namelijk al een hele tijd naar het toilet. Terwijl ik de stijle heuvel oprij die ernaartoe leidt zie ik een oudere man aan het appartement staan. Ik stop en hij komt naar me toe en vraagt of ik de andere huurder ben. Oei denk ik, moet ik misschien de ruimte delen ? Gelukkig niet, ik zag het niet onmiddellijk maar de woning huist 2 appartementjes.

    De man in kwestie blijkt een Engelsman te zijn die al maanden onderweg is met de motor. Haast heel Europa heeft ie gedaan met halverwege nog ergens een uitstap naar Ijsland, ook met de motor. Even niks anders te doen, grapte ie. Hij vraagt me of ik nog naar de Noordkaap moet en zo ja dat ik dan best een paar uurtjes wacht want het was er net heel winderig. Het overcommerciële touristcenter interesseert me toch voor geen meter dus dat dat gesloten zou zijn vind ik niet erg. Het is daarenboven nog eens 27 euro extra betalen bovenop de bijna 5 euro die je mag betalen voor parking en de haast 1,5 euro die je mag betalen om van de parking het terrein op te wandelen. Je leest het goed :). Ze afficheren beide prijzen maar je kan ze toch niet afzonderlijk betalen, straf he.

    Ik dank de man voor zijn raad en ga snel dat hoogdringende toiletbezoek doen. Ik gooi alle bagage van de moto naar binnen en kleed me om. Ik heb besloten nu al iets te gaan eten en dan op het gemakje naar de Noordkaap zelf te rijden, een blik op de webcam van de locatie toonde dat het er trouwens nog ellendig druk was.

    Op naar NOR, een gezellig restaurantje in het centrum waar men mij vriendelijk ontving en volgende lekkernijen kon voorschotelen. Een soepje en wat krab.

    Hierna terug naar het appartement waar ik me weer omkleedde in motortenue en wou vertrekken. How Somers, eerst dat slot afdoen dacht ik toen de motor niet achteruit wilde rollen. Hier had ik al bijna schoon gestaan met verbogen spaken als ik nog wat verder duwde.

    De Noordkaap is maar 34 km van de slaapplaats verwijderd en zou maar een kleine 40 minuten rijden mogen zijn. Echter had de wind intussen weer enorm aangetrokken en was enige voorzichtigheid toch geboden, je merkt dat je kalmaan moet doen als de locals dat ook doen. Het werden dus dik 50 minuten wat nog niet zo erg is want het is een prachtige rit.

    Stel je er niet teveel van voor, van die Noordkaap, het is een toeristenval als een ander. De echte Noordkaap kan je niet per wagen bereiken en kost je nog een wandeling van 9km enkel. Hier zie je in de verte de echte Noordkaap trouwens, heb ik je weer mooi de reis bespaard, graag gedaan. Zou dat trouwens geen concept zijn: I travel so you don’t have to.

    Eens aangekomen betaal ik voorgenoemde prijzen voor het voorrecht te mogen parkeren (5u max zegt het meisje op boze toon) en het voorrecht om te mogen wandelen op het terrein. Er staat een enorm gure wind en het is er eigenlijk niet plezant om te zijn op dat moment maar ik verbijt de kou en maak toch wat plaatjes en vraag aan een vriendelijke motorrijder er ook eentje van mij te nemen.

    Ook hier vind je her en der torentjes van stenen, ik kom een klein bouwwerk tegen en draag letterlijk mijn steentje bij.

    Ik ga maar snel terug naar de parking want ik ben er geweest en het is goed voor mij, zeker in deze omstandigheden. Ellendig koud is het en er is belachelijk veel volk.

    Onderweg terug beukt de wind er opnieuw hard in, 2 Tsjechen zijn blijkbaar uit beter hout dan mij gesneden en razen mij en mijn voorliggers voorbij. Wat later zie ik ze op een rustpunt foto’s staan maken en denk er het mijne van.

    Terug in het appartement bel ik nog even naar het thuisfront. Daar weten ze me te vertellen dat het morgen lekker warm wordt in België en dat ze bij oma gaan BBQ’en. Ik ben blij voor hen maar zal, als ik kan, proberen morgen hun te evenaren qua menu :). Tijd voor een hete douche, de koude is echt in mijn botten gekropen. Eens uit de douche ga ik door de kasten van deze airbnb en vind een cafetière. Awel sè, nog eens een ouderwets gemaakte koffie met daar de reep ‘Choklad’ bij die ik onlangs in Zweden kocht gaan smaken terwijl ik deze post afrond.

    Tot morgen!

  • Dag 7: Zweden – Finland – Noorwegen

    Hehe, we zijn al een week ver in het avontuur. De tijd vliegt, letterlijk, want eerder deze dag heb ik ergens een tijdzone overgestoken zonder het te weten. De GPS gaf namelijk ineens overal een uur langer naartoe rijden aan maar laten we beginnen bij het begin.

    Deze morgen ging de wekker pas af om 7. Ik heb heerlijk geslapen, ondanks dat de kamer helemaal niet te verduisteren viel en de zon effectief niet is ondergegaan. Kan te maken hebben met het slaapmasker dat ik opgezet had of met het feit dat ik goed choco was van de rit gisteren want dat slaapmasker vond ik deze morgen aan de andere kant van de kamer terug. Vervolgens hetzelfde ritueel als anders, tandjes poetsen, koffietje zetten, iets knabbelen, inpakken, opladen en vertrekken. Geen bijzonderheden op dat vlak dus. Behalve dan dat ik mijn thermos deze morgen gevuld heb met thee voor onderweg en dat ie gesmaakt heeft, lekker warm gebleven, ook al schommelden de temperaturen vandaag tussen de 10°C en 14 °C. Warmer is het niet geworden.

    Een snelle check aan het tankstation waar ik de erg lege bak ging voldoen leerde dat het vandaag droog zou moeten blijven.

    En dat is het ook gebleven buiten wat druppen na maar ik heb ze geteld, die druppen waren er lang niet zoveel als muggen die nu op het kerkhof liggen dat ik op mijn hoofd zet, mijn helm dus.

    In Gallivare draai ik even de E10 op om kort daarna weer zo goed als de hele dag de E45 te volgen, net zoals gisteren.

    De eerste etappe op de GPS gaat tot Vittangi, ik zie nog welgeteld 1 rendier in de berm grazen en voor de rest zijn het vooral wegenwerken die het hoofdonderwerp zijn van dit stuk. Ik tel er een tiental op de volle 70km die ik moet rijden.

    Halverwege stop ik nog aan een leuk bakkerijtje voor iets lekkers bij de thee.

    Ik had rap gekozen ondanks dat een mens er keuzestress aan de vitrine zou kunnen krijgen met al dat lekkers.

    Het valt me hier ook weer op, net zoals deze morgen en andere dagen dat de Zweden gek zijn van ijs, zelfs om 8u ‘s morgens. Je ziet wel altijd iemand ‘s morgensvroeg ‘van zijne krem lekken’, ieder zijn ding zeker.

    Buiten staat het ook vol Tesla laadpalen, slim gezien van die bakker. Ik ben erop aan het letten geweest, doe je nu eenmaal als je zelf met de wagen ook elektrisch rijdt, en ik moet zeggen dat op het platteland bijzonder weinig laadinfrastructuur terug te vinden is. De afstanden tussen de plaatsen waar dan wel degelijke infrastructuur is maakt dat je volgens mij best goed het laden moet plannen wanneer je hier op bezoek komt. In België kan je wel al eens zeggen, och ik pak de volgende wel. Hier pak je gewoon de volgende bus als je dat doet met je batterijvoertuig.

    In één ruk rij ik door tot Vittangi waarbij ik onderweg aanhaak bij een Fins koppel op de motor tot aan het benzinestation dat ik als eindpunt had ingesteld.

    Ik moet niet tanken maar laad de volgende etappe in de gps die me tot Kaaresuvanto, net over de grens met Finland, moet brengen. De GPS geeft echter aan dat ik er 2u45 voor zou nodig hebben maar dat lijkt me lang voor 93 kilometer dus ik spreek het Fins koppel aan. De man zegt ook dat dit niet klopt, er moet iets anders aan de hand zijn. Nadien zie ik dat de route verruïneerd is geraakt en me ook nog eens over onverharde stukken wil sturen. Dat feest gaat niet door denk ik en ik geef rechtstreeks in dat ik naar Kaaresuvanto wil, er is toch maar 1 weg naartoe. Hij geeft nog altijd een eindtijd aan die me belachelijk laat lijkt. Ik kijk op mijn gsm en zie dat ik ergens een tijdzone ben overgestoken en dat het eigenlijk een uur later is dan ik dacht. Verklaart veel dus.

    Terwijl ik stond te hannesen met mijn GPS lustig tegen de Finnen doorgepraat die net terugkwamen van de Lofoten en me beloofden dat dat uniek ging zijn met de motor. Zij reden door naar hun thuis in de buurt van Rovaniemi, waar het dorp van de Kerstman staat. Ik vertel hen dat ik erover getwijfeld heb om te bezoeken maar dat ik het allemaal wat te commercieel vond en dat ik het dus niet aandoe. Ze gaven me gelijk :).

    Hoppa, richting Kaaresuvanto dus, nog even profiteren van die 100 km/u snelheidslimiet want straks is het gedaan met het feest. Ik heb gelezen dat op de meeste plaatsen in Noorwegen een snelheidslimiet van 80 km/u geldt en dat de boetes fenomenaal hoog zijn. Trouwens, die paar druppen, die heb ik dus in Vittangi gevoeld, voor de rest waren het allemaal mugjes die tik tik tik tegen mijn helm deden. Mijn 360° camera heeft er trouwens ook best wat gevangen.

