Category: Scandinavië 2025

  • Dag 18: Atlantische route 🙂

    Het is nog niet eens 18u en ik ben al aan het schrijven, veel vroeger dan anders. Het is namelijk nog te warm om te eten vind ik. Ik ga voor een keer eerst beginnen mijn verhaal in te tikken om daarna te douchen en te eten wanneer het wat aangenamer is buiten. Intussen klinkt er wel al wat gerammel van eetgerei bij de rest van de campinggasten. Wat ik eet weet je na het lezen van onderstaande.


    Om 6u gaat de wekker af, niet per ongeluk maar omdat ik hem zo heb ingesteld. Ik wil namelijk een vroege start pakken en al veel kilometers asfalt achter me hebben liggen voor het echt warm wordt. Ik heb eigenlijk wel best ok geslapen met het venster open in onderstaande kamer.

    De moto is kletsnat van de dauw maar het is wel al 17°C buiten. Ik zet de waterkoker aan voor mijn ochtendkoffietje en begin in te pakken. Samen met de eerste bagage die ik buitenbreng pak ik een handdoek mee om mijn zadel droog te wrijven, dat zit net iets lekkerder.

    Bij het binnenkomen zie ik nog een detail dat me gisteren precies ontgaan is, iemand heeft fototoestellen verzameld.

    Om 7u15 vertrek ik en ga terug richting Trondheim via de weg waar ik gisteren langs gekomen ben om daar de E39 te nemen richting Kristiansund, niet te verwarren met Kristiansand helemaal in het zuiden waar ik de ferry zal nemen naar Denemarken. Ik ben nog niet goed op snelheid of stop al voor wat foto’s, een leuk veld en Trondheim dat onder een deken van mist ligt.

    Het gaat lekker op die E39, eigenlijk een autosnelweg waar je maximaal 80 km/u mag rijden maar geregeld wordt losgelaten tot, hou je vast, 90 km/u. Aan elke tunnel staan slagbomen maar voor Orkanger zijn ze aan de andere kant dicht, onze richting mag gewoon door. Heel raar want er is op dat hele stuk niets abnormaals te zien voor de rest.

    In Orkanger ga ik eraf want ik wil The Norway Building wel eens zien, een houten kerk die voor de Wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago werd gebouwd en 4 keer verhuisd is voor ze hier een definitieve plek kreeg in 2017. Straffe mannen zijn dat die Noren, ik verschiet er niet van dat ze ook vuurtorentjes zijn gaan roven. Open is ze natuurlijk niet want ik ben veel te vroeg maar het zicht van buitenaf is ook al mooi.

    Na dit sterk staaltje bouw- en verhuiskunde zoek ik de E39 weer op en stop, net zoals een Duitser, langs het Gangasmeer.

    Iets verderop gaat het de tunnel in en kan de fun echt beginnen. Wijde wegen die lange en korte bochten afwisselen en die je aan maximum 80 km/u mag nemen. Waarom zeg ik dit nu weer van die 80 km/u ? Omdat de vrachtwagenchauffeurs zich er hier precies niet aan moeten houden. In de afdalingen denderen ze aan een rotvaart naar beneden en ik had er net zo eentje achter mij die alsmaar groter en groter in mijn spiegel werd. Ik ben dan ook maar wat sneller gaan rijden maar na een 10-tal kilometer was ik het spelletje beu en stopte ik aan een dammetje waar toevallig ook een Oostenrijks koppel met de motor halt hield. Ze waren heel teleurgesteld blijkbaar, ik hoorde ze nog net zeggen: als het dat maar is zijn we weg. Ik ging wel nog even op verkenning.

    Heel veel stelde het niet voor maar ik las wel dat het gebruikt werd om de toevoer van water naar een hydrocentrale mee te regelen. Aan de rechterfoto te zien waren het de zonnepanelen die de laatste tijd de elektriciteit opwekten. Kurkdroog was het aan die kant.

    Wat later moet ik stoppen om de volgende etappe in de gps te laden. Het benzinestation waar ik deze stop gepland had is helaas gesloten vandaag maar hun openluchtmuseum kon ik wel inspecteren. Je komt in Noorwegen her en der van die verzamelingen tegen. Ik heb niet de indruk dat men hier veel wegdoet wanneer het versleten is.

    En nog wat verder was er een tof kerkje.

    Ik geef weer van katoen maar kan me niet veel verder weer niet inhouden om bij het volgende zicht te stoppen. Het moet iets ferm zwaar geweest zijn wat ie probeerde te slepen want de achterkant ging dieper en dieper in het water.

    Ze zijn ferm aan het werk aan die E39 en er liggen mooie nieuwe stukken klaar om af te werken. Soms mag je ze al gebruiken aan een lagere snelheid.

    Na heel lang op de E39 mijn banden te hebben versleten en de kustlijn van Trondelag gevolgd te hebben ga ik ter hoogte van Henna eraf. Het landschap is zo mooi dat ik het vanaf het niveau van het water wil zien. Ik hoop trouwens ook stiekem ergens een koek te scoren. Ik rij weg van waar de gps wil dat ik naartoe ga en kom aan een ferrykaai uit. De ferry komt er net aan en er staan een handvol mensen te wachten. Helaas geen koek.

    Aan de ferry is een bordje dat niet mis te verstaan is, fietsers moeten afstappen oftewel: ga af sukkels. Ja, ik ken al een aardig mondje Noors intussen.

    Ik draai me terug in de richting waar ik volgens de gps hoor heen te gaan en neem een heel klein weggetje dat lekker langs de bergflank meekronkelt en vanwaar je af en toe een zicht krijgt op de kustlijn.

    Ik neem mijn tijd en doe het rustig aan. Ik was eigenlijk vergeten dat ik de ferry in Halsa naar Kanestraum moest nemen en zie van ver dat de aankomende bezoekers bijna allemaal het schip verlaten hebben.

    Ik wring me tussen een auto en de stoeprand door en sluit aan bij een groep Italiaanse motorrijders die als eersten het schip op mogen. Ik roep ook maar ‘Grazie’ naar de ferrymedewerker alsof ik erbij hoor. Eens aan boord heb ik spijt dat ik toch niet vanachter ben blijven staan. Die Italianen hebben meer lawaai bij dan die meeuwen die me op de Lofoten hebben wakker gehouden. Nie normaal als die mannen beginnen kwetteren.

    Mijn nummerplaat wordt gescand door een medewerker die daarna teken doet naar de andere motoren om te vragen of die ook ferrypay hebben. Weet ik niet zeg ik, ik hoor niet bij die mannen. Veel geluk met die te stekken te krijgen dacht ik, ze waren immers helemaal verspreid over het schip intussen. De overtocht duurt maar 20 minuten en eer dat ge die sjarels bijeen hebt gekregen zijn we allang aangekomen. Gelukkig voor hem komt een van zijn collega’s hem helpen en zijn ze net voor aankomst klaar.

    We verlaten de ferry en de Italiaan die voor het boarden daarstraks ook al aan het talmen was en met zijn gsm in de hand reed is nu ook weer aan het suggelen. Ik ga hem voorbij en zit ineens midden in de groep Italianen. Ik wuif de achterliggers voorbij en zie hen in de verte verdwijnen terwijl ze het bestaan van strepen op de weg compleet ontkennen en rijden aan snelheden waar die 3 Fransen in de week hun rijbewijs mee kwijt gespeeld zijn. 3 minuten later komt ook Luïgi GSM voorbij geknald met zijn madam achterop om de rest bij te halen.

    Ik ben intussen goed op weg naar het summum van de dag, de Atlantic scenic route. Onderweg zijn er echter nog wat leuke dingen te bespeuren. Zo is er de Gjennessund hangbrug met een totale lengte van 1257 meter.

    Niet zo heel ver voor de Atlantic scenic route heb je dan nog de Atlantic Ocean tunnel die belachelijk lang is, namelijk 5,7 kilometer maar die ook nog eens belachelijk diep gaat. 250 meter onder zeeniveau welgeteld, zo diep gaat ie. Hij is ook nog eens koud en bij momenten winderig. Om er uit te raken moet je een tijdlang een stijgingspercentage van 10% aanhouden, een unieke ervaring voor mij. Ik zie een tijdlang niets anders dan wegdek en tunnelplafond.

    Eindelijk aangekomen bij de Atlantic scenic route lijkt het initieel nog mee te vallen met de drukte. Dat verandert echter heel snel, zo ongeveer na de eerste brug al. Je ziet van ver de witte campers die de meeste plekken innemen, zucht. Ik probeer het niet aan mijn hart te laten komen en rij de route af, al filmend omdat ik denk dat dat een beter beeld geeft. Ik rij hem nog eens terug en doe links en rechts een viewpoint aan maar kan het niet opbrengen alle viewpoints die ik gepland had te doen. En dan mag ik nog eens terug de route over natuurlijk. De meesten waren intussen geparkeerd en dat maakte dat ik gewoon kon doorrijden, rondkijken en genieten.

    In het filmpje hieronder kan je met me meerijden en zelf bepalen welke naar waar je kijkt.

    Ik zet koers richting Farstandsanden maar zie al van ver dat het daar ook overvol is. Ik besluit een straatje eerder in te slaan en mijn kiekje van een afstand te nemen.

    Weer het gas erop, tot 50 km/u natuurlijk, of wat had je gedacht. Het uitzichtpunt van Askevagen was het volgende doel en daar was gelukkig heel weinig volk.

    Zo gaat ie lekker, ik krijg weer moed. Het volgende dat er aan moet geloven is Kjeksa, een rustplaats met een padje naar het strand.

    Ik wil nog 2 stops doen en dan zit de dag erop. Ik rij door naar het kustfort van Ergan. Het ligt boven op de heuvel en de trappen zijn niet min. Ik praat mezelf moed in, het is maar 25°C ten slotte, geen 32°C. De kleine voor mij had er echt geen zin in. Moeder wandelde stijf door en de kleine volgde met wat gejank. Zo moet dat, geen complimenten.

    Het laatste punt dat ik wil bezoeken is Hustadvika maar eens ik op de plaats aankom blijkt ervoor een bouwwerf te zijn en ne mottige Duits dacht dat dat de ideale plaats was om zijne camper neer te poten zodat ik er zelfs met de motor niet meer langskon. Fijn gedaan Frits.

    Dan maar door naar de slaapplaats. Onderweg stop ik voor wat beleg want ik heb nog wat sandwiches over. Tesamen met wat kippensoep uit een pakje gaat dat ferm smaken denk ik.

    Aangekomen op de camping is het duidelijk dat je niet zomaar naar beneden mag rijden, eerst aanmelden !

    Ik ga naar de ‘resepsjon’ en zeg wie ik ben. De dame achter de toog vindt mijn reservatie en geeft me de sleutel. Ah ja, zegt ze nog, als je wil douchen kan je hier muntjes kopen. 10 kronen voor 5 minuten douchen. Net gemerkt dat ik er verkeerdelijk van uitging dat ze warm douchen bedoelde. Nog al een geluk dat ik de laatste weken van het volleybalseizoen heb kunnen oefenen met douchen onder koud water omdat de boiler in As kuren had.

    De camping, hut en sanitaire blok zijn basic maar netjes. Meer moet dat niet zijn voor dat geld. Ik ben hier morgenvroeg toch zo vroeg als het kan weg. Daarstraks heb ik namelijk een berichtje gekregen dat de Trollstigen terug even is dichtgeweest omdat er weer een rotsblok naar beneden gevallen was. Voorlopig is ie terug open maar als dat morgen verandert moet ik een omweg nemen en dan zal de tijd op de weg een stuk langer duren. Voorsprong nemen dus voor het geval dat.

    Op mijn route van morgen langs het Geirangerfjord is er deze week ook een vedet in geslaagd zijn bus vast te rijden in een van de haarspeldbochten zoals je mogelijks ergens gelezen hebt. Ze hebben een grote takelwagen met de ferry moeten aanvoeren om dat ding weg te krijgen. 4 uur heeft dat geduurd, eigenlijk nog ferm snel maar ik hoop toch dat die buschauffeur rode wangskes had op dat moment.

  • Dag 17: de laatste meters

    Aiai, het is alweer 22u30. Onvoorzien nog een lange babbel met de eigenaar gehad. Weer heel veel bijgeleerd over het huisje en de streek hier, dat wel. Zoals het water dat hier zo goed smaakt. Komt niet van de Noorse Pidpa of Watergroep maar van een meertje hierboven, wordt dan gefiltreerd en met UV bestraald. Ook geleerd dat men hier blijkbaar met plezier naar Undercover heeft gekeken, een geweldige reeks vond hij dat. Ik heb weer een heel rustiek huisje gevonden maar daarover later meer.


    Het is 5u50 wanneer ik opsta en mijn hebben en houden naar de motor breng. In heel onze woonblok is nog geen leven te bespeuren. Ik had toch nog graag afscheid genomen van Haribold denk ik bij mezelf. Net wanneer ik het laatste in de koffers duw hoor ik zijn rolluiken omhooggaan en steekt hij zijn hoofd buiten. Hij doet teken dat ik stil moet zijn en voor zijn raam moet kijken. Vooraleer ik mijn gsm kan nemen schiet deze haas er al vandoor om even verderop weer te blijven zitten.

    Haribold moet er smakelijk om lachen. Ik neem afscheid en vertrek naar de ferry. De andere gasten die gisterenavond laat zijn aangekomen en deze plek als refuge hebben gekozen omdat ze de laatste ferry gemist hadden of omdat ze pas van de laatste ferry kwamen zijn precies ook niet van plan vroeg te vertrekken. Ik wel. Ik neem nog even foto’s van de ‘gezelligste’ woonblok van Noorwegen en van de VRS versie van de wagen die thuis ook op de inrit staat.

    Let op die verblindingslampen vooraan. Zowat elke wagen in Zweden, Finland en Noorwegen heeft deze. Er is namelijk haast geen openbare verlichting buiten de centra, en zelfs erbinnen soms niet. Maar goed, den deze vertrekt om 6u50 voor de ferry van 7u10, ook alleen maar mogelijk omdat die 100 meter van de uitrit van de camping ligt.

    De ferry legt aan en er valt me iets op, links gaat een luik open en een grote blok schuift erin. Pas dan valt de tekst me op…

    Jawel, ik ga zo dadelijk voor het eerst aan boord van een elektrische ferry.

    We rijden het dek op en de motor vastsjorren heeft geen zin, zegt de dame. Korte vaart en super kalm verduidelijkt ze. Het is ook nog ‘maar’ 21°C op dit moment maar het kwik zal snel omhoogschieten.

    Ik ga naar het passagiersdek met de Duitse motard die ik net ontmoet heb en we keuvelen wat. Intussen zie ik ook dat men hier precies business seats heeft, zowel binnen als buiten.

    Hoe zot is dat voor een vaart van nog geen 20 minuten. Nu, die ferryschepen veranderen nog al eens van route blijkbaar. Deze lijkt van een veel drukkere route te komen, tussen Vennesund en Holm reist niet zoveel volk per overzet als je op dit schip zou kwijt kunnen. Ongetwijfeld ook dankzij het vroege uur maar ruimte is er genoeg in de buik van het schip.

    Onderweg ook nog wat rondgapen natuurlijk en genieten van de vaart, in tegenstelling tot de andere ferries hoor je bijna niets, enkel wat propulsiegeluid en geen ronkende motor en al helemaal geen gestamp van die motor. Wat een zaligheid zeg.

    We gaan van de ferry en ik zet me aan de kant, cameraatje op de motor, handschoenen terug aan en weer weg. De thermometer geeft intussen 23°C aan, dat gaat ook snel omhoog vandaag. Op naar de eerste stop, Bindal viewpoint. Nooit gevonden maar wel de volgende plekjes ontdekt onderweg :).

    Intussen ben ik van de Helgelandskysten af, die hield al op luttele kilometers na de ferry in Holm, vandaar de titel ‘de laatste meters’.

    Ik kan ermee leven en volg nu de E6 richting Steinkjer en Trondheim. In de verte zie ik een brug maar schiet een parking voorbij die er een mooi zicht op geeft, ik gooi de motor om en sjees terug.

    Nogal de moeite, niet ? Bij het uitrijden van de parking moet ik 2 motoren laten voorgaan en ik herken ze direct. Het zijn de Duitse dames van een paar dagen geleden. Ze gaan keren op dezelfde plek als ik juist en ik stop langs hen. De vizieren gaan omhoog en we groeten elkaar, zij gaan ook terug om een foto te nemen. We lachen ermee en zeggen ‘de volgende keer ist ene geven he’.

    Noodgedwongen doe ik maar een paar stops aan natuurgebieden, want ook Hoylandet viewpoint is zo goed verstopt dat den deze het niet vindt. Wat heb ik toch uitgespookt toen ik die punten op de route plaatste vraag ik mezelf af.

    Bij het vertrek aan het laatste natuurpunt, waar een Nederlander zijn kampeerwc ging legen in een openbaar toilet, wat dus helemaal niet mag, komen de dames weer voorbijgesnord. Ik moet wat wagens doorlaten maar kan dan dezelfde richting uitrijden. Ik stop wat later aan een benzinestation om iets te drinken. De dames zijn blijkbaar aan een ander benzinestation gaan tanken en stoppen nu achter mij. Zij hebben een koffiebeker van de keten en mogen hier gratis koffie bijvullen. We gaan naar binnen en nemen koffie, ik betaal de mijne en koop wat krentenbollen die we binnen, in de ruimte met airco opeten terwijl we mekaar briefen over het verloop van onze vorige dagen. Ik geef nog wat tips mee over welke Belgische bieren te proeven en zij zijn eerlijk en zeggen dat Duitse bieren toch allemaal ‘das gleiche’ proeven en ze dus geen tips hebben daarover :).

    We vertrekken en gaan elk onze eigen weg, ik volg de E6 naar Trondheim en ik vermoed dat zij de weg aan de andere kant van het water gaan opzoeken die wat kronkeliger is. Ik wou het Steinvikholm slot nog zien dus ik moet die drukke E6 wel volgen. Voorlopig zit ik nog niet in Steinkjer dus de drukte valt nog heel goed mee. Mooi is de route in het begin ook nog, hij volgt tot net voor Steinkjer namelijk een heel stuk het Snasameer.

    Op weg naar Steinkjer merk je dat je in grootstedelijk gebied komt. Totnogtoe heb ik sinds Bodo geen grote industrie of dergelijke meer gezien en dat verandert nu wel stilletjes aan. Wegen worden ook breder, hebben soms meerdere rijvakken maar behouden wel de 80km/u beperking :(. In Steinkjer laat ik de Burger King links liggen, dat doe ik nog wel een keertje met de zoon beloof ik mezelf wanneer ik terug thuis ben. Hoewel hij papa’s eten wel weet te smaken gaat zo’n hamburger er bij hem ook wel goed in ;). Ik stop wat verder op een industriepark om de volgende etappe in de gps te laden.

    Snel weg hier denk ik, het wordt me te druk. Een twintigtal kilometer later is het tijd om de dorst van de motor en mezelf te lessen. Ik neem een ijskoffie en een magnum, de motor een dikke 20 liter 95. Wat is hij zuinig hier merk ik op. De boordcomputer geeft 4,3 liter per 100 km aan en thuis is dat dik 6 liter. Ik moet meer hier komen rijden kan de enige juiste conclusie zijn, niet ? Ik ben op weg trouwens naar Steinvikholm slot, een forteiland van in de jaren 1500.

    Het duurt me echter wat lang op die intussen vrij saaie E6 en ineens spot ik een plaatje dat zegt dat er een kloosterruïne te zien is. Dat is iets voor mij denk ik en ik sla af. Na 4 kilometer kom ik aan een weggetje dat sterk bergaf loopt en precies nog vettig is van de regen van enkele dagen geleden wegens geen asfalt maar zand en grind. Ik ga voorzichtig naar beneden en niet ver van de parking vind ik deze hoop stenen. De dikte van de muren is indrukwekkend.

    Er is ook prcies een stevig feestje geweest. De biertafels zijn dan wel weg maar de bankjes liggen er nog op een hoopje.

    Er staan nog wat wegwijzertjes iets verder en ik ga uit curiositeit kijken en volg hetgene dat naar rechts wijst en kom uit op een heel toffe brug.

    Echter achter het bruggetje ligt een toegegroeid pad en ik zie er de fun niet van in me door het onkruid een weg te banen. Terug naar de motor dus en naar de vettige weg omhoog.

    Ik zet me schrap en rij omhoog door zoveel mogelijk over het grind te rijden dat in het midden ligt. De GSA gedraagt zich voorbeeldig en brengt me terug naar de geasfalteerde wereld.

    Een beetje later op de E6 begint de ‘ellende’. Ondanks het geregeld drinken krijg ik verkramping in mijn linkerbeen. Het is een oud zeer bij heet weer en dus bij veel zweten. Ik krijg dat vocht moeilijk aangevuld en dat resulteert in spierkrampen. Het is lang weggeweest maar een aantal dagen 30+ graden is teveel van het goede. Ik ga af en toe rechtstaan op de motor en probeer het eruit te strekken, dat lukt voorlopig. Wanneer ik eraf ga voor de route die ik naar Steinvikholm slot uitgestippeld heb wordt het weer erger en vermits mijn route over privaatweg blijkt te gaan, stop ik in de schaduw van wat boompjes die daar staan. Maar goed ook want er kwam net een zeer boos kijkende bewoonster die weg afgereden :). Ik drink goed door van mijn waterzak en speur intussen naar dat verdomde slot. In de verte zie ik het maar ik zie niet direct hoe ik er moet raken en die Duitse die hier al 3 keer met de camper doorgekomen is precies ook niet. Ik slaag er wel in een fotootje te maken met wat hulp.

    Je ziet het niet zo goed he? Ik ook niet dus ik ga weer op weg en terwijl ik speur naar de E6 zie ik het officiële wegwijzertje staan wat me dichterbij brengt en waar ik deze kan maken.

    Goed zo, afgevinkt, nu door naar Trondheim, het is niet meer zo ver. Het wordt echter str***druk op de E6 en het is in een lange sliert rijden, je kan nergens voorbijsteken en ik heb er weer zo ene voor mij hangen, een camper. Met een chauffeur van het soort dat denkt, ik zal hier eens bepalen hoe hard iedereen mag rijden en het zal niet de maximumsnelheid zijn. Dat, en het gegeven dat zo’n camper even aerodynamisch is als een brik soep waardoor je hoofd de hele tijd van links naar rechts en terug wordt getrokken als je erachter rijdt, maakt dat ik net zijn achterlicht niet heb stukgesjot toen ie afdraaide. Trondheim bezoeken stond nooit op mijn planning, met de motor kom ik niet zo graag in grootsteden. De Nidaros kathedraal daarentegen wilde ik wel even gaan aanschouwen zolang ik niet te ver van mijn motor moest gaan en hem nog kon zien. En dat is gelukt. Allemaal koper op dat dak trouwens.Ik zou later die avond tegen de eigenaar van mijn hut grappen dat het koper in België er geen week zou op blijven liggen. Ik moest hem wel nog eerst het concept van diefstal uitleggen …

    Ik ga terug naar de motor en kan nog net een ‘maaaasjien’ zien voorbijkomen. Op naar een supermarkt nu voor het avondeten.

    Een half uurtje na vertrek aan de katedraal kom ik met mijn boodschappen aan bij mijn verblijf. Een charmante hut op een boerderij. De eigenaar geeft me wat uitleg vanuit zijn raam want het is heel warm en hij kan daar niet zo goed tegen. Later deze avond toen ik het wat koeler was hoor ik van hem dat hij een hartkwaal heeft en dat de hitte hem echt geen deugd doet.

    Ik spot bij mijn rondgang buiten ook dat de hut op blokken staat.

    Aangezien de vleessaus van mijn bord met Kottbullar en aardappelblokjes afliep ben ik er nog rap een bierviltje onder gaan steken zodat alles terug pas staat. Wederom een speekselmedaille verdiend.

    Voila sè, de dag weer van me afgeschreven en intussen ook goed wat vloeistoffen binnen. Morgen ga ik wederom vroeg proberen te vertrekken, het wordt zeker en vast druk naar en op de Atlantic route.

  • Dag 16: bijna laatste stuk Helgelandskysten met een zijsprong

    22u25 en ik ben eindelijk klaar om te schrijven. Wat initieel een eenzame avond leek te worden is nog een heel gezellige bedoening geweest.


    Het is 7u wanneer de wekker me wakker maakt. Wanneer de wekker me voor is wilt dat al elke keer zeggen dat ik heerlijk geslapen heb. Ook deze nacht was dus zo’n keer. Na het ochtendritueel breng ik zo stil mogelijk mijn bagage de trappen af. Niet evident in een oud huis maar ik doe mijn best voor mijn andere 15 huisgenoten. Het statige huis telt heel wat kamers en op mijn terugtocht naar mijn kamer om wat meer bagage op te halen kijk ik nog wat rond.

    De gastvrouw is al druk bezig met het ontbijt voor te bereiden in de keuken. Dat zal wel pas vanaf 8u geserveerd worden en met de ferry die om 8u40 vertrekt zal ik niet te lang mogen talmen. Mijn motorbroek en laarzen zet ik klaar zoals in een brandweerkazerne en de jas en de helm liggen al klaar op de motorfiets om snel te vertrekken. Voor het ontbijt sla ik nog een praatje met een andere gast die me vertelt dat ik de reis in de verkeerde richting doe, van het noorden naar het zuiden wordt het landschap namelijk minder dramatisch. Klopt helemaal maar wat ie niet wist is dat ik er al vele kilometers door Zweden omhoog ben getrokken en dat qua drama in het landschap het nog wel meevalt hier t.o.v daar.

    Om 8u stipt zwaait de deur naar de ontbijtzaal open, foto’s nemen kan ik niet want mijn gsm zit al in de tanktas zodat ik niets meer moet inpakken of kan vergeten. Het ontbijt was niet frivool maar wel zeer lekker met verschillende soorten brood, wat confituur, kaas, salami, gerookte zalm en geitenkaas waar je met een kaasschaaf sneetjes van mocht snijden. Op mijn bordje lag al genoeg voor ik wist dat er geitenkaas was, dus deze keer maar laten schieten. Een tas koffie en een glas appelsap neem ik ook nog mee. Binnen de 10 minuten ben ik klaar terwijl ik intussen nog 2 tafelgenotes hun vragen beantwoord. Zij gaan vandaag de Vega stairs doen en vragen me of ik ook de ferry van 11u neem. Ik kan nu beleefd afsluiten met te zeggen dat ik die van 8u40 neem en dat ik dus helaas ervandoor moet. De Vega stairs doe ik ook niet trouwens, geen aanrader in motorkledij die 950 meter trappen enkel, zoek het maar op, het is wel een indrukwekkend iets.

    Enkel de brandweerpaal ontbrak maar voor de rest was het een vergelijkbaar verhaal. Short uit, benen in de broek en voeten in de botten, alles omhoog en naar de machine. Niet veel later rij ik een rij wachtenden voorbij en zet me zoals al zoveel keren vooraan in de wachtrij aan de ferry.

    Zoals je kan zien is het zeer zonnig, de thermometer geeft 23°C aan en het is nog niet eens 9u, het wordt weer zo’n dag.

    Blij dat ik mijn drinkfles en waterzak nog heb mogen vullen in de keuken van het gasthuis met lekker fris water.

    Onderweg wissel ik af tussen het buitendek waar geen beschutting is en de binnenruimte waar een airco lekker koele lucht verspreidt.

    Een korte overtocht later zit ik op het eiland Vega. Ik kan je nu wel vertellen dat Vega niet op de Helgelandskysten ligt maar waarom ik dit eiland wel aandoe. Toen ik mijn routes aan het maken was waren de ferryschema’s voor één van de ferries die je nodig hebt om dat kleine stukje 17 te volgen niet bekend. Ik vond enkel wat oude schema’s terug en die gaven maar 2 overtochten per dag aan. Ik wilde geen 15 kilometer rijden om dan uren op een ferry te staan wachten. Ik vond de oplossing in de ferry naar Igeroy op Vega vanwaar dan wel frequent ferries me terug naar de 17 konden brengen.

    Op Vega draaide mijn voorbereide route helemaal in de soep. De gps wist het blijkbaar niet meer. Ik moet ergens iets fout gedaan hebben bij het maken van deze route want de andere gingen toch (meestal) goed totnogtoe. Ik beslis om dan maar de uiteinden van het eiland telkens op te zoeken en de wegen mij te laten brengen tot waar het gaat.

    Rond 11u30 begeef ik me naar de laatste uithoek van het eiland. Ik moet er wel 3 kilometer stof voor happen maar dat had ik er graag voor over.

    We hebben ons goed geamuseerd hier op Vega, de motor en ik. Een motor is een beetje zoals een hond, je moet hem geregeld buitenlaten en eens goed mee ravotten. En zijt maar zeker dat we geravot hebben :).