    Het is een koude en veelal grijze dag maar sinds ik echt op weg ben uit Zweden lijkt het alsof de zon het wolkendek voor me openbreekt, je weet wel, alsof ze met een volgspot net voor je schijnen om te zeggen hier moet je zijn. Kan natuurlijk ook dat ik gewoon aan het hallucineren was.

    Niet zo ver voor de grens met Finland stop ik nog even langs de kant om nog eens goed het Zweedse landschap in me op te nemen. Ik kan echter niet de foto maken die ik wil en besluit het hogerop te gaan zoeken.

    Terwijl ik de drone weer wegsteek valt me iets op helemaal beneden in de berm. Een gedenkplaat voor een kat. Thuis hebben we ook 2 katten zitten die we zielsgraag zien dus ik snap het gebaar helemaal. Sebastian, zo geliefd en gemist zou er moeten staan :(.

    Vlak voor de grens stop ik nog even in een winkel waar ze werkelijk vanalles hebben, van drinken en eten tot vis- en kampeer gerief. Ik denk zelfs dat ik onderaan het schap nog een versnellingsbak van een Volvo V40 uit 1990 heb zien liggen. Vanalles dus. Ik zoek namelijk al even naar een klein stickertje met de Zweedse vlag op. Ook hier vang ik bot, ze hebben wel wat frivolere stickers, tja, doe dan maar zo eentje he. Nog wat chocolade meegraaien en betalen.

    Terug de motor op en de grens over. Niet dat ik een fanfare had verwacht maar iets feestelijker als dit had het toch mogen zijn vind ik.

    Op naar mijn eerste bezienswaardigheid. Veel beziens of waardig was er niet aan. Gammel hekwerk dat her en der al uit mekaar lag, een rommelige site en niemand om een woord uitleg te geven. Ik mag hopen dat de beestjes wel deftig eten kregen.

    Dit is de enige foto die ik kon nemen, en nog eens niet scherp blijkt te zijn, vooraleer ze zich omdraaiden en naar hun stal in de volgende wei kuierden.

    Gelukkig voor mij had ik wel al rendiertjes van kortbij gezien op de weg.

    Op naar de volgende grens dan maar. In Finland mag je in de bebouwde kom 60 en erbuiten 80 … volgens het bord dat vlak na de grens stond alvast. Eens ik uit de bebouwde kwam en netjes 80 km/u reed vlogen de Finnen mij rond de oren. Ik vermoed dat die borden enkel voor toeristen waren. Een moedige Zwitser in het busje voor mij laat zich niet kennen en trekt ook aan, ik haak aan want het is net zo beleefd de lokale gebruiken te respecteren. Voorgenoemde Zwitser begon het echter na een tijdje uit te hangen en de hele tijd tussen de 80 en de 100 km/u te schipperen. Hij heeft vandaag ook heel even een Belgische nummerplaat gezien zullen we zeggen.

    Op korte tijd kondigt de grens met Noorwegen zich aan in Kivilompolo. Aan de grensovergang ga ik naar de parking om de laatste etappe te laden in de GPS, deze keer ziet de tijd die ie nodig acht om tot mijn eindbestemming te geraken er wel ok uit. Ik neem nog wat foto’s en ga richting Maze waar ik overnacht.

    Onderweg stop ik in Kautokeino om te winkelen en om het Sami museum te gaan bezichtigen.

    Dit vond ik echter het pronkstuk van hun collectie.

    Joepla, nog 1 stopje tussen hier en mijn slaapplaats. Pikefossen, een watervalletje derde categorie waar ik niet te ver voor moet wandelen en me dus niet te lang voor moet laten aanvallen door muggen.

    Nu nog 20 km’tjes tanden bijten en nog snel tanken vooraleer ik aankom op mijn slaapplaats. Echt tanden bijten was het niet hoor, een vrij ontspannen rit vandaag met eigenlijk het mooiste glooiend landschap en leuke bochten in Noorwegen.

    Ik slaap in het onderste appartement. Allemaal wat gedateerd maar netjes en meer dan ik nodig heb. Eerste werk na het afladen: de was opzetten en de kachel aandoen zodat diezelfde was snel kan drogen :).

    Terwijl de was draait bel ik nog even met thuis en we vertellen mekaar over onze dag. Ik maak mijn avondeten, omelet met de worst die ik gisteren gekocht had maar niet opgegeten had. Vacuüm verpakt en met de temperaturen van vandaag geen probleem denk ik zo. Moest dat wel zijn hoor je het ongetwijfeld morgen wel.

    Na het eten nog even een wandelingetje maken en de omgeving verkennen. Aan het vlakbij gelegen meertje vind ik een soort grillhut, echt tof, met dierenvelletjes op de bankjes en al.

    Iets voor thuis schat, zo’n hutje ? Of zo’n hutje aan zo’n meertje zoals hieronder ?

    Douchen en schrijven resten me nog om de dag af te sluiten. Morgen gaat het richting Honningsvag en misschien zelfs al de Noordkaap, afhankelijk van de voortgang. Tot dan!

  • Dag 6: Poolcirkeltje oversteken

    Hehe, hier zitten we weer, deze keer in Gallivare. Voldaan van het avondeten en met nog een beetje moed om wat neer te pennen. Laat me je vertellen hoe ik hier geraakt ben.

    Allereerst werd ik deze nacht om 3u wakker, ik moest naar het toilet. Ik verbaasde me alweer over de hoeveelheid licht toen ik de deur van het hutje openzwierde.

    Gene zever, deze is genomen om 2u57.

    Na het toiletbezoek toch maar terug in bed gekropen en na een tijdje terug in slaap gesukkeld. De wekker stond nog altijd ingesteld op 6u30 en maakte me plichtsgetrouw wakker.

    Onmiddellijk de koffie opgezet en beginnen inpakken. Eens de koffie naar binnen gelopen was begaf ik me naar het ‘servicehus’ oftewel de sanitaire blok. Tandjes poetsen en opfrissen en nog eens naar het toilet. Eens terug in het hutje heb ik de laatste spullen verzameld en alles weer in, op en aan de motor gehangen. Nu viel me trouwens pas op hoe vuil ie geworden was van de rit van gisteren. Mijn goudkleurige velgen zijn nu zilverkleurig.

    De camping gonst intussen van bedrijvigheid, het is half acht en de mensen zijn volop bezig met hun visgerief in te laden, de hond uit te laten of in te pakken. Ik breng de sleutel terug naar de receptie en laadt de eerste route van de dag naar Moskosel en om 8u40 ben ik ribbedebie.

    Ik vertrok zoals het weerbericht beloofd had in de zonneschijn.

    Rond 9u30 stop ik even aan een benzinestation in Storuman voor een cappucino. Dat is alles, vraagt de cassière. Ja, dit is alles wat ik nodig heb zeg ik. Niet veel verdiend aan die Belg.

    Voorlopig gaat de reis voorspoedig maar dat zou nog wel veranderen. Iets buiten Storuman krijg ik de eerste regen te verduren en mag ik ook voor het eerst vol in de ankers gaan voor wat rendieren die ineens de weg opliepen. Ik had ze niet gezien zo tussen het hoge gras aan de kant van de weg. Beter opletten denk ik bij mezelf. De hele tijd aan het scannen van links naar rechts en jawel hoor, vlak voor Sorsele zie ik ze op tijd, rem ik af en steek mijn 4 pinkers aan om achterliggend verkeer te waarschuwen. Zo’n GS kan namelijk niet enkel goed optrekken maar ook zeer stevig afremmen en ik zou niet willen dat er iemand mij aanrijdt.

    Af en toe komt intussen het zonnetje erdoor en dat geeft buiten wat warmte ook nog eens leuke beelden.

    Eens door Sorsele volg ik de E45 verder naar Arvidsjaur waar na een paar tiental kilometer ineens 3 rendieren de weg opspringen. Ze lijken me nog jong en lopen er wat verdwaasd bij. Een honderdtal meter lopen ze voor mij op en daarna verdwijnen ze weer in de hoge begroeing langs de kant.

    Nog wat verder richting Arvidsjaur waren er wegenwerken. Ik sluit aan bij de file die er al staat en kijk langs een vrachtwagen naar het stoplicht dat er staat. Onmiddellijk zit mijn vizier vol met muggen die naar binnen willen. Ik wil ook wat frisse lucht dus spuit ik wat van dat lokaal muggenmiddel rond dat ik een paar dagen eerder heb gekocht en weg zijn ze.

    Ik doe mijn vizier open en kijk nog wat langer naar het rode licht. Dju dat duurt lang. Voor mij stapt de chauffeur al uit om te gaan zien hoe het uitziet. Na zo’n tien minuten zie ik een kleine bestelwagen met zwaailichten komen aanrijden met daarachter een ellenlange rij auto’s en vrachtwagens.

    Als iedereen gepasseerd is draait de bestelwagen met zwaailichten zich en mogen wij volgen. 5 kilometer verder gaat de bestelwagen aan de kant en zijn de werken voorbij. Iedereen volle gas vooruit tot een kilometer of wat verder. Een kudde rendieren was er een protestactie bezig en zette de weg dicht.

    Van horen zeggen heb ik dat ze protesteerden tegen het feit dat ook zij de schuld krijgen van de klimaatopwarming.

    Iets verder was het weer van dat, weer zo’n bende werkonwilligen die de weg dichtzetten. Nog niet onder de indruk van de luchthoorn van de vrachtwagen die door wilde rijden. Pas toen de chauffeur tegen hun gat dreigde te rijden begonnen ze aan de kant te gaan. Sindsdien ging de rit buiten wat plensbuien voorspoedig.

    Net voor 13 uur in Arvidsjaur aangekomen parkeer ik me aan het Lappstaden Sami dorp, een soort openluchtmuseum over hoe de Sami, een inheems volk van het noordelijk deel van heel Scandinavië, leefden.

    Vooraleer ik er binnenga haal ik me in het benzine station vlakbij iets wat even vettig proefde als het eruit zag.

    Op het zicht gekozen op de kaart maar dat op de kaart zag er behoorlijk anders uit. Ik denk dat er een kippenworst onderlag en ik ben vrij zeker dat het gele spul een slappe kip curry was. Dan nog eens afgetopt met een soort groene remoulade en saus. Over de bickyuitjes bestaat geen twijfel :).

    Terug in het samidorp kijk ik enkel wat rond want het is maandag en de huisjes zijn gesloten omdat er geen gids is. Niet bepaald een item op mijn bucketlist maar toch afgevinkt.

    Op naar het volgende spektakelstuk: Artic Circle Jokkmok.

    Ik stop in Moskosel omdat ik de tweede etappe op de gps moet laden. Het zonnetje schijnt terug en ik droog weer wat op en dat doet deugd. Halverwege tussen Moskosel en Jokkmok hou ik halt aan een benzinestation. Buiten zit een man en die maant me aan voorzichtig te zijn, iets verderop ligt er een BMW moto in de gracht met politielint rond, kon niks goeds betekenen zei ie. Gelijk had ie, pakweg 3 km verder zag ik de overblijfselen van wat volgens mij niet zo lang geleden een BMW RT geweest moet geweest zijn liggen. Hopelijk is de bestuurder er beter aan toe dan de machine. Met verhoogde voorzichtigheid ging het verder richting Arctic Circle in Jokkmok. Zo’n 20 km voor aankomst gaan de hemelsluizen wagenwijd open en word ik in geen tijd kletsnat. Ik kom aan deze poolcirkel aan en zie er al twee staan schuilen, ook motards die doordrenkt zijn. We praten gezellig onder het afdakje over hun en mijn reis en kijken van tijd tot tijd wat de Zweedse buienradar zegt. Zij zijn Noren en zijn eigenlijk van Oslo en volgen stukken van de Trans European Trail, net als Per van een paar dagen geleden. Op hun KTM’s hebben ze dikke leute laten ze verstaan.

    Drie kwartier later stopt het met regenen en gaan we elk onze eigen weg. Ik echter niet voor ik met de hulp van andere toeristen deze heb gemaakt.

    En zonder hulp deze.

    Verderop in Jokkmok passeer ik nog even langs de kerk maar eigenlijk wil ik zo snel mogelijk naar mijn slaapplek in Gallivare.

    Ik passeer nog wat indrukwekkende hoogspanningslijnen en een hydrocentrale maar meer dan vanop een afstand ernaar kijken doe ik niet.

    Dan valt het me ineens op dat mijn gps toestel lijkt uitgevallen te zijn, instructies worden wel nog gesproken, straf. Een stopje later is het duidelijk dat de schermhelderheid zich op 0 heeft gezet maar met de zon die er intussen op schijnt is het onmogelijk om je weg in het menu te vinden. Och ja, het is ook nog enkel maar rechtdoor en ik schat zelfs nog maar 40km, ik laat het voor wat het is.

    In Gallivare aangekomen zoek ik eerst een winkel om wat proviand voor vanavond in te doen. Een benzinestation kom ik niet tegen en ik besluit eerst de gps te fixen om dan morgen bij vertrek direct te gaan tanken, ik zit namelijk weer met een zo goed als lege tank na deze dag van haast 500km met het nodige oponthoud.

    Na het winkelen begeef ik me naar de receptie van deze camping.

    Blijkbaar had ik een kamer in het hostel geboekt. Had ik daar ook graag schoonmaak bij of doet mijnheer het zelf ? Doen jullie maar zeg ik, kan ik vlotter vertrekken morgenvroeg want dan gaat het over het laatste stuk Zweden, los door Finland tot in Noorwegen! Zweden was totnogtoe geweldig, alleen het landschap is nogal monotoon, heel veel naaldbomenbossen en heel veel (wel mooie) meren. Buiten het Stekenjokkplateau natuurlijk. Dat was echt apart.

    Eenmaal geïnstalleerd in mijn kamer bel ik het thuisfront, klinkt intussen misschien als routine maar ik heb dat contactmomentje graag.

    Tijd voor een sober avondeten ditmaal, aspergesoep uit een pakje en wat broodjes met beleg. Smaakte geweldig, mijn batterijtjes beginnen terug wat op te laden en ik kan weer aan het schrijven gaan.

    Haja, vanaf hier blijft het nog langer licht, namelijk 24 uur aan een stuk. Ik vrees dat die flauw lamellekes op mijn kamer de boel niet gaan donker houden :).

  • Dag 5: DE Wildemansroute

    Man man, hier zit ik weer. Het is 21u48 en ik ben stikkapot. Nu ben ik pas klaar om wat te schrijven.

    De wildemansroute was hetgeen ik het meest naar uitkeek in Zweden. Ik kan je nu al zeggen, ik ga hem niet rap opnieuw doen. Of toch niet op 1 dag…

    Het is 6u30 wanneer de wekker gaat (en de backupwekker). Ik ga naar het servicegebouw dat bij het domein hoort en zet alvast water op voor koffie, terwijl dat aan het koken gaat poets ik mijn tanden en verfris ik mijn gezicht.

    Ik laat de koffie doorlopen en pak mijn tas mee naar de hut. Alles weer netjes inladen en optuigen en intussen af en toe van de hete koffie sippen. Ondanks dat ik goed geslapen heb, heb ik het nodig, dat zwarte goud. De vensters van de kamer konden goed verduisterd worden, enkel dat raampje van de deur niet. Om half één ‘s nachts leek het of iemand daar een schijnwerper had opgezet. Ik zit inmiddels zo hoog in Zweden dat de zon haast niet meer onder de horizon zakt. Het is thans nog een klein stukje tot de poolcirkel maar het effect van midzomernachten is hier dus ook merkbaar. Het heeft dus even geduurd eer ik in slaap viel.

    Ik kijk nog eens naar de weersvoorspelling en er is nog niets veranderd ten opzichte van gisteren, regen, regen en nog eens regen. Gelukkig bleek het achteraf goed mee te vallen met die voorspelde regen.

    Nog niemand wakker in de buurt, de eigenaars niet, de buren niet en ook Benny de Deen niet. Het zal mij spijten maar ik ga vertrekken. Stipt om 7u30 roffelt de motor in gang en ga ik het onverhard op, terug naar de hoofdweg. Ik moet al snel meermaals stoppen voor mooie uitzichten.

    Vrijwel onmiddellijk begint het te miezeren maar ik zit op koers voor de eerste stop, Hallingsafalet. De eigenares had me er gisteren op gewezen dat ik niet helemaal naar Gaddede moest rijden om dan een stukje langs de andere kant van het water terug te rijden maar dat ik een heel eind eerder ook al richting waterval kon draaien. Echter toen ik de genoemde afslag tegenkwam vond ik de kwaliteit van de weg er maar belabberd uitzien en koos ik ervoor om mijn originele route te volgen in de hoop beter af te zijn. Helaas pindakaas.

    Mijn originele route ging over 25km onverhard richting waterval. Eigenlijk best nog een ok weg maar de miezer hield aan en veel miezer is ook relatief veel water. Ik kwam gelukkig niet te veel tegenliggers tegen en buiten een eenzame wandelaar en wat spelende kinderen aan de rand van de weg was er niemand te zien.

    Eenmaal aangekomen stap ik af en onmiddellijk nadat ik mijn helm afzet word ik aangevallen door honderden muggen.


    Later op de dag ontmoette ik trouwens iemand en vertelde hem over die ellendige muggen. Zijn antwoord ? That’s why they will never invade Sweden, because of the mosquitos.


    Volgespoten met afweermiddel en ingepakt gelijk een bankovervaller ga ik het pad af richting waterval.

    Best wel spectaculair vind ik en ik neem wat foto’s.

    En voor de fans van het bewegende beeld heb ik deze nog:

    Eenmaal op terugweg over dezelfde onverharde weg als ik gekomen ben begint het oppervlak toch een blinkende schijn te krijgen. Ik laat mijn voet even slepen en voel dat het inderdaad nat & glad is. Ik hou me zoveel mogelijk over de stroken ingereden kiezel en kom weer op de hoofdweg. Toch even lichtjes de billen dichtgeknepen tijdens die rit.

    Ik heb me op het volgende stuk richting Stora Blasjon oftewel het blauwe meer bedacht of ik nog wel onverhard zou doen vandaag als het zo bleef miezeren. Gek genoeg was het vanaf toen gedaan met miezeren.

    Ik rij een stukje rond het meer maar stop niet aan de supermarkt zoals ik me eerst had voorgenomen. Er stond namelijk een horde campers die hun voorraad aan het inslaan waren en ik pak het risico niet dat er weer zo’n oud dametje voor mij staat dat heel haar kleingeld op de band uitgooit en zegt, pak maar, tegen de cassière.


    In het filmpje hieronder kan je een stukje met me meerijden. Door in het beeld te slepen met je vinger of muiswijzer kan je in elke richting kijken.


    Iets verder draai ik af richting de kapel van Ankarede. Op zich niet veel speciaals en binnen kon je ook al niet gaan kijken maar in het café ertegenover kon je wel een heel lekker belegd brood krijgen en een tas koffie die je zoveel mocht bijvullen als je wou. Op het terras spreekt een man me aan, blijkt een natuurfotograaf te zijn die helemaal opging in AI. Hij gebruikte het vooral om zijn foto’s na te bewerken en de juiste foto’s te selecteren voor de wedstrijden waar hij aan meedeed. Ik wou niet onbeleefd zijn maar ben toch niet heel lang gebleven, de weg riep op mij.

    Iets verder stop ik omdat ik vergeten ben mijn oordopjes in te doen. Een gelukje, zo blijkt, want vanaf de parking hoor ik gebulder van een waterval. Ik kan echter niet goed zien waar ik naartoe moet om er te raken en kies voor de makkelijke oplossing :D.