    Intussen is het tijd om naar de ferrykaai terug te keren, toch als ik de ferry van 12u40 wil halen. Ik stop onderweg nog aan het enige winkeltje dat ik op het eiland gezien heb en koop me een broodje en wat te drinken, op naar de ferrykaai denk ik om dat broodje nog voor vertrek binnen te spelen. Onderweg dachten nog 3 mobilhomes ons een beetje op te houden maar dat feest ging niet door, we hebben ze opgegeten zeg ik u.

    Aan de ferrykaai aangekomen zie ik dat er al auto’s aan boord gaan. Dat is straf denk ik bij mezelf en rij snel naar voren en vraag of het de ferry naar Horn is. Yes yes zegt den andere, ga maar aan boord doet ie teken. Bij het oprijden van de ferry vraag ik het nog eens voor de zekerheid en jawel hoor, ik zit juist. Heb ik me dan zo miskeken op het schema ? Ik neem 1 van de straps uit mijn bakken en hang de motor vast. Of je em vasthangt of niet is je eigen verantwoordelijkheid hier, ook al is de zee kalm. Een vrouwelijk crewlid komt naar me toe en zegt dat het de eerste keer is dat ze een motorrijder zijn eigen straps ziet bijhebben. Ik wijs lachend naar de koffers en zeg, plaats genoeg he ;).

    Bij het opsmullen van mijn broodje kijk ik het ferryschema er nog eens op na en zie ik dat de ferry waar ik nu op zit een extra ingelegde ferry is omwille van de drukte. Die stond er deze morgen zelfs nog niet eens op en op een paar uur tijd krijgen ze hier voor mekaar dat er een heel schip wordt bijgetrokken om wat meer volk van en naar het eiland te krijgen. Eat that, NMBS en De Lijn.

    Na het verlaten van de ferry stop ik wat verderop om de camera terug op de motor te monteren, handschoenen aan te doen maar vooral om even uit de zon te gaan zitten en wat te drinken in een bushokje. Het kwik had inmiddels de 30° lijn overschreden. Eens gehydrateerd zet ik koers naar Torghatten. Een enorme berg met een gat in het midden waar je door kan wandelen.

    Je kan al raden dat met deze temperaturen ik genoegen nam met de berg op een afstandje te zien en mijn drinkfles bij te vullen. De moedigen die wel naar boven gingen hadden heel weinig kleren aan en blinkten van het zweet zal ik nog meegeven. Daar zo ergens ietsje links van het midden van de foto moet dat berucht gat zijn. Als het je genoeg intereseert zoek je maar een foto met het gat :).

    Onderweg naar de Traelvikosen kom ik door Bronnoysund waar het rootsfestival bezig is. Door het centrum kan je enkel stapvoets rijden door de drukte, om letterlijk en figuurlijk van om te vallen.

    De Traelvikosen is wederom een landschapskunstwerk en wel knap gevonden vind ik. Bij vloed zouden onderstaande stapstenen net onder water moeten staan maar wel nog zichtbaar zijn. Denk er zelf maar Walk on water bij van Milk Inc.

    Ver is het niet meer naar mijn slaapplaats maar 1 stop moet ik nog doen. Sundshopen, en die zie je hieronder met hoe kan het ook anders weer een specialleke van een openbaar toilet.

    Ik kan op de parking nog net voor een camper vertrekken en kan dus zelf het eerste stof maken op het weggetje dat terug naar de 17 gaat. Niet veel later kom ik aan de camping aan die maar 100 meter van de ferrykaai verwijderd is. Self-service zie ik hangen. Ja tarara denk ik, ik heb geen instructies gehad via mijn boekingbevestiging. Ik begin net door mijn mails te gaan om te zien of ik iets gemist heb wanneer een man vanuit zijn wagen toeroept om naar het rode gebouw langs de straat te gaan. Daar staat een medewerker die me vraagt hem te volgen. Hij vertrekt in zijn auto en ik schiet achter hem aan. We gaan talloze mooie hutten voorbij en draaien een braak liggend stuk grond op waar vele hobunits naast mekaar staan op een staketsel. Ik heb niet teveel betaald en ben stikkapot van de hitte. Het interesseert me niet meer waar ik slaap denk ik. Ik ga de hobunit binnen. Het is er klein maar functioneel en proper. Het is goed zo denk ik. Ik doe eerst snel mijn was in de gootsteen want het is hoog tijd. Ik haal wat paracord uit mijn koffers en hang de was op en ga even op bed liggen om te bekomen. Ramen en deur staan op mekaar open en er komt een lekker briesje door de unit gewaaid.

    Terwijl ik op bed lig komt een andere gast onder begeleiding toe. Ik zie hem iets later weer wanneer hij zijn bagage erbij sleurt. Zo, zegt hij, nu iets te eten zoeken in mijn koffers. Ik zeg hem dat ik boodschappen ben gaan doen en dat de verpakkingen hier niet voorzien zijn op 1 persoon. Als hij wil kunnen we gerust wat samen eten. Hij heeft ook nog Rosti bij die op moet, zegt em, maar hij gaat graag in op mijn aanbod. Zo zitten we wat later gezellig aan een picnicktafel buiten grillworsten, gebakken ui en Rosti te eten. We sleuren er wat alcoholvrije biertjes bij en bespreken problemen van wereldse orde en veel kleinere problemen maar we lachen vooral veel. Haribold komt uit Beieren en is al lang gepensioneerd. Zijn vrouw reist niet meer graag. Krijgt ze stress van, zegt hij. De halve wereld hebben ze al gezien, ofwel met de motor ofwel met de mobilhome. Is goed, zeg ik tegen hem, zolang ge maar niet voor mij rijdt met uwe mobilhome. Hij zegt dat hij het allang niet meer erg vindt dat zijn oorspronkelijk geboekte cabin een dubbele boeking had en dat ze hem in een hobunit gestoken hebben. Ik heb nog wat afwas te doen en een stukje te schrijven dus neem ik afscheid en wens hem nog een mooie reis. Hij gaat verder naar het noorden en wil ook nog een stukje wildernessroute meepikken. Ik heb hem aangeraden het noordelijke stuk met de 20 km ruwe stenen te vermijden.

    Zo is het weer 23u30 en ga ik moe maar voldaan naar bed. In tegenstelling tot de laatste dagen mag ik morgen weer volop aan de bak om kilometers te vreten. De ferries gaan het deze keer niet voor mij doen, buiten die van morgenvroeg dan een klein beetje.

  • Dag 15: meer Helgelandskysten

    Dag 15 is al om sè. Ik zit hier in de avondzon buiten met een nog lichtwarme wind te genieten en verder af te koelen op een prachtig domein. Nu is het zalig buiten maar overdag heeft het kwik de 32 graden bereikt. Allesbehalve plezant om op de motor onderweg te zijn. Ik ben benieuwd of ik die mooie zonsondergang die de gastvrouw beloofd heeft wel ga halen. Ik vertel je graag hoe ik tot hier gekomen ben.


    Tuutuutuut, het is 7u. In tegenstelling tot de vorige nacht heb ik heerlijk geslapen. Toen ik gisteren de hut betrad was het onmenselijk warm binnen maar een paar uurtjes alle ramen en de deur op mekaar openzetten heeft wonderen verricht. Ik zet alvast water op en ga naar de sanitaire blok. Het wordt weer een mooie dag zie ik.

    Ik ga terug naar mijn hut en daar zit er al ene op mij te wachten met een blik van ga je mij nog voeren of hoe zit het maar dan met een typisch norse Noorse blik.

    Ik deel maar rap een potje leverpaté dat ik heb meegebracht van de AH en hij laat het zich smaken. Intussen kan ik rustig mijn tas koffie opdrinken met zicht op …

    Ik kijk op de klok en zie dat het al 8u is, als ik die ferry van 8u40 wil halen zal ik moeten doordoen. Ik kan nog net de eigenares gedag zwaaien wanneer ik vertrek. De sleutel heb ik dan al keurig in de daarvoor bestemde brievenbus gedropped.

    Gelukkig is het maar een paar kilometer tot aan de ferry, dat had ik zo uitgekiend, speekselmedaille voor mezelf.

    Ik schuif aan achter de Tsjech die 10 minuten voor mij de camping heeft verlaten. Intussen voel ik dat ik aan het bakken ben, kijk maar eens naar mijn reeds rood aangelopen gezicht.

    We knopen aan boord eventjes een gesprekje aan maar lang kunnen we niet praten, de kapitein heeft precies haast en we staan snel aan de overkant. Iedereen stuift ervandoor maar ik doe rustig aan. Vandaag staan er nog geen 200 kilometer op de planning. Ik moet wel 3 ferries in totaal nemen en dat kost ook tijd maar gehaast ben ik helemaal niet.

    Ik stop wat verder in Tjong om wat van het uitzicht te genieten, dat doe ik veel de laatste weken ;).

    Nog wat verder kan ik het ook niet laten om weer even te stoppen.

    En nog wat later stop ik weeral, de volgende ferry is er nog lang niet en het is nog maar een 30-tal kilometer.

    Hierna rij ik wel ineens door naar de ferrykaai en jawel hoor, daar staat de Tsjech weer. Het is nog een uurtje wachten dus besluiten we een koffietje te gaan drinken, het is nog maar 23°C dus dat kan nog wel :). We praten bijna drie kwartier vol eer het tijd is om terug naar de motoren te gaan want de ferry komt al stilaan binnen.

    Op de ferry wordt natuurlijk een heel eind verder geleuterd. De Tsech is auto- en motorgek en heeft van beide vervoersmiddelen al heel wat modellen versleten. Hij is CNC operator en heeft voor deze reis toch wel een tijd moeten sparen geeft ie toe. Slapen doet ie in een tent om de kosten zo fel mogelijk te drukken. Hij doet dat wel liever op een camping dan in het wild omwille van de faciliteiten.

    Eens van de ferry gaan we elk onze eigen weg, hij gaat met al de rest mee naar links en ik ga naar rechts. Vanop de ferry had ik namelijk een terras zien liggen tegen een bergflank en de deze lust wel iets. Ik parkeer me na een paar kilometer op een stoffige parking en ga naar binnen. Kan ik iets eten, vraag ik. Helaas niet zegt de man maar ijsjes hebben we wel. Allez dan, ik geef toe. Een Noorse Cornetto en een blikje Cola. De man geeft me ook nog een glas uit de diepvriezer mee, dat is attent. Hij doet zelfs de luifel van het terras voor me naar beneden, dat is nog attenter maar het haalt helaas niets uit. De zon vindt haar weg er toch nog onderdoor. Ik laat het niet aan mijn hart komen en geniet er even van vooraleer ik weer op weg ga.

    Onderweg stop ik om 12u45 aan mijn eerst geplande bezichtiging, het kustfort van Gronsvik. De thermometer tikt echter al de 30 graden aan en het is een volledig open site, niks van beschutting te bespeuren. Daarenboven zie ik mensen een vrij stijle helling opsuggelen in de brandende zon. Ik beslis het fort dat den Duits in WWII heeft gebouwd te laten voor wat het is en een kilometer terug te rijden naar een uitzichtspunt dat ik heb gezien, dat van Kleivhalsen. Het geeft een geweldig zicht op de omliggende eilanden. En op mij ;).

    Ik rij verder naar de volgende geplande stop, het uitkijkpunt van Hellaga. Ik kom er aan na een mooie stukje asfalt aaneengeregen met lekkere bochten. De GSA en ik, we smaken dit wel.

    Ook op Hellaga vinden we weer zo’n speciaal gebouw dat de toiletten herbergt.

    Van Hellaga gaat het in vlot tempo met zicht op het prachtige Sjonafjord, door verkoelende tunnels en langs koeien op de weg met als afsluiter een afdaling met haarspeldbochten naar de laatste ferry.

    Ik kom aan in Nesna waar de ferry naar Levang vertrekt en wie staat daar vanvoor in de rij? Jawel, de Tsjech van weleer. Hij staat daar al lang te wachten want hij stopt niet veel onderweg. We gaan aan boord van de ferry en babbelen nog wat en besluiten het laatste stuk tot Tjotta samen te rijden. Dat is nog zo’n 70 kilometer waarin ik de kop neem. Ik kijk geregeld in mijn spiegels om te zien of hij nog volgt. Hij reed liever vanachter omdat zijn snelheidsmeter stuk is en dan weet ie hoe hard ie moet rijden :). Na zo’n 20 kilometer stoppen we aan de Helgeland brug, weer een prachtig staaltje Noorse bouwkunde.

    De Tsjech vindt het ook wel leuk en hij oppert om een ander zicht op de brug te gaan zoeken. Er loopt een onverhard weggetje weg van de brug en misschien komen we zo wel op iets uit zegt hij. 3 kilometer stof maken verder kreeg hij nog verdekke gelijk ook. Het onverhard liep naar een industrieterrein vanwaar we deze foto konden maken.

    Van hieruit gaat het in 1 ruk naar Tjotta. Lekker vlot rijdend en af en toe schapen ontwijkend komen we aan en gaan gelijk tanken kort aan de ferrykaai vanwaar ik morgen naar het eiland Vega vertrek. We gaan ook nog even samen de lokale supermarkt binnen. Hij koopt zijn avondeten en wat fruit, ik enkel een grote fles frisdrank. Ik ben van plan iets te eten in het gasthuis waar ik verblijf. We nemen afscheid maar misschien ook niet, je weet nooit waar we mekaar op weg naar het zuiden nog tegenkomen grappen we.

    Ik kom aan in het gasthuis en meld me aan. Vriendelijke mensen hier. Ik krijg een rondleiding en mag de motor voor de deur zetten, andere gasten moeten hun auto wat verderop zetten na het uitladen. Ik heb intussen geleerd om mijn short en schoenen niet in de grote roltas te doen maar in een klein zakje en dat in mijn tofkoffer te steken. Zo kan ik bij aankomst eerst wat lichters aandoen vooraleer ik trappen op en af begin te lopen met de nodige bagage. Weeral een speekselmedaille voor mezelf. Na het uitladen spring ik onmiddellijk een ijskoude douche onder. Dat was hoognodig na zo’n dag afzien in de zon en het stof. Ik bestel me wat te eten en drink er 2 lekkere en vooral frisse, alcoholvrije biertjes bij. Dan is het tijd voor een wandelingetje over het domein. Het blijkt hier een van de grootste herenboerderijen geweest te zijn in in de wijde omstreken en dat is er aan te zien. Momenteel is hier het gastenhuis gelegen en een afdeling van het Noors instituut voor bio economie. Het domein heeft ook een privékerkje van de tijd dat het hier nog een echte herenboerderij was, indrukwekkend.

    De zon is nog niet onder maar mijn kaars is wel al uit. Ik ga mijn bed opzoeken, morgen wordt weer zo’n warme dag blijkbaar en ik kan er maar beter uitgerust aan beginnen.


    En voor wie nog graag een stukje op de 17 meerijdt …


  • Dag 14: bye bye Lofoten

    Hehe, 21u is het intussen. Ik ben al van iets voor 17u op de camping maar ik heb rustig mijn tijd genomen. Even op bed gaan liggen, daarna lekker uitwaaien, wat gegeten… Het is een lange dag geweest zoals hieronder zal blijken.


    Gvdm denk ik deze morgen, weer een slechte nachtrust gehad. Ik zat met een dilemma afgelopen nacht, ofwel het raam toe en me onnozel zweten, ofwel het raam open en proberen het meeuwengekrijs te verdringen. De laatste optie is het geworden maar dat bleek zeker niet de juiste. Een uurtje of 3 heb ik maar geslapen. In slaap gesuggeld tegen 1u, om 3u eruit om naar het toilet te gaan en om 5u weer wakker. Ik pak me bijeen en verlaat het huis van Roy zo stil mogelijk. De motor, die overigens kletsnat is van de dauw, over de inrit duwen is geen optie vanwege de hellingsgraad dus sorry maar helaas lieve huisgenoten, vroem :).

    Tegen 6u10 ben ik aan de ferrykaai waar natuurlijk al een rij van jewelste staat. Ik volg de ‘reservert/prepaid’ bordjes en parkeer me helemaal vooraan langs nog anderen die gereserveerd hebben. Tegen 6u30 komt een medewerker van de ferrymaatschappij mijn ticket controleren en om iets voor 7 vaart de ferry binnen. Een enthousiaste menigte stroomt uit de buik van het schip, goed wetende dat ze op een prachtige plek zijn aangekomen.

    Dat schip dat je hierboven ziet is het onze niet, dat zie je hieronder haar lading lossen.

    Ik mag als eerste aan boord en moet naar het benedendek waar een hoekje gereserveerd is voor motoren. Hoewel ik er op de parking geen had gezien volgen er snel 2 andere motorrijders. We zekeren onze motoren aan de laadvloer en gaan naar het passagiersdek.

    Op het passagiersdek kan je in alle comfort de oversteek beleven, zowel binnen als buiten. Er is ook een zelfbedieningsbar, zonder cassière, afrekenen doe je ook zelf. Tenminste, als de kiosk werkt. Een simpele knopje af, knopje aan helpt uiteindelijk wel. Ik zet me buiten om mijn ontbijtje te nuttigen terwijl we de Lofoten achter ons laten.

    Het is zonnig en ik zit lekker uit de wind dus daar blijf ik ook een tijdje.

    Ineens slaat toch de man met de hamer langs achter op mijn hoofd en ga ik naar binnen, in een comfortabele zetel een tukje doen. En dat het deugd deed :).

    Wat beter gezind ga ik terug naar buiten want we zijn al een heel stuk opgeschoten en er is terug meer te zien dan enkel water. Op het dek praat ik met een van de andere motorrijders, Jimitris als ik het goed verstaan heb. Een vers gepensioneerde Griekse brandweerman die zijn pensioen viert met een rondrit door Scandinavië. We praten over de plaatsen waar we beiden geweest zijn en over de (on)zinnige verkeersregels van onze thuislanden.

    En voor je het weet kom je aan in Bodo en staat iedereen op dek hetzelfde te doen.

    Ontschepen gaat supervlot want onder ons drie helpen we elkaars motor losmaken en in de juiste richting duwen.

    Ik rij snel Bodo uit, voor grootsteden ben ik hier niet. Vandaag heb ik niet teveel kilometers op de weg gepland. Ik had nog een backupplan voor het geval dat de trip met de ferry naar Bodo in het water viel maar dat kan dus weer opgeborgen worden. Als de zee te ruw is wordt deze ferrytocht soms afgelast namelijk. Moest dat het geval zijn moest ik een andere route nemen wat me weer meer tijd zou kosten. Vandaar dus niet teveel kilometers als alles volgens plan verloopt.

    Net buiten Bodo kom ik om 11u al aan de Godoystraumen, een getijdenstroom langs de kust van Helgeland. Dat treft want vandaag volg ik de Helgelandskysten, wederom een van Noorwegen’s scenic routes. Ik sta nog niet lang stil of een Duitse motorrijder die voorbij het uitkijkpunt rijdt, draait zich om als ie me ziet en stopt. Gewoon om een babbeltje te slaan. Hyperenthousiast is hij. Hij vraagt of ik de 17 ga afrijden. Dat is de wegnummer die de Helgelandskysten grotendeels volgt. Jazeker zeg ik. Ge gaat niet geloven wat ge ziet, zo mooi zegt ie. Ik vraag hem of hij al naar het noorden van Noorwegen is geweest. Ga ik nu naartoe zegt ie. We praten erna nog eens zeg ik :). Misschien heeft hij gelijk, misschien ik, maar uiteindelijk maakt het niet uit zolang we maar genieten he. Deze kadé vertelt dat ie vorig jaar 3 maanden in Patagonië is gaan rijden, een dikke aanrader. Ik zeg dat ik dat niet aan the Boss verkocht krijg. Tja zegt ie, ik heb geen Boss meer. Allez, tschüss, ik ga dieje 17 eens verkennen zeg ik. Jama op het gemak roept ie nog, gisteren hebben ze 3 Franse motards hun rijbewijs afgenomen. Een verwittigd man …


    Voor wie graag een stukje meerijdt op die nummer 17, heb ik hieronder een video klaarstaan.


    Vanaf Godoystraumen gaat het in een trek naar de Saltstraumen. In de vroege ochtend en avond moet het hier een spektakel zijn waar je maalstromen om u tegen te zeggen kan zien. Ik ben er midden op de dag dus ik moet met het volgende genoegen nemen.

    Ik film dit terwijl ik ook met een Noorse motorrijder aan het praten ben. We herkennen elkaar makkelijk als motorrijder zo met laarzen en een motorbroek :).

    Ik heb nog wat overschotjes van gisteren in de bakken zitten dus ik besluit een picnickske te doen wat verderop. In het zonnetje is het al 23 graden. Ik vul de thermos nog eens bij met water aan de kraan op de parking. Ik heb al heel lang niet meer zo veel en zo lekker kraanwater gedronken als hier in Noorwegen moet ik zeggen. Proberen vol te houden.

    Na wat gesmikkel ga ik weer op pad en geniet ik van de vele indrukwekkende zichten. Ik stop niet meer om foto’s te nemen denk ik bij mezelf. Het is overal indrukwekkend en het mag nog wat vooruitgaan ook, rijden begot. Op naar Gildeskal !

    Een stuk verder draai ik de parking op, of toch wat daar voor moet doorgaan. Ik lees het bord en ik herinner me het ineens. Hier gaat het niet over een magnifiek zicht op een berg of meer maar een zogeheten vergeten stad . Een ‘kunstenaar’ heeft in 1996 een ‘half zijn gat’ theater-podium gebouwd en zo achtergelaten. Ze geven dat dan een mysterieuze naam en dan zou ge er weer een klautertocht voor over moeten hebben. Mij hebben ze al eens gevangen deze reis met klauteren, vandaag niet kameraad denk ik. Technologie dient de mens.

    De berg en het meer die je kan spotten vanaf de zandplek die ze parking noemen vind ik veel indrukwekkender.

    Inpakken en wegwezen, op naar de volgende. Het uitzichtpunt van Storvika dient zich aan na een heel mooi stukje weg langs de Noorse kustlijn en wat zeer frisse tunnels. Buiten is het nu 25°C, in de tunnels 12°C. Je krijgt elke keer opeenvolgend een koudeschok en een warmteschok . Sommige tunnels zijn daarenboven ook nog eens spiegelglad dus doe ik kalmaan. Voorzichtigheid is de moeder van de motard die niet op zijn muil gaat in zo’n buis.

    Storvika is eigenlijk een strand. Ik stop er maar eventjes, voornamelijk om mijn waterfles bij te vullen.

    Van hieruit is het maar een steenworp ofwel 1ste, 2de, 3de versnelling naar het uitkijkpunt van Uredplassen dat ook weer voorzien is van een opvallend toilet.

    Ik vertrek weer maar niet voor ik dit vastleg. Scheiße waren waarschijnlijk teveel letters en dat mag niet he.

    Van hieruit pak ik de lange route naar de camping en wel met een zeer specifiek doel. Ik rijd langs een prachtige uitloper van de Noorse zee die ik kilometers lang langs bergflanken en door tunnels volg.

    Uiteindelijk kom ik aan voorgenoemd doel aan. Braset viewing point. Van hier heeft men zicht op Engabreen, een tak van Noorwegen’s op een na grootste gletsjer, de Svartisen. De locals hier beweren natuurlijk dat zij de grootste hebben maar dat is niet waar. Je weet hoe dat gaat he.

    Ik blijf hier een tijdje zitten genieten en gapen waarna ik mijn weg vervolg naar mijn overnachtingsplek. Ik stop nog eventjes aan een winkel voor eten en drinken en meld me aan op de camping.

    Na het uitpakken heb ik een tijdje op bed gelegen om de indrukken van de dag te verwerken met gesloten ogen ;). Daarna heb ik mijn potje gekookt en de afwas gedaan en ben ik aan het schrijven geslaan.

    Wist je dat ?

    • Die kleine van dag 12 uiteindelijk toch de vishaak uit zijn broek heeft gekregen en is kunnen gaan vissen
    • In veel sanitaire blokken in Noorwegen de wc’s niet vastgeschroefd zijn op de grond en je best niet te fel kan wiebelen op de pot
    • Camper nummer 7 hier op het eigenste moment wordt teruggestuurd omdat het vol zit maar de motorrijder erachter wel nog een plaatsje krijgt
    • Dat de avondrush op de douches nu voorbij is en ik ernaartoe ga
    • Dat ik maar beter zie dat mijn nieuwe vriend hieronder niet stiekem in een van mijn tassen kruipt en meelift

  • Dag 13: Idyllische Lofoten?

    Ik heb lang naar deze dag uitgekeken. De Lofoten moet zowat de meest gehypete eilandengroep zijn van Noorwegen. Senja en de Vesteralen waren al wondermooi vond ik dus dit moest het summum zijn. Alleen had ik de laatste dagen onheilsberichten gelezen over hoe gecongesteerd de wegen op de Lofoten waren door de vele toeristen en hun vervoersmiddelen zoals auto’s (met en zonder caravan), campers, fietsen, autocars en jawel motoren. Was het echt zo erg ? Ontdek het samen met mij hieronder.


    De wekker stond ingesteld op 7u maar om 6u30 was ik al wakker nadat ik me al eens had omgedraaid. Koffie zetten en inpakken is routine geworden. Halverwege dat proces ga ik naar het toilet en zie ik dat zowat alles toegetrokken is met mist.

    Het weerbericht is echter gunstig en na het toiletbezoek zet ik me op het bankje op het terrasje met mijn koffie. De Duitser langs me waar ik gisteren kort mee gepraat hebt steekt zijn hoofd ook buiten. Ah, Caffe Zeit, zegt ie en zet zich ook op zijn terras met een koffie. Komt goed, zegt ie, is zo weer weggetrokken die mist. Ik bel intussen de vrouw om haar een fijne huwelijksverjaardag te wensen, zo zonder mij, voor het eerst. Voelt wel wat gek eerlijk gezegd maar het was kiezen, ofwel tijdens de proclamatie van de zoon weg zijn ofwel nu. Het is wat het is. Tegen 8u30 begint het wat op te trekken en is het 14°C, ik tast alles op en in de motor en breng de sleutel van de hut terug en start kort na 9u de motor. De eerste 10 kilometer van de camping naar de hoofdweg, de E10, verlopen voorspoedig. Het is diezelfde E10 die het leeuwendeel van de scenic route Lofoten voor zijn rekening neemt. Ook op die E10 valt het voorlopig mee en ik kom snel aan mijn eerste halte, Austnesfjorden. De parking staat vol overnachters die ofwel nog in hun bed liggen ofwel aan het ontbijten zijn.

    Ik klim terug op de motorfiets, vandaag iets moeizamer vanwege een pijnlijke knie. Vermoedelijk van het vele op en af de motor stappen met de knie in een moeilijke hoek gewrongen om tussen de tank en de bagagetas door te gaan ma soit. De volgende 30 kilometer naar Henningsvaer verlopen ook weer zeer voorspoedig en zijn voorzien van prachtige vergezichten op fjorden, bergen en vele watermassa’s.

    Ik kom ook nog deze kerk tegen onderweg en hou een korte stop.

    Henningsvaer is bekend van de luchtfoto’s waar je op een eilandje voornamelijk een voetbalplein ziet. Ik kom er aan rond 10u en het is er heel druk, 2 brugjes met verkeerslichten die beurt om beurt de mensen van de ene kant naar de andere kant toelaten later, sta ik aan het voetbalplein. Aangezien drones niet zo welkom zijn in Noorwegen en omwille van de drukte laat ik de mijne diep in de zijkoffer zitten en probeer op een andere manier beeldmateriaal te maken wat hogerop.

    Direct het fotootje doorgestuurd naar de zoon die er als voetbalfanaat blij mee was :).

    In de buurt stonden ook legio stokvisdroogrekken, iets waarmee het Noorse landschap bezaaid is. Onderweg zie ik er momenteel vooral wildkampeerders hun was op drogen. Dat lukt wel met de wind en 24°C.

    Volgende stop en passage, de brug over de Gimsoy zeestraat. Maar niet voordat ik, net zoals de Duitsers op een GS die ik zoëven aan het voetbalplein heb ontmoet, op het laatste moment een bordje spot met de veelbelovende term landschapskunst. We lachen als we mekaar weer op de parking zien. Zouden we mekaar nog tegenkomen vandaag gekken we, wetende dat de kans zeer groot is.

    Zonder verder gezever, desbetreffende landschapskunst. Best knap gedaan.

    Van hieraf zien we ook de Gimsoystraumen brug en vooral vrachtwagens die er zeer traag over lijken te gaan, zou het zo hard waaien daar? De wind was onderweg namelijk goed komen opzetten. We draaien ons om als we ineens vlakbij een vrachtwagen horen claxoneren maar zien niet goed waarom, de volgende doet hetzelfde en nog één. Ineens zien we 3 jonge hikers die met zoveel overtuiging het toetergebaar maken dat de chauffeurs eraan toegeven en hun luchthoorn laten schallen.

    Deze moesten we dus nog over, de zeestraat van Gimsoy.