    Terwijl ik wat sta te vliegen komt zowaar Benny de Deen voorbij op zijn Harley Davidson Road King, ik zwaai maar hij lijkt me niet te zien. Drone naar beneden laten en weer inpakken, hij zal allang weg zijn, zo blijkt.

    Waar ik op de weg tot aan Stora Blasjon nog dikwijls bordjes zag die me verzochten 100km/u te rijden bleken ze deze ineens helemaal vergeten te zijn op het volgende stuk. Ik ben dan maar zo vriendelijk geweest ze er zelf bij te denken.

    Het kan hier in Zweden op secundaire wegen, lekker vlot rijden. Maar als er bordjes met 70, 60, 50 of 40 staan heeft dat altijd een reden en hoewel je ze niet dikwijls ziet zijn ze er wel, de ‘Polis’.


    Nog iets geleerd vandaag, je komt hier de hele tijd bordjes tegen met ‘loppis’ op. Ik dacht eerst dat de een of andere dyslecticus me wilde waarschuwen voor de ‘Polis’ maar blijkt dat loppis aangeeft dat er tweedehandsspulletjes te koop zijn op die plek.


    Maar ik wijk af, terug naar de route. Ik kom intussen aan bij Gaustafallet, weer een waterval en een indrukwekkende vind ik zelf. Vooral het geraas en gebulder van het water valt op. Zeker in een land waar het op vele plaatsen gewoon muisstil is.

    En voor de fans van bewegende plaatjes…

    Ik maak snel plaats op de overvolle parkeerstrook voor de volgende bezoekers en sjees richting Stekenjokk bergplateau. De weg ernaartoe wordt maar in juni sneeuwvrij gemaakt. Ik heb foto’s gezien waar je tussen sneeuwmuren van een paar meters hoog rijdt.

    Beneden aan de voet van het Stekenjokk plateau spot ik de hekken waarmee ze de weg afsluiten buiten het seizoen, voor wie er toch moet zijn dan is de sneeuwmobiel de enige optie.

    Ik vind het niet zo erg maar de dooi heeft goed zijn werk gedaan en van die meters hoge sneeuwmuren schiet niks meer over. Links en rechts wat plakken sneeuw, meer niet. Mooi, dan kan het ook niet te koud zijn denk ik.

    Ik geniet van de uitzichten die ongekend wijds zijn, voor mij toch, en stop op de hoofdparkeerplaats. Dat ligt aan een meer dat zich gevormd heeft na het stoppen van mijnactiviteiten. Hier werd vroeger namelijk koper gewonnen.

    Het uitzicht vind ik spectaculair.

    En voor wie zelf eens wil ronddraaien op deze magische locatie:

    Natuurlijk volgt er ook weer een babbel met een man die geïnteresseerd is in mijn reisplannen en hij vraagt of ik verder richting noorden ga vandaag. Wanneer ik dat bevestig verwittigt hij me voor 20km aan wegenwerken die ‘brutaal’ zijn. Veel grote stenen en heel veel stof, het loopt ook serieus af aan de kant van de weg. Pas maar op, drukt hij me op het hart. Ik geloof hem wel maar denk tegelijkertijd: deze morgen heb ik 50km onverhard gefret, het zal nog wel meevallen.

    Ik maak me klaar en vertrek weer naar de volgende stop: Fatmomakke. Hier ligt een kerkje dat je kan bereiken na twee bruggetjes over het water, te voet. Een kleine helling op en je bent er. Allez, ik met de tong op de grond want ik had mijn volledig motorpak nog aan. Het zag er namelijk uit of het kon gaan regenen … niet dus.

    Op naar mijn laatste stop, Trappstegsforsen. Zoals de naam al doet vermoeden een trap van watervallen, dat klinkt veelbelovend. Een mooie afsluiter denk ik. Van de 7 watervallen op deze route heb ik er dan toch 3 gezien. Het gas er weer stevig op en ik draai na een half uurtje de parking van Trappstegsforsen op. Deze staat al goed vol met campers en auto’s. Ik placeer me tussen twee campers in, het enige plekje waar de motorfiets vlak genoeg kan staan en niet bij het minste omvalt. Spijtig voor de camper die hier had kunnen staan denk ik.

    Wederom zeer indrukwekkend deze waterval, ik neem wat foto’s en laat de drone op en maak wat beelden.

    Ik kijk naar de resterende route op de gps en zie dat ik zou aankomen omstreeks 16u30. Da’s mooi denk ik, dan heb ik nog een rustig avondje om wat te relaxen en te schrijven.

    Maar dat was buiten de waard gerekend en die waard is toevallig ook de Zweedse wegenwerker.

    Sinds Fatmomakke waren er km’s wegdek afgeschraapt en reed ik op een onderdek met lange groeven erin. Je hebt er hetzelfde gevoel op als het stuk autostrade in Lummen waar de één of andere oetlul beslist heeft om lengtegroeven in het dek te maken omwille van de verminderde geluidsoverlast. Met de moto heb ik daar het gevoel dat je de hele tijd een lijn aan het zoeken bent maar dat dat niet lukt en dat je dan lichtjes zwalpt. Awel, hier hetzelfde maar iets beter.

    Ik dacht de hele tijd, amai, als dat die werken zijn waar de meneer op het Stekenjokkplateau het over had dan valt dat nogal mee.

    Nee, ik had die werken dus nog niet voor de kiezen gekregen. Die begonnen 50km voor mijn eindbestemming, Vilhelmina.

    Ineens staat er een camper met Nederlandse nummerplaat stil in het midden van de weg en ik maak me klaar om hem voorbij te gaan maar zie dan dat de weg ophoudt. Wat er ligt in de plaats is een scene uit de hel. Ik weet dat ik heel goed kan overdrijven maar deze keer moet je me maar geloven.

    Er zijn dus vedetten van wegenwerkers die over 20km de weg hebben weggehaald, de boel wat hebben opgehoogd en dan van plan waren daar uit de kluiten gewassen kiezels in te walsen. Alleen zijn ze aan dat laatste precies nog niet toegekomen. Die oversized kiezel lag uitgesmeerd, soms in dikke lagen, soms in dunne lagen, of niet.

    Dus ik in eerste instantie voorgenoemde Nederlander gelijk ne grote voorbij, zoals ik een aantal jaar geleden op de cursus gravel rijden gezien had. Recht op de voetsteunen, lichtjes door de knieën en gat wat naar achter zodat het gewicht voornamelijk op het achterwiel zit en je de voorband zijn weg laat zoeken. Allemaal goed en wel totdat die voorband ineens zegt, ik weet het ook niet meer, ik doe maar wat. Wat volgde kan ik het best omschrijven als een sessie ‘Rodeorijden op een zatte slang op de schaatsbaan’. De cursus gravelrijden ging over steentjes die 15 keer kleiner waren dan de krengen die ze hier lukraak hadden rondgestrooid. Waar ik deze morgen met licht dichtgeknepen billen op het onverhard in de miezer had gereden, awel, je kon er nu walnoten tussen kraken.

    Op een bepaald moment moet ik gas lossen terwijl ik zo’n 50km/u reed en dan krijg je terug gewicht op het voorwiel. Deze had dan toch een spoor gevonden dat me aan de andere kant van de weg bracht. Gelukkig was de tegenligger nog ver genoeg af en kon ik veilig tot stilstand komen. Intussen steekt de Nederlander met de camper me weer voorbij en denk ik: fuck it, ik blijf even staan en eet me wat van die rendiersnacks die ik eerder kocht. Ik raap mijn moed bij mekaar, suggel weer naar de juiste kant van de weg en hou nu een snelheid tussen de 20 en 30 km/u aan. Nog altijd een rodeo maar eerder op de zatte slang zonder ijsbaan.

    Na wat oneindig lang leek kwam ik weer wat auto’s tegen op een heel kort stukje weg dat de Zweedse vedetten vergeten waren af te graven en waar dus nog gewoon goede asfalt lag. Ik moest even wachten tot het stof weggetrokken was want de een of andere ‘idieut’ vond het nodig om met zijn Amerikaanse pick-up eens te laten zien hoe snel hij wel kon rijden. Gevolg: een stofwolk die pas na 5 minuten genoeg weggetrokken was om wat van de weg te kunnen zien. Noteer het: voor mij is iedereen die met zo’n Amerikaanse prul rondrijdt iemand die iets heeft te compenseren, vul zelf maar in wat.

    Met een pak vol angstzweet kom ik aan het eind van de helleweg en krijg ik weer asfalt onder me. Nog zo’n 30km tot Vilhelmina, goed zo want ik trek het niet meer. In Vilhelmina doe ik nog boodschappen en ga ik de bak weer voldoen want enkel het laatste balkje is nog opgelicht en de boordcomputer maant me al enige tijd aan om aan het eerstkomende benzinestation te stoppen.

    Ik meld me een dik uur later dan voorzien aan bij de receptie van de camping en krijg hut 3 toegewezen. Mag ik er ook de schoonmaak nog bij afnemen vraag ik, ik zie het namelijk echt niet meer zitten om morgen meer te doen dan strikt nodig om weer te kunnen vertrekken.

    Ik pak uit en bel naar het thuisfront, die hebben frietjes gegeten. Ach ja, het is zondag, frietjesdag. Ik ben hier helemaal niet zo met de dagen van de week bezig. Ik heb rijdagen, geen kalenderdagen.

    Ik heb wel zin om te ontspannen en koken is ontspannen voor mij. Ik heb me in de winkel spek gekocht dat ik ga combineren met pannenkoeken. Ik heb namelijk een zakje pannenkoekensnelmix van thuis meegesmokkeld, enkel melk bijdoen. Niks hoogstaand maar gewoon het proces van het koken geeft me rust. Lekker smikkelen en dan het zweet en het stof van me af douchen.