    Eens de zeestraat over zette ik koers naar Gardsvatnet, een vogelspotsite. Niet met de intentie er te stoppen maar om es te loeren of het er wat interessant uitzag, niet dus. Het werd intussen 11u30 en het gebrek aan ontbijt had me hongerig gemaakt. Wat verder stop ik aan FURU, een heel tof hostel en café waar ze ook wat kleins te eten serveren. Ik neem een kaneelrol en een ciabatta met gerookte zalm en kruidenkaas. Ik zet me op het terras en met zicht op de bergen smikkel ik alles smakelijk op. De gerookte zalm is hier trouwens lang niet zo vettig als die wat je bij ons koopt valt me op maar is wel superlekker.

    Ik vervolg mijn route en komt bij Torvdalshalsen uit waar je kan uitkijken over het Torvsdalsvatnet meer. Hier zie ik het Duitse koppel voor de laatste keer, waarschijnlijk omdat ik hen het plaatsje waar ik net heb gegeten aanraad. Dat is zo’n 10 kilometer terug en ze geven aan ernaartoe te gaan. Ook hier zijn weer bezoekers aan de suggel met het manoeuvreren van camper of caravan. De Duitse man zegt tegen me: er zijn er toch veel op pad met veel te groot gerief voor hun kunnen hè. Ik kan het alleen maar bevestigen want dat is iets wat me de hele dag zal opvallen. Veel van de toeristen hier vliegen in en huren dan zo’n camper. Iets van grote afmetingen waar ze waarschijnlijk nog niet veel ervaring mee hebben. Ze moeten er dan onmiddellijk in vrij uitdagende omstandigheden mee aan de slag. Ze nemen de hele baan in beslag en parkeren duurt een eeuwigheid bij die vedetten. Gelukkig staan ze vandaag meer aan de kant van de weg dan erop. Ma soit, hieronder het meer.

    En de bankjes waar je al chillend of met je picnick van het uitzicht kan genieten…

    Intussen is het haast 13u en ik zit nog maar aan een derde van mijn stops, ik ga mogen doordoen. Totnogtoe is het drama op de weg uitgebleven. Geen ellenlange slierten blikken op wielen maar vooral genieten van de mooie slingerwegen zonder al te veel oponthoud, zo moet dat. Ik geef goed gas en kom aan Eggum, een vissersdorpje zoals er velen zijn in Noorwegen. Het is echter voorbij het vissersdorp dat het te doen is. Bij de ruïnes van een oude radarinstallatie waarvan je een deel van het draaimechanisme nog kan zien, hebben ze een amphitheatertje gebouwd om voorstellingen te geven. Wat verder is ook een kunstwerk maar dat laat ik omwille van de langere wandeling aan me voorbij gaan.

    Vanuit Eggum is het niet zo ver naar het Vikingmuseum en de kerk van Borge. De parking van het Vikingmuseum staat stampensvol en met de blakende zon heb ik niet veel zin om te gaan aanschuiven in mijn motorpak. Ik laat het museum links liggen en rij er achter door naar de kerk. Ik betaal graag de inkom om ook gebruik te kunnen maken van het toilet :). Inbegrepen in de 5 euro inkom is ook het branden van 1 kaars inbegrepen, dat doe ik dan ook maar en ‘bid’ voor een behouden thuiskomst. Dat vergezicht is trouwens het vikingmuseum in de vorm van een typisch langhus.

    Hierna volgt weer wat E10 maar het wordt extra mooi wanneer de scenic route een afslag neemt richting strand van Viks. Baantjes die rond de rotsen kronkelen, waar maar 1 auto gelijk doorkan en haast zonder verkeer. Ik ben in mijn nopjes en de motor precies ook. Gaat lekker zo.

    Het strand is … een strand. De omgeving is wel indrukwekkend zoals overal op de Lofoten eigenlijk. Heel veel bezoekers met dit prachtige weer. Overal geparkeerd waar het mag en waar het niet zou mogen. Een beetje de rode draad van de dag. Alle stranden zijn drukbezocht, dat verklaart waarschijnlijk waarom ik zo lekker kan doorrijden.

    Van Viks gaat het die lekkere kronkelige weg terug naar de E10. Een Audi RS6 voor me kan ik nog net voorbij maar de Deen in de camper ervoor ziet me precies niet en houdt de hele baan toe. Een paar kilometer verder gaat ie plots wel aan de kant en zwaait me voorbij, ik zwaai dag & bedankt. Voor wie graag een stukje meerijdt heb ik onderstaand filmpje gemaakt waar je zelf de camerahoek kan kiezen.

    Een lekker stukje weg verder kom ik aan in Skreda alwaar je beloond wordt met dit uitzicht.

    Weer wat verder dan Skreda mag ik weer de E10 af voor een lekker kronkelweggetje, alleen heeft iemand een kronkel precies niet zo goed verteerd, zijn collega’s staan er al bij dus komt wel goed denk ik, ik zou alleen niet weten hoe zonder grote kraan of de Hamse sleepdienst.

    Aan het eind van het slecht verteerbare kronkelwegje ligt Nusfjord. Lijkt gezellig ware het niet voor de verkeers- en parkeerellende, ja ook voor motorrijders deze keer. Ik neem genoegen met het zicht van bovenaf en spaar me de inkom om op de promenade te mogen wandelen uit. Ah ja, ook hier weer ne sjarel met compensatiedrang met een Amerikaanse pickup die zich in 27 keer moest draaien op een parking waar een Fiat 500 al niet in 1 keer rond kan. Ik blijf erbij, die dingen hebben geen plek in Europa. Bijeenpersen voor oud ijzer of terugsturen is het enige juiste dat je ermee kan doen.

    Ik rij dezelfde weg terug naar de E10 waar zatte Ivar zijn collega’s nog in hun haar staan te krabben over hoe ze de aanhanger gaan rechttrekken.

    Van hieruit gaat het naar, hoop ik, de meest teleurstellende waterval van deze reis, Molneva. Als je een emmer water uitgooit op een steile straat heb je hetzelfde effect in mijn ogen.

    Wat verder op de E10 pak ik een zijstraat om aan de kerk van Flakstad uit te komen waar ik een korte stop hou om mijn dorst te lessen.

    De volgende punten die ik passeer zijn Brunstranda en Ramberg, beiden bekend van hun grote strand en het is er aan te zien. Weer massa’s mensen en auto’s die te pas en te onpas zijn neergeplant. Ik rij er snel aan door en ga in Ramberg centrum de motor zijn dorst lessen. Weeral maar 1 balkje over en ik moet toch niet zoveel kilometers meer, kan ie goed gevuld aan de dag beginnen morgen.

    Op weg naar Akkarvikodden mag ik weer een winderige brug over. De windmeter geeft 12 m/s aan, dat is ongeveer windkracht 6. Valt nog wel mee zei ik tegen mezelf leunend tegen de wind in.

    In Akkarvikodden hebben ze weer een niet alledaags ‘toaletthus’ neergepoot langs het point de vue.

    Ik heb nu eigenlijk nog maar 2 stops te doen vooraleer ik bij mijn gastheer Roy aankom, een winkel en Reine. In de winkel onderweg koop ik brood en beleg. Na een hete dag op de motor heb ik echt geen zin in warm eten ‘s avonds. In Reine draai ik het centrum binnen en direct weer buiten. Ik heb namelijk ook geen zin in aan 2 km/u tussen volwassenen en joelende of jankende kinderen doorlaveren, er hangt al genoeg bloed aan de moto. Het enige wat ik er leuk vind zijn de huisjes. Het zijn de zogenaamde Rorbuer (enkelvoud: Rorbu), vroeger de seizoenshuisjes van de vissers, tegenwoordig erg gegeerde verblijven voor toeristen.

    Ik passeer dit bord en weet dat het niet meer ver is tot bij Roy, mijn gastheer van vanavond. Je spreekt het trouwens ongeveer uit als een ‘o’.

    Ik draai Roy’s inrit op en na een druk op de bel verschijnt een vriendelijke man die me de nodige uitleg geeft en weer verdwijnt. Zo gaat het eigenlijk in heel Scandinavië totnogtoe, vriendelijk maar ze geven je ruimte. En dan heb ik het niet over de grootte van de kamer :). Na een verkwikkende douche en een deugddoende maaltijd doe ik nog een rondje in het dorp in de hoop een koffie te scoren maar helaas, 18u is lang voorbij en iedereen is naar zijn hjemme.

    Het is hier vergeven van de meeuwen en hun gekrijs. Horen we niet meer, zegt Roy. Tof, ik thans wel hoor. Er slapen hier nog 3 andere motorrijders en 1 boze bijrijder. 2 ervan zijn jonge Duitsers op Kawasaki’s en de andere 2 zijn een Spaans koppel en de vrouw is boos omdat ze de Lofoten zijn moeten doorknallen zonder ergens te stoppen. Ze zijn namelijk in 2 dagen van de Noordkaap naar hier gekomen. Dat is inderdaad enkel maar rijden dan.

    Dat was het weer voor vandaag. Nu nog snel alles inpakken zodat ik morgen rond 5u30 kan opstaan en rap vertrekken. Ik moet de ferry van 7u hebben en je moet je 45 minuten van tevoren aanmelden.

    Goede (korte) nacht!

  • Dag 12: Vesteralen & kennismaking met de Lofoten

    Het is 10u ‘s avonds en de camping waar ik hier verblijf in Lauvik gonst nog van de bedrijvigheid. Mensen komen nog toe, er zijn er hun tent aan het opzetten, anderen beginnen hun potje nog te koken en de kleine die hier voorbijkomt gaat nog vissen aan het water hier vlakbij. Zodra hij de vishaak uit zijn broek krijgt geprutst …

    De bedrijvigheid hier staat in schril contrast met hoe de dag begon.


    Na een slechte nacht te wijten aan het ‘charmante’ Alma huis van 1851 met houten plafonds en muren en een mirakel slecht bed ben ik al om 6u40 uit de veren. Maak van de nood een deugd denk ik bij mezelf en vertrek vroeg. Zo stil ik kan maak ik me uit de voeten, niet evident als je een paar keer volgeladen achterwaarts een smalle, stijle trap afmoet. Ik ga ook nog even in en rond het huis voor wat sfeerbeelden. Buiten maken de meeuwen een hoop herrie met hun gekrijs, die ene hese meeuw maakt het nog enigszins grappig.

    Ik rij nog even richting vuurtoren, niet de actieve minitoren maar deze. Het roestig uitziend geval. Alvast indrukwekkender als die afgezaagde stompjes van vuurtorens.

    Buiten wat verloren zielen is er niemand op de been, het is dan ook zondag en nog geeneens 8 uur. Ik prijs me al direct gelukkig dat ik alle binnenlagen uit mijn motorkleding heb gehaald want het is nu al 19°C terwijl het toen ik opstond nog maar 16°C was, als dat zo blijft doorgaan wordt het puffen denk ik. Ik stop even buiten het centrum van Andenes en laad de eerste etappe in de gps en kijk voor me, daar ga ik langs rijden.

    Eerste stop, Kleivodden. Vooraleer ik het vergeet… vandaag rijd ik een groot stuk van de Andoya Scenic route en Kleivodden is een rustplaats op die route.

    Iets verder dan Kleivodden ligt een volgende stop, je gaat hem echter niet vinden op de ‘nasjonale turistveger’ site, het zandstrand van Bleik. Deze heb ik zelf in de route opgenomen. Ik vertrek richting Bleik en onderweg stop ik nog een aantal keren om wat foto’s te nemen van wat toffe dingen.

    In Bleik toegekomen parkeer ik de motor vlak aan het haventje en gaap wat rond.

    Wanneer ik terug naar de motor wandel kom ik een bekend gezicht tegen, één van de personen die me gisteren op het Bergsbotn uitkijkpunt gevraagd heeft een foto van hun gezin te nemen. Dat is toeval zegt ze. Misschien ook niet zeg ik want er zijn niet zoveel wegen die je van het noorden naar het zuiden brengen hier. Ook waar zei ze. Zij hadden gisteren pech met de ferry, die van 15u zat vol (mede door mij) en ze moesten wachten tot 19u. Ze geeft me nog de tip dat als de ferry van Moskenes naar Bodo niet moest varen er nog een alternatieve ferry is, moet je wel terug een stuk voor naar boven rijden. Bedankt maar ik hoop echt dat ik die tip niet ga moeten gebruiken. Met ‘we zien mekaar ongetwijfeld nog eens’, nemen we afscheid.

    Ikke ribbedebie naar Wa… euhm … Bukkekjerka. Ook weer een rustplaats op de route langs een oude Sami offerplaats.

    Het gebouw is zeer strak en men heeft spiegelglas gebruikt. Dat geeft een heel leuk effect vanbuiten maar vanbinnen moet het nog specialer zijn. Binnen is namelijk het openbaar toilet en terwijl je je ding doet kan je dus door het spiegelglas naar buiten kijken. Ik heb het niet kunnen testen, er waren precies wat kampeerders hun Aiki noedels terug uit aan het persen en lang staan wachten ligt niet in mijn aard.

    Om het hoekje heb je trouwens ook nog een leuk zicht. Het padje leidt naar alweer een vuurtorentje. Het is wanneer ik deze foto neem dat ik een berichtje krijg van het thuisfront, mijn stiekem geregelde ontbijt is toegekomen. Morgen is het onze huwelijksverjaardag maar ik had zo het idee dat zo’n ontbijt beter verorberd kan worden op een zondag, wanneer je er ruim de tijd voor kan nemen. Het werd alvast gesmaakt :).

    De Andoya Scenic route brengt me nog verder door Bjornskinn waar je als je niet oppast knal de kerk inrijdt. Aan kerken trouwens geen gebrek hier, ik vraag me af hoeveel ze er op zondag nog volkrijgen en wie die diensten allemaal leidt.

    Iets verder dan het kerkje stop ik weer even om dit zicht in me op te nemen.

    Ik rij verder naar het zuiden en neem de brug over de Sortlandsundet.

    Deze straat scheidt de eilanden Hinnoya, waar ik totnogtoe op zat, en Langoya. Op die brug waait het, net zoals de hele dag al, enorm hard. Ze maken die bruggen ook nog eens gigantisch hoog zodat je echt vol in de wind zit. Dat moet blijkbaar om dergelijke giganten er onderdoor te kunnen laten varen.

    Een korte stop aan het lokale benzinestation voor een broodje, maar een veel te lange babbel met een Duitser die de verjaardag van zijn zoon kwam vieren, later kon ik weer vertrekken naar de volgende bezienswaardigheid, de kerk van Hadsel. Niet dat deze zo speciaal bleek bij mijn reisplanning maar dan had ik een excuus om naar Langoya te hoppen. Onderweg naar Hadsel volg ik de kustlijn met enige ergernis omwille van de continue beperkingen tot 50 en 60 km/u. Ik moet wederom een hoge brug over, maar wel een chique vind ik zelf. De brug naar Stokmarknes.

    Niet veel verder kom ik in Hadsel en dus ook aan de kerk. Er zijn blijkbaar geen andere geïnteresseerden, niet zo interessant dus.

    Dezelfde weg weer terug en weer de hele hoge brug naar Hinnoya over om dan Sigerfjord beach te bezien maar niet zonder ook eerst ne ‘krem’ te gaan lekken want het is intussen toch al 24 graden geworden. Overigens ook niet zo speciaal dat strand, wel retedruk. De hele parking staat vol maar je kent het intussen al, een motorfiets gaat er altijd bij.

    Eigenlijk zou ik volgens de geplande route nu weer dezelfde kustweg als toenstraks moeten volgen maar ik heb echt geen zin in het langzame traject en beslis van een alternatieve route te nemen, tussen de bergen.

    Awel, ik heb er echt van genoten. Hier en daar wel wegenwerken maar al bij al viel dat nog mee. Vlot kunnen rijden en vele bochten kunnen pikken, daar doen we het voor. De tunnels brachten de nodige verkoeling. Buiten de tunnels 24°C, erin nog maar 12°C, soms toch gebibberd en goed achter mijn windscherm weggekropen.

    Al dat moois bracht me naar Holdoya maar niet voordat ik de Raftsundbrug was overgestoken en daarmee ook al officieel op de Lofoten terecht was gekomen.

    Dit uitzichtspunt op Holdoya leek trouwens een beetje op een miniatuur Côte d’Azur :).

    Op de parking blijf ik even staan leuteren met een Fins koppel op een een wat oudere BMW, intussen vaalgeel in plaats van banaangeel, maar wel toffe mensen. Ze hadden vanuit Finland een heel stuk met de trein gedaan om dan in het mooie Noorwegen met de motor, die ook met de trein was meegekomen, te toeren.

    Na een tiental minuten ga ik weer op weg en weet nog net voor een horde caravans in te schieten die ik de berg zie afkomen. Tevergeefs, zo blijkt, want 2 kilometer verder hang ik achter een andere horde caravans. Ik heb de laatste dagen wel al redelijk wat berichten zien voorbijkomen dat het niet meer leuk is op de Lofoten omwille van de drukte. Nergens kan je nog normaal rijden en overal is het aanschuiven, dat belooft. Ik zie wat verderop mijn kans en schiet rechts een klein weggetje op. Dat weggetje brengt me op een veel plezantere manier aan de Grunfor Cyclist hut. Het cyclist stuk slaat blijkbaar op het feit dat er een fietsenstalling is. Wel een toffe locatie nadat je over het onverhard bent gehobbeld.

    In die hut heb je trouwens een 360° zicht op de omgeving.

    Nu is het de laatste rechte lijn, wel met heel veel bochten, naar de camping toe waar ik verblijf. Op 4 kilometer ervan laat ik me verrassen. Ik zie een groepje mensen in de kant van de weg zitten en zoek of ik geen kinderen zie die onverwachte dingen kunnen doen. De verrassing zit blijkbaar veel korter bij en ineens komen er vlak voor mij een paar schapen de weg opgesuggeld vanuit het hoge gras. Niet gezien door op die mensen te letten natuurlijk. Zij schrikken gelukkig even hard als ik en gaan weer aan de kant terwijl ik wel bijna stilgeraakt was.

    Na 4km met een verhoogde hartslag draai ik de camping op en stal de motor aan het ontvangstgebouw/winkel/restaurant en ik meld me aan. For one? vraagt de receptioniste. Ikke: yes yes. De receptionistis is precies een beetje verwonderd. Ze geeft me hut 9. Tiens, ik had in een mail gezien dat ik hut 12 zou krijgen maar soit. Ik koop nog wat douchejetons en wasmuntjes en ga uitpakken.

    Hut 12 is blijkbaar een 4-persoonshut, 6 keer ruimer als de kamer die ik afgelopen nacht had. Vandaar haar verwondering denk ik toen ik zei dat ik alleen was. Ik heb thans maar 52,5 euro betaald, net nog nagekeken. Mij hoor je niet klagen.

    Na het uitpakken ga ik eerst wat eten in het restaurant, ik ben geen winkels tegengekomen onderweg en het bij navraag bleken er ook geen in de buurt open te zijn vandaag. Het is de visgratin geworden en die smaakte 10 keer beter dan de spareribs van gisteren trouwens. Echt lekker.

    Bij het buitenkomen zie ik dat hier een volledige koelcontainer van een ijsjesfabrikant staat, die moeten hier nogal wat verkopen op een seizoen als dat al nodig is.

    Na het eten doe ik de was en ga me douchen. Ook het vizier van de helm, windscherm en koplamp krijgen een kleine poetsbeurt, dat is broodnodig.

    Terwijl de was in de droogtrommel aan het zwieren is placeer ik me op mijn terras voor de hut en babbel nog wat met de Duitse buurman. Na een tijdje zijn we uitgepraat en maak ik nog een wandelingetje over de kampeersite. De droge was haal ik onderweg ook maar uit. Bomvol staat het hier maar het is er wel leuk.

    Zo, nu nog even mijn planning van morgen bestuderen en dan hopelijk terug een goede nachtrust. Slaapwel.

  • Dag 11: Senja

    6u40, dat is het tijdstip dat ik uit mezelf wakker werd, of toch door een protesterende blaas. Ik suggel naar de sanitaire blok en denk vlot te kunnen gaan. Niks van, al 1 wachtende voor mij aan de toiletten. Gelukkig doet iedereen wat door en kan ik al snel gaan. Bij het terug naar het hutje gaan wrijf ik me de ogen uit want het Stonnesbotn fjord waar ik verblijf is deels gevuld met mist, wel een speciaal zicht zo’n dekentje van mist over de bergen. Het maakte ook dat een twijfelgevalletje ineens geen twijfelgevalletje meer werd. Een local had me gisteren namelijk de Hesten hike aangeraden die je naar een bergtop bracht vanwaar je een geweldig zicht had en soms wel eens walvissen kon spotten. Je kon je als motorrijder beneden in het cafe omkleden en dan 2 à 3 uur op en af wandelen om em te doen wist ie te zeggen. Mist = geen zicht = niet doen = niet erg voor mij.

    Terug bed inkruipen is de moeite niet meer en ik zet water op voor de koffie. Straks moet ik koffie bijkopen denk ik, het pak waar ik thuis mee vertrokken ben is haast op. Buiten het normale ritueel moet ik vandaag ook poetsen. Ik vond namelijk dat men hier wat veel voor aanrekende gezien de grootte van de cabin ten tijde van reservering. Het paste ook nog wel in mijn schema van vandaag. Maar een handvol stops te doen en sowieso maar een goede 150 kilometer te rijden, 2 keer niks. Alles netjes gemaakt en de sleutel terug gaan droppen aan de receptie.

    Op naar de eerste stop dan maar, Husoy. Er zou daar een vuurtoren zijn. Ah, dat ken ik nog van Schotland, daar waren vuurtorens meestal hele complexen met bijgebouwen en een hoge toren. Hier niet dus, korte vuurtorens zijn het. Alsof ze op een ander het bovenste stuk zijn gaan pikken en het dan hier hebben neergezet. Niet min dat Vikingvolk.

    Aangezien het fris en klammig was toen ik opstond had ik alvast de voering terug in mijn jas geritst en dat bleek nodig. Richting Husoy klom ik recht de mist in en aan ijzig koude tunnels is hier ook geen gebrek.

    Prachtige slingerwegen leiden me naar waar ik moest zijn, in de afdaling naar het dorp word je beloond met dit zicht. Het gegeven dat het aan deze kant van de berg zonnig was doet natuurlijk heel veel.

    Wat haarspeldbochten verder komt je aan de vissershaven die al even mooi oogt.

    Ik rij tot de weg ophoudt en kom aan het trapje uit dat leidt naar het padje naar de vuurtoren.

    Voila, nog geen uur onderweg en mijn voering mag er terug uit. De temperatuur loopt al stilletjes op in het dal van Husoy. Op terugweg stop ik nog even aan een ander beest dat ik had gespot en even op de gevoelige plaat moest vastleggen in dit decor. ‘Maaaaaaaaaasjien’ zouden veel van mijn kennissen roepen, en ik ook.

    De terugweg was dezelfde met haarspeldbochten en glooiende wegen begenadigde route als ik gekomen was. In de tunnels was het wel wat gladjes en als je buitenkwam was alles aangedampt, zowel het vizier als de spiegels als het windscherm. Toch wel even opletten dus maar geen erg, met vizier open gaat o… pats, een dikke vlieg knalt net langs mijn oog in het gezicht. Chanceke dat die geen centimeter meer naar de kant vloog of ik kon al even stoppen. Verderop de route spot ik een koppeltje dat gezellig tegen de bergflank op een zonnig plekje zit te ontbijten en aan de andere kant van de weg nog wat verder een meeuw die al vechtend tegen de wind lijkt stil te hangen in de lucht. Mooie beelden allemaal die zich op het netvlies prenten.

    Rond 10u30 kom ik aan bij het Mefjord, het volgende punt op de Senja Scenic route. Ik had het nog niet vermeld maar ik heb voor mijn reisplanning heel veel inspiratie opgedaan op deze site van de Noorse overheid. Ik probeer ten gepaste tijde naar de juiste route te verwijzen de komende dagen. Deze routes heeft de Noorse overheid met zorg uitgestippeld en zouden je telkens langs de hoogtepunten van de streek moeten brengen.

    Mefjordvaer dus, een historisch vissersdorp waar men ter amusement van de toerist dit openbaar toilet, bushok, … Heeft geplaatst.

    Je kan er uitkijken over de prachtige baai. Niemand zou er naartoe gaan voor een toiletgebouw alleen, toch ?

    Op terugweg valt de kerk me op met op de achtergrond nog in nevel verhulde bergen.

    Ik stop wat verder aan één van de weinige winkels op het eiland en koop me een koek en een milkshake. Het ontbijt overgeslagen en bijna 11u, er mag iets in de maag voel ik.

    Buiten zitten wat vissers te keuvelen aan een picnicktafel en ik zet me in het zonnetje aan de tafel ernaast. Noren zijn gek van hun zoetigheid en ik ook binnenkort, vrees ik.

    Eens opgesmikkeld weer zo snel als het toegelaten is naar het strand van Ersfjord. Onderweg is het weer gapen geblazen naar de prachtige natuur.

    Aan het strand van Ersfjord staat de parking stampensvol en ze zijn er ook aan het werken maar een motorfiets kan er altijd wel bij. Ook hier weer geen standaard sanitaire blok maar een ‘specialleke’.

    Ik steek de weg over en ga even piepeloeren op het strand. Daar zijn tal van mensen net hun tent aan het inpakken of met de hond aan het spelen of gewoon aan het ‘chillen’. Toffe plek om al die voorgenoemde dingen te doen :).

    Terug op de parking praat ik even met een jonge Noor uit Bergen die hier overnacht heeft met vrienden. Ze blijven hier een aantal dagen en gaan nog klimmen en freediven. Hij vertelt me wat leuke dingen over de omgeving en geeft me nog nuttige informatie over de ferry die ik straks moet nemen. Tja, het is al 11u geweest dus er zijn nog maar 2 opties vandaag. Die van 15u of die van 19u. Ik denk dat ik toch maar ga gaan voor die van 15u want het is 1u40 varen en met die laatste zou ik echt wel laat toekomen op mijn slaapplek in Andenes.

    Ik neem afscheid en draai de kraan open en schakel 1 keer omhoog om me weer aan een veel te lage snelheidslimiet van 50 km/u te houden :). Net wanneer het plezant wordt door krappe bochten en een hogere snelheidslimiet dringt de volgende stop zich op. Ze zijn er ook weer aan het werken maar ik kan me er toch weer bijwringen. Tungeneset is bereikt. Het in hout opgetrokken wandelpad is niet bereikbaar dus verwijs ik je graag naar voorheen genoemde website om te snuiten. Ik kreeg er niet meer dan dit uit. De mensen die je verderop het strand ziet waren een helling afgeklommen om er te raken en die tijd had ik er niet voor over. Ferry van drie weet je wel.

    Volgende stop, Bovaer, alwaar een paalwoning valt te bezichtigen. Verder niks over te vertellen. Palen, huis, klaar.

    Langs de weg ernaartoe zijn er wel legio van deze leuke strandjes, sommige blijkbaar privé, andere openbaar.

    Bij het nemen van de foto spreekt een Engels gezin me aan om te horen of ik weet hoe ze op het strand kunnen raken. Nope, sorry. Blijkt dat ze een sabatjaar genomen hebben en al sinds november aan het rondtrekken zijn met de camper. Only live once and all of that. Ze wensen me nog een behouden reis en ik stamp em weer in versnelling. Ik hou me natuurlijk in wanneer ik voor de tweede keer de jonge moeder met de kinderkoets kruis op deze smalle weggetjes waar je enkel kan kruisen op passagepunten. Het gebaar wordt in dank afgenomen.

    Ik kom aan op mijn laatste geplande stop, Bergsbotn. Geen werken maar een veel te kleine parking waar dan nog eens teveel volk met een parkeerstoornis zich heeft gezet. Ik laat een camper vertrekken en neem een stukje van de vrijgekomen ruimte in. Wel prachtig gemaakt hier dit ‘point de vue’. Op vraag van een aantal bezoekers neem ik wat foto’s van hen en zij doen me het plezier terug. Toch wat anders dan zo’n selfiepose.

    Weer wat leuke bergweggetjes en veel stuurplezier later stop ik nog voor wat steenmassa die boven het water uitsteekt. Gewoon omdat het kan, ik zit namelijk heel goed op schema voor de ferry van 15u.

    Eens ik in Gryllefjord, anderhalf uur voor vertrek van de ferry, aankom zie ik weer hetzelfde tafereel als gisteren. Een ellenlange rij autos, campers, … . Ik rij er langsdoor en ga tanken vlak aan de ferrykaai en stel me op langs een andere GS.

    De frietbarak die er staat doe ik niet aan, die heeft al klanten genoeg maar ik ga de winkel binnen en koop me een koffie en een muffin en smikkel die buiten lekker op. Andere wachtenden staan soep te koken of rennen achter hun kind aan dat op de parking aan het leren fietsen is.