    Nu weet je dus waarom het 21u48 was eer ik begon met schrijven. Ik ben blij dat ik het kan, 50 km terug had ik het namelijk niet verwacht. Het is nu trouwens 23u23, tijd voor rust. Slaapwel.

  • Dag 4: richting Vildmarksvagen

    Man man, wat een dag …

    Dit laatste stuk voor de Wildemansroute had een ontspannen rit moeten worden maar helaas besliste het weer er anders over. Na mijn avondeten zit ik hier te schrijven en ik moet toegeven: ik ben choco.

    De wekker (en backupwekker) ging stipt om 6u30 af. Een blik naar de buitenlucht vanuit mijn gezellig hutje voorspelde al niet veel goeds; grijs en grauw zag het. Ik nam het weerbericht erbij en men voorspelde regen, veel regen. De thermometer tikte ook maar net 10°C aan dus pakte ik al de binnenlagen van motorbroek en -jas en ritste ze terug op hun plaats, dat zou zeer nodig blijken.

    Tijd voor koffie en nog een toiletbezoek voordat ik de boel terug opzadel. Het vuilnis nog wegdoen en de sleutel terughangen om dan om 8u weer tarmac onder me door beginnen te jagen.

    Het begon allemaal droog, dus begon ik al te hopen op een beetje geluk, maar na een klein uur mocht ik al noodgedwongen stoppen om de op de motor gemonteerde camera veilig weg te bergen vooraleer ie verzoop. Het begon met tiktiktik op de helm en voor ik het wist was het een continue stroom van water.

    Wanneer ik in Ytterhogdal passeer, is het eventjes gestopt met regenen en stop ik ook maar voor een foto.

    Ik maak vervolgens een stop in Ratan, niet om de motor te tanken, maar om koffie te zoeken. De shop is helaas gesloten en gaat pas over een uur open, balen. Er stopt ook een busje met jongeren die aan de deur gaan rammelen. Eentje ervan kent het hier blijkbaar en die pakt zijn telefoon en begint een hele uitleg te doen. 2 minuten later zwiert de deur open. De bende gaat binnen en ik denk: dat is mijn kans. De deur bleek echter weer gesloten achter hen. Een tikje op het raam trekt de aandacht van de eigenares en jawel, ik mag koffie kopen :). Naast de koffie pak ik nog een snack mee van rendiervlees. Ik ben benieuwd hoe dat gaat smaken.

    Ik zet koers richting Orrviken, waar de Moose Garden ligt aan het Storsjön meer.

    Onderweg stop ik eerst nog even in Sanne om volgende plaatje te schieten van het Storsjön meer.

    Aangekomen op de parking van Moose Garden zie ik een koppel langer dan normaal naar mijn nummerplaat kijken … Ik kan het al raden en vraag: nog Belgen? Jawel hoor, Ronald en Hilde van het Pajottenland zijn onderweg voor een 5-weekse vakantie. Ze zijn beiden gepensioneerd, dus het kan wel. Samen wandelen we naar het café van de Moose Garden. We horen dat er net een tour geweest is en dat we binnen een uur, om 13u dus, aan de volgende kunnen deelnemen. Even getwijfeld, maar ondanks alle beloften die de waarschuwingsborden langs de weg me deden, had ik nog geen eland gezien. Een uurtje wachten vond ik dus wel kunnen. Zeker met een koffie, kaneelbol en het gezelschap van Ronald en Hilde.

    Stipt om 13u was iedereen buiten verzameld en begonnen we eraan. De gids vertelde o.a. dat een eland’s gewei tussen de 2 en 3 cm per dag kan groeien en daarmee het snelst groeiend gewei ter wereld is. Ook wist ie te zeggen dat kaas gemaakt van elandmelk wel 750 euro per kilo kan kosten en dat elandpoep steriel is, maar dat we het maar niet moesten testen.

    Ze hadden ook een 3 weken oud elandkalfje dat ze naar ons toelokten met een fles melk. Koddig om te zien.

    De grote hieronder heette John en at ettelijke kilo’s aardappelen per dag. Niet een eland’s normale dieet maar John was al wat ouder en werd verwend.

    Haast de hele tour ging door in de regen en na een uur was ik toch weer blij dat het gedaan was. Na afscheid te nemen van de twee andere Vlamingen ging ik weer over het onverhard richting hoofdweg naar Ostersund met het idee om het Jamtli museum te bezoeken. De vele regen onderweg deden me echter beslissen om niet weer te stoppen, de boel uit te trekken en achter slot en grendel te steken. Deze boer ploegde voort.

    Kort na Ostersund zie ik net te laat dat aan een bushalte een motard geknield naast zijn motor zit. Ik kan pas een paar km verder draaien en keer terug. Ik stop bij de onfortuinlijke Oekraïense motard en zie dat hij zijn band aan het stoppen is. Met wijzen en gesticuleren communiceren we want hij spreekt geen Engels. Ik help hem zo goed ik kan en wanneer de lucht van zijn pomp in de band lijkt te blijven nemen we afscheid. Hij kon het wel alleen af maar leek het gebaar wel te appreciëren.

    Zo’n 50km verder lijkt het me een perfect moment om te tanken, de weergoden vonden dat ook en wilden me precies helpen door ook nog eens een hele hoop water op de motor te kletsen.

    Hoe raar het ook mag klinken en hoe zagerig ik ook overkom, liever dit dan die 38 graden van dag 1. Intussen is het kwik ook gestegen naar 19 graden.

    Een stukje voor Stromsund is het tijd om de laatste etappe van de dag te laden, het is dan een uur of vier. In Hammerdal stop ik om de gps in te stellen en nog een koffie aan me in te gieten. Op de parking ontmoet ik een Duits gezin. Man, vrouw en dochter zijn alledrie met de motor onderweg. Een rondje Zweden met de familie, leuk. Ze vragen me waar ik naartoe ga en vertel hun mijn reisplan. Noorwegen willen ze ook nog doen, moet mooi zijn. Ik ga het weten te zeggen binnenkort denk ik. Ik krijg nog een compliment over hoe goed dat mijn Duits is en of ik dat in Zweden geleerd heb. Ik vertel hen dat ik uit België kom en dan snapten ze het wel. Toch lang geleden hoor dat ik nog Duits gehad heb op school. Ze waarschuwen me nog voor het hogere noorden, de rendieren zijn helemaal gek daar, ze lopen zo voor je in beweren ze. Ze hadden een andere Duitser zelfs in de gracht zien liggen omdat ie met de motor moest uitwijken voor zo’n ding. Jawadde, merci voor de verwittiging. Ik wens hen een behouden maar vooral droge tocht verder terwijl ze hun regenpakken aansuggelden.

    Verderop in Stromsund nog maar even aan de supermarkt gestopt voor aardappelen, champignons en steak, ne mens moet toch iets stevig eten na zo een verregende dag he.

    50 km verder op de route komt de zon piepen en kom ik weer langs een gigantisch meer en zie ik het bordje staan dat me naar mijn slaapplaats wijst. Zoals alles in Zweden, als het de moeite waard is moet je er een gravelweg voor over hebben.

    Eens aangekomen komt een man buitenwandelen met een tas koffie die later Benny blijkt te heten, een Deen die hier ook verblijft en met wie ik hier zit te keuvelen en darts te kijken terwijl ik dit aan het schrijven ben.

    De man die iets verder met een bosmaaier staat te zwaaien blijkt de eigenaar te zijn en hij stelt zich voor als Willem. Dat is nogal een Nederlands klinkende naam zeg ik. Klopt zegt hij, ik ben ook Nederlander :). Hij roept zijn vrouw erbij die me de nodige uitleg geeft waarna ik mijn intrek neem.

    Bellen naar het thuisfront blijkt hier geen evidentie, geregeld valt het signaal weg en vrouwlief stuurt een berichtje met de boodschap morgen maar opnieuw te bellen.

    Ik begin aan het avondeten en de obligate afwas waarna ik de drone nog even oplaat en aan het schrijven begin.

    Benny is er intussen bij komen zitten en we hebben best een leuke babbel. Hij is een gepensioneerde schrijnwerker die nu de tijd heeft om 40 000 km per jaar met de motor rond te knallen. Hij gaat morgen ook de Wildemansroute doen maar heeft niet zo’n strak schema, ik zie wel waar ik uitkom naargelang het weer toelaat vertelt hij me. Die luxe heb ik niet maar ik kijk er wel enorm naar uit naar die Wildemansroute, benieuwd wat morgen brengt…

  • Dag 3: kalmaan beginnen

    Kalmaan beginnen, het is immers vakantie.

    Om 7u10 maakt de wekker me wakker, dat bleek toch nodig vandaag na 2 fysiek intense dagen. Ik zet water op voor de koffie en ga aan de was voelen die ik gisterenavond naar binnen heb gehaald om verder te drogen. Nog een uurtje of zo schat ik, dan moet ie helemaal droog zijn.

    Ik moet me niet haasten vandaag, denk ik. Er staan maar 320 kilometers op het programma en er zijn maar 2 stops gepland … tijd zat dus.

    Ik neem mijn koffie mee naar het terras en geniet nog eens van het uitzicht op het meer. Ik haal binnen de minisandwiches die ik gisteren onderweg gekocht heb en besmeer er een paar met chocopasta en een paar met confituur die ik van thuis heb meegebracht. Normaal gezien ontbijt ik niet, maar ik neem het er maar eens van, zeker met zo’n zicht.

    Stilletjesaan alles weer inpakken en naar de moto dragen, ook de was die intussen helemaal droog is.

    Ik heb blijkbaar wel heel op het gemak gedaan, want het is intussen 9u gepasseerd. Nog even het vuilnis wegdoen en de sleutel op de afgesproken plaats steken, en dan kan ik de moto weer uit het grind van de parkeerplaats sleuren. Allemaal leuk en wel dat grind, maar er telkens een half ingezakte moto uit moeten duwen zal geen hobby van mij worden.

    Mijn wens van gisteren dat het vannacht niet zou regenen is helemaal uitgekomen en met gerust gemoed kan ik de paar kilometer onverharde weg richting hoofdweg zonder slippartijen afleggen.

    Vanaf de hoofdweg gaat het richting Sunne en van daaruit naar Torsby maar niet zonder eerst een stopje te doen op het uitzichtspunt van de Tossebergklätten.

    Hierna zet ik koers naar Varnasmon om de tank bij te vullen. Eerst van de motor, daarna van mezelf. In het winkeltje van Mac45 koop ik wat frisdrank en beleg om bij de resterende sandwiches te consumeren.

    Ik loop er eerst een motard tegen het lijf die met zijn KTM van heel ver kwam, 200 km is blijkbaar een hele afstand om te doen op zo’n KTM, om zijn ouders te bezoeken.

    Terwijl ik zit te smikkelen aan een picnicbank zet er zich een andere motard bij. Ik had hem voor ik het winkeltje binnenging zien stoppen met zijn Husqvarna. Hij vroeg me waar ik naartoe ging deze reis en toen ik de Noordkaap zei, vertelde hij me dat hij hoopte er ook te raken. Hij had nog 19 dagen, zei hij, vooraleer hij zijn vrouw moest gaan ophalen op de luchthaven in Stockholm. Ik had al een vermoeden dat hij niet de tarmacwegen volgde, maar de TET, oftewel Trans European Trail. Valt het wat mee, die TET, vroeg ik? In tegenstelling tot mij had hij gisteren de ganse dag door plensbuien moeten doorstaan en had hij ook nog redelijk wat tijd verloren met een boom die over de trail gevallen was, maar voor de rest was de TET dikke fun. Hij moest wel dringend om een nieuwe achterband zo bleek; de noppies hadden hun beste tijd inderdaad gehad. Een half uurtje later namen Per en ik afscheid en wensten we mekaar een veilige reis toe.

    Vanuit Varnasmon draai ik richting Malung en zo verder naar Mora (niet die van de frituursnacks).

    Ik had het niet voorzien, maar na 30 km achter een sliert auto’s, bestelwagens en vrachtwagens te hangen had ik de achterkant van die grijze camionette wel lang genoeg gezien. Het kwam qua planning niet uit maar blijkbaar is er net voor Mora ook een camping gericht op motorrijders. “Red Wings Mora MC clubb” heet het voor wie het wil wagen. Ik besloot toch even in Mora zelf halt te houden aan het Siljan-meer.

    Totnogtoe qua weer een topdag gehad, vertrokken bij 14°C nadat ik de voering terug in mijn jas gestoken had en intussen de 19°C al aangetikt. Voor mij hoeft het niet meer te zijn, dacht ik, maar wacht even, daarachter ziet het zo grijs en ik moet mijn geplande bezienswaardigheden nog doen …

    Vlak na Mora krijg ik een korte plensbui over me, niks ergs zolang het maar niet te lang duurt. Mijn eerste bezienswaardigheid ligt namelijk niet langs de verharde weg. Je moet er via onverharde wegen naartoe die wel eens in glijbanen durven veranderen als het te lang regent.

    Ik kom aan de afslag voor Storstupet, of toch volgens mijn gps, en ga het onverhard op. De eerste plassen duiken op en ik manoeuvreer me er behendig langs, je weet niet wat eronder ligt, dus maar beter voorzichtig. Gelukkig bleef het verderop droog en kon ik zonder al te veel moeite de “parking” van Storstupet bereiken. Meer dan een open plek tussen de bomen was het niet.

    Een afdalinkje later stond ik eraan, Storstupet, de eerste waterval van velen die ik op deze reis ga bezichtigen.

    Na de drone terug opgeborgen te hebben was het tijd voor de laatste 70km tot mijn slaapplaats in Hamra.

    Een 25km voor Hamra ging ik ook nog even kijken aan de Noppikoski-waterval.

    Hier in Noppikoski lag trouwens het enige benzinestation/restaurant/winkel dat ik in dik 100km ben tegengekomen. Ik wilde me deze avond een risotto met champignons maken, maar ik denk niet dat ze hier parmezaan noch champignons verkopen, bedacht ik me. En gelijk had ik. Binnen was er een scheefgezakt schap met droge voeding, een schap met wasproducten, een frigo met drank en een frigo met boter, worsten en plakjes kaas. Ik wist met zekerheid dat er tussen Noppikoski en Hamra geen winkels meer op de route lagen, dus nam ik de plakjes kaas en de worsten maar mee, tezamen met een fles Fanta.

    Door naar Hamra dan maar. Gelukkig was de kampplaats goed aangeduid met wegwijzers, anders zoef je er zomaar voorbij. Ik had onderweg al instructies gekregen over de cabin en reed er dan ook maar onmiddellijk naartoe.

    Eerst alles afgeladen om dan een telefoontje naar het thuisfront te plegen, nu ik sinds lang terug een balkje ontvangst had. Tijd om te beginnen aan mijn geïmproviseerde risotto. De risottorijst had ik als ‘basisingrediënt’ van thuis meegebracht. De plakjes kaas snijden tot kleine blokjes die makkelijk wegsmelten, bouillon opzetten en de worst in plakjes opbakken.

    Samen met de rijst die ik in mijn bagage heb zitten tot een resultaat gekomen dat er misschien niet uitziet, maar dankzij adequate kruiding best te pruimen was :D. Een mens wordt in de juiste omstandigheden veel minder kritisch, zo blijkt.

    De rit van vandaag was een mooie, de hele tijd tussen naaldbossen vertoefd, geregeld door grote en kleine meren vergezeld. Een paar mooie stops gedaan en vooral goed kunnen doorrijden. Het mag dan hoogseizoen zijn hier, maar zowel in de steden als daarbuiten is daar weinig van te merken. Gelukkig maar, want het laatste wat je als motorrijder wil, is achter een resem campers en autobussen hangen die de schwung uit de rit halen. Op momenten werd ik, die al met de maximumsnelheid flirtte, voorbijgestoken door wat locals leken te zijn. Die hadden zo’n haast dat ik me de bedenking maakte dat die misschien wat vroeg het blauwe pilletje achter de kiezen hadden gestoken en em nog stijf thuis wilden krijgen. En thuiskomen kan hier wel even duren, zo lijkt het; alles ligt hier zo ver uit mekaar. Je bent dat als Belg die altijd van dorpskern naar dorpskern rijdt niet gewend. Het is wennen, maar tegelijk is het ook een magnifiek gegeven, die ongereptheid. Ik vond dat al geweldig aan Schotland maar hier geeft het me evenzeer kriebels.

    Zo, tijd om te rusten voor de volgende etappe … slaapwel.

  • Dag 2: Hej Sverige

    Oftewel: hallo Zweden

    Maak dat mee … Weer wakker voor de wekker(s). Veiligheidshalve had ik er 2 gezet, maar geen enkele bleek nodig. Rond 6u30 werd ik wakker en had ik er een zalige nachtrust opzitten. Ik dacht alleen te zijn wanneer ik een rondje op het schip deed, maar er waren blijkbaar nog wat uitgeslapen zielen al op ronde. Iedereen naarstig op zoek naar koffie, zo bleek, maar het ontbijtbuffet ging maar open om 7u. Nog maar eens terug naar het bovenste dek om wat foto’s te nemen en zo nog wat andere verdiepingen tegengekomen waar je ook nog aan de buitenkant van het schip van opspattend water in je gezicht kon genieten.

    Wat trappen en liften later kom ik ineens aan iets wat The Drivers Lounge heet. Bleek wel al open voor 7u maar eigenlijk bedoeld voor truckchauffeurs. Mja, ik wil ook wel een koffie, zou ik? Ik zou makkelijk voor een truckchauffeur kunnen doorgaan, denk ik. Die hebben allemaal zo’n tasje bij en ik heb ook een tasje rond me hangen. Sommige chauffeurs delen zelfs wat fysieke kenmerken met mij. Ik schuif aan in de rij, en iets later sta ik met een tas koffie buiten. Voor vrachtwagenchauffeurs zit dit blijkbaar bij in de prijs van de overzet en er zat ook niemand aan de kassa. Blijkbaar ook andere koffie dan gisterenavond aan het buffet, niet van die slappe hap, maar lekkere sterke koffie. Het mag ook eens meezitten.

    Ontbijten aan boord doe ik niet; ik wandel nog wat rond en kom een stel Fransmannen tegen. Die reisden per autocar naar de Noordkaap en zullen omstreeks dezelfde tijd in Honningsvag zijn, zo bleek. Een van hen wijst ineens enthousiast naar iets op zee …

    Nog wat ditjes en datje later, terug naar de kajuit om nog een aflevering van de gedownloade serie kijken op de tablet. Iets met een Ninjafamilie, lekker absurd, niet te hard nadenken.

    De klok gaat richting 8u30 en om 9u15 zouden we aanmeren had ik de kapitein horen omroepen. Stilletjes het pak weer aan en de bagage bijeenpakken. Om 8u50 sta ik aan de blauwe deur op dek 5.

    Ziet er redelijk onbekend uit, dacht ik, terwijl ik hier gisteren toch ook doorgekomen ben … of niet? Toch nog even de foto checken die ik gisteren genomen heb. Gvdm, groen was het, niet blauw. Terug trappen op, het hele schip door en naar de groene zone. Daar was het lint voor de trap nog niet weggehaald en stond al een hele meute te trappelen om af te dalen naar de buik van het schip. Toch nog even buiten gaan kijken hoe we aanmeerden; vooraleer dat proces klaar is doen we toch geen stap naar beneden.