    Ik kuier rond in het dorp en ontdek wat leuke straatkunst.

    Een half uur voor vertrek stoppen er twee moto’s langs me. Het blijken twee Duitse vrouwen te zijn. We keuvelen wat en ze vertellen me dat ze mekaar hebben leren kennen op een offroad cursus voor allroadmotoren en dat ze hun mannen hebben thuisgelaten om er met hun tweetjes op uit te trekken. Een super tijd hebben ze zo te horen. Gisteren is er wel eentje bij het opstappen onder haar motor teruggekomen maar ze kunnen er nog smakelijk om lachen.

    De ferry is op tijd en we kijken naar het ontschepen. Ik spot ineens deze wacko die beter een bestelwagen had gehuurd. Ik weet niet of ie aan een reis of een verhuis bezig was.

    na het ontschepen mogen we met 2 motoren aan boord, de vrouwen moesten nog even wachten. We hadden ons tijdens het gesprek al afgevraagd of we de motoren zouden moeten vastzetten. De crew zei na het aanwijzen van mijn plaats niets van vastsjorren maar ik heb het veiligheidshalve toch gedaan. De Duitse vrouwen vertelden me dat ze hen wel hadden gevraagd om vast te sjorren. Snappen wie snappen kan. De zee is vrij rustig maar toch hoor je weer het geloei van voertuigen wiens eigenaar vergeten is het alarm af te zetten. Mijne niet hoor, totnogtoe telkens aan gedacht. Boven op het dek kuier ik wat rond en neem wat foto’s van de prachtige omgeving. Ik praat nog wat met de Duitse vrouwen en neem nog wat meer foto’s. Leuke vaart maar walvissen hebben we helaas niet gezien, deze zouden er wel gezeten hebben leer ik later van een Ierse huisgenoot in het Almahuis waar ik vannacht logeer.

    Na het ontschepen in Andenes zet ik me even aan de kant om het adres van de slaapplek in te laden, blijkt zo’n 600 meter verder te zijn. De twee Duitse motardes zeggen nog even gedag vooraleer ze het stadje inrijden.

    Wanneer ik aan mijn verblijfplaats stop komt de eigenaar al direct naar buiten gelopen. Hij doet snel de uitleg en verdwijnt alweer om de volgende gasten op te vangen. Het zit vol vandaag roept ie nog.

    Het huis is van 1851 en we zullen het maar charmant noemen. Het moet ook maar dienst doen om te overnachten maar ik geef je mee dat ik in de douche staand geen 10cm meer vrije ruimte boven mijn hoofd had en dat ik zeer selectief ben moeten zijn in hetgeen ik uit mijn koffers van de motor haalde want dit is mijn kamertje.

    Eens gesetteld haast ik me naar de douche vooraleer er een rij staat. Ik kom uit de badkamer en een Engelstalige man begroet me. We raken aan de praat en hij vertelt dat ie hier is om te hiken en te genieten van andere natuurfenomenen. Hij is walvisspotten geweest met een van de walvissafaribedrijven die hier in Andenes actief zijn. Met de sonar gaan die op zoek, dus vrij veel kans op succes en jawel hoor, hij had er gezien. zeer indrukwekkend wist hij me te vertellen. Ik vroeg hem of hij toevallig Iers was. Verbaasd bevestigde hij dat en vroeg me hoe ik het wist, de meeste mensen dachten dat hij Schots was. Ik zeg hem dat ik 2 jaar geleden in Schotland geweest was en dat ik wel zeker was dat hij geen Schots accent had. Hij vroeg me over mijn reis daar en was vooral benieuwd naar the Isle of Skye. Ik vertel hem erover en iets later komt zijn vrouw afgedragen met een tas thee voor hem en zegt hij tegen haar, hoor eens, daar moeten we naartoe.

    Ik heb intussen wel een hongertje gekweekt en ga op zoek naar een restaurant. Al kuierend door het stadje bel ik met het thuisfront. De zoon staat net op het punt aan zijn looptraining te beginnen die opgelegd is door de nieuwe club. Papa is fier op zijn inzet, vertel ik hem. Tof plaatsje trouwens, ze hebben overal bankjes neergezet zodat je af en toe kan rusten.

    De Italiaan zegt me niet zoveel en ik ga naar een restaurant met lokale specialiteiten. Helaas is het volzet en word ik doorverwezen naar de zaak erlangs, die serveren ook wel wat van onze classics zegt het meisje. Totnogtoe mijn slechtste culinaire ervaring in Noorwegen. 3 jonge knapen achter de toog die met geen stokken vooruit te branden zijn en je aangapen zonder iets te vragen. Bestellen doe je middels de QR code op je tafel die een site opent en betalen doe je in 1 weg. Van lokale specialiteiten niks te zien op de kaart dus kies ik maar voor de spareribs, kan je weinig fout mee doen. Fout gedacht. Lauw worden ze na 40 minuten aan tafel gebracht. De frietjes waren ok en de zoete maïspuree en koolsla ook. De saus op de ribs kwam duidelijk uit zo’n bbq spuitfles. Ze brachten het trouwens aan tafel en dan zeiden ze droogweg: haal u daarachter maar bestek. Daaaag.

    Ik ga ontgoocheld buiten en kan 20 meter verder een Vlaams koppel behoeden voor dezelfde ontgoocheling. Ook doorverwezen door het stampvolle restaurant en op het punt er binnen te stappen. Zo, alweer een goede daad verricht. Ik ga goed kunnen slapen nu :).

    Terug aan het huis check ik nog even of de motor goed op slot is en kijk ik over het water.

    Zo, dat is een mooie afsluiter van de dag. Nu nog binnen wat schrijven en thee drinken en we kunnen weer naar bed.

    Aanbieding van de dag. Voor de juiste prijs vertel ik je waar je dit stuk oud ijzer van 100kg kan vinden. Ik weet niet hoeveel oud ijzer nu opbrengt maar ik ben ook geen dure vogel.

  • Dag 10: rijden en bootje varen

    Voila sè, we kunnen weer beginnen schrijven na een deugddoende maaltijd en een dag die qua bezichtigingen niet helemaal gelopen is zoals gepland.

    Toen ik ‘s morgens mijn geplande rit nog eens bekeek wist ik waar ik aan toe was: rijden, varen, rijden, varen, rijden, varen, rijden. Ik zat nog even na te genieten met een tas koffie van de leuke campingervaring die ik op Oksfjord family camping beleefd had. Oh ja, ook dit zicht hielp de dag goed te beginnen.

    Het weerbericht beloofde ook veel goeds maar het was ‘s morgens nog net te fris om een laag uit de motorjas te ritsen, daar stopte ik later wel even voor.

    De wegen in deze contreien zijn belange na niet zo goed als in het hogere noorden, laat staan dat ze de Zweedse wegkwaliteit benaderen. Ze zijn langs de andere kant wel tig maal beter dan de wegen in het noorden van Schotland, daar kan een volwassen mens zich namelijk verschansen in de kuilen in de weg.

    Evenwel is het fijn rijden hier, achter elke bocht ligt een nieuwe verrassing, zij het een magnifiek zicht op een Fjord, bergflank, meer, bos of een rendier. Jawel, ze zijn er weer. Niet meer in zo’n grote getale maar wel frequenter, oppassen geblazen dus. Ik kan redelijk vaart maken terwijl ik eigenlijk maar 230 kilometer moet rijden vandaag. Er zitten wel 3 ferrytochten tussen en de timing luistert nogal nauw, mis je het slot dan kan je tussen het uur en de 2 uur wachten op de volgende ferry. Ik stop heel eventjes omdat ik volgend beeld wel de moeite vond om vast te leggen.

    Ik ga weer op weg en geniet van de uitzichten. Ik had ‘s morgens besloten het kustfort van Spakenes over te slaan en voor de eerste ferry enkel aan het Kafjord viewpoint te stoppen. Mijn route ging er echter wel langs en toen ik er geen bordje naartoe zag werd ik pas nieuwsgierig. Ik was getriggerd door het feit dat men zo’n bezienswaardigheid niet aangaf. De weg ernaartoe bleek dus op de E6 uit te komen maar ook daar geen bord dat het aangaf. Op goed geluk draaide ik een zandweggetje op. Met kuilen en stenen bezaaid, dus moest ik weer recht op de voetsteunen om niet elke slag in mijn rug te voelen. Een kilometer of 3 verder kwam ik dooreengerammeld op de site. Ik lees hier net op het www trouwens dat het de bedoeling is dat je die 3 kilometer wandelt, oeps.

    De restanten van een Duits fort uit WWII waren hetgeen ik bij uitkwam. Bij vertrek hadden de Duitsers het opgeblazen, niet sympathiek.

    Ik wandel wat rond en maak wat foto’s van hetgeen overschiet, overgroeid en onder water gelopen.

    De laatste foto is trouwens eentje van de commandobunker.

    En hier het weggetje dat dus blijkbaar niet bedoeld is om op te rijden. Zou jij het geweten hebben?

    Aangezien alles zo overgroeid was en uit mekaar lag heb ik geprobeerd toch een overzichtje te maken.

    En dan ineens ook maar dit magnifiek beeld vastgelegd.

    Inpakken en wegwezen zei den deze. Wat verder dan Spakenes zou ik Kafjord viewpoint aandoen maar hier was ik aan voorbij vooraleer ik er erg in had, wederom niet aangegeven en een klein zandweggetje op het punt waar het zou moeten zijn. Deze nam ik dan maar een paar honderd meter verder.

    Onderweg was het zicht trouwens, ondanks de grauwe lucht, adembenemend.

    Al een chanceke dat ik niet ben teruggedraaid om Kafjord viewpoint aan te doen want toen ik aankwam bij de ferry van Olderdalen naar Lyngseidet bleek het een spannertje te worden. Ik vroeg aan het dametje dat op een bankje zat of dat de ferry naar Lyngseidet was. Er vertrekken soms namelijk ferries naar verschillende bestemmingen vanaf zo’n punt. Jaja, zei ze, maar haast je maar, die vertrekt binnen 2 minuten. Helm half op het hoofd, handschoenen achter de tas en ik ga aan boord. Ze scannen mijn nummerplaat en de duim gaat omhoog. Ik heb me namelijk geregistreerd bij Ferrypay en dan wordt de betaling achteraf geregeld, of niet als je geluk hebt, we zullen zien.

    Het zicht naar achteren symboliseert voor mij het afscheid van het hoge noorden, nu ga ik naar het westen.

    En dat is ook prachtig hoor… Zo zal nog wel blijken, hoop ik.

    Ik volg de karavaan die van de ferry gereden is en stop om hier even van te genieten, ik haal ze toch zo weer bij denk ik.

    En ja hoor, iets laten kan ik weer aanpikken en komen we al bij de volgende ferry uit, in totaal maar iets van een 20 kilometer verder. Ik rij langs de hele rij auto’s door, motorfietsen mogen dat hier :p.

    Vooraan babbel ik heel even met een Nederlands koppel, al sinds begin juni op ronde in Scandinavië, nou nou.

    Lang duurt het gesprek evenwel niet want daar is de volgende ferry al.

    Ik mag langs de rechterkant omhoog rijden en weer de helling af om als eerste vanvoor te gaan staan. Achter me komen twee dames staan die wat moeite hadden om langs de smalle helling omhoog te rijden en de boel dus wat opgehouden hadden. Ze stappen niet uit en blijven wat verweesd kijken. Eens de ferry vertrokken was doe ik teken met de duim omhoog om te vragen of alles goed was en ze schudden van nee. Ik ga ernaar toe en vraag wat er mis is. Ze kent de auto niet goed zegt ze en weet niet of ie wel op zijn handrem staat. Ik vraag haar of ze hard op de rempedaal aan het duwen is? Jazeker zegt ze, uit schrik om vooruit te rijden. Ik zeg haar nog 20 minuutjes hard te blijven duwen want anders rijdt ze mijn vervoermiddel naar de filistijnen, en duwen deed ze :D. Ik hoop dat ze vanavond geen kramp in haar been krijgt.

    Eens van de ferry stop ik wat verder om terug mijn oordoppen in te doen en mijn handen weer te beschermen en neem snel nog een fotootje. De grauwe lucht heeft sinds de ferrytocht plaats gemaakt voor een stralende hemel.

    Ik zwier de motor terug in gang en ga er als de wind vandoor, of toch tot 60 km/u want we zitten in zo’n zone :(.

    Gelukkig word je onderweg geregeld getrakteerd op baantjes zoals deze.

    Al snel vind ik weer aansluiting bij de karavaan die van de ferry gereden is. Iedereen gaat naar Tromso blijkbaar. Voor Tromso heb ik nog een stop gepland aan een museum maar ook daar weer een totaal gebrek aan wegwijzers en heb ik zoiets van: als ge niet wilt dat ik het zie, dan niet he. Wat verder ga ik de brug over die je Tromso binnenbrengt. Ook hier weer, net zoals aan veel bruggen hier een bord dat de snelheid aangeeft, niet van jou maar van de wind zodat je weet waar je je aan mag verwachten. Bij veel van die bruggen staan er dan ook nog eens stoplichten voor als het echt te hard waait, dan moet je gewoon wachten. In Tromso had ik gepland om even aan het Polarmuseum te stoppen maar de drukte in die stad deed mijn maag al keren van in het begin. Bleek dat er dan ook nog verkeerssituaties waren waar de gps niet van wist en dat had als gevolg dat er wat rondjes gedraaid werden in Tromso. Nee, dat Polarmuseum ging em ook niet worden. Dan maar rechtstreeks de ferrykaai ingegeven in de gps en het gas erop. Figuurlijk dan want in Tromso is het een mengelmoes van 30, 40 en 50 km/u bordjes die het leven van de weggebruiker vreselijk zuur maken. De GPS werd door het getunnel onder Tromso piepezot en ik bijgevolg ook. Ik wist dat ik de 382 moest hebben dus maar ouderwets op de borden gekeken tot ik Tromso verliet. Het enige memorabele aan Tromso voor mij is een rond punt dat ik in een tunnel ben tegengekomen.

    Geheel zinloos trouwens want de arm waarop ik stond toen ik de foto name kwam uit op een muur. Anders had ik de foto niet kunnen nemen he ;).

    Vele kilometers verder wordt het spannend. Het is intussen 14u gepasseerd en ik moet nog 50 kilometer. De ferry vertrekt om 15u en anders is het 17u vooraleer ik op de volgende kan. Ik gok erop dat op dit afgelegen stuk de kans op controle nog relatief meevalt en rij zeer vlot naar Noorse normen. De weg wordt echter baggerslecht. Ik verdenk boer Sjarel van de Synnovjordvegen nr 110 ervan dat ie met een fles aquavit in zijn botten vergeten is zijn ploeg omhoog te trekken toen ie van het veld kwam en heel de weg naar de ‘dritt’ geholpen heeft. Dat in combinatie met zijwinden die geregeld op je inbeukten maakten het een hele lange 50 kilometer.