    Geduldig wachten tot 9u15 dan maar en dan snel de moto bepakken. Dat snel bleek niet nodig te zijn want waar het er bij het boarden nog uitzag dat we bij het ontschepen wel ergens tussendoor konden glippen, bleek intussen het ruim stampensvol te zitten en viel er nergens meer tussendoor te glippen. Nog wat gekeuveld dan maar met een Nederlander die samen met een vriend ook naar de Noordkaap ging tot de meeste auto’s vertrokken waren.

    Om iets voor 10 mogen we dan toch de motoren starten en het schip verlaten. Netjes aanschuiven voor de controle, of soms niet zo netjes toch een auto of camper voorbijschieten die wat lang talmt. Je hebt een motor voor iets, he ;).

    Zodra ik kon, even aan de kant gaan staan om de sightseeingroute te laden die ik had gemaakt voor Gothenburg. Huh ? Hij vraagt om te herberekenen o.w.v. afgesloten wegen. Ok dan maar zeker. Ik vertrek en merk dat de gps me naar een bezienswaardigheid leidt die zeker niet de eerste op de route was. Och ja, komt wel goed, dacht ik.

    Een hele lang brug later stond ik aan de andere kant van Gothenburg. Dat ik er niet vanaf gewaaid ben mag een wonder heten. Gisteren probeerden ze me dood te branden met de zon, nu proberen ze me van de brug af te blazen, niet normaal.

    Ik was er dan toch geraakt, bij de imposante Eriksberg-kraan. Ooit een belangrijk werktuig op de scheepswerf, de laatste decennia in gebruik om te bungeejumpen.

    Voor de zekerheid kijk ik de geplande route op de gps nog eens na. Volgens de gps was dit de enige bezienswaardigheid in Gothenburg; de rest is er vanaf geknipt. Dan maar manueel de volgende stop erin zetten. Gelukkig heb ik ze allemaal als waypoint gedefinieerd.

    Op naar de Oscar Fredriks kerk, gelegen op de Dahlin-heuvel. Gelegen aan de kant van het water waar ik net van kom… Gelukkig is er nog een brug naartoe die betere beschutting tegen de wind biedt.

    Ik parkeer me op de helling die naar de ingang van de kerk leidt, maar dat blijkt bij vertrek niet zo’n strak idee. De motor staat blijkbaar onder zo’n hoek dat hij bij het opstappen via de voetsteun uit zijn vering licht en om wilt vallen. Een voorbijganger bekijkt me en zijn blik zegt precies: jij hebt een probleem manneke. Gelijk heeft ie. Voor me een auto, achter me een auto en een slordige 300kg motorfiets die de helling wil afrollen. Ik spot een vlak stukje zo’n 50 meter verder omhoog op de helling en met ingeknepen voorrem start ik de motor. Een delicaat samenspel van ontkoppelen, rem lossen en gas geven brengt me al wandelend met de motor tot aan dat vlakke stuk waar ik wel kan opstappen zonder de boel op zijn zij te leggen. Les geleerd vandaag: niet de luierik uithangen en lekker dichtbij parkeren, maar een plekje zoeken waar je ook terug van kan vertrekken zonder parels van angstzweet te genereren.

    Neus richting Kuggen, een opvallend gebouw dat deel uitmaakt van de ‘University of Technology’ van Gothenburg.

    Next stop, Skansen Kronan, ooit gebouwd als Fort om aanvallen van boze Denen af te slaan maar vandaag de dag in gebruik als congresruimte.

    Als laatste stop in Gothenburg kies ik voor Feskekorka. Hoewel het aandoet als een kerk is het een vismarkt waar ook restaurants gehuisvest zijn. Ik ga er niet binnen, maar kies voor het uitzicht van de andere kant van het water.

    Niet veel stops in Gothenburg dus, ik had er meer op mijn lijst. Het blijkt dat Gothenburg de dag van vandaag één grote bouwwerf is met veel omleidingen. Van miserie valt niet echt te praten maar gezellig om te rijden is anders. Ik beslis om Gothenburg te laten voor wat het is.

    Ik vat de etappe aan die me naar het Saabmuseum brengt, een aanrader van een collega die er ooit al geweest is.

    Onderweg les ik de dorst van de motor en verwonder me over de prijs … 1,4 euro per liter. Ik heb verdekke gisteren in Duitsland over de 2,2 euro per liter betaald. Weliswaar langs de autostrade maar toch, bandieten zijn het, die Duitsers. Als ze geen buurlanden meer kunnen leegroven, beroven ze die buren maar als ze in Duitsland zijn.

    Op weg naar Trollhättan, waar het Saab Car Museum zich bevindt, maak ik kennis met Zweedse autosnelwegen. Op zich goed in orde maar je mag er zelden meer dan 100km/u. Er zijn ook niet altijd 2 rijvakken dus vrachtwagens voorbijsteken kan je ook niet op elk moment. Op zich rijdt zo’n lagere snelheid wel relaxter, zeker bij zijwinden. En die zijwinden die heb ik wel gehad vandaag; zelden een moment zonder wind. Dat gebeuk van de wind, de hele dag door, maakt dat je ‘s avonds wel kapot bent. Continue werken om op je rijvak te blijven mat af.

    Aan het Saab Car Museum bekijk ik snel de volgende etappe van de dag en moet ik afwegen of ik een uur spendeer in het museum of niet. Ik kies ervoor om het niet te doen. Mijn slaapplaats van vannacht ligt ietwat afgelegen en ik wil er op tijd zijn. Ik vond het al mooi genoeg langs buiten trouwens.

    Een stop later voor een fles Fanta tropical en mijn eerste Zweedse kanelbulle oftewel kaneelbroodje, zet ik koers naar een plaats die me als fan van het tv-programma aanspreekt.

    Gewoon uit ordinaire nieuwsgierigheid: Camp Grinsby. De camping die de familie Coppens sinds enige jaren uitbaat. Een reeks op televisie ook die we met het hele gezin volgen. Meer dan een snelle stop wordt het niet, gewoon eens snuiten en weer weg.

    Er rest me nog 70km te beuken tegen de wind om mijn eerste Zweedse slaapplek te bereiken in Kil. De laatste km’s gaan over onverharde weg. Hopelijk regent het niet vannacht, want dan wordt dat hier morgen een slippartij met mijn wegbandjes ,denk ik nog, terwijl ik naar het huisje rij.

    Zoals eerder via het airbnb platform gemeld, steekt de sleutel op de deur en kan ik mezelf binnenlaten. Het huisje is klein maar gezellig ingericht en heeft een terras met zicht op het Emsenmeer. Ik installeer me en bel het thuisfront. Daarna steek ik de was in de machine en installeer ik me op het terras met een alcoholvrij aperitiefje en wat crackers met Kaviar, een smeuïge pasta van Kabeljauweitjes. Even tot rust komen heet dat dan.

    Daarna is het tijd om te beginnen aan mijn avondeten. Meegebracht van thuis en lekker makkelijk. Een zakje paëlla verrijkt met wat worst. Verre van the real stuff maar na een dag zwoegen op de moto smaakt quasi alles.

    Na het avondeten doe ik nog een wandelingetje naar het nabijgelegen meer, om daar de drone eens op te laten.

    Nog even wat blogposten schrijven en dan kan ik weer het bedje in, bij deze dus :).

    Maar niet voor ik deze nog spot bij het buitengluren vooraleer ik de gordijnen dichtdoe.

  • Dag 1: schip ahoy !

    Jawadde …

    Dat het, afgaande op de weersvoorspelling, puffen zou worden, was te raden, maar dit was buiten categorie. Voor mij buiten categorie alleszins; ongetwijfeld zijn er mensen die beter tegen de hitte kunnen. Alle respect voor de vedetten die woestijnrally’s knallen op 2 of meer wielen.

    Gisterenavond trouwens ook ferm zitten zweten in de garage met het inpakken en ophangen van heel mijn bagage, een mens denkt heel wat nodig te hebben onderweg blijkbaar. De reis zelf zal het leren wat er teveel meegegaan is :).

    Ik dacht met vroeg te vertrekken een koelere start te kunnen nemen maar het was om 6u al dik 20°C. De nacht had niet de gewenste verkoeling gebracht, helaas. Veel slaap had de nacht ook niet gebracht, waarschijnlijk de spanning van het op reis gaan. Een paar uur slaap waren me maar gegund. Zelfs geen wekker nodig gehad om op tijd op te staan, ondenkbaar elke andere dag van het jaar. Dan maar de laatste dingen in orde zetten voor het vertrek… thermoske vullen met koffie (zot he), de drinkzak eerst vullen met ijs en dan nog wat water ertussen laten lopen om zo lang mogelijk koel water te hebben onderweg, apneutoestel inpakken, nog eens dubbelchecken of ik de nodige documenten bij heb en naar aanleiding van een aangekondigd onweer dat nooit losgebarsten is, de tuintafel maar veilig gesteld. Dat ik al wist wat me te wachten stond zie je aan mijn gezicht op onderstaande foto.

    Zo kruipt de tijd al snel van 6u naar 7u en na de deugdoende knuffels van vrouw- en zoonlief mezelf tussen mijn bagage gewrongen en het beest gestart.

    Van Houthalen ging het over Venlo naar Duisburg en zo verder naar Munster, en dat allemaal zonder noemenswaardige vertragingen. De temperatuur steeg intussen wel richting de 34 graden maar met alle voeringen uit mijn motorpak en alle ventilatie wagenwijd open viel het nog enigszins mee. Op tijd en stond stoppen om wat fris te drinken van de waterzak en om de benen te strekken. Je kan je wel een beetje verzetten op zo’n motorfiets maar na elke 100km een kleine pauze nemen deed deugd.

    Tegen de middag kreeg ik het even moeilijk met de aanhoudende warmte en moest ik even van die autosnelweg, zonder enige beschutting tegen de zon, af.

    In Visbek, what’s in a name, was het zover. Een km of 20 onder beschutting van het loof van bomen een paar graden terug afkoelen maakte een wereld van verschil. Met frisse moed kon ik terug de autosnelweg op om km’s te malen. De McDonalds die ik aangedaan heb en waar ze super koude ice tea hadden kan er ook voor iets tussenzitten :).

    Na Visbek ging het over Bremen richting Hamburg en dat nog altijd zonder noemenswaardige vertragingen. Dat treft, dacht ik, het is echt niet het moment om stil te staan en zowel door de zon langs boven als door de tarmac langs onder met hitte aangevallen te worden. Helaas hadden ze me dat precies horen denken in Hamburg en de boel een aantal keer voor, rond en achter Hamburg goed dichtgezet.

    Gezweet gelijk ne pony, zeg ik u. De thermometer gaf intussen 38°C aan en ik moest nog goed 100km tot aan de ferrykaai in Kiel. Na nog een laatste drankpauze op Rastplatz Holmmoor, waar ik me lekker op de enige plek met schaduw had geparkeerd , op de tanden bijtend tot aan de ferry. Zo, die dik 600 km zitten erop.

    Aanmelden mag je daar doen op de eerste verdieping. Dat vond ik niet zo’n top idee in mijn motorpak, maar soit. We zijn al beginnen boarden zei de vriendelijke mevrouw, het was thans nog maar net 16u.

    Als de wiedeweerga, spreekwoordelijk dan, naar de motor. Helm en handschoenen konden even in de bak blijven; ik moest toch niet de openbare weg meer op. Rij maar door zei de begeleider die ik tegenkwam. Toen ik aan de controle stond kwam ie hijgend aangelopen om te zeggen dat ik terug moest draaien, iemand op het laaddek had zich bedacht en wou even geen motorfietsen meer zien, denk ik.

    Kreeg ik zo nog even de kans om een aanhangwagen vol blinkende, nieuwere modellen van mijn moto te aanschouwen.

    Na 20 minuutjes wachten in de blakende zon had de laadmeester er precies weer zin in en mocht ik door, de pascontrole voorbij en de oprijplaat op. Een verdieping hoger mocht ik aansluiten bij de handvol motorfietsen die al voor mij geboard waren.

    Na 20 minuten motorfiets vastsjorren, spullen opbergen en bagage afnemen kon ik, geladen als een muilezel, van het dek en de trappen omhoog naar niveau 9 tot in mijn kajuit. Mentale nota gemaakt dat ik op dek 5 stond en aan de blauwe deur moest zijn … het zal een milde zonneslag geweest zijn die er blauw van maakte want ‘s anderendaags bleek het groen te zijn, zoals je hier heel duidelijk op de foto ziet. De twee kleuren komen elk uit aan helemaal tegenovergestelde zijdes van het schip trouwens.

    Klein maar functioneel zo’n kajuit, met een douche en toilet die je best kan vergelijken met een natte cel in een camper ofzo, misschien ietsje groter. Je zou kunnen naar het toilet gaan terwijl een ander doucht maar met droge voeten ga je niet buitenkomen. Het belangrijkste voor mij was er … AIRCO.

    Voorgenoemde natte cel was wel heel welkom na een dag zweten als een pony. Mijn motorpak binnenstebuiten opgehangen om te laten drogen en dan de douche onder. Een minpuntje was dat de temperatuur naar mijn zin niet koud genoeg kon ingesteld worden, maar wat deed het deugd om alles af te laten spoelen, zelden meegemaakt, behalve na bijvoorbeeld hooibalen binnenhalen :).

    Fris en monter, en in short & t-shirt naar het bovenste dek om de afvaart mee te maken. Wat een zichten rondom, genieten gewoon.

    Na de afvaart even gaan informeren of ik ook zonder reservatie naar het buffet kon om te eten. Dat kon, maar best in de volgende shift, die van 20u. So be it, dan ga ik nog wat foto’s nemen en even chillen in mijn kajuit onder de blaasmond van de airco met wat Netflix.

    Om 20u stond den deze in een middellange rij aan te schuiven voor het buffet. Saladebars, dessertbars, warme hoofdgerechten en hoe kan het ook anders bij een Scandinavische rederij: wel 4 verschillende koude haringbereidingen. Een deugdoende maaltijd met als afsluiter een koffie met gebak later, stond ik weer op het dek uit te waaien met het idee: waar ben ik weer aan begonnen? Hopelijk was vandaag de zwaarste dag van de reis, maar dat zullen we binnen een kleine 4 weken kunnen bevestigen of ontkrachten.

    Terug in de kajuit valt het me op dat ik nogal veel motorgeluid en trillingen waarneem, ik hoop dat dit me niet wakker hou…Zzzzzz.

  • Proloog

    Als je hier al geraakt bent, is de kans groot dat je al wist van mijn “nieuwe” reisplannen. Intussen zijn we, na mijn motortrip naar Schotland, wel alweer 2 jaar verder.

    Ik schat dat de vraag waar mijn volgende motorvakantie heen ging geen week na mijn terugkomst uit Schotland voor de eerste keer gesteld werd.

    Goh, zei ik, daar moet ik toch eens over nadenken …

    Ierland kwam in gedachten omdat de bende motorrijders waar ik de vorige reis mee in contact kwam er zo lyrisch over was. Frankrijk was de volgende mogelijkheid en meer specifiek Normandië omdat die streek me enorm aangenaam verrast had toen we er met het gezin en oma naartoe zijn geweest. Van de Algarve in Portugal had ik als motorreisbestemming ook al veel positiefs gehoord. Een pluspunt zou dan vooral zijn dat ik geen regenpak zou nodig hebben, droomde ik al.

    Maar na alle virtuele omzwervingen qua vakantiebestemmingen bleek er toch eentje het hardst van allemaal te roepen … Scandinavië.

    Zoals velen eerder aangevat als: ik rij naar de Noordkaap en weer terug, maar gaandeweg gegroeid tot een redelijk uit de kluiten gewassen roadtrip mag ik zeggen.

    Hoe meer ik fora bezocht en me inlas, hoe meer ik besefte dat louter naar de Noordkaap en terug rijden zonde zou zijn. Er is zoveel meer te zien dan in het beste geval een niet in de mist gehuld (of verhuld) monument dat het uiterste, per weg te bereiken, stukje Europees vasteland aanduidt. Er is namelijk ook nog de echte Noordkaap maar die is enkel te voet bereikbaar en kost je een goede halve dag extra. Je kan het al raden waar ik hiermee naartoe wil … ik ga die hike dus niet doen :). Ik neem genoegen met de gemakkelijke Noordkaap, niet zomaar of uit luiheid maar omwille van het compromis.

    Als je veel wil rijden en zien moet je nu eenmaal compromissen maken. Hoewel ik in totaal 27 dagen op “sjok” zal zijn, moet er toch zo’n kleine 8500km gereden worden en laten we zeggen dat niet overal autosnelwegsnelheden gehaald kunnen worden :). Als je dan nog in rekening neemt dat er ook heel wat veerboten te nemen zijn, die ook nog eens de nodige tijd opslorpen, weet je al dat er wat pittige dagen zullen tussenzitten als je ook nog eens af en toe wilt stoppen en genieten van het uitzicht.

    En dat laatste, dat moet wat mij betreft. Ik heb het indertijd in Schotland ook bewust zo ingepland dat het niet enkel rijden was op een dag, maar ook genieten en een beetje tot rust komen want het moet tenslotte toch nog een vakantie blijven.

    Na haast een jaar van inlezen, bezienswaardigheden kiezen en vooral schrappen, overnachtingen boeken, geklooi met routes maken en hermaken, maar vooral veel plezier hebben in het plannen is het dus bijna zover.

    Woensdag 2 juli vertrekt den deze dus terug voor een solotrip. Deze keer richting Scandinavië. Alle details hoop ik weer bij te houden in een blog, net zoals ik dat voor mijn reis naar Schotland heb gedaan. Om het toch al een beetje concreet te maken kan ik alvast verklappen dat het met de ferry eerst van Kiel naar Gothenburg gaat, waarna ik met een redelijk strak tempo door Zweden zal omhoogrijden. Het enige “folieke” wat ik me permitteer is een extra halve lus in Zweden die de Wildemansroute heet. Een stuk van deze route wordt maar sneeuwvrij gemaakt begin juni, dat belooft. De lokroep van zo’n beperkt via de weg bereikbaar stukje Zweden was dus te sterk om te negeren. Vervolgens gaat het in vrij strakke lijn richting Noordkaap, met nog een snelle passage in Finland.

    Eenmaal de Noordkaap aangedaan mag het echt interessant worden en volg ik voornamelijk de kustlijn van Noorwegen en doe ik Senja, de Vesteralen en de Lofoten aan. Vele fjorden en toeristische routes later steek ik in Kristiansand over naar Denemarken om daar nog een dag de kustlijn af te rijden richting Duitsland, vooraleer de snuit weer richting Houthalen wordt gericht.

    De 2 weken die me nu nog resten zullen, naast werken, vooral gevuld worden met de laatste boodschapjes doen, onderhoud te laten plegen op de motor, nieuw schoeisel te laten voorzien onder diezelfde motor, de bepakking en gewichtsverdeling finetunen EN nog wat klusjes schrappen van het lijstje dat vrouwlief voor me gemaakt heeft :).

    En dat laatste doe ik met alle liefde want ik besef dat het niet iedereen gegeven is, zo haast een maand de schup afkuisen om zijn/haar/hun hobby of dromen te beleven terwijl het dagelijkse leven gewoon doorgaat voor degenen die achterblijven. Alvast vanuit de grond van mijn hart, een dikke merci lieve schatten.