    Maar goed, ik kom 10 minuten voor het geplande vertrek van de ferry aan en sluit achteraan bij in de rij die vanaf de hoofdweg staat te wachten. Een onophoudelijke stroom van vrachtwagens, auto’s, (motor)fietsen en bussen kruist ons. Ik denk, nou, daar kan wat op. Eens er niemand de rij meer kruist rijd ik voorzichtig naar voren langs de file door en mag even op de parking plaatsnemen bij de andere motards. Ik sla een praatje met een Noors koppel die met de motor naar de Lofoten gaan om vrienden te bezoeken. Ze zijn van Tromso zelf dus hebben ze er geen lange rit opzitten. De man vraagt of ik ook zo’n last had van de wind. Welke wind vraag ik ? :). Nee hoor, ik geef toe aan hem dat het geen pretje was maar dat we er toch maar zijn geraakt. De ferry loopt stilletjes aan vol en ik zeg tegen de Noor dat ik hoop dat er nog plek voor ons is. Hij stelt me gerust, we mogen zeker mee want hij heeft al met een crewlid gepraat. Ik kijk achter me en ik zie nog altijd een rij campers en auto’s tot voorbij de bocht staan en denk, die gaan er toch niet meer op. Wij mogen enkele minuten later de rijen sluiten en na ons mag er niets meer op, de rest moet wachten tot 17u. Had ik gelijk ne brave gewacht vanachter in de rij dan was ik er ook niet bij geweest bedenk ik me.

    We moeten de motoren vastzetten want het waait hard en de zee kan een beetje ruwer zijn dan normaal. Zo gevraagd, zo gedaan. Ik ga naar het passagiersdek en koop een koffie die ik wijselijk binnen uitdrink want buiten waait het intussen zo hard dat ik ongetwijfeld mijn eigen koffie in mijn gezicht geblazen had gekregen. Koffie uit, ik naar buiten. Ik neem wat foto’s en praat met een Nederlander die helemaal vanvoor vol in de wind zit. Nu ja, praten… We moeten redelijk tegen mekaar roepen om verstaanbaar te zijn. Hij is ook met de motor en heeft de tijd van zijn leven, een wat ruigere kerel maar je hoort dat ie geëmotioneerd is door alles wat ie al heeft gezien en meegemaakt deze trip. Hij heeft een paar dagen geleden zelfs een aanrijding met een rendier meegemaakt maar er gelukkig niks aan overgehouden, de motor is ook nog in rijdende staat dus doet ie verder.

    Na de ferrytocht stop ik nog even in de Joker supermarkt voor wat boodschappen. Mijn koffie is haast op, mijn chocolade is al lang op en ik wil wat lekkers maken. Blijkt wel dat een stengel prei vervoeren op de motorfiets nog niet zo makkelijk is.

    Na de Joker linea recta, via kronkelweggetjes dan, naar de camping. Op 5 kilometer afstand zie ik em al liggen aan de andere kant van het water. Dat wordt leuk denk ik bij mezelf en na het aanmelden aan de receptie krijg ik helemaal gelijk want hier zit ik dus, de koning te rijk.

    Ik zit nog met een zak risottorijst die niet leeg is en heb die prei dus gekocht om, weeral, risotto te maken. Samen met een uitje, scampi en Grana Padano kaas gaat dat smullen worden. Totale tristesse hier trouwens, parmezaan hadden ze niet, vandaar de Grana Padano :).

    Nog een koffietje na de afwas (waarvoor je dus je beurt moet afwachten hier in de keukenblok) en de dag is mooi afgesloten.

    En in de rubriek weetjes vandaag:

    • Een theezakje 3 keer gebruiken kan maar is niet aan te raden
    • De wifi op de Botnham camping in hut 5 deugt niet !

    Tot morgen !

  • Dag 9: Go (South)-West

    Nieuwe dag, zelfde ochtendroutine. Voor die van jullie nog gezegend met een jonge leeftijd zal ik nogmaals een foto tonen van een cafetière, zo’n ding waar men vroeger dikwijls koffie mee zette. Ik krijg er zelf namelijk niet genoeg van.

    Leuk van de eigenaar dat ie ook koffie voorzag voor dat ding dus. Lekkere koffie trouwens.

    In tegenstelling tot wat het bewegend kaartje bovenaan deze pagina laat zien moet ik dat laatste stukje niet meer omhoog. Heb ik dus gisterenavond nog rap gedaan, scheelt ongeveer 60km op mijn rit vandaag. Lekker vroeg binnenkomen denk ik dan… we zullen zien.

    Na mijn fout met het slot van gisteren had ik de motor met het voorwiel aan de ballustrade van het terras vastgehangen, zo zag ik onmiddellijk wanneer ik de deur uitstapte wat ik moest doen voor vertrek. Voor mijn vertrek nog even gepiept of ik de Engelsman van gisteren niet spotte om afscheid te nemen. Helaas niet meer te zien terwijl zijn motor er nog altijd netjes onder een zeil stond.

    Ik vertrek om iets na 8 en stop eerst in Honningsvag nog voor een foto van het kleine haventje in het centrum.

    Ik draai vanuit Honningsvag de E69 op richting Alta. Het is nog niet druk en ik kan goed voortgang maken terwijl ik wat tunneltjes en bochtjes meepik. Ineens kom ik weer een voor een de Italiaanse oudjes tegen die ik gisteren ook al gezien had met hun Italiaans vlaggetje achter aan de moto. De GSA lust ze wel alledrie als ontbijt en vlug laat ik ze achter me. Aangezien zij alledrie gewoon lekker blijven doorrijden terwijl ik me niet kan bedwingen om bijna elke keer ik een ferm uitzicht zie te stoppen kom ik ze nog geregeld tegen. Slow & steady wins the race zeggen ze. Het is wel geen race maar je weet wel wat ik bedoel. Het weer zit ook enorm mee en dat geeft ook rust, na een uurtje of 2 bollen is het al 17°C, dat is al even geleden voor mij. Een groep Polen haalt mij dan weer in op een quasi onmogelijke plek maar ik blijf kalm. Ook als ik ze 5 kilometer verder in de berm zie staan om te gapen naar een kudde rendieren die op een hoger gelegen plateau aan het grazen zijn. Mongo … euhm Polen.

    Ik probeer de redenen waarom ik continu tegen mezelf moest zeggen dat ik niet meer ging stoppen in beeld samen te vatten.

    Ik hoop dat je het nu wat beter begrijpt :).

    Verderop in Olderfjord had ik gisteren al een souvenirwinkel gespot. Ik kom er weer langs en er staat een hele zwerm GS’en, 1300’s nog wel. Ik draai af en parkeer me langs de groep alsof ik erbij hoor. Al snel raak ik aan de praat met een Spanjaard die deel uitmaakt van de crew van Euromotour. Deze groep motoren trekt blijkbaar door heel Europa. Motards worden ingevlogen en op de motor gezet. Als ze hun gezin bijhebben volgen die mee in een tourbus. Er is ook nog een ondersteuningsvrachtwagen en een camper die meerijden. Deze groep motards en hun gezin zijn vertrokken in Oslo en gaan tot de Noordkaap. Daar komt de volgende ingevlogen groep dan aan om met de motoren naar de volgende bestemming te rijden. Slaat precies aan dat concept… Na mijn bezoek aan de souvenirwinkel komt één van de klanten van die tourorganisator naar me toe en we babbelen wat. Hij is een Mexicaan die ook thuis een GS heeft maar er amper op rijdt. De trip die nu bezig is duurt 19 dagen en telt 3700km. Ter referentie, ik heb er nu meer dan 3500 op 9 dagen gereden. Het is duidelijk dat deze trip op comfort is gericht en ik heb het net even opgezocht, voor 1 rijder all-inclusive is de vanafprijs … hou u vast … 13699 eurotjes. De Mexicaan in kwestie heeft een logistiek bedrijf dus het zal er wel vanaf kunnen neem ik aan. De rest van het gezelschap zou ook van over de hele wereld komen. Ze moeten weer op weg en ik wens hen een behouden trip en waarschuw de reisleider nog voor de rendieren die ik verderop de weg gezien heb.

    Ik vertrek ook maar weer nadat ik wat vragen van oudjes die net van de bus gestapt zijn heb beantwoord. Je hebt precies een soort aantrekkingskracht als je alleen met de motor reist, mensen spreken je makkelijk aan. In Schotland al opgemerkt en hier ook weer maar ik vind het niet erg.

    Tussen Olderfjord en Alta kom ik voor het allereerst een politiewagen tegen in Noorwegen en ik hoop stiekem dat ik ze nooit met zwaailampen geactiveerd moet tegenkomen hier.

    Het is nog een eind naar Alta en ik moet al een hele tijd plassen. Het is echt dringend geworden en ik draai de eerste parking op waar ik wat beschut kan gaan plassen. De parkings totnogtoe hadden niets waar je een beetje verdoken je ding kon doen. En mijn ding doen werd nog wat vergemakkelijkt door het geluid van de kabbelende rivier die niet zo ver van de parking lag. Toch maar eens gaan piepen.

    Eens in Alta rijd ik tot het Alta Museum, de tentoonstellingen had ik al van tevoren uitgepluisd en er was niets bij wat me interesseerde. Meer dan even naar achter wandelen om volgende foto te maken was er niet bij.

    Toen ik terugkeerde kreeg ik nogmaals bevestiging over het gegeven dat men hier niet zot is van drones middels onderstaand pictogram, ik ben nog nergens in de mogelijkheid geweest de drone legaal op te laten in Noorwegen, dat was in Zweden wel helemaal anders. De dronekaart kleurt hier bloedrood en aangezien de boetes torenhoog zijn neem ik het risico ook niet.

    Eens de volgende etappe in de gps geladen is zet ik koers naar Bubbelen, geen champagnebar met een leuke naam maar een ondergrondse bron, of toch waar deze boven komt ;).

    Net buiten Alta staat er een rij auto’s te wachten voor een rood licht aan wegwerkzaamheden, de wachter vanvoor doet teken naar me om naar voren te komen. Hij zegt dat we nog 6 minuutjes moeten wachten. Het blijkt een Kroaat te zijn die hier wel komt werken maar het eigenlijk een veel te koud land vindt.

    Na 6 minuten komt er een bestelwagen die de hele rij wachtenden naar het einde van de wegenwerken begeleidt, toch een specialere ervaring dan louter verkeerslichten. Wat niet zo leuk is is dat tijdens die begeleide tocht de lulhannes in de camper achter mij precies niet goed kon lezen wat er op mijn topkoffer stond en bijzonder dichtbij kwam rijden. Ik liet hem na de werken dan ook al heel gauw in het stof achter, de paljas.

    Ik stop onderweg naar Bubbelen nog aan een paar leuke plaatsjes waaronder deze.

    Ik denk er onderweg over na om Bubbelen misschien toch maar over te slaan maar ik heb eigenlijk tijd genoeg denk ik en sla op het nippertje af richting bron.

    De bron lag niet naast de weg, dat wist ik al. Dat er een klein wandelingetje aan te pas kwam wist ik ook maar dat ik 600 meter stijl omhoog moest wandelen wist ik niet. Laat u niet kennen dacht ik en in motorbroek en -laarzen, zwetend gelijk ne pony, omhoog. De jas had ik gelukkig bij de moto gelaten. Ik ben er nog altijd niet over uit of het de moeite waard was.

    Dezelfde stijle weg heel voorzichtig terug naar beneden en dan bekomen met een Fanta en de laatste wafel die ik van België heb meegebracht.

    Volgende stop: Kvaenangen viewpoint zo’n 25 km verder.

    Iets na Kvaenangen stop ik nog snel aan het benzinestation om te tanken en iets verder aan de supermarkt. Gisteren hebben ze me jaloers gemaakt door te zeggen dat ze gingen BBQ’en vandaag. Awel, ik laat het niet zomaar gebeuren, ik ga ook BBQ’en. Ik haal wat vlees en een salade en nog zo’n fles Fanta Tropical :). Onderweg naar de slaapplaats zie ik in het dorp Badderen ook nog een Google streetview auto geparkeerd staan. Het zal eens tijd worden, de vorige beelden dateren van 2010.

    Natuurlijk kan ik die laatste 45 kilometer het ook weer niet laten om af en toe te stoppen zoals voor deze bijvoorbeeld.

    Ik kom vlak na een laatste tunnel op bestemming aan: Oksfjord Family Camping. Ik word enthousiast onthaald door de eigenaar die me een rondleiding geeft en op een bepaald moment denk ik bekende gezichten te spotten maar ik moet de eigenaar volgen.

    Na de tour ga ik terug naar de bekende gezichten en we herkennen mekaar, het zijn de Nederlanders van op de ferry Kiel-Gothenburg. We lichten mekaar in over het verloop van de reis. Een van hen heeft wat pech gehad, in Finland batterij kapot maar wel vlot een nieuwe gevonden en in Noorwegen een lek in zijn voorvork. Hij zou er wel nog mee thuis raken zei zijn dealer blijkbaar. Ik zal alvast voor hem duimen.

    Ik ga me wassen en begin aan mijn avondeten te werken. Ze hebben hier een grillhut die ik mag gebruiken en die er supergezellig uitziet.

    Het zicht buiten is ook niet mis.

    Bij het opendoen van het pak vlees merk ik dat het echt wel veel is. Ik kan goed eten maar dit krijg ik niet op. Ik ga terug naar de Nederlanders en vraag hen of ze zin hebben om een stukje mee te eten en ga aan het bakken. Een paar minuten later komen ze af. We eten gezellig samen en praten over, wat anders, gedane reizen. In tussentijd komen er nog een Oostenrijkse man en Duits meisje bijzitten. Fijn dat het vuur aan is zeggen ze, we wisten niet of dat kon. Zij zijn beiden, los van elkaar, met de fiets onderweg. Chapeau.

    Terwijl ik dit schrijf leuter ik de thee verder op die ik deze morgen gezet heb, ferme thermos die van de Decathlon (product placement). Ik vermoed echter dat de eigenaar van de airbnb vochtafdrijvende thee heeft neergelegd want ik moet ineens heel dringend.

    Of zou het toch van het beekje zijn dat vlak achter mijn slaapkamer stroomt ?

    Voila, de dag zit er weer op. Tijd voor wat hoognodige slaap.